Etaamb.openjustice.be
Vue multilingue de Arrêté Royal du 07/01/2001
← Retour vers "Arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 1er juillet 1997, conclue au sein de la Commission paritaire des entreprises de garage, concernant la sécurité d'emploi "
Arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 1er juillet 1997, conclue au sein de la Commission paritaire des entreprises de garage, concernant la sécurité d'emploi Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de werkzekerheid
MINISTERE DE L'EMPLOI ET DU TRAVAIL MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID
7 JANVIER 2001. - Arrêté royal rendant obligatoire la convention 7 JANUARI 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt
collective de travail du 1er juillet 1997, conclue au sein de la verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 1997, gesloten
Commission paritaire des entreprises de garage, concernant la sécurité in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de
d'emploi (1) werkzekerheid (1)
ALBERT II, Roi des Belges, ALBERT II, Koning der Belgen,
A tous, présents et à venir, Salut. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
travail et les commissions paritaires, notamment l'article 28; arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Vu la demande de la Commission paritaire des entreprises de garage; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf;
Sur la proposition de Notre Ministre de l'Emploi, Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid,
Nous avons arrêté et arrêtons : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Article 1er.Est rendue obligatoire la convention collective de

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

travail du 1er juillet 1997, reprise en annexe, conclue au sein de la overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 1997, gesloten
Commission paritaire des entreprises de garage, concernant la sécurité in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de
d'emploi. werkzekerheid.

Art. 2.Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering

présent arrêté. van dit besluit.
Donné à Bruxelles, le 7 janvier 2001. Gegeven te Brussel, 7 januari 2001.
ALBERT ALBERT
Par le Roi : Van Koningswege :
La Ministre de l'Emploi, De Minister van Werkgelegenheid,
Mme L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
_______ _______
Note Nota
(1) Référence au Moniteur belge : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Annexe Bijlage
Commission paritaire des entreprises de garage Paritair Comité voor het garagebedrijf
Convention collective de travail du 1er juillet 1997 Collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 1997
Sécurité d'emploi Werkzekerheid
(Convention enregistrée le 18 novembre 1997 sous le numéro (Overeenkomst geregistreerd op 18 november 1997 onder het nummer
46045/CO/112) 46045/CO/112)
En exécution de l'article 3.1. de l'accord national 1997-1998. In uitvoering van artikel 3.1. van het nationaal akkoord 1997-1998.
CHAPITRE Ier. - Champ d'application HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Article 1er.La présente convention collective de travail s'applique

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

aux employeurs, ouvriers et ouvrières des entreprises relevant de la de werkgevers en werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder
compétence de la Commission paritaire des entreprises de garage. het Paritair Comité voor het garagebedrijf.
Pour l'application de la présente convention collective de travail, on Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt
entend par "ouvriers" : les ouvriers et ouvrières. onder "werklieden" verstaan : de werklieden en de werksters.
CHAPITRE II. - Objet HOOFDSTUK II. - Voorwerp
Section 1er. - Principe Sectie 1. - Principe

Art. 2.Pendant la durée de la présente convention collective de

Art. 2.Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst zal in

travail, aucune entreprise ne procédera à des licenciements multiples geen enkele onderneming overgegaan worden tot meervoudig ontslag
avant d'avoir épuisé toutes les autres mesures de maintien de l'emploi vooraleer alle andere tewerkstellingsbehoudende maatregelen - met
- y compris le chômage temporaire - et examiné la possibilité de inbegrip van tijdelijke werkloosheid - uitgeput zijn en vooraleer de
formation professionnelle pour les ouvriers touchés. Pour les ouvriers mogelijkheid tot beroepsopleiding voor de getroffen werklieden werd
de plus de 45 ans, on cherchera par priorité des mesures visant à sauvegarder l'emploi.Section 2. - Définition

Art. 3.Par "licenciement", il faut entendre ce qui suit : tout licenciement pour raisons économiques, financières, structurelles, techniques et toute autre raison indépendante de la volonté des ouvriers, à l'exception du licenciement pour motif grave.

Art. 4.Par licenciement "multiple", il faut entendre ce qui suit : tout licenciement d'au moins 2 ouvriers dans les entreprises occupant 29 travailleurs et moins, d'au moins 3 ouvriers dans les entreprises occupant entre 30 et 59 travailleurs et d'au moins 6 ouvriers dans les entreprises occupant 60 travailleurs et plus et ce, dans un délai de soixante jours calendrier. Section 3. - Procédure

Art. 5.En cas de circonstances économiques et/ou financières imprévisibles et imprévues, rendant par exemple le chômage temporaire ou d'autres mesures équivalentes intenables sur le plan socio-économique, la procédure de concertation sectorielle ci-après - durant laquelle on ne peut pas procéder à des licenciements - sera respectée : 1. Lorsque l'employeur envisage de procéder au licenciement de plusieurs travailleurs, licenciement pouvant être considéré comme multiple, il en informe au préalable le conseil d'entreprise ou, à défaut, le délégué syndical. A défaut de conseil d'entreprise ou de délégation syndicale, il informe préalablement par écrit et de façon individuelle les travailleurs concernés. 2. Dans les quinze jours calendrier suivant la communication de l'information aux représentants syndicaux des ouvriers, les parties doivent entamer les pourparlers au niveau de l'entreprise sur les mesures pouvant être prises en la matière. Si cette concertation ne donne pas de solution, il sera fait appel dans les huit jours calendrier suivant le constat de désaccord au niveau de l'entreprise, au bureau de conciliation à l'initiative de la partie la plus diligente. 3. En cas d'absence de conseil d'entreprise ou de délégation syndicale dans l'entreprise, il peut être entamé dans les quinze jours calendrier suivant la communication de l'information aux travailleurs la même procédure de concertation à l'initiative des organisations syndicales qui représentent les ouvriers. Cette procédure est également applicable en cas de faillite. Section 4. - Sanction

Art. 6.En cas de non-respect de la procédure fixée à l'article 5, l'employeur en défaut est tenu de payer une indemnité aux travailleurs concernés, outre le délai de préavis normal. Cette indemnité est égale au salaire dû pour le délai de préavis précité. En cas de litige, il sera fait appel au bureau de conciliation à la demande de la partie la plus diligente. L'absence d'un employeur à la réunion du bureau de conciliation, prévue par la présente procédure, est considérée comme un non-respect de ladite procédure. L'employeur peut se faire représenter par un délégué compétent appartenant à son entreprise. Cette sanction s'applique également à l'employeur qui ne respecte pas l'avis unanime du bureau de conciliation. CHAPITRE III. - Validité

Art. 7.La présente convention collective de travail est valable du 1er janvier 1997 jusqu'au 30 juin 1999 inclus. Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 7 janvier 2001. La Ministre de l'Emploi,

onderzocht. Voor de werklieden ouder dan 45 jaar zal prioritair naar tewerkstellingsbehoudende maatregelen worden gezocht. Sectie 2. - Definities

Art. 3.Als "ontslag" wordt beschouwd elk ontslag om economische, financiële, structurele, technische en alle andere redenen onafhankelijk van de wil van de werklieden, met uitzondering van het ontslag om dringende redenen.

Art. 4.Als "meervoudig" ontslag wordt beschouwd een ontslag van ten minste 2 werklieden in ondernemingen met 29 werknemers en minder, van ten minste 3 werklieden in ondernemingen van 30 tot 59 werknemers en van tenminste 6 werklieden in ondernemingen met 60 werknemers en meer, dit alles in de loop van een periode van zestig kalenderdagen. Sectie 3. - Procedure

Art. 5.Wanneer zich onvoorzienbare en onvoorziene economische en/of financiële omstandigheden zouden voordoen waardoor bijvoorbeeld tijdelijke werkloosheid of andere equivalente maatregelen sociaal-economisch onhoudbaar worden, zal de volgende sectorale overlegprocedure - tijdens de welke niet tot ontslag kan worden overgegaan - worden nageleefd : 1. Wanneer de werkgever voornemens is over te gaan tot ontslag van meerdere werknemers, dat als meervoudig ontslag kan worden beschouwd, licht hij voorafgaandelijk de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, de vakbondsafgevaardigde in. In geval er geen ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging bestaat, licht hij voorafgaandelijk en individueel de betrokken werknemers schriftelijk in. 2. Binnen de vijftien kalenderdagen na de informatie aan de syndicale vertegenwoordigers van de werklieden dienen de partijen op ondernemingsvlak de besprekingen te starten over de maatregelen die ter zake kunnen worden genomen. Indien dit overleg niet tot een oplossing leidt, dan wordt binnen de acht kalenderdagen na het vaststellen van een niet-akkoord op ondernemingsvlak, beroep gedaan op het verzoeningsbureau op initiatief van de meest gerede partij. 3. In geval er geen ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging bestaat in de onderneming, kan, binnen de vijftien kalenderdagen na de informatie aan de werknemers, dezelfde overlegprocedure worden ingeleid op initiatief van de vakbondsorganisaties die de werklieden vertegenwoordigen. Deze procedure is eveneens van toepassing bij faillissement. Sectie 4. - Sanctie

Art. 6.Bij niet-naleving van de procedure bepaald in artikel 5, dient de in gebreke zijnde werkgever, naast de normale opzeggingstermijn, aan de betrokken werknemers een vergoeding te betalen. Deze vergoeding is gelijk aan het loon verschuldigd voor de genoemde opzeggingstermijn. In geval van betwisting wordt beroep gedaan op het verzoeningsbureau op vraag van de meest gerede partij. De afwezigheid van een werkgever op de in deze procedure voorziene bijeenkomst van het verzoeningsbureau wordt beschouwd als een niet-naleving van de bovenstaande procedure. De werkgever kan zich laten vertegenwoordigen door een bevoegde afgevaardigde behorende tot zijn onderneming. De sanctie is eveneens van toepassing op de werkgever die een unaniem advies van het verzoeningsbureau niet toepast. HOOFDSTUK III. - Geldigheid

Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1997 en loopt tot 30 juni 1999. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 januari 2001. De Minister van Werkgelegenheid,

Mme L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
^