Arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 17 octobre 2019, conclue au sein de la Commission paritaire pour les attractions touristiques, relative à la cotisation au fonds de sécurité d'existence | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 oktober 2019, gesloten in het Paritair Comité voor toeristische attracties, betreffende de bijdrage aan het fonds voor bestaanszekerheid |
---|---|
SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI, TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
6 MARS 2020. - Arrêté royal rendant obligatoire la convention | 6 MAART 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
collective de travail du 17 octobre 2019, conclue au sein de la | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 oktober 2019, |
Commission paritaire pour les attractions touristiques, relative à la | gesloten in het Paritair Comité voor toeristische attracties, |
cotisation au fonds de sécurité d'existence (1) | betreffende de bijdrage aan het fonds voor bestaanszekerheid (1) |
PHILIPPE, Roi des Belges, | FILIP, Koning der Belgen, |
A tous, présents et à venir, Salut. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
travail et les commissions paritaires, notamment l'article 28; | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; |
Vu la demande de la Commission paritaire pour les attractions | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor toeristische |
touristiques; | attracties; |
Sur la proposition de la Ministre de l'Emploi, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Nous avons arrêté et arrêtons : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Article 1er.Est rendue obligatoire la convention collective de |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
travail du 17 octobre 2019, reprise en annexe, conclue au sein de la | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 17 oktober 2019, |
Commission paritaire pour les attractions touristiques, relative à la | gesloten in het Paritair Comité voor toeristische attracties, |
cotisation au fonds de sécurité d'existence. | betreffende de bijdrage aan het fonds voor bestaanszekerheid. |
Art. 2.Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions est chargé de |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
l'exécution du présent arrêté. | dit besluit. |
Donné à Bruxelles, le 6 mars 2020. | Gegeven te Brussel, 6 maart 2020. |
PHILIPPE | FILIP |
Par le Roi : | Van Koningswege : |
La Ministre de l'Emploi, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |
_______ | _______ |
Note | Nota |
(1) Référence au Moniteur belge : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Annexe | Bijlage |
Commission paritaire pour les attractions touristiques | Paritair Comité voor toeristische attracties |
Convention collective de travail du 17 octobre 2019 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 17 oktober 2019 |
Cotisation au fonds de sécurité d'existence | Bijdrage aan het fonds voor bestaanszekerheid |
(Convention enregistrée le 20 novembre 2019 sous le numéro | (Overeenkomst geregistreerd op 20 november 2019 onder het nummer |
155333/CO/333) | 155333/CO/333) |
CHAPITRE Ier. - Champ d'application | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Article 1er.§ 1er. La présente convention collective de travail |
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing |
s'applique aux employeurs relevant de la compétence de la Commission | op de werkgevers die tot de bevoegdheid behoren van het Paritair |
paritaire pour les attractions touristiques et à leurs travailleurs. | Comité voor toeristische attracties en hun werknemers. |
§ 2. Par "travailleurs", il y a lieu d'entendre : les ouvriers et les | § 2. Onder "werknemers" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke |
employés masculins et féminins. | arbeiders en bedienden. |
CHAPITRE II. - Dispositions | HOOFDSTUK II. - Bepalingen |
Art. 2.La présente convention collective de travail est conclue en |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in |
exécution de l'article 14 de la convention collective de travail du 17 | uitvoering van artikel 14 van de collectieve arbeidsovereenkomst van |
octobre 2019 relative à l'instauration d'un fonds de sécurité | 17 oktober 2019 tot instelling van een fonds van bestaanszekerheid en |
d'existence et à la fixation de ses statuts. | tot vaststelling van zijn statuten. |
Art. 3.§ 1er. 0,10 p.c. de la masse salariale brute des travailleurs |
Art. 3.§ 1. 0,10 pct. van de brutoloonmassa van de werknemers onder |
sous contrat de travail sera versé en guise de cotisation au fonds | arbeidsovereenkomst wordt als bijdrage aan het fonds gestort voor de |
pour les groupes à risque comme prévu à l'article 3, 2° de la | risicogroepen zoals bepaald in artikel 3, 2° van de collectieve |
convention collective de travail relative à l'instauration d'un fonds | arbeidsovereenkomst van 17 oktober 2019 tot instelling van een fonds |
de sécurité d'existence et à la fixation de ses statuts, conformément | voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn statuten, |
à l'arrêté royal pris en exécution de la loi du 27 décembre 2006 | overeenkomstig het koninklijk besluit genomen in uitvoering van de wet |
portant des dispositions diverses (I), articles 188 à 195 (Moniteur | van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), artikelen 188 |
belge du 28 décembre 2006). | tot 195 (Belgisch Staatsblad van 28 december 2006). |
§ 2. 0,05 p.c. de la masse salariale brute des travailleurs sous | § 2. 0,05 pct. van de brutoloonmassa van de werknemers onder |
contrat de travail sera versé en guise de cotisation au fonds pour la | arbeidsovereenkomst wordt als bijdrage aan het fonds gestort voor de |
formation, et ce, sans préjudice de la cotisation de 0,10 p.c. pour | vorming, onverminderd de bijdrage van 0,10 pct. voor de risicogroepen |
les groupes à risque comme prévu à l'article 3, § 1er de cette | zoals bepaald in artikel 3, § 1 van deze collectieve |
convention collective de travail. | arbeidsovereenkomst. |
Art. 4.Pour le financement de l'avantage social (prime syndicale) : |
Art. 4.Voor de financiering van het sociaal voordeel (syndicale premie) wordt : |
- pour les entreprises de moins que 20 travailleurs, 0,10 p.c. de la | - voor de ondernemingen met minder dan 20 werknemers, 0,10 pct. van de |
masse salariale brute des travailleurs sous contrat de travail sera | brutoloonmassa van de werknemers onder arbeidsovereenkomst als |
versé en guise de cotisation au fonds; | bijdrage aan het fonds gestort; |
- pour les entreprises d'au moins 20 travailleurs, 0,20 p.c. de la | - voor de ondernemingen met minstens 20 werknemers, 0,20 pct. van de |
masse salariale brute des travailleurs sous contrat de travail sera | brutoloonmassa van de werknemers onder arbeidsovereenkomst als |
versé en guise de cotisation au fonds. | bijdrage aan het fonds gestort. |
Art. 5.Durée La présente convention collective de travail est conclue pour une durée indéterminée à partir du 1er janvier 2020, à l'exception de l'article 3 qui est en vigueur pour la période du 1er janvier 2020 au 31 décembre 2021. Elle peut être résiliée par une des parties moyennant un préavis de trois mois adressé par lettre recommandée au président de la Commission paritaire pour les attractions touristiques. Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 6 mars 2020. La Ministre de l'Emploi, |
Art. 5.Duur Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een onbepaalde duur vanaf 1 januari 2020, behalve artikel 3 welke geldt voor de periode van 1 januari 2020 tot 31 december 2021. Zij kan worden opgezegd door één der partijen, mits een opzegging van drie maanden gericht bij aangetekende brief aan de voorzitter van het Paritair Comité voor toeristische attracties. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 6 maart 2020. De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |