Arrêté du Gouvernement flamand modifiant certaines dispositions concernant les personnels des académies de l'enseignement artistique à temps partiel | Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van sommige bepalingen voor de personeelsleden van de academies voor deeltijds kunstonderwijs |
---|---|
AUTORITE FLAMANDE 24 MAI 2019. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant certaines dispositions concernant les personnels des académies de l'enseignement artistique à temps partiel LE GOUVERNEMENT FLAMAND, Vu le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du | VLAAMSE OVERHEID 24 MEI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van sommige bepalingen voor de personeelsleden van de academies voor deeltijds kunstonderwijs DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet rechtspositie personeelsleden |
personnel de l'enseignement communautaire, l'article 56ter, inséré par | gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, artikel 56ter, ingevoegd bij |
le décret du 15 juillet 2005 et modifié par les décrets des 7 juillet | het decreet van 15 juli 2005 en gewijzigd bij de decreten van 7 juli |
2006, 15 juin 2007 et 22 juin 2007, l'article 56quater, inséré par le | 2006, 15 juni 2007 en 22 juni 2007, artikel 56quater, ingevoegd bij |
décret du 22 juin 2007 et l'article 77, alinéa 1er ; | het decreet van 22 juni 2007, en artikel 77, eerste lid; |
Vu le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du | Gelet op het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd |
personnel de l'enseignement subventionné, l'article 51, alinéa 1er, | onderwijs van 27 maart 1991, artikel 51, eerste lid, artikel 74quater, |
l'article 74quater, inséré par le décret du 15 juillet 2005 et modifié | ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2005 en gewijzigd bij de |
par les décrets des 7 juillet 2006, 15 juin 2007 et 22 juin 2007, et | decreten van 7 juli 2006, 15 juni 2007 en 22 juni 2007 en artikel |
l'article 74quinquies, inséré par le décret du 22 juin 2007 ; | 74quinquies, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007; |
Vu la codification de certaines dispositions relatives à | Gelet op de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, |
l'enseignement codifiées le 28 octobre 2016, sanctionnée par le décret | gecodificeerd op 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 |
du 23 décembre 2016, les articles V.2 et V.4, modifiés par le décret | december 2016, artikel V.2 en V.4, gewijzigd bij het decreet XXIX van |
XXIX du 6 avril 2019, et les articles V.47, § 2, et V.48 ; | 6 april 2019, V.47, § 2, en artikel V.48; |
Vu l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 |
titres, aux échelles de traitement, au régime de prestations et au | betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het |
statut pécuniaire des membres du personnel directeur, du personnel | prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het |
d'appui et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements | bestuurs- en onderwijzend personeel, van het ondersteunend personeel |
d'enseignement artistique à temps partiel, domaine « Arts plastiques | en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor |
et audiovisuels » ; | deeltijds kunstonderwijs, domein Beeldende en audiovisuele kunst; |
Vu l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 |
titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut | betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het |
pécuniaire des membres du personnel directeur et enseignant, du | prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het |
personnel d'appui et du personnel auxiliaire d'éducation des | bestuurs- en onderwijzend personeel, van het ondersteunend personeel |
établissements d'enseignement artistique à temps partiel, domaines « | en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor |
Musique », « Arts de la parole-Théâtre » et « Danse » ; | deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-Drama" en |
Vu l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la | "Dans"; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 |
concordance d'office ; | betreffende de ambtshalve concordantie; |
Vu l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mai 2011 réglant le congé | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 2011 |
annuel de vacances du collaborateur administratif et de certains | betreffende de regeling van de jaarlijkse vakantie voor de |
membres du personnel administratif dans l'enseignement ; | administratief medewerker en voor bepaalde personeelsleden van het |
administratief personeel in het onderwijs; | |
Vu l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2018 relatif à la | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018 |
concordance individuelle dans l'enseignement artistique à temps | betreffende de individuele concordantie in het deeltijds |
partiel et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre | kunstonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse |
2006 relatif à la concordance d'office ; | Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie; |
Vu l'avis de l'Inspection des Finances rendu le 13 février 2019 ; | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 13 |
februari 2019; | |
Vu le protocole n° 135 du 5 avril 2019 portant les conclusions des | Gelet op protocol nr. 135 van 5 april 2019 houdende de conclusies van |
négociations menées en réunion commune du Comité sectoriel X, de la | de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke |
vergadering van Sectorcomité X, van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap | |
sous-section « Communauté flamande » de la section 2 du Comité des | van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke |
services publics provinciaux et locaux et du comité coordinateur de | overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité, |
négociation visé au décret du 5 avril 1995 portant création de comités | vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van |
de négociation dans l'enseignement libre subventionné ; | onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs; |
Vu le protocole n° 98 du 5 avril 2019 portant les conclusions des | Gelet op protocol nr. 98 van 5 april 2019 houdende de conclusies van |
négociations menées au sein du Comité flamand de négociation pour | de onderhandelingen die werden gevoerd in het Vlaams |
Onderhandelingscomité voor het Hoger Onderwijs en het Universitair | |
l'Enseignement supérieur et l'Universitair Ziekenhuis Gent, visé au | Ziekenhuis Gent, vermeld in de Codex Hoger Onderwijs, gecodificeerd op |
Code de l'Enseignement supérieur, codifié le 11 octobre 2013 ; | 11 oktober 2013; |
Vu l'avis 65.968/1 du Conseil d'Etat, donné le 13 mai 2019, en | Gelet op advies 65.968/1 van de Raad van State, gegeven op 13 mei |
application de l'article 84, § 1er, alinéa 1er, 2°, des lois sur le | 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973 ; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Sur la proposition de la ministre flamande de l'Enseignement, | Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs; |
Après délibération, | Na beraadslaging, |
Arrête : | Besluit : |
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du | HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van |
31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au | 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, |
régime de prestations et au statut pécuniaire des membres du personnel | het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het |
directeur, du personnel d'appui et du personnel auxiliaire d'éducation | bestuurs- en onderwijzend personeel, van het ondersteunend personeel |
des établissements d'enseignement artistique à temps partiel, domaine | en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor |
« Arts plastiques et audiovisuels » | deeltijds kunstonderwijs, domein Beeldende en audiovisuele kunst |
Article 1er.L'article 3, § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du |
Artikel 1.Aan artikel 3, § 2 van het besluit van 31 juli 1990 |
31 juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au | betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het |
régime de prestations et au statut pécuniaire des membres du personnel | prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het |
directeur, du personnel d'appui et du personnel auxiliaire d'éducation | bestuurs- en onderwijzend personeel, van het ondersteunend personeel |
des établissements d'enseignement artistique à temps partiel, domaine | en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor |
« Arts plastiques et audiovisuels », remplacé par l'arrêté du | deeltijds kunstonderwijs, domein Beeldende en audiovisuele kunst, |
Gouvernement flamand du 14 février 2003 et modifié par les arrêtés du | vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2003 |
Gouvernement flamand des 21 septembre 2007 et 19 juillet 2013, est | en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 september |
complété par les points 17° à 21° ainsi rédigés : | 2007 en 19 juli 2013, worden een punt 17° tot en met 21° toegevoegd, |
die luiden als volgt: | |
« 17° le diplôme de bachelor éducatif en enseignement maternel ; | "17° het diploma van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs; |
18° le diplôme de bachelor éducatif en enseignement primaire ; | 18° het diploma van educatieve bachelor in het lager onderwijs; |
19° le diplôme de bachelor éducatif en enseignement secondaire ; | 19° het diploma van educatieve bachelor in het secundair onderwijs; |
20° le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire ; | 20° het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs; |
21° le diplôme de master éducatif. ». | 21° het diploma van educatieve master.". |
Art. 2.Dans l'article 6, § 1er du même arrêté, modifié en dernier |
Art. 2.In artikel 6, § 1 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd |
lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2013, les | bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013, worden de |
modifications suivantes sont apportées : | volgende wijzigingen aangebracht: |
1° le point 2° bis est remplacé par ce qui suit : | 1° punt 2° bis wordt vervangen door wat volgt: |
« 2° bis. le diplôme de master, y compris le diplôme de master | "2° bis het diploma van master, met inbegrip van het diploma van |
éducatif ; » ; | educatieve master;"; |
2° dans le point 14° le point h) est remplacé par ce qui suit : | 2° in punt 14° wordt punt h) vervangen door wat volgt: |
« h) le diplôme de gradué délivré par un institut supérieur, y compris | "h) het diploma van gegradueerde, uitgereikt door een hogeschool, met |
le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire ; » ; | inbegrip van het diploma van educatief graduaat in het secundair |
3° le point 14° est complété par les points r) à t) ainsi rédigés : | onderwijs;"; 3° aan punt 14° worden een punt r) tot en met t) toegevoegd, die |
luiden als volgt: | |
« r) le diplôme de bachelor éducatif en enseignement maternel ; | "r) het diploma van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs; |
s) le diplôme de bachelor éducatif en enseignement primaire ; | s) het diploma van educatieve bachelor in het lager onderwijs; |
t) le diplôme de bachelor éducatif en enseignement secondaire ; » ; | t) het diploma van educatieve bachelor in het secundair onderwijs;"; |
4° le point 15° est complété par un point d) ainsi rédigé : | 4° aan punt 15° wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt: |
« d) le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire « danse | "d) het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs |
» ; ». | dans;"; |
5° dans le point 17°, le membre de phrase « le diplôme de gradué, | 5° in punt 17° wordt de zinsnede "het diploma van gegradueerde |
délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre | uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs, door een centrum voor |
d'éducation des adultes » est remplacé par le membre de phrase « le | volwassenenonderwijs" vervangen door de zinsnede "het diploma van |
diplôme de gradué, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel | gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs;". |
HBO-5 ; ». Art. 3.Dans l'article 7, § 1er du même arrêté, modifié en dernier |
Art. 3.In artikel 7, § 1 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd |
lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2018, les | bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018, worden de |
modifications suivantes sont apportées : | volgende wijzigingen aangebracht: |
1° le point 7° est remplacé par ce qui suit : | 1° punt 7° wordt vervangen door wat volgt: |
« 7° un titre de l'enseignement supérieur de type court (en abrégé | "7° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type |
ESTC) : un des diplômes de base visés à l'article 6, § 1er, 7°, 13°, | (afgekort: HOKT): een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, § |
14°, a) à k), 15°, c) et d), 16° ou 17° ; » ; | 1, 7°, 13°, 14°, a) tot en met k), 15°, c) en d), 16° of 17° ;"; |
2° le point 32° est abrogé. | 2° punt 32° wordt opgeheven. |
Art. 4.Dans l'article 8, § 7 du même arrêté, inséré par l'arrêté du |
Art. 4.In artikel 8, § 7, tweede lid van hetzelfde besluit, ingevoegd |
Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 et modifié par l'arrêté du | bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 en |
Gouvernement flamand du 4 septembre 2009, le membre de phrase « | gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september |
l'article 6, point 14°, e), f), g), j), k) et o), » est remplacé par | 2009, wordt de zinsnede "artikel 6, punt 14°, e), f), g), j), k) en |
le membre de phrase « l'article 6, § 1er, 14°, e), f), g), j), k), o) | o)," vervangen door de zinsnede "artikel 6, § 1, 14°, e), f), g), j), |
et t), ». | k), o) en t),". |
Art. 5.Dans l'article 10 du même arrêté, le paragraphe 1er est |
Art. 5.In artikel 10 van hetzelfde besluit, wordt paragraaf 1 |
remplacé par ce qui suit : | vervangen door wat volgt: |
« § 1er. Pour l'application de l'article 2, les titres dont les | " § 1. Voor de toepassing van artikel 2 worden de bekwaamheidsbewijzen |
membres du personnel mentionnés à l'article 1er du présent arrêté | waarvan de personeelsleden, bedoeld in artikel 1 van dit besluit, |
doivent être porteurs sont énumérés dans l'annexe « arts plastiques et | houder moeten zijn, opgesomd in de bijlage beeldende en audiovisuele |
audiovisuels », jointe au présent arrêté. Cette annexe peut être mise | kunst, gevoegd bij dit besluit. Deze bijlage kan jaarlijks |
à jour annuellement. Les demandes de mise à jour sont présentées au | geactualiseerd worden. Vragen tot actualisatie worden ten laatste |
service compétent au plus tard pour les vacances de Noël. ». | tegen de kerstvakantie ingediend bij de bevoegde dienst.". |
Art. 6.L'annexe Ire au même arrêté, remplacée par l'arrêté du |
Art. 6.Bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van |
Gouvernement flamand du 8 juin 2018, est remplacée par l'annexe 1re | de Vlaamse Regering van 8 juni 2018, wordt vervangen door de bijlage, |
jointe au présent arrêté. | die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd. |
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 | HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van |
juillet 1990 relatif aux titres, aux traitements, au régime de | 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, |
prestations et au statut pécuniaire des membres du personnel directeur | het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het |
et enseignant, du personnel d'appui et du personnel auxiliaire | bestuurs- en onderwijzend personeel, van het ondersteunend personeel |
d'éducation des établissements d'enseignement artistique à temps | en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor |
partiel, domaines « Musique », « Arts de la parole-Théâtre » et « | deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-Drama" en |
Danse » | "Dans" |
Art. 7.L'article 3, § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 |
Art. 7.Aan artikel 3, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering |
juillet 1990 relatif aux titres, aux échelles de traitement, au régime | van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de |
de prestations et au statut pécuniaire des membres du personnel | salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de |
leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het | |
directeur, du personnel d'appui et du personnel auxiliaire d'éducation | ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de |
des établissements d'enseignement artistique à temps partiel, domaines | onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen |
« Musique », « Arts de la parole » et « Danse », remplacé par l'arrêté | "Muziek", "Woordkunst-Drama" en "Dans", vervangen bij het besluit van |
du Gouvernement flamand du 14 février 2003 et modifié par les arrêtés | de Vlaamse Regering van 14 februari 2003 en gewijzigd bij de besluiten |
du Gouvernement flamand des 21 septembre 2007 et 19 juillet 2013, il | van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 en 19 juli 2013, worden |
est complété par les points 17° à 21° ainsi rédigés : | een punt 17° tot en met 21° toegevoegd, die luiden als volgt: |
« 17° le diplôme de bachelor éducatif en enseignement maternel ; | "17° het diploma van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs; |
18° le diplôme de bachelor éducatif en enseignement primaire ; | 18° het diploma van educatieve bachelor in het lager onderwijs; |
19° le diplôme de bachelor éducatif en enseignement secondaire ; | 19° het diploma van educatieve bachelor in het secundair onderwijs; |
20° le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire ; | 20° het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs; |
21° le diplôme de master éducatif. ». | 21° het diploma van educatieve master.". |
Art. 8.Dans l'article 6, § 1er du même arrêté, modifié en dernier |
Art. 8.In artikel 6, § 1 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd |
lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2013, les | bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013, worden de |
modifications suivantes sont apportées : | volgende wijzigingen aangebracht: |
1° le point 2° bis est remplacé par ce qui suit : | 1° punt 2° bis wordt vervangen door wat volgt: |
« 2° bis. le diplôme de master, y compris le diplôme de master | "2° bis het diploma van master, met inbegrip van het diploma van |
éducatif ; » ; | educatieve master;"; |
2° dans le point 14° le point h) est remplacé par ce qui suit : | 2° in punt 14° wordt punt h) vervangen door wat volgt: |
« h) le diplôme de gradué délivré par un institut supérieur, y compris | "h) het diploma van gegradueerde, uitgereikt door een hogeschool, met |
le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire ; » ; | inbegrip van het diploma van educatief graduaat in het secundair |
3° le point 14° est complété par les points r) à t) ainsi rédigés : | onderwijs;"; 3° aan punt 14° worden een punt r) tot en met t) toegevoegd, die |
luiden als volgt: | |
« r) le diplôme de bachelor éducatif en enseignement maternel ; | "r) het diploma van educatieve bachelor in het kleuteronderwijs; |
s) le diplôme de bachelor éducatif en enseignement primaire ; | s) het diploma van educatieve bachelor in het lager onderwijs; |
t) le diplôme de bachelor éducatif en enseignement secondaire ; » ; | t) het diploma van educatieve bachelor in het secundair onderwijs;"; |
4° le point 15° est complété par un point d) ainsi rédigé : | 4° aan punt 15° wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt: |
« d) le diplôme de graduat éducatif en enseignement secondaire « danse | "d) het diploma van educatief graduaat in het secundair onderwijs |
» ; ». | dans;"; |
5° dans le point 17°, le membre de phrase « le diplôme de gradué, | 5° in punt 17° wordt de zinsnede "het diploma van gegradueerde, |
délivré dans l'enseignement supérieur professionnel par un centre | uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs, door een centrum voor |
d'éducation des adultes » est remplacé par le membre de phrase « le | volwassenenonderwijs" vervangen door de zinsnede "het diploma van |
diplôme de gradué, délivré dans l'enseignement supérieur professionnel | gegradueerde, uitgereikt in het hoger beroepsonderwijs;". |
HBO-5 ; ». Art. 9.Dans l'article 7, § 1er du même arrêté, modifié en dernier |
Art. 9.In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd |
lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2018, les | bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018, worden de |
modifications suivantes sont apportées : | volgende wijzigingen aangebracht: |
1° le point 7° est remplacé par ce qui suit : | 1° punt 7° wordt vervangen door wat volgt: |
« 7° un titre de l'enseignement supérieur de type court (en abrégé | "7° een bekwaamheidsbewijs van het hoger onderwijs van het korte type |
ESTC) : un des diplômes de base visés à l'article 6, § 1er, 7°, 13°, | (afgekort: HOKT): een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, § |
14°, a) à k), 15°, c) et d), 16° ou 17° ; » ; | 1, 7°, 13°, 14°, a) tot en met k), 15°, c) en d), 16° of 17° ;"; |
2° le point 32° est abrogé. | 2° punt 32° wordt opgeheven. |
Art. 10.Dans l'article 8, § 9 du même arrêté, inséré par l'arrêté du |
Art. 10.In artikel 8, § 9, tweede lid, van hetzelfde besluit, |
Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 et modifié par l'arrêté du | ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september |
Gouvernement flamand du 4 septembre 2009, le membre de phrase « | 2007 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 |
l'article 6, point 14°, e), f), g), j), k) et o), » est remplacé par | september 2009, wordt de zinsnede "artikel 6, punt 14°, e), f), g), |
le membre de phrase « l'article 6, § 1er, 14°, e), f), g), j), k), o) | j), k) en o)," vervangen door de zinsnede "artikel 6, § 1, 14°, e), |
et t), ». | f), g), j), k), o) en t),". |
Art. 11.Dans l'article 10 du même arrêté, le paragraphe 1er est |
Art. 11.In artikel 10 van hetzelfde besluit, wordt paragraaf 1 |
remplacé par ce qui suit : | vervangen door wat volgt: |
« § 1er. Pour l'application de l'article 2, les titres dont les | " § 1. Voor de toepassing van artikel 2 worden de bekwaamheidsbewijzen |
membres du personnel mentionnés à l'article 1er du présent arrêté | waarvan de personeelsleden, bedoeld in artikel 1 van dit besluit, |
doivent être porteurs sont énumérés dans l'annexe « Musique, Arts de la parole et Danse », jointe au présent arrêté. Cette annexe peut être mise à jour annuellement. Les demandes de mise à jour sont présentées au service compétent au plus tard pour les vacances de Noël. ». Art. 12.Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2018, il est inséré les articles 15duodecies à 15sexiesdecies ainsi rédigés : « Art. 15duodecies.Des mesures transitoires s'appliquent aux membres du personnel qui : 1° sont nommés à titre définitif au plus tard le 31 août 2019 dans la discipline artistique `pratique musicale instrumentale en groupe : musique ancienne' ; 2° au cours de l'année scolaire 2018-2019, ont été nommés temporairement ou ont été chargés temporairement d'une mission dans la discipline artistique `pratique musicale instrumentale en groupe : musique ancienne'. Les membres du personnel visés au premier alinéa qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2019, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour la discipline artistique `pratique musicale instrumentale en groupe : musique ancienne' et qui à partir du 1er septembre 2019 ne sont plus porteur d'un titre requis pour la discipline artistique `pratique musicale instrumentale en groupe : musique ancienne', sont quand même réputés porteur d'un titre requis pour la discipline artistique `pratique musicale instrumentale en groupe : musique ancienne'. Les mesures transitoires visées au deuxième alinéa sont attribuées le 1er février 2019, en tenant compte des dispositions suivantes : 1° les membres du personnel visés au premier alinéa, 1° conservent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités ; 2° les membres du personnel visés au premier alinéa, 2° conservent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service de manière ininterrompue dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et tant qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : a) les périodes de vacances ; b) l'interruption de carrière et le crédit-soins ; c) le service militaire ; d) les périodes de rappel sous les armes ; e) les congés de maladie et de maternité ; f) les congés parentaux non rémunérés ; g) les périodes d'écartement d'un risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ; h) les congés de courte durée avec maintien du traitement (ou de la subvention-traitement) à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ; i) les congés sans maintien du traitement (ou de la subvention-traitement) dont la durée ne dépasse pas six jours ouvrables par année scolaire ; j) une interruption d'une période continue de deux années civiles au maximum. Art. 15terdecies.Des mesures transitoires s'appliquent aux membres du personnel qui : 1° sont nommés à titre définitif au plus tard le 31 août 2019 dans la discipline artistique `pratique musicale vocale en groupe : classique' ; 2° au cours de l'année scolaire 2018-2019, ont été nommés temporairement ou ont été chargés temporairement d'une mission dans la discipline artistique `pratique musicale vocale en groupe : classique'. Les membres du personnel visés au premier alinéa qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2019, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour la discipline artistique `pratique musicale vocale en groupe : classique' et qui à partir du 1er septembre 2019 ne sont plus porteur d'un titre requis pour la discipline artistique `pratique musicale vocale en groupe : classique', sont quand même réputés porteur d'un titre requis pour la discipline artistique `pratique musicale vocale en groupe : classique'. Les mesures transitoires visées au deuxième alinéa sont attribuées le 1er février 2019, en tenant compte des dispositions suivantes : 1° les membres du personnel visés au deuxième alinéa, 1° conservent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités ; 2° les membres du personnel visés au deuxième alinéa, 2° conservent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service de manière ininterrompue dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et tant qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : a) les périodes de vacances ; b) l'interruption de carrière et le crédit-soins ; c) le service militaire ; d) les périodes de rappel sous les armes ; e) les congés de maladie et de maternité ; f) les congés parentaux non rémunérés ; g) les périodes d'écartement d'un risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ; h) les congés de courte durée avec maintien du traitement (ou de la subvention-traitement) à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ; i) les congés sans maintien du traitement (ou de la subvention-traitement) dont la durée ne dépasse pas six jours ouvrables par année scolaire ; j) une interruption d'une période continue de deux années civiles au maximum. ». Art. 15quaterdecies.Des mesures transitoires s'appliquent aux membres du personnel qui : 1° sont nommés à titre définitif au plus tard le 31 août 2019 dans la discipline artistique `atelier musical/théâtre musical' ; 2° au cours de l'année scolaire 2018-2019, ont été nommés temporairement ou ont été chargés temporairement d'une mission dans la discipline artistique `atelier musical/théâtre musical'. Les membres du personnel visés au premier alinéa qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2019, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour la discipline artistique `atelier musical/théâtre musical' et qui à partir du 1er septembre 2019 ne sont plus porteur d'un titre jugé suffisant soit pour la discipline artistique `atelier musical', soit la discipline artistique `atelier opéra/théâtre musical', pour laquelle ils ont obtenu en application d'une des dispositions suivantes une concordance individuelle, sont réputés porteur d'un titre jugé suffisant pour la discipline artistique concernée : 1° l'article 56quater du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ; 2° l'article 74quinquies du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné. Les mesures transitoires visées au deuxième alinéa sont attribuées le 1er février 2019, en tenant compte des dispositions suivantes : 1° les membres du personnel visés au deuxième alinéa, 1° conservent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités ; 2° les membres du personnel visés au deuxième alinéa, 2° conservent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service de manière ininterrompue dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et tant qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : a) les périodes de vacances ; b) l'interruption de carrière et le crédit-soins ; c) le service militaire ; d) les périodes de rappel sous les armes ; e) les congés de maladie et de maternité ; f) les congés parentaux non rémunérés ; g) les périodes d'écartement d'un risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ; h) les congés de courte durée avec maintien du traitement (ou de la subvention-traitement) à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ; i) les congés sans maintien du traitement (ou de la subvention-traitement) dont la durée ne dépasse pas six jours ouvrables par année scolaire ; j) une interruption d'une période continue de deux années civiles au maximum. Art. 15quinquiesdecies.Des mesures transitoires s'appliquent aux membres du personnel qui : 1° sont nommés à titre définitif au plus tard le 31 août 2018 dans la discipline artistique `déclamation' ; 2° ont été temporairement désignés ou chargés d'une mission dans la discipline artistique `déclamation' au cours des années scolaires 2015-2016, 2016-2017 ou 2017-2018. Les membres du personnel visés au premier alinéa qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2018, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour la discipline artistique `déclamation' et qui ne sont pas porteur d'un titre requis pour les disciplines artistiques `labo parole' ou `studio parole', pour lesquelles ils ont obtenu en application d'une des dispositions suivantes une concordance individuelle, sont réputés porteur d'un titre requis pour les disciplines `labo parole' et `studio parole' : 1° l'article 56ter du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ; 2° l'article 74quater du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné. Les membres du personnel visés au premier alinéa qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2018, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour la discipline artistique `déclamation' et qui ne sont pas porteur d'un titre jugé suffisant pour les disciplines artistiques `labo parole' ou `studio parole', pour lesquelles ils ont obtenu en application d'une des dispositions suivantes une concordance individuelle, sont réputés porteur d'un titre jugé suffisant pour les disciplines `labo parole' et `studio parole' : 1° l'article 56ter du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ; 2° l'article 74quater du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné. Les mesures transitoires visées aux alinéas 2 et 3 sont attribuées le 1er septembre 2019, en tenant compte des dispositions suivantes : 1° les membres du personnel visés au deuxième alinéa, 1° conservent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités ; 2° les membres du personnel visés au deuxième alinéa, 2° conservent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service de manière ininterrompue dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et tant qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : a) les périodes de vacances ; b) l'interruption de carrière et le crédit-soins ; c) le service militaire ; d) les périodes de rappel sous les armes ; e) les congés de maladie et de maternité ; f) les congés parentaux non rémunérés ; g) les périodes d'écartement d'un risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ; h) les congés de courte durée avec maintien du traitement (ou de la subvention-traitement) à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ; i) les congés sans maintien du traitement (ou de la subvention-traitement) dont la durée ne dépasse pas six jours ouvrables par année scolaire ; j) une interruption d'une période continue de deux années civiles au maximum. Art. 15sexiesdecies.Des mesures transitoires s'appliquent aux membres du personnel qui : 1° sont nommés à titre définitif au plus tard le 31 août 2018 dans la discipline artistique `drame' ; 2° ont été temporairement désignés ou chargés d'une mission dans la discipline artistique `drame' au cours des années scolaires 2015-2016, 2016-2017 ou 2017-2018. Les membres du personnel visés au premier alinéa qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2018, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre requis pour la discipline artistique `drame' et qui ne sont pas porteur d'un titre requis pour les disciplines artistiques `labo parole' ou `studio parole', pour lesquelles ils ont obtenu en application d'une des dispositions suivantes une concordance individuelle, sont réputés porteur d'un titre requis pour les disciplines `labo parole' et `studio parole' : 1° l'article 56ter du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ; 2° l'article 74quater du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné. Les membres du personnel visés au premier alinéa qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 2018, étaient porteurs, par disposition organique ou par mesure transitoire, d'un titre jugé suffisant pour la discipline artistique `drame' et qui ne sont pas porteur d'un titre jugé suffisant pour les disciplines artistiques `labo parole' ou `studio parole', pour lesquelles ils ont obtenu en application d'une des dispositions suivantes une concordance individuelle, sont réputés porteur d'un titre jugé suffisant pour les disciplines `labo parole' et `studio parole' : 1° l'article 56ter du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire ; 2° l'article 74quater du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné. Les mesures transitoires visées aux alinéas 2 et 3 sont attribuées le 1er septembre 2019, en tenant compte des dispositions suivantes : 1° les membres du personnel visés au deuxième alinéa, 1° conservent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités ; 2° les membres du personnel visés au deuxième alinéa, 2° conservent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service de manière ininterrompue dans l'enseignement, à l'exception des instituts supérieurs et des universités, et tant qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la présente disposition, les périodes suivantes ne sont pas considérées comme interruption : a) les périodes de vacances ; b) l'interruption de carrière et le crédit-soins ; c) le service militaire ; d) les périodes de rappel sous les armes ; e) les congés de maladie et de maternité ; f) les congés parentaux non rémunérés ; g) les périodes d'écartement d'un risque de maladie professionnelle ou de protection de la maternité ; h) les congés de courte durée avec maintien du traitement (ou de la subvention-traitement) à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social ; i) les congés sans maintien du traitement (ou de la subvention-traitement) dont la durée ne dépasse pas six jours ouvrables par année scolaire ; j) une interruption d'une période continue de deux années civiles au maximum. ». Art. 13.L'annexe Ire au même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2018, est remplacée par l'annexe qui est jointe en annexe 2 au présent arrêté. CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office Art. 14.L'annexe VI à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office, ajoutée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009 et remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2018, est remplacée par l'annexe qui est jointe en annexe 3 au présent arrêté. Art. 15.L'annexe VI à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office, ajoutée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009 et remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2018, est remplacée par l'annexe qui est jointe en annexe 4 au présent arrêté. CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mai 2011 réglant le congé annuel de vacances du collaborateur administratif et de certains membres du personnel administratif dans l'enseignement Art. 16.L'article 2, 9° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mai 2011 réglant le congé annuel de vacances du collaborateur administratif et de certains membres du personnel administratif dans l'enseignement est complété par la phrase suivante : « Pour une institution de l'enseignement artistique à temps partiel il s'agit des jours de vacance facultatifs, visés aux articles 28, alinéa 1er, et 29 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif à l'offre de formation, à l'organisation, à la formation de personnel, à la perception du droit d'inscription et à la certification de l'enseignement artistique à temps partiel. ». CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2018 relatif à la concordance individuelle dans l'enseignement artistique à temps partiel et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office Art. 17.Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2018 relatif à la concordance individuelle dans l'enseignement artistique à temps partiel et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 relatif à la concordance d'office, dont le texte actuel constituera le paragraphe 1er, il est inséré un paragraphe 2 ainsi rédigé : « § 2. Egalement le 1er septembre 2019, une concordance individuelle peut être accordée dans une académie d'enseignement artistique à temps partiel. Cette concordance individuelle peut être accordée aux membres du personnel nommés dans la fonction d'enseignant de la discipline artistique `atelier : musical/théâtre musical', de la discipline artistique `pratique musicale vocale en groupe : musical/théâtre musical', de la discipline artistique `chant : musical/théâtre musical', de la discipline générale `histoire musicale : musical/théâtre musical' ou de la discipline générale `culture musicale : musical/théâtre musical' et qui répondent à l'une des conditions suivantes : 1° être nommé à titre définitif au plus tard le 31 août 2019 dans l'une des disciplines mentionnées ci-dessus ; 2° avoir été temporairement désigné à ou temporairement chargé d'une mission dans l'une des disciplines mentionnées ci-dessus pendant l'année scolaire 2018-2019. ». Art. 18.L'article 4 du même arrêté est remplacé par ce qui suit : « Art. 4.Dans le cas d'une concordance individuelle visée à l'article 2, § 1er, le formulaire de concordance signé individuellement doit être soumis à l'Agence des services d'Enseignement pour le 15 septembre 2018 au plus tard. Dans le cas d'une concordance individuelle visée à l'article 2, § 2, le formulaire de concordance signé individuellement doit être soumis à l'Agence des services d'Enseignement pour le 15 septembre 2019 au plus tard. ». Art. 19.Dans l'article 5, § 1er du même arrêté, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit : « Si le pouvoir organisateur a omis de prendre une décision, le membre du personnel peut introduire jusqu'au 5 octobre 2018 une réclamation motivée, lorsqu'il s'agit d'une concordance individuelle visée à l'article 2, § 1er. S'il s'agit d'une concordance individuelle visée à l'article 2, § 2, la date butoir pour la réclamation motivée est le 5 octobre 2019. ». Art. 20.L'annexe au même arrêté est remplacée par l'annexe jointe comme annexe 5 au présent arrêté. CHAPITRE 6. - Dispositions finales Art. 21.Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2019. Les articles 14 et 16 produisent leurs effets à partir du 1er septembre 2018. Art. 22.Le ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté. Bruxelles, le 24 mai 2019. Le Ministre-président du Gouvernement flamand, G. BOURGEOIS La Ministre flamande de l'Enseignement, |
houder moeten zijn, opgesomd in de bijlage muziek, woordkunst-drama en dans, gevoegd bij dit besluit. Deze bijlage kan jaarlijks geactualiseerd worden. Vragen tot actualisatie worden ten laatste tegen de kerstvakantie ingediend bij de bevoegde dienst.". Art. 12.In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018, worden een artikel 15duodecies tot en met een artikel 15sexiesdecies ingevoegd, die luiden als volgt: " Art. 15duodecies.Er gelden overgangsmaatregelen voor de personeelsleden die: 1° uiterlijk op 31 augustus 2019 vastbenoemd zijn in het kunstvak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek; 2° in de loop van het schooljaar 2018-2019 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn geweest met een opdracht in het kunstvak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek. De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2019, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het kunstvak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek en die vanaf 1 september 2019 geen vereist bekwaamheidsbewijs meer hebben voor het kunstvak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek, worden geacht alsnog in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het kunstvak groepsmusiceren instrumentaal oude muziek. De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, worden toegekend op 1 september 2019, rekening houdend met de onderstaande bepalingen: 1° de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd; 2° de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd: a) de vakantieperioden; b) de loopbaanonderbreking en zorgkrediet; c) de militaire dienst; d) de perioden van wederoproeping; e) de ziekte- en bevallingsverloven; f) de onbezoldigde ouderschapsverloven; g) de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming; h) de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard; i) de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar; j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.". Art. 15terdecies.Er gelden overgangsmaatregelen voor de personeelsleden die 1° uiterlijk op 31 augustus 2019 vastbenoemd zijn in het kunstvak groepsmusiceren vocaal klassiek; 2° in de loop van het schooljaar 2018-2019 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn geweest met een opdracht in het kunstvak groepsmusiceren vocaal klassiek. De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2019, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het kunstvak groepsmusiceren vocaal klassiek en die vanaf 1 september 2019 geen vereist bekwaamheidsbewijs meer hebben voor het kunstvak groepsmusiceren vocaal klassiek, worden geacht alsnog in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het kunstvak groepsmusiceren vocaal klassiek. De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, worden toegekend op 1 september 2019, rekening houdend met de onderstaande bepalingen: 1° de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd; 2° de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd: a) de vakantieperioden; b) de loopbaanonderbreking en zorgkrediet; c) de militaire dienst; d) de perioden van wederoproeping; e) de ziekte- en bevallingsverloven; f) de onbezoldigde ouderschapsverloven; g) de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming; h) de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard; i) de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar; j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.". Art. 15quaterdecies.Er gelden overgangsmaatregelen voor de personeelsleden die 1° uiterlijk op 31 augustus 2019 vastbenoemd zijn in het kunstvak atelier musical/muziektheater; 2° in de loop van het schooljaar 2018-2019 tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast zijn geweest met een opdracht in het kunstvak atelier musical/muziektheater. De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2019, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het kunstvak atelier musical/muziektheater en die vanaf 1 september 2019 geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs meer hebben voor hetzij het kunstvak atelier musical, hetzij het kunstvak atelier opera/muziektheater, waarvoor ze met toepassing van een van de volgende bepalingen een individuele concordantie verkregen hebben, worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het betrokken kunstvak: 1° artikel 56quater van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991; 2° artikel 74quinquies van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, worden toegekend op 1 september 2019, rekening houdend met de onderstaande bepalingen: 1° de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd; 2° de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd: a) de vakantieperioden; b) de loopbaanonderbreking en zorgkrediet; c) de militaire dienst; d) de perioden van wederoproeping; e) de ziekte- en bevallingsverloven; f) de onbezoldigde ouderschapsverloven; g) de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming; h) de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard; i) de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar; j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren."; Art. 15quinquiesdecies.Er gelden overgangsmaatregelen voor de personeelsleden die 1° uiterlijk op 31 augustus 2018 vastbenoemd zijn in het kunstvak voordracht; 2° tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in het kunstvak voordracht in de loop van de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 of 2017-2018. De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2018, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het kunstvak voordracht, en geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor de kunstvakken woordlab of woordstudio, waarvoor ze met toepassing van een van de volgende bepalingen een ambtshalve concordantie verkregen hebben, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor de vakken woordlab en woordstudio: 1° artikel 56ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991; 2° artikel 74quater van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2018, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het kunstvak voordracht, en geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor de kunstvakken woordlab of woordstudio, waarvoor ze met toepassing van een van de volgende bepalingen een ambtshalve concordantie verkregen hebben, worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor de vakken woordlab en woordstudio: 1° artikel 56ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991; 2° artikel 74quater van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede en derde lid, worden toegekend op 1 september 2019, rekening houdend met de onderstaande bepalingen: 1° de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd; 2° de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd: a) de vakantieperioden; b) de loopbaanonderbreking en zorgkrediet; c) de militaire dienst; d) de perioden van wederoproeping; e) de ziekte- en bevallingsverloven; f) de onbezoldigde ouderschapsverloven; g) de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming; h) de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard; i) de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar; j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren. Art. 15sexiesdecies.Er gelden overgangsmaatregelen voor de personeelsleden die 1° uiterlijk op 31 augustus 2018 vastbenoemd zijn in het kunstvak drama; 2° tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in het kunstvak drama in de loop van de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 of 2017-2018. De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2018, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het kunstvak drama, en geen vereist bekwaamheidsbewijs hebben voor de kunstvakken woordlab of woordstudio, waarvoor ze met toepassing van een van de volgende bepalingen een ambtshalve concordantie verkregen hebben, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor de vakken woordlab en woordstudio: 1° artikel 56ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991; 2° artikel 74quater van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, die op basis van de reglementering die van kracht was voor 1 september 2018, organiek of via overgangsmaatregelen, in het bezit waren van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor het kunstvak drama en geen voldoende geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor de kunstvakken woordlab of woordstudio, waarvoor ze met toepassing van een van de volgende bepalingen een ambtshalve concordantie verkregen hebben, worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor de vakken woordlab en woordstudio: 1° artikel 56ter van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991; 2° artikel 74quater van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. De overgangsmaatregelen, vermeld in het tweede en derde lid, worden toegekend op 1 september 2019, rekening houdend met de onderstaande bepalingen: 1° de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd; 2° de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, de hogescholen en universiteiten uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd: a) de vakantieperioden; b) de loopbaanonderbreking en zorgkrediet; c) de militaire dienst; d) de perioden van wederoproeping; e) de ziekte- en bevallingsverloven; f) de onbezoldigde ouderschapsverloven; g) de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming; h) de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard; i) de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar; j) een onderbreking van een doorlopende periode van maximaal twee kalenderjaren.". Art. 13.Bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018, wordt vervangen door de bijlage, die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie Art. 14.Bijlage VI bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018, wordt vervangen door de bijlage, die als bijlage 3, bij dit besluit is gevoegd. Art. 15.Bijlage VI bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018, wordt vervangen door de bijlage, die als bijlage 4, bij dit besluit is gevoegd. HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 2011 betreffende de regeling van de jaarlijkse vakantie voor de administratief medewerker en voor bepaalde personeelsleden van het administratief personeel in het onderwijs Art. 16.Aan artikel 2, 9°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 mei 2011 betreffende de regeling van de jaarlijkse vakantie voor de administratief medewerker en voor bepaalde personeelsleden van het administratief personeel in het onderwijs wordt de volgende zin toegevoegd: "Voor een instelling van het deeltijds kunstonderwijs gaat het om de facultatieve vakantiedagen, vermeld in artikel 28, eerste lid en artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs.". HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018 betreffende de individuele concordantie in het deeltijds kunstonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie Art. 17.Aan artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018 betreffende de individuele concordantie in het deeltijds kunstonderwijs en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 2. Ook op 1 september 2019 kan in een academie van het deeltijds kunstonderwijs een individuele concordantie toegekend worden. Die individuele concordantie kan toegekend worden aan de personeelsleden, die in het ambt van leraar aangesteld zijn in hetzij het kunstvak atelier musical/muziektheater, hetzij het kunstvak groepsmusiceren vocaal musical/muziektheater, hetzij het kunstvak zang musical/muziektheater, hetzij het algemeen vak muziekgeschiedenis: musical/muziektheater, hetzij het algemeen vak muziekcultuur: musical/muziektheater en aan een van de volgende voorwaarden voldoen: 1° uiterlijk op 31 augustus 2019 vastbenoemd zijn in een van de hierboven vermelde vakken; 2° tijdelijk aangesteld geweest zijn of tijdelijk belast geweest zijn met een opdracht in een van de hierboven vermelde vakken tijdens het schooljaar 2018-2019.". Art. 18.Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: " Art. 4.In het geval van een individuele concordantie, als vermeld in artikel 2, § 1 moet het individueel ondertekende concordantieformulier uiterlijk op 15 september 2018 ingediend worden bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten. In het geval van een individuele concordantie, als vermeld in artikel 2, § 2 moet het individueel ondertekende concordantieformulier uiterlijk op 15 september 2019 ingediend worden bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten.". Art. 19.In artikel 5, § 1 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: "Als de inrichtende macht nagelaten heeft een beslissing te nemen, kan het personeelslid tot uiterlijk 5 oktober 2018 een gemotiveerd bezwaarschrift indienen, wanneer het een individuele concordantie betreft, als vermeld in artikel 2, § 1. Als het een individuele concordantie betreft, als vermeld in artikel 2, § 2, kan het personeelslid dat tot uiterlijk 5 oktober 2019 doen.". Art. 20.De bijlage bij hetzelfde besluit, wordt vervangen door de bijlage, die als bijlage 5, bij dit besluit is gevoegd. HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen Art. 21.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2019. Artikel 14 en 16 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2018. Art. 22.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 24 mei 2019. De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Onderwijs, H. CREVITS Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
H. CREVITS . | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |