Etaamb.openjustice.be
Vue multilingue de Arrêt du --
← Retour vers "Extrait de l'arrêt n° 106/2018 du 19 juillet 2018 Numéro du rôle : 6686 En cause : la question préjudicielle relative aux articles 1382 et 1383 du Code civil, posée par le Tribunal de première instance de Liège, division Liège. La Cour con composée des présidents J. Spreutels et A. Alen, et des juges L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moer(...)"
Extrait de l'arrêt n° 106/2018 du 19 juillet 2018 Numéro du rôle : 6686 En cause : la question préjudicielle relative aux articles 1382 et 1383 du Code civil, posée par le Tribunal de première instance de Liège, division Liège. La Cour con composée des présidents J. Spreutels et A. Alen, et des juges L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moer(...) Uittreksel uit arrest nr. 106/2018 van 19 juli 2018 Rolnummer 6686 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg Luik, afdeling Luik. Het Grond samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, (...)
COUR CONSTITUTIONNELLE GRONDWETTELIJK HOF
Extrait de l'arrêt n° 106/2018 du 19 juillet 2018 Uittreksel uit arrest nr. 106/2018 van 19 juli 2018
Numéro du rôle : 6686 Rolnummer 6686
En cause : la question préjudicielle relative aux articles 1382 et In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 1382 en 1383
1383 du Code civil, posée par le Tribunal de première instance de van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste
Liège, division Liège. aanleg Luik, afdeling Luik.
La Cour constitutionnelle, Het Grondwettelijk Hof,
composée des présidents J. Spreutels et A. Alen, et des juges L. samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de
Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T.
P. Nihoul, F. Daoût et R. Leysen, assistée du greffier P.-Y. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût en R. Leysen, bijgestaan door de
Dutilleux, présidée par le président J. Spreutels, griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter J.
après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : Spreutels, wijst na beraad het volgende arrest :
I. Objet de la question préjudicielle et procédure I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Par jugement du 20 juin 2017 en cause de Josiane Le Roi contre Bij vonnis van 20 juni 2017 in zake Josiane Le Roi tegen de «
l'Université de Liège, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Université de Liège », waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is
Cour le 26 juin 2017, le Tribunal de première instance de Liège, ingekomen op 26 juni 2017, heeft de Rechtbank van eerste aanleg Luik,
division Liège, a posé la question préjudicielle suivante : afdeling Luik, de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Les articles 1382 et 1383 du Code civil violent-ils les articles 10 et 11 de la Constitution, s'ils doivent être interprétés en ce sens que pour engager la responsabilité d'une personne morale de droit public, la circonstance que cette dernière a adopté un acte annulé ou annulable par le Conseil d'Etat ne suffit pas pour établir l'existence d'une faute lui étant imputable, mais il faut également démontrer que l'administration a, à cette occasion, adopté un comportement négligent ou commis une erreur de conduite suivant le critère de l'administration normalement soigneuse et prudente placée dans les mêmes conditions, en ce que dans ce cas, ces dispositions créeraient une différence de traitement entre les personnes de droit privé et les personnes de droit public, la responsabilité civile des premières pouvant en effet être engagée du simple fait d'avoir violé une disposition de droit et sans qu'il soit nécessaire, pour le surplus, « Schenden de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in die zin geïnterpreteerd dat, om een publiekrechtelijk rechtspersoon aansprakelijk te stellen, het gegeven dat die laatstgenoemde een handeling heeft aangenomen die door de Raad van State nietig is verklaard of nietig kan worden verklaard, niet volstaat om het bestaan van een aan hem toe te schrijven fout te bewijzen, maar dat eveneens moet worden aangetoond dat de administratie bij die gelegenheid een nalatig gedrag heeft aangenomen of zich verkeerd heeft gedragen, volgens het criterium van de normaal zorgvuldige en voorzichtige administratie die zich in dezelfde omstandigheden bevindt, in zoverre, in dat geval, die bepalingen een verschil in behandeling zouden invoeren tussen de privaatrechtelijke personen en de publiekrechtelijke personen, waarbij de eerstgenoemden immers burgerrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld door het loutere feit dat zij een rechtsbepaling hebben geschonden, zonder dat daarnaast moet worden aangetoond dat zij eveneens een nalatig gedrag
d'établir qu'elles ont également adopté un comportement négligent ou hebben aangenomen of zich verkeerd hebben gedragen, volgens het
commis une erreur de conduite suivant le critère de la personne criterium van de normaal zorgvuldige en voorzichtige persoon die zich
normalement soigneuse et prudente placée dans les mêmes conditions ? ». in dezelfde omstandigheden bevindt ? ».
(...) (...)
III. En droit III. In rechte
(...) (...)
B.1. La question préjudicielle porte sur les articles 1382 et 1383 du B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de artikelen 1382 en
Code civil, qui disposent : 1383 van het Burgerlijk Wetboek, die bepalen :
«

Art. 1382.Tout fait quelconque de l'homme, qui cause à autrui un

«

Art. 1382.Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade

dommage, oblige celui par la faute duquel il est arrivé, à le réparer. wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is
ontstaan, deze te vergoeden.

Art. 1383.Chacun est responsable du dommage qu'il a causé non

Art. 1383.Ieder is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke hij

seulement par son fait, mais encore par sa négligence ou par son door zijn daad, maar ook voor die welke hij door zijn nalatigheid of
imprudence ». door zijn onvoorzichtigheid heeft veroorzaakt ».
B.2. La Cour est invitée à examiner la compatibilité de ces B.2. Het Hof wordt verzocht de bestaanbaarheid van die bepalingen te
dispositions avec le principe d'égalité et de non-discrimination, en ce qu'elles feraient naître une différence de traitement entre les personnes dont la responsabilité civile est mise en cause, selon qu'il s'agit d'une personne de droit privé ou d'une personne de droit public. Les personnes de droit privé pourraient voir leur responsabilité engagée par la seule circonstance qu'elles ont violé une disposition de droit leur imposant un comportement déterminé, sans qu'il soit nécessaire d'établir en outre qu'elles ont adopté un comportement négligent ou commis une erreur de conduite suivant le critère de la personne normalement soigneuse et prudente, placée dans les mêmes conditions, alors que les personnes de droit public ne pourraient voir leur responsabilité engagée que s'il est démontré qu'elles ont adopté un comportement négligent ou commis une erreur de conduite suivant le critère de la personne normalement soigneuse et prudente, placée dans les mêmes conditions. B.3.1. La question préjudicielle est libellée en des termes qui laissent à penser que la juridiction a quo interprète les dispositions en cause en ce sens que la circonstance qu'une personne morale de droit public a adopté un acte annulé ou annulable par le Conseil d'Etat ne suffit pas pour établir que cette personne a commis une faute dans un litige mettant en cause sa responsabilité devant les onderzoeken met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie in zoverre zij een verschil in behandeling zouden doen ontstaan onder personen die burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld, naargelang het gaat om een privaatrechtelijke of een publiekrechtelijke persoon. Privaatrechtelijke personen zouden aansprakelijk kunnen worden gesteld door het loutere feit dat zij een rechtsbepaling hebben geschonden die hun een bepaalde gedraging oplegt en zonder dat daarnaast moet worden aangetoond dat zij een nalatig gedrag hebben aangenomen of zich verkeerd hebben gedragen volgens het criterium van een normaal zorgvuldige en voorzichtige persoon die zich in dezelfde omstandigheden bevindt, terwijl publiekrechtelijke personen enkel aansprakelijk zouden kunnen worden gesteld indien wordt aangetoond dat zij een nalatig gedrag hebben aangenomen of zich verkeerd hebben gedragen volgens het criterium van een normaal zorgvuldige en voorzichtige persoon die zich in dezelfde omstandigheden bevindt. B.3.1. De formulering van de prejudiciële vraag wijst erop dat het verwijzende rechtscollege de in het geding zijnde bepalingen in die zin interpreteert dat de omstandigheid dat een publiekrechtelijke rechtspersoon een door de Raad van State vernietigde of vernietigbare bestuurshandeling heeft aangenomen, niet volstaat om ten aanzien van die rechtspersoon een fout aan te tonen in een geschil waarbij diens aansprakelijkheid voor de hoven en rechtbanken in het geding wordt
cours et tribunaux, sur la base des articles 1382 et 1383 du Code gebracht op grond van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk
Wetboek. De verwijzende rechter leidt daaruit af dat, om die
civil. Le juge a quo en déduit que, pour engager la responsabilité de publiekrechtelijke rechtspersoon aansprakelijk te stellen, de persoon
cette personne morale de droit public, la personne qui entend obtenir die schadevergoeding wenst te verkrijgen daarnaast moet aantonen dat
réparation doit en outre démontrer que l'auteur de l'acte annulé ou de auteur van de vernietigde of vernietigbare bestuurshandeling
annulable a, à cette occasion, adopté un comportement négligent ou daarbij een nalatig gedrag heeft aangenomen of zich verkeerd heeft
commis une erreur de conduite suivant le critère de l'administration gedragen volgens het criterium van een normaal zorgvuldige en
normalement soigneuse et prudente, placée dans les mêmes conditions. voorzichtige administratie die zich in dezelfde omstandigheden bevindt.
B.3.2. Il ressort des motifs du jugement de renvoi que la juridiction B.3.2. Uit de motivering van het verwijzingsvonnis blijkt dat het
a quo « se rallie » au courant doctrinal et jurisprudentiel qui remet verwijzende rechtscollege « zich aansluit » bij de strekking in de
« largement » en cause « l'idée de correspondance automatique » entre l'illégalité de l'acte administratif, constatée ou pouvant l'être par le Conseil d'Etat, et la faute commise par l'administration, qui doit être démontrée par la personne lésée qui entend obtenir réparation du dommage qu'elle estime avoir subi en conséquence de cette faute. La juridiction a quo envisage les dispositions en cause dans l'interprétation selon laquelle « l'équivalence entre illégalité et faute est limitée à l'hypothèse où la norme de droit violée impose à l'administration une obligation claire, précise et inconditionnelle (ou une obligation de résultat) rendant la faute intrinsèque à rechtsleer en rechtspraak die « in ruime mate » « de idee van een automatische overeenstemming » ter discussie stelt, tussen de door de Raad van State vastgestelde of vaststelbare onwettigheid van de bestuurshandeling en de door de administratie begane fout, die moet worden aangetoond door de benadeelde persoon die vergoeding wenst te verkrijgen van de schade die hij meent te hebben geleden als gevolg van die fout. Het verwijzende rechtscollege legt de in het geding zijnde bepalingen voor in de interpretatie volgens welke « de gelijkstelling van onwettigheid en fout beperkt is tot het geval waarin de geschonden rechtsnorm aan de administratie een duidelijke, nauwkeurig omschreven en onvoorwaardelijke verbintenis (of een resultaatsverbintenis) oplegt die de fout intrinsiek doet deel
l'(in)exécution de la norme » et « à l'inverse, la norme dépourvue de uitmaken van de (niet-)uitvoering van de norm », en « omgekeerd, de
ces qualités de clarté, de précision et d'inconditionnalité ne rend norm die niet die eigenschappen van duidelijkheid, nauwkeurigheid en
pas fautif le comportement de l'administration par le fait même de sa onvoorwaardelijkheid heeft, de gedraging van de administratie niet
violation ». foutief maakt, louter door het feit dat zij is geschonden ».
B.3.3. La juridiction a quo retient de la sorte la théorie dite de « B.3.3. Het verwijzende rechtscollege kiest op die manier voor de
l'unité relative » de l'illégalité et de la faute, théorie qui, en zogenoemde theorie van « de relatieve eenheid » van onwettigheid en
doctrine, est opposée à celle de « l'unité absolue » de l'illégalité fout, theorie die in de rechtsleer tegengesteld wordt aan die van « de
et de la faute, selon laquelle l'illégalité de l'acte administratif annulé par le Conseil d'Etat constitue la faute de l'auteur de l'acte dans tous les cas. B.3.4. La Cour examine les dispositions en cause dans l'interprétation retenue par la juridiction a quo, qui est exposée en B.3.2. B.4. Contrairement à ce que soutient la partie défenderesse devant la juridiction a quo, la circonstance que les actes des personnes de droit privé, à l'inverse des actes des personnes de droit public, ne peuvent pas faire l'objet d'une annulation par le Conseil d'Etat ne absolute eenheid » van onwettigheid en fout, volgens welke de onwettigheid van een door de Raad van State vernietigde bestuurshandeling in alle gevallen de fout is van de auteur van de akte. B.3.4. Het Hof onderzoekt de in het geding zijnde bepalingen in de in B.3.2 uiteengezette interpretatie van het verwijzende rechtscollege. B.4. Anders dan hetgeen de verwerende partij voor het verwijzende rechtscollege aanvoert, volstaat de omstandigheid dat daden van privaatrechtelijke personen, in tegenstelling tot handelingen aangenomen door publiekrechtelijke personen, niet door de Raad van State kunnen worden vernietigd, niet om te besluiten dat de
suffit pas à conclure que la première catégorie de personnes et la eerstgenoemde en de laatstgenoemde personen niet voldoende
seconde catégorie de personnes ne seraient pas suffisamment vergelijkbaar zouden zijn in het licht van de in het geding zijnde
comparables au regard des dispositions en cause, dès lors qu'il est bepalingen, aangezien die bepalingen, volgens vaste rechtspraak, zowel
établi de manière constante que ces dispositions obligent tant een administratieve overheid als privaatrechtelijke personen
l'autorité administrative que les personnes de droit privé à réparer verplichten om de schade die zij door hun schuld aan een ander hebben
le dommage causé à autrui par sa faute (Cass., 5 novembre 1920, Pas., toegebracht, te vergoeden (Cass., 5 november 1920, Pas., 1920, I, pp.
1920, I, pp. 239-240). 239-240).
B.5. La faute de la personne de droit privé dont la responsabilité est B.5. De fout van de privaatrechtelijke persoon wiens aansprakelijkheid
mise en cause sur la base des articles 1382 et 1383 du Code civil peut consister soit en une transgression d'une norme législative ou réglementaire imposant à des sujets de droit de s'abstenir ou d'agir de manière déterminée, sous réserve de l'erreur invincible ou d'une autre cause de justification, soit, en l'absence d'une telle norme, en une violation d'une norme générale de bonne conduite, appréciée à l'aune du comportement qui peut être attendu d'une personne normalement soigneuse et prudente, placée dans les mêmes conditions et exerçant la même fonction ou ayant la même qualification que la personne dont la responsabilité est recherchée. B.6. Dans l'interprétation des dispositions en cause suivie par la juridiction a quo, la faute de la personne morale de droit public dont la responsabilité est mise en cause sur la base des mêmes dispositions peut être prouvée soit par la démonstration que l'auteur de l'acte a violé une norme de droit qui lui imposait une obligation claire, précise et inconditionnelle, sous réserve de l'erreur invincible ou d'une autre cause de justification, soit, en l'absence d'une telle norme, par la démonstration que l'auteur de l'acte a adopté un comportement que n'aurait pas adopté une administration ou un agent normalement soigneux et prudent, placé dans les mêmes conditions. B.7. Il découle de ce qui précède que les dispositions en cause, telles qu'elles sont interprétées par la juridiction a quo, ne créent aucune différence de traitement entre les personnes de droit privé et in het geding wordt gebracht op grond van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek kan bestaan hetzij in de overtreding van een wettelijke of reglementaire norm die rechtssubjecten verplicht om niets te doen of op een bepaalde manier wel iets te doen, behoudens onoverkomelijke dwaling of enige andere rechtvaardigingsgrond, hetzij, bij ontstentenis van zulk een norm, in de schending van een algemene gedragsnorm, die wordt beoordeeld in het licht van het gedrag dat kan worden verwacht van een normaal zorgvuldige en voorzichtige persoon die zich in dezelfde omstandigheden bevindt en die dezelfde functie uitoefent of dezelfde kwalificatie heeft als de persoon die aansprakelijk dreigt te worden gesteld. B.6. Volgens de interpretatie van de in het geding zijnde bepalingen door het verwijzende rechtscollege kan de fout van de publiekrechtelijke rechtspersoon wiens aansprakelijkheid op grond van dezelfde bepalingen in het geding wordt gebracht, worden bewezen hetzij door aan te tonen dat de auteur van de handeling een rechtsnorm heeft geschonden die hem een duidelijke, nauwkeurige en onvoorwaardelijke verplichting oplegde, onder voorbehoud van een onoverkomelijke dwaling of een andere rechtvaardigingsgrond, hetzij, bij ontstentenis van zulk een norm, door aan te tonen dat de auteur van de handeling een gedrag heeft aangenomen dat niet zou zijn aangenomen door een normaal zorgvuldige en voorzichtige administratie of ambtenaar die zich in dezelfde omstandigheden bevindt. B.7. Uit het voorgaande volgt dat de in het geding zijnde bepalingen, zoals zij door het verwijzende rechtscollege worden geïnterpreteerd, geen enkel verschil in behandeling creëren tussen privaatrechtelijke personen en publiekrechtelijke personen. Immers, ongeacht de aard van
les personnes de droit public. En effet, quelle que soit la nature de de persoon wiens aansprakelijkheid in het geding wordt gebracht,
la personne dont la responsabilité est mise en cause, la faute devant bestaat de fout die moet worden aangetoond door de partij die beweert
être démontrée par la partie qui soutient que le comportement de dat het gedrag van de steller van de handeling hem schade heeft
l'auteur de l'acte lui a causé un dommage consiste soit en une toegebracht, hetzij in de schending van een wettelijke of
violation d'une norme légale ou réglementaire imposant un comportement reglementaire norm die verplicht tot een voldoende bepaald gedrag of
ou une abstention d'agir suffisamment déterminés, soit, en l'absence tot een voldoende bepaalde ontstentenis van gedrag, hetzij, bij
d'une telle norme, en une violation d'une norme générale de conduite ontstentenis van zulk een norm, in de schending van een algemene
enjoignant d'agir comme le ferait une personne normalement soigneuse gedragsnorm die gebiedt te handelen zoals een normaal zorgvuldige en
et prudente, placée dans les mêmes conditions. voorzichtige persoon die zich in dezelfde omstandigheden bevindt dat zou doen.
B.8. La question préjudicielle appelle une réponse négative. B.8. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.
Par ces motifs, Om die redenen,
la Cour het Hof
dit pour droit : zegt voor recht :
Les articles 1382 et 1383 du Code civil ne violent pas les articles 10 De artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek schenden de
et 11 de la Constitution. artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.
Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise, Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel
conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
la Cour constitutionnelle, le 19 juillet 2018. op 19 juli 2018.
Le greffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
Le président, De voorzitter,
J. Spreutels J. Spreutels
^