← Retour vers "Extrait de l'arrêt n o 148/2018 du 8 novembre 2018 Numéro du rôle : 6640 En
cause : la question préjudicielle relative à l'article 2244 du Code civil, posée par la Cour d'appel
de Bruxelles. La Cour constitutionnelle, composée après
en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : I. Objet de la question préjudicielle et procédu(...)"
Extrait de l'arrêt n o 148/2018 du 8 novembre 2018 Numéro du rôle : 6640 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 2244 du Code civil, posée par la Cour d'appel de Bruxelles. La Cour constitutionnelle, composée après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : I. Objet de la question préjudicielle et procédu(...) | Uittreksel uit arrest nr. 148/2018 van 8 november 2018 Rolnummer 6640 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grondwettelijk Hof, samengesteld wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
---|---|
COUR CONSTITUTIONNELLE | GRONDWETTELIJK HOF |
Extrait de l'arrêt no 148/2018 du 8 novembre 2018 | Uittreksel uit arrest nr. 148/2018 van 8 november 2018 |
Numéro du rôle : 6640 | Rolnummer 6640 |
En cause : la question préjudicielle relative à l'article 2244 du Code | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 2244 van het |
civil, posée par la Cour d'appel de Bruxelles. | Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. |
La Cour constitutionnelle, | Het Grondwettelijk Hof, |
composée des présidents F. Daoût et A. Alen, et des juges L. Lavrysen, | samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. |
J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. | Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, |
Nihoul, T. Giet et R. Leysen, assistée du greffier P.-Y. Dutilleux, | P. Nihoul, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. |
présidée par le président F. Daoût, | Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût, |
après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Objet de la question préjudicielle et procédure | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Par arrêt du 23 février 2017 en cause de Marc Lammeretz contre l'Etat | Bij arrest van 23 februari 2017 in zake Marc Lammeretz tegen de |
Belgische Staat, FOD Binnenlandse Zaken, en de Belgische Staat, FOD | |
belge, SPF Intérieur, et l'Etat belge, SPF Finances, dont l'expédition | Financiën, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen |
est parvenue au greffe de la Cour le 15 mars 2017, la Cour d'appel de | op 15 maart 2017, heeft het Hof van Beroep te Brussel de volgende |
Bruxelles a posé la question préjudicielle suivante : | prejudiciële vraag gesteld : |
« L'article 2244 du Code civil est-il conforme aux articles 10 et 11 | « Is artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek in overeenstemming met de |
de la Constitution s'il est interprété en ce sens qu'il ne confère un | artikelen 10 en 11 van de Grondwet indien het in die zin wordt |
effet interruptif de la prescription qu'aux recours introduits devant | geïnterpreteerd dat het enkel aan de bij de Raad van State ingestelde |
le Conseil d'Etat qui aboutissent à un arrêt d'annulation et ne | beroepen die tot een arrest van nietigverklaring leiden, een |
verjaringstuitende werking verleent en dezelfde verjaringstuitende | |
confère pas le même effet interruptif de la prescription aux recours | werking niet verleent aan de bij de Raad van State ingestelde beroepen |
introduits devant le Conseil d'Etat qui n'aboutissent pas à un arrêt | die niet tot een arrest van nietigverklaring leiden en/of aan de bij |
d'annulation et/ou aux recours introduits devant le Conseil d'Etat qui | de Raad van State ingestelde beroepen die leiden tot een arrest |
aboutissent à un arrêt constatant une perte d'intérêt qui conduit au | waarbij een verlies van belang wordt vastgesteld dat tot de verwerping |
rejet du recours ? ». | van het beroep leidt ? ». |
(...) | (...) |
III. En droit | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. La Cour est invitée à se prononcer sur la compatibilité, avec | B.1.1. Het Hof wordt verzocht zich uit te spreken over de |
les articles 10 et 11 de la Constitution, de l'article 2244 du Code | bestaanbaarheid, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van |
civil, en ce qu'il ne confère un effet interruptif de la prescription | artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het enkel aan de |
bij de Raad van State ingestelde beroepen die tot een arrest van | |
qu'aux recours introduits devant le Conseil d'Etat qui aboutissent à | nietigverklaring leiden, een verjaringstuitende werking verleent en |
un arrêt d'annulation et non aux recours introduits devant le Conseil | niet aan de bij de Raad van State ingestelde beroepen die niet tot een |
d'Etat qui n'aboutissent pas à un arrêt d'annulation mais à un arrêt | arrest van nietigverklaring leiden maar tot een arrest waarbij het |
de rejet du recours pour défaut d'intérêt. | beroep wordt verworpen wegens gebrek aan belang. |
B.1.2. Il ressort de la décision de renvoi que seul est en cause | B.1.2. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat uitsluitend artikel |
l'article 2244, § 1er, du Code civil, lequel dispose : « Une citation en justice, un commandement, une sommation de payer visée à l'article 1394/21 du Code judiciaire ou une saisie, signifiés à celui qu'on veut empêcher de prescrire, forment l'interruption civile. Une citation en justice interrompt la prescription jusqu'au prononcé d'une décision définitive. Pour l'application de la présente section, un recours en annulation d'un acte administratif devant le Conseil d'Etat a, à l'égard de l'action en réparation du dommage causé par l'acte administratif annulé, les mêmes effets qu'une citation en justice ». | 2244, § 1, van het Burgerlijk Wetboek in het geding is, dat bepaalt : « Een dagvaarding voor het gerecht, een bevel tot betaling, een aanmaning tot betaling als bedoeld in artikel 1394/21 van het Gerechtelijk Wetboek of een beslag, betekend aan hem die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, vormen burgerlijke stuiting. Een dagvaarding voor het gerecht stuit de verjaring tot het tijdstip waarop een definitieve beslissing wordt uitgesproken. Voor de toepassing van deze afdeling heeft een beroep tot vernietiging van een administratieve handeling bij de Raad van State dezelfde gevolgen ten opzichte van de vordering tot herstel van de schade veroorzaakt door de vernietigde administratieve handeling als een dagvaarding voor het gerecht ». |
B.2. Il ressort des faits du litige soumis à la juridiction a quo | B.2. Uit de feiten van het geschil voor het verwijzende rechtscollege |
qu'un délai de plus de cinq années s'est écoulé entre la date | blijkt dat een termijn van meer dan vijf jaar is verstreken tussen de |
d'introduction du recours devant le Conseil d'Etat, tendant à | datum van het indienen, bij de Raad van State, van het beroep tot |
l'annulation de décisions implicitement prises par le SPF Finances de | nietigverklaring van door de FOD Financiën impliciet genomen |
beslissingen om een betrekking van eerstaanwezend | |
ne pas attribuer un emploi d'inspecteur principal chef de service à | inspecteur-diensthoofd niet toe te kennen aan de appellant voor het |
l'appelant devant la juridiction a quo mais de l'attribuer à un autre | verwijzende rechtscollege, maar aan een ander personeelslid van de |
membre du personnel de l'administration, et la date à laquelle le | administratie en de datum waarop de arresten van de Raad van State |
zijn gewezen, waarbij ten aanzien van de appellant voor het | |
Conseil d'Etat a rendu les arrêts constatant la perte d'intérêt à ces | verwijzende rechtscollege het verlies van belang bij die beroepen |
recours de l'appelant devant la juridiction a quo (arrêts n° 212.113, | wordt vastgesteld (arresten nrs. 212.113 van 18 maart 2011 en 217.949 |
du 18 mars 2011 et n° 217.949, du 14 février 2012). En raison de | van 14 februari 2012). Wegens het verstrijken van die termijn werd de |
l'écoulement de ce délai, la demande d'indemnisation introduite devant | vordering tot schadevergoeding die bij de Rechtbank van eerste aanleg |
le tribunal de première instance contre le SPF Intérieur et le SPF | is ingesteld tegen de FOD Binnenlandse Zaken en de FOD Financiën, |
Finances a été déclarée prescrite sur la base de l'article 100 des | verjaard verklaard op grond van artikel 100 van de wetten op de |
lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées par l'arrêté royal du | Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 17 |
17 juillet 1991 (ci-après : les lois sur la comptabilité de l'Etat). | juli 1991 (hierna : de wetten op de Rijkscomptabiliteit). Dat artikel |
Cet article dispose : | bepaalt : |
« Sont prescrites et définitivement éteintes au profit de l'Etat, sans | « Verjaard en voorgoed ten voordele van de Staat vervallen zijn, |
préjudice des déchéances prononcées par d'autres dispositions légales, | onverminderd de vervallenverklaringen ten gevolge van andere |
réglementaires ou conventionnelles sur la matière : | wettelijke, reglementaire of ter zake overeengekomen bepalingen : |
1° les créances qui, devant être produites selon les modalités fixées | 1° de schuldvorderingen, waarvan de [op] wettelijke of reglementaire |
par la loi ou le règlement, ne l'ont pas été dans le délai de cinq ans | wijze bepaalde overlegging niet geschied is binnen een termijn van |
à partir du premier janvier de l'année budgétaire au cours de laquelle | vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het begrotingsjaar in |
elles sont nées; | de loop waarvan zij zijn ontstaan; |
2° les créances qui, ayant été produites dans le délai visé au 1°, | 2° de schuldvorderingen die, hoewel ze zijn overgelegd binnen de onder |
n'ont pas été ordonnancées par les Ministres dans le délai de cinq ans | 1° bedoelde termijn, door de ministers niet zijn geordonnanceerd |
à partir du premier janvier de l'année pendant laquelle elles ont été | binnen een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari |
produites; | van het jaar gedurende hetwelk ze werden overgelegd; |
3° toutes autres créances qui n'ont pas été ordonnancées dans le délai | 3° alle andere schuldvorderingen, die niet zijn geordonnanceerd binnen |
de dix ans à partir du premier janvier de l'année pendant laquelle | een termijn van tien jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het |
elles sont nées. | jaar van hun ontstaan. |
Toutefois, les créances résultant de jugements restent soumises à la | Voor de schuldvorderingen die voortkomen uit vonnissen blijft evenwel |
prescription décennale; elles doivent être payées à l'intervention de | de tienjarige verjaring gelden; zij dienen te worden uitbetaald door |
la Caisse des dépôts et consignations ». | de zorg van de Deposito- en Consignatiekas ». |
L'article 101 des lois sur la comptabilité de l'Etat renvoie aux | Artikel 101 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit verwijst naar de |
règles du droit commun pour l'interruption de la prescription. | regels van het gemeen recht voor de stuiting van de verjaring. |
Quant aux demandes d'intervention | Ten aanzien van de verzoeken tot tussenkomst |
B.3. Selon le Conseil des ministres, les mémoires introduits par les | B.3. Volgens de Ministerraad zijn de door de vrijwillig tussenkomende |
parties intervenantes volontaires sont irrecevables au motif que ces | partijen ingediende memories onontvankelijk omdat die partijen niet |
parties ne justifient pas de l'intérêt requis. En outre, les questions | doen blijken van het vereiste belang. Bovendien zouden de prejudiciële |
préjudicielles qu'elles ont suggéré de poser dans le cadre des litiges | vragen die zij hebben gesuggereerd in het kader van de geschillen die |
les concernant différeraient de celle qui est soumise en l'espèce à la | op hen betrekking hebben, verschillen van die welke te dezen aan het |
Cour. | Hof is voorgelegd. |
B.4. L'article 87, § 1er, de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la | B.4. Artikel 87, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof bepaalt dat, wanneer het Hof, bij wijze van | |
Cour constitutionnelle dispose que lorsque la Cour statue, à titre | prejudiciële beslissing, uitspraak doet op vragen als bedoeld in |
préjudiciel, sur les questions visées à l'article 26, toute personne | artikel 26, ieder die van een belang doet blijken, een memorie aan het |
justifiant d'un intérêt peut adresser un mémoire à la Cour dans les 30 jours de la publication prescrite par l'article 74. Elle est, de ce fait, réputée partie au litige. B.5.1. Les parties intervenantes démontrent que la réponse que la Cour doit donner à la question préjudicielle dans cette affaire peut avoir un effet direct sur leur situation personnelle et justifient dès lors de l'intérêt requis pour intervenir devant la Cour. B.5.2. Dès lors que les parties intervenantes ne peuvent modifier la portée de la question préjudicielle ou demander à la Cour de répondre à d'autres questions préjudicielles, il n'est pas nécessaire d'examiner distinctement le grand nombre d'exceptions invoquées à cet égard par le Conseil des ministres. Quant au fond | Hof kan richten binnen 30 dagen na de bekendmaking voorgeschreven in artikel 74. Hij wordt daardoor geacht partij in het geding te zijn. B.5.1. De tussenkomende partijen maken aannemelijk dat het antwoord dat het Hof op de prejudiciële vraag in deze zaak dient te geven een rechtstreeks gevolg kan hebben op hun persoonlijke situatie en doen bijgevolg blijken van het vereiste belang om voor het Hof tussen te komen. B.5.2. Nu het de tussenkomende partijen niet is toegelaten de draagwijdte van de prejudiciële vraag te wijzigen of het Hof te verzoeken om op andere prejudiciële vragen te antwoorden, is het niet nodig het groot aantal excepties die de Ministerraad in dit verband aanvoert afzonderlijk te onderzoeken. Ten gronde |
B.6.1. L'article 2 de la loi du 25 juillet 2008 « modifiant le Code | B.6.1. Artikel 2 van de wet van 25 juli 2008 « tot wijziging van het |
civil et les lois coordonnées du 17 juillet 1991 sur la comptabilité | Burgerlijk Wetboek en de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de |
de l'Etat en vue d'interrompre la prescription de l'action en dommages | Rijkscomptabiliteit met het oog op het stuiten van de verjaring van de |
et intérêts à la suite d'un recours en annulation devant le Conseil | vordering tot schadevergoeding ten gevolge van een beroep tot |
d'Etat » (ci-après : la loi du 25 juillet 2008) a complété l'article | vernietiging bij de Raad van State » (hierna : de wet van 25 juli |
2244 du Code civil par deux alinéas, le premier prévoyant qu'une | 2008) heeft artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek aangevuld met twee |
citation en justice interrompt la prescription jusqu'au prononcé d'une | leden, waarbij het eerste lid erin voorziet dat een dagvaarding voor |
décision définitive et le second prévoyant que le délai de | het gerecht de verjaring stuit tot het tijdstip waarop een definitieve |
prescription d'une action en réparation du dommage causé par un acte | beslissing wordt uitgesproken, en het tweede erin voorziet dat de |
administratif annulé est interrompu par suite de l'introduction d'un | verjaringstermijn van een vordering tot herstel van de schade |
veroorzaakt door een vernietigde administratieve handeling wordt | |
gestuit als gevolg van het instellen van een beroep tot | |
recours en annulation auprès du Conseil d'Etat. L'article 2 de la loi | nietigverklaring bij de Raad van State. Bij artikel 2 van de wet van |
du 23 mai 2013 « modifiant l'article 2244 du Code civil pour attribuer | 23 mei 2013 « tot wijziging van artikel 2244 van het Burgerlijk |
un effet interruptif de la prescription à la lettre de mise en demeure | Wetboek teneinde aan de ingebrekestellingsbrief van de advocaat, van |
de l'avocat, de l'huissier de justice ou de la personne pouvant ester | de gerechtsdeurwaarder of van de persoon die krachtens artikel 728, § |
en justice en vertu de l'article 728, § 3, du Code judiciaire » a | 3, van het Gerechtelijk Wetboek in rechte mag verschijnen, een |
verjaringstuitende werking te verlenen » werd een tweede paragraaf | |
inséré un paragraphe 2 dans l'article 2244 du Code civil et a prévu | toegevoegd aan artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek en werd bepaald |
que l'ancien texte devient le paragraphe 1er. | dat de vroegere tekst de eerste paragraaf zal vormen. |
B.6.2. L'article 2244, § 1er, alinéa 3, du Code civil dispose que « | B.6.2. Artikel 2244, § 1, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek |
pour l'application de la présente section », un recours en annulation | bepaalt dat « voor de toepassing van deze afdeling » een beroep tot |
d'un acte administratif devant le Conseil d'Etat a, à l'égard de | vernietiging van een administratieve handeling bij de Raad van State |
l'action en réparation du dommage causé par l'acte administratif | dezelfde gevolgen heeft ten opzichte van de vordering tot herstel van |
annulé, les mêmes effets qu'une citation en justice. | de schade veroorzaakt door de vernietigde administratieve handeling |
als een dagvaarding voor het gerecht. | |
La section dont il est question à l'article 2244, § 1er, alinéa 3, est | De afdeling waarvan sprake is in artikel 2244, § 1, derde lid, is |
la section I du Chapitre IV du Titre XX du Code civil, qui contient | afdeling I van hoofdstuk IV van titel XX van het Burgerlijk Wetboek, |
les articles 2242 à 2250. | die de artikelen 2242 tot en met 2250 omvat. |
B.6.3. L'article 2247 du Code civil dispose : | B.6.3. Artikel 2247 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt : |
« Si le demandeur se désiste de sa demande, [...] | « Indien de eiser afstand doet van zijn eis, [...] |
Ou si sa demande est rejetée, | Of indien zijn eis wordt afgewezen. |
L'interruption est regardée comme non avenue ». | Wordt de stuiting voor niet bestaande gehouden ». |
B.7.1. Cette modification de l'article 2244 du Code civil par la loi | B.7.1. Die wijziging van artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek bij |
du 25 juillet 2008 a été commentée comme suit dans les travaux | de wet van 25 juli 2008 werd in de parlementaire voorbereiding |
préparatoires : | toegelicht als volgt : |
« L'arriéré au Conseil d'Etat est un problème qui ne date pas d'hier | « De achterstand bij de Raad van State is een oud zeer, dat sedert een |
et qui s'est amplifié, au cours de ces dix dernières années, au point | tiental jaar onhoudbare proporties heeft aangenomen. |
d'en devenir intenable. [...] [...] les citoyens ordinaires, qui sont confrontés à une décision des pouvoirs publics qu'ils considèrent comme illégale, [...] ont [...] la faculté d'introduire des recours en suspension et en annulation devant le Conseil d'Etat. Malheureusement, l'ampleur de l'arriéré les condamne à rester des années durant dans l'incertitude à propos de leur statut juridique. Si, après une annulation, les citoyens en question entendent obtenir des dommages et intérêts, il leur faut intenter une action devant le tribunal civil, puisque le Conseil d'Etat n'est pas habilité à accorder des dommages et intérêts. Cinq années s'écoulent en moyenne avant que les citoyens concernés soient fixés sur l'annulation ou non d'une décision pour cause d'infraction à la loi, et puissent, en conséquence, prétendre à des dommages et intérêts. Or, conformément à l'article 2262bis du Code civil, toutes les actions en réparation d'un dommage fondées sur une responsabilité extracontractuelle se prescrivent par cinq ans à partir du jour qui suit celui où la personne lésée a eu connaissance du dommage ou de son | [...] Gewone burgers [...], die geconfronteerd worden met een volgens hen onwettige overheidsbeslissing [...], kunnen [...] voor schorsing en vernietiging naar de Raad van State trekken. Spijtig genoeg blijven zij daar jaren in onzekerheid over hun rechtspositie, gelet op de aanzienlijke achterstand. Willen die burgers alsnog, na de vernietiging, een schadevergoeding bekomen, dan moeten zij daarvoor naar de burgerlijke rechtbank. De Raad van State kan immers geen schadevergoedingen toekennen. Vooraleer de betrokken burgers te weten komen of een beslissing al dan niet ongedaan wordt gemaakt wegens wetsoverschrijding, en zij dus aanspraak kunnen maken op een schadevergoeding, zijn er gemiddeld vijf jaar verlopen. Evenwel verjaren overeenkomstig art. 2262bis B.W. alle rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van |
aggravation et de l'identité de la personne responsable. | de schade of van de verzwaring ervan en van de identiteit van de |
daarvoor aansprakelijke persoon. | |
[...] | [...] |
Vu la procédure de recours administratif susceptible de s'intercaler, | Gelet op de mogelijkerwijs nog tussenkomende administratieve |
une partie du délai de prescription s'est souvent déjà écoulée avant | beroepsprocedure, is vaak al een deel van de verjaringstermijn |
que le recours en annulation soit introduit devant le Conseil d'Etat. | verlopen nog voor het vernietigingsverzoek bij de Raad van State wordt |
[...] | ingesteld. [...] |
Il y a donc une forte probabilité que l'action en réclamation de | De kans is dus zeer groot dat het recht om schadevergoeding te |
dommages et intérêts se prescrive au cours de la procédure en | vorderen verjaart lopende de vernietigingsprocedure. Vele advocaten |
annulation. Beaucoup d'avocats conseilleront par conséquent à leurs | zullen hun cliënten dan ook aanraden om onmiddellijk na het instellen |
clients d'engager une action civile immédiatement après l'introduction | van het vernietigingsverzoek of tijdens de procedure voor de Raad van |
du recours en annulation ou au cours de la procédure devant le Conseil | State een burgerlijke vordering in te stellen, en deze vordering te |
d'Etat, et de demander le renvoi de cette action au rôle. | laten verwijzen naar de rol. |
En effet, aux termes de l'article 2244 du Code civil, une citation en | Immers, overeenkomstig artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek vormt |
justice forme une interruption civile. Conformément à une | een dagvaarding voor het gerecht een burgerlijke stuiting. |
jurisprudence constante, cette interruption subsiste d'ailleurs tant | Overeenkomstig een vaste rechtspraak blijft deze stuiting trouwens |
que l'affaire reste pendante, si bien que le nouveau délai de | voortduren gedurende het aanhangig zijn van de zaak, zodat de nieuwe |
prescription ne commence à courir qu'après la fin de l'instance en | verjaringstermijn maar begint te lopen na het beëindigen van die |
question. | aanleg. |
Cette pratique juridique née du mauvais fonctionnement de | Deze door de slechte werking van de instelling gegroeide |
l'institution n'est cependant pas une bonne chose, dans la mesure où | rechtspraktijk is evenwel geen goede zaak, vermits zij het risico van |
elle rejette entièrement sur le citoyen le risque de la perte du droit | het verlies van recht op schadevergoeding geheel ten laste legt van de |
à des dommages et intérêts : c'est le citoyen qui devient une victime | burger : het is deze laatste die een potentieel slachtoffer is van de |
potentielle de la lenteur anormale de la justice. Par ailleurs, cette | abnormale traagheid van de rechtsgang. Bovendien vult dit de rollen |
façon de faire encombre les rôles des tribunaux civils d'affaires qui | van de burgerlijke rechtbanken met zaken die gedurende jaren niet in |
ne sont pas en état d'être jugées pendant des années, créant ainsi un | |
surcroît inutile de la charge administrative. | staat zijn, zodat de administratieve last onnodig toeneemt. |
Cela représente en outre un coût supplémentaire inutile à charge du | Het is daarnaast een nutteloze bijkomende kost voor de burger die |
citoyen qui doit constater au bout du compte que la décision contestée | naderhand vaststelt dat de bestreden overheidsbeslissing toch niet |
des pouvoirs publics n'a pas été annulée » (Doc. parl., Sénat, S.E. 2007, n° 4-10/1, pp. 1-3). | werd vernietigd » (Parl. St., Senaat, B.Z. 2007, nr. 4-10/1, pp. 1-3). |
Le ministre de la Justice a encore exposé, au sein de la commission | De minister van Justitie heeft in de bevoegde Senaatscommissie |
compétente du Sénat : | eveneens uiteengezet : |
« Il y a tout d'abord un problème d'interprétation lié au fait que | « Vooreerst rijst een interpretatieprobleem door het feit dat alle |
rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op grond van | |
toute action en réparation d'un dommage fondée sur une responsabilité | buitencontractuele aansprakelijkheid verjaren door verloop van vijf |
extracontractuelle se prescrit par cinq ans. Ensuite et surtout, il y | jaar. Daarenboven en vooral aan de orde [,] de interpretatie van de |
a l'interprétation des articles 100 et 101 des lois sur la | artikelen 100 en 101 van de wetten op de comptabiliteit van de Staat, |
comptabilité de l'Etat, coordonnées par l'arrêté royal du 17 juillet | gecoördineerd door het koninklijk besluit van 17 juli 1991, dat |
1971, qui reprennent le texte de l'article 1er de la loi du 6 février | artikel 1 van de wet van 6 februari 1970 herneemt betreffende de |
1970 relative à la prescription des créances à charge ou au profit de | verjaring van de schuldvorderingen ten laste van de Staat of |
l'Etat et des provinces, lequel instaure un délai de prescription de 5 | provincies. Daar wordt een verjaringstermijn van 5 jaar zonder verdere |
ans sans fixer d'autres conditions. Par arrêt du 16 février 2006, la | voorwaarden ingevoerd. Bij arrest van 16 februari 2006 heeft het Hof |
Cour de cassation a considéré qu'une requête devant le Conseil d'Etat | van Cassatie geoordeeld dat een verzoekschrift bij de Raad van State |
n'a pas d'effet suspensif. Compte tenu de l'arriéré du Conseil d'Etat, | geen schorsende werking heeft. Gelet op de achterstand bij de Raad van |
il y a donc de fortes chances que le droit de réclamer des dommages et | State, is de kans dus groot dat het recht om schadevergoeding te |
intérêts soit frappé de prescription alors que la procédure | vorderen verjaart tijdens de lopende vernietigingsprocedure. Aldus |
d'annulation est encore en cours. Le justiciable se voit donc | wordt de burger verplicht om onmiddellijk na het instellen van het |
contraint d'intenter une action au civil immédiatement après avoir | beroep tot vernietiging ook een burgerlijke vordering in te stellen. |
introduit son recours en annulation. | |
Il est peu probable que ce problème soit résolu par la loi du 15 | Het is weinig waarschijnlijk dat dit probleem door de wet van 15 |
septembre 2006 réformant le Conseil d'Etat, qui renvoie le contentieux | september 2006 op de hervorming van de Raad van State, die |
des étrangers devant une autre instance. | vreemdelingenzaken overhevelt naar een andere instantie, zal worden weggewerkt. |
A cela vient s'ajouter qu'un arrêt de la Cour de cassation du 16 | Bijkomend probleem is dat een arrest van het Hof van Cassatie van 16 |
février 2006 est venu infirmer la thèse admise jusqu'alors selon | februari 2006 een einde maakt aan de tot dusver aangenomen stelling |
laquelle une procédure administrative devant le Conseil d'Etat | dat een administratieve procedure voor de Raad van State, naar |
interrompait la prescription du dédommagement civil, par analogie avec l'article 2244 du Code civil. La Cour a estimé que la requête en annulation d'un acte administratif devant le Conseil d'Etat n'interrompt ni ne suspend la prescription du droit de réclamer, devant un tribunal civil, une réparation pour acte public illicite. En effet, le recours devant le Conseil d'Etat a un effet objectif. L'intervenant considère toutefois à cet égard qu'une décision sur un contentieux objectif peut avoir des effets juridiques portant atteinte à des droits subjectifs. En effet, selon la jurisprudence constante de la Cour de cassation, l'arrêt d'annulation apporte la preuve de l'illicéité d'un acte. En ce sens, pareil arrêt a en réalité une portée multiple. | analogie van artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek, de verjaring van de burgerlijke rechtsvordering stuit of schorst. Het Hof stelde dat het verzoekschrift tot vernietiging van een administratieve handeling voor de Raad van State de verjaring van het recht om voor een burgerlijke rechtbank schadevergoeding te vorderen op grond van een onrechtmatige overheidsdaad niet schorst of stuit. Het beroep bij de Raad van State heeft immers een objectieve werking. Spreker meent echter op dat vlak dat een uitspraak over een objectief contentieux rechtsgevolgen kan hebben waardoor subjectieve rechten worden gekrenkt. Immers het Hof van Cassatie oordeelt steevast dat het vernietigingsarrest het bewijs levert van een onrechtmatige daad. In die zin is dergelijk arrest in de realiteit meervoudig. |
L'on pourrait affirmer que le délai de prescription de 5 ans | Men zou kunnen stellen dat de verjaringstermijn van 5 jaar ten |
applicable aux actes publics est constitutif d'une discrimination par | opzichte van overheidshandelingen een discriminatie inhoudt ten |
rapport aux délais de prescription judiciaires applicables aux actes | opzichte van de gerechtelijke verjaringstermijnen ten opzichte van |
des personnes privées; pourquoi soumettre les actions dirigées contre | handelingen van private personen; waarom een verschillende |
les pouvoirs publics à un délai de prescription différent de celui | verjaringstermijn invoeren voor vordering tegen de overheid dan voor |
applicable aux autres actions ? » (Doc. parl., Sénat, 2007-2008, n° | andere vorderingen ? » (Parl. St., Senaat, 2007-2008, nr. 4-10/3, pp. |
4-10/3, pp. 2-3). | 2-3). |
B.7.2. La proposition de loi initialement déposée entendait conférer | B.7.2. Het oorspronkelijk ingediende wetsvoorstel beoogde een |
un caractère suspensif, au civil, à l'introduction d'un recours en | schorsend karakter, op burgerrechtelijk vlak, te verlenen aan het |
annulation devant le Conseil d'Etat, jusqu'à la date de notification | indienen van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State, |
de l'arrêt conformément à l'article 36 de l'arrêté du Régent du 23 | tot de datum van de kennisgeving van het arrest overeenkomstig artikel |
août 1948 déterminant la procédure devant la section du contentieux | 36 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van |
administratif du Conseil d'Etat (Doc. parl., Sénat, S.E. 2007, n° | de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van |
4-10/1, p. 5). | State (Parl. St., Senaat, B.Z. 2007, nr. 4-10/1, p. 5). |
B.7.3. Dans son avis, la section de législation du Conseil d'Etat a | B.7.3. In haar advies heeft de afdeling wetgeving van de Raad van |
observé, à propos du caractère suspensif de la prescription qui était | State, in verband met het schorsende karakter van de verjaring die |
envisagé : | werd overwogen, opgemerkt : |
« 3. Lorsqu'un délai de prescription est suspendu, le temps écoulé | « 3. Wanneer een verjaringstermijn geschorst wordt, moet de tijd die |
avant cette suspension doit être comptabilisé dans le délai dont le | verstreken is vóór die schorsing meegerekend worden in de termijn |
solde reprend son cours au terme de celle-ci. En revanche, un délai de | waarvan het resterende gedeelte opnieuw begint te lopen na afloop van |
prescription interrompu recommence entièrement dès que la cause de l'interruption cesse de produire son effet. Le mécanisme de la suspension ' pendant la période où le recours en annulation des actes administratifs en question est pendant devant le Conseil d'Etat ' placera les destinataires de la règle devant la difficulté de déterminer de manière exacte le laps de temps écoulé et, par voie de conséquence, celui restant à courir, spécialement lorsque la date de l'introduction du recours n'est pas connue. Cette question est pertinente principalement s'il est envisagé qu'un tiers à la procédure devant le Conseil d'Etat bénéficie du régime de suspension. Il convient notamment de tenir compte du fait que la date de prise de | de schorsing. Een gestuite verjaringstermijn daarentegen begint opnieuw van voor af aan te lopen zodra de stuitingsgrond niet meer werkzaam is. In het systeem waarbij de schorsing loopt ' gedurende de aanhangigheid bij de Raad van State van het beroep tot vernietiging van deze administratieve handelingen ' zullen diegenen voor wie die regel geldt te maken krijgen met het probleem uit te maken hoeveel tijd precies verstreken is, en dus ook hoeveel tijd er nog over blijft, inzonderheid wanneer de datum waarop het beroep is ingesteld niet bekend is. Die kwestie klemt des te meer wanneer een derde partij bij de procedure vóór de Raad van State het voordeel van de schorsingsregeling zou genieten. Er moet onder meer rekening worden gehouden met het feit dat de datum waarop de schorsingstermijn een aanvang neemt, die zou overeenstemmen |
cours du délai de suspension, qui correspondrait à celle de | met de datum waarop het beroep bij de Raad van State is ingesteld, |
l'introduction du recours devant le Conseil d'Etat, n'est pas toujours | niet altijd gemakkelijk bepaald kan worden door derden, aangezien hij |
déterminable de manière aisée par les tiers puisqu'elle dépend, non | niet afhangt van de datum waarop de aangevochten handeling is gesteld, |
pas de la date de l'acte en cause mais, compte tenu de l'article 4, | maar, gezien artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van |
alinéa 3, de l'arrêté du Régent du 23 août 1948 déterminant la | 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling |
procédure devant la section du contentieux administratif du Conseil | bestuursrechtspraak van de Raad van State, al naargelang van het |
d'Etat, de la publication, de la notification ou de la prise de | geval, van de bekendmaking, de kennisgeving of de kennisneming van die |
connaissance, selon le cas, de cet acte; | handeling; |
Il convient également de prendre en considération notamment les | Er behoort onder meer ook rekening te worden gehouden met de artikelen |
articles 14, § 3, et 19, alinéa 2, des lois coordonnées sur le Conseil | 14, § 3, en 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad |
d'Etat. En tout état de cause, la date de la prise de cours du délai | van State. Hoe dan ook, de datum waarop de termijn voor een |
de recours en annulation sera plus éloignée que soixante jours après | annulatieberoep begint te lopen zal later vallen dan zestig dagen na |
la date de l'acte administratif en cause, parfois dans une mesure | de datum van de aangevochten bestuurshandeling, soms veel later |
importante en cas de tardiveté de la publication, de la notification | wanneer de bekendmaking, de kennisgeving of de kennisneming van die |
handeling laat geschiedt, met alle gevolgen van dien voor het bepalen | |
ou de la prise de connaissance de cet acte, avec la conséquence que | van de termijn die verstreken is vóór de schorsing van de |
cela emporte quant à la détermination du délai écoulé avant la | verjaringstermijn. De hier uiteengezette problemen lijken bijzonder |
suspension du délai de prescription. Les difficultés ici exposées | groot te zullen zijn in het geval, dat in de praktijk vaak voorkomt, |
paraissent devoir être particulièrement importantes dans l'hypothèse, | dat de kennisneming van de aangevochten handeling de termijn voor |
assez fréquente dans la pratique, où c'est la prise de connaissance de | beroep bij de Raad van State doet ingaan. |
l'acte en cause qui fait courir le délai de recours devant le Conseil d'Etat. | De wetgever wordt verzocht na te gaan of het niet eenvoudiger zou zijn |
Le législateur est invité à examiner, à l'instar de ce que prévoient, | om, naar het voorbeeld van wat, mutatis mutandis, bepaald is in |
mutatis mutandis, l'article 2244 du Code civil et l'article 101, | artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 101, eerste lid, |
alinéa 1er, des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat, s'il | van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit, veeleer te |
ne serait pas plus simple de recourir plutôt à un régime | werken met een regeling waarbij de verjaringstermijn gestuit wordt als |
d'interruption de la prescription par l'effet de l'introduction d'un | gevolg van het instellen van een beroep bij de Raad van State, en een |
recours au Conseil d'Etat, un nouveau délai prenant son envol au terme | nieuwe termijn begint te lopen zodra de procedure vóór laatstgenoemd |
de la procédure devant cette dernière juridiction. | rechtscollege is afgelopen. |
[...] | [...] |
4. Qu'il soit recouru à un système de suspension ou d'interruption, la | 4. Ongeacht of gebruik wordt gemaakt van een schorsings- of een |
question se pose de savoir comment appliquer le mécanisme si le | stuitingsregeling, rijst de vraag hoe de regeling moet worden |
recours introduit devant le Conseil d'Etat est irrecevable ou que | toegepast wanneer het beroep dat bij de Raad van State is ingesteld |
celui-ci n'est pas compétent. | niet ontvankelijk is of laatstgenoemd rechtscollege niet bevoegd is. |
Selon les termes du projet à l'examen, il suffit qu'un recours soit | Luidens het voorliggende ontwerp is het voldoende dat een beroep wordt |
introduit pour que le délai de prescription soit suspendu, même dans | ingesteld opdat de verjaringstermijn geschorst wordt, zelfs in de hier |
les hypothèses qui sont ici soulevées. | aangehaalde gevallen. |
Il appartient au législateur d'examiner cette question et de la régler | Het staat aan de wetgever dit vraagstuk te onderzoeken en |
uitdrukkelijk te regelen in het dispositief, waarbij hij onder meer | |
de manière expresse dans le dispositif, en prenant attitude notamment | een standpunt moet innemen aangaande de toepasselijkheid van de |
sur l'applicabilité à ces questions des articles 2246 et 2247 du Code | artikelen 2246 en 2247 van het Burgerlijk Wetboek op die kwesties » |
civil » (Doc. parl. Chambre, 2007-2008, DOC 52-0832/004, pp. 8-10). | (Parl. St., Kamer, 2007-2008, DOC 52-0832/004, pp. 8-10). |
B.7.4. A la suite de cet avis, un amendement a été déposé en vue | B.7.4. Ingevolge dat advies werd een amendement ingediend teneinde een |
d'instaurer un mécanisme d'interruption de la prescription en lieu et | mechanisme tot stuiting van de verjaring in te voeren in plaats van |
place du mécanisme de suspension prévu pour simplifier le décompte du | het bedoelde mechanisme tot schorsing om de berekening van de |
délai de prescription. Cet amendement était justifié comme suit : | verjaringstermijn te vereenvoudigen. Dat amendement werd als volgt |
« Il est dès lors nécessaire d'apporter la précision, déjà consacrée | verantwoord : « Er moet dan ook worden verduidelijkt, zoals reeds aangegeven door |
par la Cour de Cassation dans son arrêt du 11 janvier 1957 (Pas. 1957, | het Hof van Cassatie in zijn arrest van 11 januari 1957 (Arr. Cass., |
p. 523) ainsi que par l'article 101 des lois coordonnées du 17 juillet | 1957, 326) en in artikel 101 van de gecoördineerde wetten van 17 juli |
1991 sur la comptabilité de l'Etat, selon laquelle l'interruption de la prescription par une citation en justice se prolonge jusqu'à la clôture de l'instance. Il est stipulé qu'un recours en annulation a les mêmes effets juridiques qu'une citation en justice en ce qui concerne l'interruption de la prescription de l'action en réparation d'un dommage formée au motif de l'illégalité de l'acte administratif attaqué. Il en découle notamment que, comme pour une citation, l'interruption par un recours en annulation se prolongera jusqu'à la clôture de l'instance, c'est-à-dire jusqu'au prononcé de l'arrêt, et qu'elle ne | 1991 op de Rijkscomptabiliteit, dat de stuiting van de verjaring door een dagvaarding voor het gerecht blijft duren tot het einde van het geding. Er is gesteld dat een beroep tot vernietiging dezelfde rechtsgevolgen [heeft als een dagvaarding] voor het gerecht met betrekking tot de stuiting van de verjaring van de op grond van de onwettigheid van de bestreden administratieve handeling ingediende vordering tot schadevergoeding. Daaruit volgt inzonderheid dat, net als bij een dagvaarding, de stuiting door een beroep tot vernietiging blijft duren tot het einde van het geding, met andere woorden tot het tijdstip waarop het arrest wordt uitgesproken, en dat de stuiting enkel ten goede komt aan degene |
profitera qu'à celui qui a accompli l'acte interruptif » (Doc. parl. | die de handeling die de verjaring stuit, heeft verricht » (Parl. St., |
Chambre, 2007-2008, DOC 52-0832/005, p. 2). | Kamer, 2007-2008, DOC 52-0832/005, p. 2). |
B.8.1. Comme il ressort des travaux préparatoires mentionnés en B.7.1, | B.8.1. Zoals blijkt uit de in B.7.1 vermelde parlementaire |
voorbereiding, bestond het doel van de wetgever erin de gevolgen in | |
l'objectif du législateur était de ne pas faire peser sur le | verband met de achterstand bij de Raad van State niet door de |
justiciable les conséquences liées à l'arriéré du Conseil d'Etat. | rechtzoekende te laten dragen. Enerzijds, beoogde hij te vermijden dat |
D'une part, il entendait éviter que l'action en réparation du dommage | de vordering tot schadevergoeding voor de burgerlijke rechter zou zijn |
devant le juge civil soit prescrite si le justiciable obtient | verjaard, indien de rechtzoekende meer dan vijf jaar na het instellen |
l'annulation de l'acte administratif attaqué plus de cinq ans après avoir introduit un recours auprès du Conseil d'Etat. D'autre part, le législateur entendait éviter que le justiciable qui introduit un recours en annulation auprès du Conseil d'Etat soit tenu, à titre conservatoire, d'introduire une action devant le juge civil pour éviter cette prescription, impliquant des coûts supplémentaires liés à l'engagement de cette procédure conservatoire, qui peut par la suite s'avérer inutile. B.8.2. Le législateur entendait également mettre un terme à une pratique qui encombre les rôles des tribunaux civils d'affaires qui ne sont pas en état d'être jugées. | van een beroep bij de Raad van State, de vernietiging van de bestreden bestuurshandeling verkrijgt. Anderzijds, beoogde de wetgever te vermijden dat de rechtzoekende die een beroep tot nietigverklaring instelt bij de Raad van State verplicht zou zijn, ten bewarende titel, een vordering tot schadevergoeding in te stellen bij de burgerlijke rechter om die verjaring te vermijden, hetgeen extra kosten met zich brengt voor het instellen van die bewarende procedure, die achteraf nutteloos kan blijken te zijn. B.8.2. De wetgever wilde eveneens een einde maken aan een praktijk waarbij de rollen van de burgerlijke rechtbanken worden gevuld met zaken die niet in staat van wijzen zijn. |
B.8.3. Il ressort enfin des travaux préparatoires que la loi du 25 | B.8.3. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt ten slotte dat de wet |
juillet 2008 ne peut être dissociée de deux arrêts de la Cour de | van 25 juli 2008 niet los kan worden gezien van twee arresten van het |
cassation du 16 février 2006, par lesquels il a été jugé que « le | Hof van Cassatie van 16 februari 2006, waarbij werd geoordeeld dat « |
recours en annulation formé contre un acte administratif devant le | het verzoekschrift tot vernietiging van een administratieve handeling |
Conseil d'Etat n'interrompt ni ne suspend la prescription du droit de | voor de Raad van State [...] de verjaring [...] van het recht om voor |
réclamer une indemnisation devant un tribunal civil en se fondant sur | een burgerlijke rechtbank schadevergoeding te vorderen gegrond op een |
un acte illicite des autorités » (Cass., 16 février 2006, C.05.0022.N | onrechtmatige overheidsdaad [niet stuit of schorst] » (Cass., 16 |
et C.05.0050.N). | februari 2006, C.05.0022.N en C.05.0050.N). |
B.9. La Cour est interrogée sur la différence de traitement qui | B.9. Aan het Hof wordt een vraag gesteld over het verschil in |
provient du fait que seuls les arrêts d'annulation rendus par le | behandeling dat ontstaat doordat enkel de door de Raad van State |
Conseil d'Etat ont un effet interruptif de la prescription et non les | gewezen vernietigingsarresten een verjaringstuitende werking hebben, |
arrêts qui portent rejet du recours en raison de la perte d'intérêt du | en niet de arresten waarbij het beroep wordt verworpen wegens het |
requérant. | verlies van belang van de verzoeker. |
B.10.1. Le Conseil des ministres, rejoint par l'Etat belge représenté | B.10.1. De Ministerraad, die daarin wordt bijgetreden door de |
par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, soutient dans son | Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Veiligheid en |
mémoire qu'il y a lieu de prendre en compte la cohérence du texte | Binnenlandse Zaken, voert in zijn memorie aan dat rekening moet worden |
lui-même, en particulier les termes « pour l'application de la | gehouden met de samenhang van de tekst zelf, in het bijzonder met de |
présente section » contenus à l'article 2244, § 1er, alinéa 3, du Code | bewoordingen « voor de toepassing van deze afdeling » in artikel 2244, |
civil. Or l'article 2247 du même Code, qui fait partie de cette | § 1, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 2247 van hetzelfde |
section, prévoit que « si le demandeur se désiste de sa demande, ou si | Wetboek, dat deel uitmaakt van die afdeling, bepaalt evenwel dat, « |
sa demande est rejetée, l'interruption est regardée comme non avenue | indien de eiser afstand doet van zijn eis, of indien zijn eis wordt |
». D'après le Conseil des ministres et l'Etat belge représenté par le | afgewezen, [...] de stuiting voor niet bestaande [wordt] gehouden ». |
ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, le législateur aurait pris | Volgens de Ministerraad en de Belgische Staat, vertegenwoordigd door |
position par rapport aux remarques formulées par le Conseil d'Etat en | de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, zou de wetgever ten |
décidant d'aligner le régime prévu pour le recours en annulation sur | opzichte van de door de Raad van State geformuleerde opmerkingen een |
standpunt hebben ingenomen door te beslissen om de voor het beroep tot | |
nietigverklaring bedoelde regeling af te stemmen op de voor de | |
celui prévu pour la citation. Ainsi, au même titre que l'article 2247 | dagvaarding bedoelde regeling. Aldus zou hij, net zoals artikel 2247 |
du Code civil pour la citation, il aurait décidé que le recours en | van het Burgerlijk Wetboek voor de dagvaarding, hebben beslist dat het |
annulation ne serait pas assorti d'un effet interruptif de la | beroep tot nietigverklaring niet gepaard zou gaan met een |
prescription si, au terme de la procédure devant le Conseil d'Etat, | verjaringstuitende werking indien de handeling, aan het einde van de |
l'acte n'était pas annulé. | procedure voor de Raad van State, niet nietig werd verklaard. |
B.10.2. L'Etat belge représenté par le ministre de la Sécurité et de | B.10.2. De Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van |
l'Intérieur en conclut que pour apprécier le caractère éventuellement | Veiligheid en Binnenlandse Zaken, besluit daaruit dat, teneinde het |
discriminatoire de la disposition en cause, il n'y aurait pas lieu de | eventueel discriminerende karakter van de in het geding zijnde |
bepaling te beoordelen, niet twee categorieën van rechtzoekenden bij | |
de Raad van State met elkaar zouden moeten worden vergeleken, zoals | |
comparer, comme le fait la juridiction a quo, deux catégories de | het verwijzende rechtscollege doet, maar dat de situatie van de |
justiciables devant le Conseil d'Etat mais de comparer la situation | rechtzoekenden die zich tot de Raad van State wenden en een |
des justiciables qui s'adressent au Conseil d'Etat et obtiennent un | verwerpingsarrest verkrijgen, zou moeten worden vergeleken met die van |
arrêt de rejet à celle des justiciables qui s'adressent aux tribunaux | de rechtzoekenden die zich tot de burgerlijke rechtbanken wenden en |
civils et qui obtiennent un jugement ou un arrêt de rejet. | die een verwerpend vonnis of een verwerpingsarrest verkrijgen. |
B.11. Il n'appartient pas aux parties de modifier ou de faire modifier | B.11. Het staat niet aan de partijen om de inhoud van de prejudiciële |
le contenu des questions préjudicielles. B.12.1. Les motifs pour lesquels le Conseil d'Etat peut rejeter un recours en annulation sans avoir examiné le fond de l'affaire peuvent être nombreux. Il en est ainsi notamment lorsque le requérant perd son intérêt à agir en cours d'instance devant la haute juridiction administrative pour des raisons qui sont indépendantes de sa volonté, tel que c'est le cas dans l'espèce soumise à la juridiction a quo. Le délai qui s'est écoulé entre la date d'introduction du recours et celle à laquelle le Conseil d'Etat rend son arrêt peut être particulièrement long et résulter lui aussi de circonstances indépendantes de la volonté du requérant, comme c'est le cas dans l'espèce soumise au juge a quo, de sorte que le délai prévu pour introduire une action civile en dédommagement est entre-temps expiré. B.12.2. Comme l'appelant devant la juridiction a quo le souligne, au moment de l'introduction de son recours devant le Conseil d'Etat, le | vragen te wijzigen of te laten wijzigen. B.12.1. De redenen waarom de Raad van State een beroep tot nietigverklaring kan verwerpen zonder de grond van de zaak te hebben onderzocht, kunnen talrijk zijn. Zulks geldt met name wanneer de verzoeker, om redenen buiten zijn wil, zijn belang om in rechte te treden verliest tijdens het geding voor het hoge administratieve rechtscollege, zoals dat het geval is in de aan het verwijzende rechtscollege voorgelegde zaak. De termijn die is verstreken tussen de datum van het instellen van het beroep en de datum waarop de Raad van State zijn arrest wijst, kan bijzonder lang zijn en eveneens voortvloeien uit omstandigheden buiten de wil van de verzoeker, zoals dat het geval is in de aan de verwijzende rechter voorgelegde zaak, zodat de termijn waarin is voorzien om een burgerlijke vordering tot schadevergoeding in te stellen, intussen is verstreken. B.12.2. Zoals de appellant voor het verwijzende rechtscollege beklemtoont, kan de verzoeker, op het ogenblik van het instellen van |
requérant n'est pas en mesure de prévoir les circonstances qui peuvent | zijn beroep bij de Raad van State, niet de omstandigheden voorzien die |
aboutir à ce qu'un arrêt de rejet soit rendu ni le délai dans lequel | ertoe kunnen leiden dat een verwerpingsarrest zal worden gewezen, noch |
le Conseil d'Etat va statuer. Si la procédure devant le Conseil d'Etat | de termijn voorzien waarbinnen de Raad van State uitspraak zal doen. |
dure plus de cinq ans, l'absence d'effet interruptif de la prescription qui découle, en cas d'arrêt de rejet, de la disposition en cause a pour effet de priver le justiciable de toute possibilité d'introduire devant le juge civil, dans les délais, une action en réparation du dommage contre l'autorité administrative. Le seul moyen dont dispose le requérant pour préserver ses droits est l'intentement d'une action devant le juge civil, parallèlement à l'introduction d'un recours en annulation auprès du Conseil d'Etat, ce qui ferait toutefois échec à l'économie procédurale précisément recherchée par le législateur. B.12.3. Contrairement à ce que soutient le Conseil des ministres, l'absence d'effet interruptif de la prescription liée à un arrêt de rejet rendu par le Conseil d'Etat ne pourrait être justifiée par le souci d'harmoniser le régime en cause avec celui prévu en matière de | Indien de procedure voor de Raad van State meer dan vijf jaar duurt, zal de ontstentenis van een verjaringstuitende werking die, in geval van een verwerpingsarrest, uit de in het geding zijnde bepaling voortvloeit, tot gevolg hebben dat aan de rechtzoekende elke mogelijkheid wordt ontzegd om bij de burgerlijke rechter tijdig een vordering tot schadevergoeding in te stellen tegen de administratieve overheid. Het enige middel waarover de verzoeker beschikt om zijn rechten te vrijwaren, is het instellen van een vordering bij de burgerlijke rechter, naast het instellen van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State, hetgeen echter de doelstelling van proceseconomie zou tenietdoen, die precies door de wetgever wordt nagestreefd. B.12.3. In tegenstelling tot hetgeen de Ministerraad beweert, zou de ontstentenis van een verjaringstuitende werking met betrekking tot een door de Raad van State gewezen verwerpingsarrest niet kunnen worden verantwoord door de bekommernis om de in het geding zijnde regeling te |
citation en justice à l'article 2247 du Code civil. | harmoniseren met de in artikel 2247 van het Burgerlijk Wetboek |
bedoelde regeling inzake de dagvaarding voor het gerecht. | |
Comme il est dit en B.2, l'article 101 des lois sur la comptabilité de | Zoals in B.2 is vermeld, verwijst artikel 101 van de wetten op de |
l'Etat renvoie aux règles du droit commun pour l'interruption de la | Rijkscomptabiliteit naar de regels van het gemeen recht voor de |
stuiting van de verjaring, namelijk die welke worden voorgeschreven in | |
prescription, soit celles qui sont prescrites par la section I du | afdeling I van hoofdstuk IV, titel XX, boek III, van het Burgerlijk |
chapitre IV, titre XX, livre III du Code civil, sous les articles 2242 | Wetboek, onder de artikelen 2242 tot 2250 van het Wetboek. Hoewel |
à 2250 du Code. Bien que l'article 2244 dudit Code renvoie aux règles | artikel 2244 van dat Wetboek naar de regels van die afdeling verwijst, |
de cette section, y compris celle prévue à l'article 2247, il y a lieu | met inbegrip van de in artikel 2247 bedoelde regel, dient te worden |
de relever que, lorsque le justiciable introduit une citation devant | opgemerkt dat, wanneer de rechtzoekende een dagvaarding instelt voor |
le juge civil, ce dernier est appelé à statuer sur l'affaire dans le | de burgerlijke rechter, laatstgenoemde zich dient uit te spreken over |
cadre d'une seule et même procédure portant sur des droits subjectifs | de zaak in het kader van één en dezelfde procedure met betrekking tot |
au cours de laquelle le justiciable a pu faire valoir l'ensemble de | subjectieve rechten tijdens welke de rechtzoekende al zijn argumenten |
ses arguments. La circonstance que, par l'application de l'article | zal hebben kunnen doen gelden. De omstandigheid dat de stuiting van de |
2247 du Code civil, l'interruption de la prescription soit regardée | verjaring, door de toepassing van artikel 2247 van het Burgerlijk |
Wetboek, voor niet-bestaande wordt gehouden in geval van verwerping | |
comme non avenue en cas de rejet de l'action judiciaire pour des | van de rechtsvordering op inhoudelijke of vormelijke gronden, zal het |
motifs de fond ou de forme, n'a pas entaché l'examen du fondement de la demande. Le justiciable n'a pas pu, en pareil cas, être d'une quelconque manière victime d'un retard de la juridiction judiciaire saisie puisque c'est précisément ce juge qui statue avec une interruption du délai de prescription tant que la décision n'est pas rendue. B.12.4. En revanche, le justiciable qui saisit le Conseil d'Etat d'un recours en annulation, au contentieux objectif, peut voir ce recours rejeté pour un motif étranger au fond de l'affaire. Il doit introduire une nouvelle procédure, au contentieux subjectif cette fois, devant les juridictions civiles pour obtenir un dédommagement s'il démontre l'illégalité de l'acte administratif contesté, ce qui nécessite un examen du fond de l'affaire par le juge civil saisi. Un tel recours lui est toutefois refusé si la procédure devant le Conseil d'Etat dure plus de cinq ans, de sorte que, par suite de | onderzoek van de gegrondheid van de vordering niet hebben aangetast. In een dergelijk geval zal de rechtzoekende op geen enkele manier het slachtoffer kunnen zijn geweest van een achterstand bij het burgerlijke rechtscollege waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, aangezien het precies die rechter is die uitspraak doet met een stuiting van de verjaringstermijn zolang de beslissing niet is gewezen. B.12.4. Daarentegen kan ten aanzien van de rechtzoekende die bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring instelt, in het objectieve contentieux, dat beroep worden verworpen om een reden die niets te maken heeft met de grond van de zaak. Hij moet een nieuwe procedure, ditmaal in het subjectieve contentieux, instellen voor de burgerlijke rechtscolleges teneinde een schadevergoeding te verkrijgen, indien hij de onwettigheid van de betwiste bestuurshandeling aantoont, hetgeen een onderzoek van de grond van de zaak door de burgerlijke rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt, vereist. Een dergelijk beroep wordt hem evenwel ontzegd indien de procedure voor de Raad van State meer dan vijf jaar duurt, zodat ingevolge de |
l'application de l'article 2244, § 1er, alinéa 3, du Code civil, | toepassing van artikel 2244, § 1, derde lid, van het Burgerlijk |
combiné avec les articles 100 et 101 des lois sur la comptabilité de | Wetboek, in samenhang gelezen met de artikelen 100 en 101 van de |
l'Etat, le délai pour introduire son action en réparation devant le | wetten op de Rijkscomptabiliteit, de termijn om zijn vordering tot |
schadevergoeding in te stellen voor de burgerlijke rechter zal zijn | |
juge civil a expiré. | verstreken. |
B.13. Il résulte de ce qui précède qu'en ce qu'elle ne confère un | B.13. Uit het voorgaande vloeit voort dat de in het geding zijnde |
effet interruptif de la prescription qu'aux recours introduits devant | bepaling, in zoverre zij enkel aan de bij de Raad van State ingestelde |
le Conseil d'Etat qui aboutissent à un arrêt d'annulation, la | beroepen die tot een vernietigingsarrest leiden, een |
disposition en cause n'est pas pertinente par rapport aux objectifs | verjaringstuitende werking verleent, niet relevant is ten opzichte van |
mentionnés en B.7 et B.8, dès lors qu'elle oblige toujours le | de in B.7 en B.8 vermelde doelstellingen, aangezien zij de |
justiciable qui choisit d'attaquer un acte administratif devant le | rechtzoekende die ervoor kiest om een bestuurshandeling aan te vechten |
Conseil d'Etat à introduire également une action en réparation du | voor de Raad van State nog steeds ertoe verplicht om tevens ten |
dommage devant le juge civil, à titre conservatoire, pour éviter la | bewarende titel een vordering tot schadevergoeding in te stellen voor |
prescription de son action. | de burgerlijke rechter, teneinde de verjaring van zijn vordering te voorkomen. |
Par ces motifs, | Om die redenen, |
la Cour | het Hof |
dit pour droit : | zegt voor recht : |
L'article 2244, § 1er, alinéa 3, du Code civil, inséré par la loi du | Artikel 2244, § 1, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd |
25 juillet 2008 « modifiant le Code civil et les lois coordonnées du | bij de wet van 25 juli 2008 « tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek |
17 juillet 1991 sur la comptabilité de l'Etat en vue d'interrompre la | en de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit |
prescription de l'action en dommages et intérêts à la suite d'un | met het oog op het stuiten van de verjaring van de vordering tot |
recours en annulation devant le Conseil d'Etat », viole les articles | schadevergoeding ten gevolge van een beroep tot vernietiging bij de |
10 et 11 de la Constitution en ce qu'il ne confère pas un effet | Raad van State », schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in |
interruptif de la prescription aux recours introduits devant le | zoverre het geen verjaringstuitende werking toekent aan de bij de Raad |
Conseil d'Etat qui n'aboutissent pas à un arrêt d'annulation. | van State ingestelde beroepen die niet tot een vernietigingsarrest |
Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise, | leiden. Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel |
conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
la Cour constitutionnelle, le 8 novembre 2018. | op 8 november 2018. |
Le greffier, Le président, | De griffier, De voorzitter, |
P.-Y. Dutilleux F. Daoût | P.-Y. Dutilleux F. Daoût |