← Retour vers "Extrait de l'arrêt n° 119/2017 du 12 octobre 2017 Numéro du rôle : 6540 En cause :
la question préjudicielle relative aux articles 39, 40 et 1056 du Code judiciaire, posée par la Cour
d'appel d'Anvers. La Cour constitutionnelle, composé après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : I. Objet de
la question préjudicielle et procédu(...)"
Extrait de l'arrêt n° 119/2017 du 12 octobre 2017 Numéro du rôle : 6540 En cause : la question préjudicielle relative aux articles 39, 40 et 1056 du Code judiciaire, posée par la Cour d'appel d'Anvers. La Cour constitutionnelle, composé après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : I. Objet de la question préjudicielle et procédu(...) | Uittreksel uit arrest nr. 119/2017 van 12 oktober 2017 Rolnummer 6540 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 39, 40 en 1056 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Antwerpen. Het Grondwettelijk Ho samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de rechters L. Lavrysen, A. Alen, J(...) |
---|---|
COUR CONSTITUTIONNELLE | GRONDWETTELIJK HOF |
Extrait de l'arrêt n° 119/2017 du 12 octobre 2017 | Uittreksel uit arrest nr. 119/2017 van 12 oktober 2017 |
Numéro du rôle : 6540 | Rolnummer 6540 |
En cause : la question préjudicielle relative aux articles 39, 40 et | In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 39, 40 en |
1056 du Code judiciaire, posée par la Cour d'appel d'Anvers. | 1056 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Antwerpen. |
La Cour constitutionnelle, | Het Grondwettelijk Hof, |
composée des présidents E. De Groot et J. Spreutels, et des juges L. | samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de |
Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. | rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. |
Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet et R. Leysen, assistée | Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. |
du greffier F. Meersschaut, présidée par le président E. De Groot, | Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter E. De Groot, |
après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Objet de la question préjudicielle et procédure | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Par arrêt du 31 octobre 2016 en cause de la société de droit | Bij arrest van 31 oktober 2016 in zake de vennootschap naar Nederlands |
néerlandais « ABN AMRO NV » et autres contre la SA « Tessenderlo | recht « ABN AMRO NV » en anderen tegen de nv « Tessenderlo Chemie » en |
Chemie » et autres, dont l'expédition est parvenue au greffe de la | anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op |
Cour le 15 novembre 2016, la Cour d'appel d'Anvers a posé la question | 15 november 2016, heeft het Hof van Beroep te Antwerpen de volgende |
préjudicielle suivante : | prejudiciële vraag gesteld : |
« Les articles 39, 40 et 1056 du Code judiciaire violent-ils les | « Schenden artikel 39, 40 en 1056 van het Gerechtelijk Wetboek de |
articles 10 et 11 de la Constitution, combinés ou non avec l'article | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen |
14, paragraphe 1, du Pacte international relatif aux droits civils et | met artikel 14.1 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten |
politiques et avec l'article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce que l'appel est irrecevable dans le cas d'un intimé qui a son domicile ou sa résidence à l'étranger et qui a fait élection de domicile en Belgique, lorsque l'appelant méconnaît cette élection de domicile et forme appel par exploit d'huissier de justice alors que cet appel interjeté en méconnaissance du domicile élu en Belgique d'un intimé qui a son domicile ou sa résidence à l'étranger est recevable s'il est formé par requête déposée au greffe de la juridiction d'appel ? ». | en Politieke Rechten en artikel 6 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens, doordat het hoger beroep onontvankelijk is ten aanzien van een geïntimeerde die woonplaats of verblijfplaats in het buitenland heeft en die keuze van woonst heeft gedaan in België, wanneer de appellant deze woonstkeuze miskent en hoger beroep instelt bij gerechtsdeurwaardersexploot, terwijl dit hoger beroep met miskenning van de woonstkeuze in België van een geïntimeerde die woonplaats of verblijfplaats in het buitenland heeft, ontvankelijk is wanneer het wordt ingesteld middels verzoekschrift neergelegd ter griffie van de appelrechter ? ». |
(...) | (...) |
III. En droit | III. In rechte |
(...) | (...) |
Quant à la compétence de la Cour | Ten aanzien van de bevoegdheid van het Hof |
B.1. Les parties défenderesses sur opposition dans le litige au fond | B.1. De verwerende partijen op verzet in het geschil ten gronde voeren |
allèguent, en ordre principal, que la Cour n'est pas compétente pour | in hoofdorde aan dat het Hof niet bevoegd is om kennis te nemen van de |
connaître de la question préjudicielle, en ce que la formulation de celle-ci conduirait le juge a quo à déléguer sa juridiction ou à statuer prématurément sur la recevabilité de l'appel. B.2. La Cour, statuant au contentieux préjudiciel, doit s'exprimer au sujet d'une norme générale et non sur le cas particulier dont est saisi le juge a quo. Elle n'est pas compétente pour trancher le litige au fond, ni pour se prononcer sur l'application aux faits de la cause de la norme générale. B.3.1. La question préjudicielle, telle qu'elle est formulée par le juge a quo, invite la Cour à se prononcer sur la différence de traitement entre les parties à l'instance d'appel, selon que l'appel est formé par acte d'huissier ou par requête, sur le plan de la sanction réservée à l'acte d'appel adressé à la partie intimée établie à l'étranger en méconnaissance du domicile élu par celle-ci en Belgique. Une telle question relève de la compétence de la Cour. | prejudiciële vraag in zoverre de formulering ervan de verwijzende rechter ertoe zou brengen zijn rechtsmacht over te dragen of voortijdig uitspraak te doen over de ontvankelijkheid van het hoger beroep. B.2. Het Hof, dat uitspraak doet in het prejudicieel contentieux, moet zich uitspreken over een algemene norm en niet over het bijzondere geval dat bij de verwijzende rechter aanhangig is. Het is niet bevoegd om het geschil ten gronde te beslechten, noch om zich uit te spreken over de toepassing van de algemene norm op de feiten van de zaak. B.3.1. In de prejudiciële vraag zoals geformuleerd door de verwijzende rechter wordt het Hof verzocht zich uit te spreken over het verschil in behandeling onder de partijen bij het hoger beroep, naargelang het hoger beroep wordt ingesteld bij deurwaardersakte of bij verzoekschrift, op het vlak van de sanctie die wordt voorbehouden aan de akte van hoger beroep die aan de in het buitenland gevestigde geïntimeerde partij wordt gericht met niet-inachtneming van de door die partij gekozen woonplaats in België. Een dergelijke vraag valt onder de bevoegdheid van het Hof. |
B.3.2. L'exception est rejetée. | B.3.2. De exceptie wordt verworpen. |
Quant aux dispositions en cause et à leur contexte | Ten aanzien van de in het geding zijnde bepalingen en de context ervan |
B.4.1. L'article 39, alinéa 1er, du Code judiciaire dispose : | B.4.1. Artikel 39, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : |
« Lorsque le destinataire a élu domicile chez un mandataire, la | « Wanneer de geadresseerde bij een lasthebber woonplaats heeft |
signification et la notification peuvent être faites à ce domicile ». | gekozen, mogen de betekening en de kennisgeving aan die woonplaats geschieden ». |
B.4.2. L'article 40 du même Code dispose : | B.4.2. Artikel 40 van hetzelfde Wetboek bepaalt : |
« A ceux qui n'ont en Belgique ni domicile, ni résidence, ni domicile | « Ten aanzien van hen die in België geen gekende woonplaats, |
élu connus, la copie de l'acte est adressée par l'huissier de justice | verblijfplaats, of gekozen woonplaats hebben, stuurt de |
gerechtsdeurwaarder bij een ter post aangetekende brief het afschrift | |
sous pli recommandé à la poste, à leur domicile ou à leur résidence à | van de akte aan hun woonplaats of aan hun verblijfplaats in het |
l'étranger et en outre par avion si le point de destination n'est pas | buitenland en met de luchtpost indien de plaats van bestemming niet in |
dans un Etat limitrophe, sans préjudice des autres modes de | een aangrenzend land ligt, onverminderd enige andere wijze van |
transmission convenus entre la Belgique et le pays de leur domicile ou | toezending overeengekomen tussen België en het land waar zij hun woon- |
de leur résidence. La signification est réputée accomplie par la | of verblijfplaats hebben. De betekening wordt geacht te zijn verricht |
remise de l'acte aux services de la poste contre le récépissé de | door de afgifte van de akte aan de postdienst tegen ontvangstbewijs in |
l'envoi dans les formes prévues au présent article. | de vormen die in dit artikel worden bepaald. |
Heeft de betrokkene in België noch in het buitenland een gekende | |
A ceux qui n'ont en Belgique ni à l'étranger de domicile, de résidence | woonplaats, verblijfplaats, noch gekozen woonplaats, dan wordt de |
ou de domicile élu connus, la signification est faite au procureur du Roi dans le ressort duquel siège le juge qui doit connaître ou a connu de la demande; si aucune demande n'est ou n'a été portée devant le juge, la signification est faite au procureur du Roi dans le ressort duquel le requérant a son domicile ou, s'il n'a pas de domicile en Belgique, au procureur du Roi à Bruxelles. [...] Les significations peuvent toujours être faites à la personne si celle-ci est trouvée en Belgique. La signification à l'étranger ou au procureur du Roi est non avenue si la partie à la requête de laquelle elle a été accomplie connaissait le domicile ou la résidence ou le domicile élu en Belgique ou, le cas | betekening gedaan aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de rechter die van de vordering kennis moet nemen of heeft genomen, zitting houdt; is of wordt er geen vordering voor de rechter gebracht, dan geschiedt de betekening aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de verzoeker zijn woonplaats heeft of, indien hij geen woonplaats in België heeft, aan de procureur des Konings te Brussel. [...] De betekeningen mogen altijd aan de persoon worden gedaan, indien deze in België wordt aangetroffen. De betekening in het buitenland of aan de procureur des Konings is ongedaan indien de partij op wier verzoek ze verricht is, de woonplaats of de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt, in België of, in voorkomend geval in het |
échéant, à l'étranger du signifié ». | buitenland, kende ». |
B.4.3. L'article 1056 du même Code dispose : | B.4.3. Artikel 1056 van hetzelfde Wetboek bepaalt : |
« L'appel est formé : | « Het hoger beroep wordt ingesteld : |
1° par acte d'huissier de justice signifié à partie. | 1° bij akte van een gerechtsdeurwaarder die aan de tegenpartij wordt betekend; |
2° par requête déposée au greffe de la juridiction d'appel en autant | 2° bij een verzoekschrift dat, in zoveel exemplaren als er betrokken |
partijen zijn, ingediend wordt op de griffie van het gerecht in hoger | |
d'exemplaires qu'il y a de parties en cause, et notifiée par le | beroep en door de griffier aan de gedaagde partij en, in voorkomend |
greffier, sous pli judiciaire, à la partie intimée et, le cas échéant, | geval, aan haar advocaat bij gerechtsbrief ter kennis gebracht |
à son avocat au plus tard le premier jour ouvrable qui suit le dépôt; | uiterlijk de eerste werkdag nadat het is ingediend; |
3° par lettre recommandée à la poste envoyée au greffe, lorsque la loi | 3° bij ter post aangetekende brief die aan de griffie wordt gezonden, |
a formellement prévu ce mode de recours, ainsi que dans les matières | wanneer de wet deze wijze van voorziening uitdrukkelijk voorschrijft, |
prévues aux articles 579, 6°, 580, 2°, 3°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° et 11°, | alsmede in de materies bedoeld bij de artikelen 579, 6°, 580, 2°, 3°, |
581, 2°, 582, 1° et 2°, et 583; | 6°, 7°, 8°, 9°, 10° en 11°, 581, 2°, 582, 1° en 2°, en 583; |
4° par conclusions à l'égard de toute partie présente ou représentée à | 4° bij conclusie, ten aanzien van iedere partij die bij het geding |
la cause ». | aanwezig of vertegenwoordigd is ». |
B.5.1. En vertu de l'article 39, alinéa 1er, du Code judiciaire, | B.5.1. Wanneer de geadresseerde bij een lasthebber woonplaats heeft |
lorsque le destinataire a élu domicile chez un mandataire, la | gekozen, mogen krachtens artikel 39, eerste lid, van het Gerechtelijk |
signification et la notification peuvent être faites à ce domicile. | Wetboek, de betekening en de kennisgeving aan die woonplaats |
Cette disposition n'impose pas la signification ou la notification au | geschieden. Die bepaling legt niet de verplichting op te betekenen of |
domicile élu en Belgique lorsque le destinataire est domicilié en | de kennisgeving te laten gebeuren op die gekozen woonplaats in België, |
Belgique ou, pour une personne morale, lorsqu'elle y a son siège | wanneer de geadresseerde in België gedomicilieerd is of, voor een |
social (Cass., 12 janvier 2012, Pas., 2012, I, n° 30. Dans le même | rechtspersoon, er zijn maatschappelijke zetel heeft (Cass., 12 januari |
2012, Arr. Cass., 2012, nr. 30. In dezelfde zin : Cass., 26 februari | |
sens : Cass., 26 février 2010, Pas., 2010, n° 136; 10 mai 2012, Pas., | 2010, Arr. Cass., 2010, nr. 136; 10 mei 2012, Arr. Cass., 2012, nr. |
2012, n° 294). B.5.2. Si une personne à qui un huissier de justice adresse une signification n'a en Belgique ni domicile, ni résidence, ni domicile élu connus, l'huissier signifie l'acte à cette personne à son domicile ou à sa résidence à l'étranger (article 40, alinéa 1er, du Code judiciaire). Lorsqu'une personne n'a en Belgique ou à l'étranger ni domicile, ni résidence, ni domicile élu connus, la signification est faite au procureur du Roi dans le ressort duquel siège le juge qui doit connaître ou a connu de la demande (article 40, alinéa 2, du Code judiciaire). B.5.3. En vertu de l'article 40, alinéa 4, du Code judiciaire, la | 294). B.5.2. Wanneer een persoon aan wie een gerechtsdeurwaarder een betekening doet, in België geen gekende woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats heeft, betekent die gerechtsdeurwaarder de akte aan die persoon aan zijn woonplaats of verblijfplaats in het buitenland (artikel 40, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek). Wanneer een persoon in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats heeft, wordt de betekening gedaan aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de rechter die van de vordering kennis moet nemen of heeft genomen, zitting houdt (artikel 40, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek). B.5.3. Krachtens artikel 40, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek |
signification faite à l'étranger ou au procureur du Roi est « non | is de betekening in het buitenland of aan de procureur des Konings « |
avenue » si la partie à la requête de laquelle elle a été accomplie | ongedaan » indien de partij op wier verzoek ze verricht is, de |
woonplaats of de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van de | |
connaissait le domicile ou la résidence ou le domicile élu en Belgique | geadresseerde in België of, in voorkomend geval, in het buitenland |
ou, le cas échéant, à l'étranger du signifié (Cass., 18 septembre | kende (Cass., 18 september 1980, Arr. Cass., 1980-1981, p. 70; 15 |
1980, Pas., 1981, I, p. 71; 15 novembre 1991, Pas., 1992, I, n° 144; 9 | november 1991, Arr. Cass., 1992, nr. 144; 9 januari 1997, Arr. Cass., |
janvier 1997, Pas., 1997, I, n° 22). Il en résulte que la | 1997, nr. 22). Daaruit volgt dat de betekening aan de gekozen |
signification au domicile élu en Belgique est obligatoire lorsque la | woonplaats in België verplicht is wanneer de betekende partij in het |
partie signifiée est établie à l'étranger, si la partie adverse | buitenland gevestigd is, in zoverre de tegenpartij de gekozen |
connaissait le domicile élu. | woonplaats kende. |
Selon la jurisprudence de la Cour de cassation, l'élection de domicile | Volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie geldt de keuze van de |
qui est faite dans l'exploit de signification d'une décision | woonplaats die in het exploot van betekening van een gerechtelijke |
judiciaire vaut pour tous les actes de procédure qui se rattachent à | beslissing wordt gedaan voor alle proceshandelingen welke met die |
cette décision et, notamment, pour les voies de recours qui peuvent | beslissing verband houden en onder meer voor de rechtsmiddelen die |
être exercées contre elle (Cass., 18 septembre 1980, Pas., 1981, I, p. | ertegen kunnen worden aangewend (Cass., 18 september 1980, Arr. Cass., |
71; 16 octobre 1980, Pas., 1981, I, p. 207; 29 mai 2009, Pas., 2009, | 1980-1981, p. 70; 16 oktober 1980, Arr. Cass., 1980-1981, p. 173; 29 |
n° 359). | mei 2009, Arr. Cass., 2009, nr. 359). |
B.6.1. Le délai d'appel est d'un mois à partir de la signification ou | B.6.1. De termijn van hoger beroep is een maand, te rekenen vanaf de |
de la notification du jugement entrepris (article 1051, alinéa 1er, du | betekening of de kennisgeving van het bestreden vonnis (artikel 1051, |
Code judiciaire). | eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek). |
B.6.2. Het hoger beroep wordt ingesteld bij akte van een | |
B.6.2. L'appel est formé par acte d'huissier de justice signifié à | gerechtsdeurwaarder die aan de tegenpartij wordt betekend (artikel |
partie (article 1056, 1°, du Code judiciaire) ou par requête déposée | 1056, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek) of bij verzoekschrift dat ter |
griffie wordt ingediend of per post aan de griffie wordt gezonden | |
au greffe ou envoyée au greffe par la poste (article 1056, 2°). Il | (artikel 1056, 2°). Het kan ook worden ingesteld bij ter post |
peut aussi être formé par lettre recommandée à la poste, lorsque la | aangetekende brief, wanneer de wet die wijze van voorziening |
loi a formellement prévu ce mode de recours ainsi que dans les cas | uitdrukkelijk voorschrijft, alsook in de gevallen opgesomd in artikel |
énumérés à l'article 1056, 3°, ou par conclusions à l'égard de toute | 1056, 3°, of bij conclusie, ten aanzien van iedere partij die bij het |
partie présente ou représentée à la cause (article 1056, 4°). | geding aanwezig of vertegenwoordigd is (artikel 1056, 4°). |
Lorsque l'appel est formé par requête, la date de l'appel est celle à | Wanneer het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoekschrift, is de |
datum van het hoger beroep die waarop het verzoekschrift op de griffie | |
laquelle la requête a été déposée au greffe (Cass., 27 novembre 1997, | is ingediend (Cass., 27 november 1997, Arr. Cass., 1997, nr. 512) of, |
in geval van verzending van het verzoekschrift bij aangetekend | |
Pas., 1997, II, n° 512) ou, en cas d'envoi de la requête par pli | schrijven, de datum van ontvangst van dat schrijven op de griffie |
recommandé, la date de la réception de ce pli au greffe (Cass., 10 | (Cass., 10 januari 2008, Arr. Cass., 2008, nr. 19). Ingeval de |
janvier 2008, Pas., 2008, n° 19). En cas de défaut de l'intimé, le | gedaagde partij niet verschijnt, kan de rechter de uitspraak aanhouden |
juge peut surseoir à statuer et ordonner la signification de l'acte | en bevelen dat het hoger beroep bij deurwaardersakte wordt betekend |
d'appel par huissier (article 1058 du Code judiciaire). Une telle | (artikel 1058 van het Gerechtelijk Wetboek). Een dergelijke betekening |
signification ne doit pas intervenir dans le délai d'appel (Cass., 13 | moet niet gebeuren binnen de beroepstermijn (Cass., 13 november 2000, |
novembre 2000, Pas., 2000, II, n° 617). | Arr. Cass., 2000, nr. 617). |
Quant à la question préjudicielle | Ten aanzien van de prejudiciële vraag |
B.7. La Cour est interrogée sur la compatibilité des articles 39, 40 | B.7. Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid van de |
et 1056 du Code judiciaire avec les articles 10 et 11 de la | artikelen 39, 40 en 1056 van het Gerechtelijk Wetboek met de artikelen |
Constitution, lus ou non en combinaison avec l'article 14, paragraphe | 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel |
1, du Pacte international relatif aux droits civils et politiques et | 14, lid 1, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en |
avec l'article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce qu'ils prévoient que seul l'acte d'appel formé par exploit d'huissier de justice est considéré comme « irrecevable » en cas de méconnaissance du domicile élu en Belgique par une partie intimée établie à l'étranger, et non l'acte d'appel formé par requête. Contrairement à ce que les parties demanderesses sur opposition suggèrent dans leurs mémoires, il n'appartient pas aux parties d'étendre la portée d'une question préjudicielle. La Cour ne peut dès lors examiner la compatibilité des dispositions en cause avec le principe d'égalité et de non-discrimination en ce qu'elles instaurent une différence de traitement entre les parties intimées établies à l'étranger qui ont élu domicile en Belgique, selon que l'appel est | politieke rechten en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre zij bepalen dat alleen de akte van hoger beroep die bij gerechtsdeurwaardersexploot is ingesteld, als « onontvankelijk » wordt beschouwd in geval van niet-inachtneming van de woonplaats die in België is gekozen door een in het buitenland gevestigde geïntimeerde partij, en niet de akte van hoger beroep die bij verzoekschrift is ingesteld. In tegenstelling tot hetgeen de eisende partijen op verzet in hun memories suggereren, staat het niet aan de partijen om de draagwijdte van een prejudiciële vraag uit te breiden. Het Hof kan bijgevolg niet de bestaanbaarheid van de in het geding zijnde bepalingen met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie onderzoeken in zoverre zij, ten aanzien van de wijze waarop het vonnis van eerste aanleg in kracht van gewijsde treedt, een verschil in behandeling invoeren onder de in het buitenland gevestigde geïntimeerde partijen die in België woonplaats hebben gekozen, naargelang het hoger beroep is ingesteld |
formé par acte d'huissier ou par requête, quant à la manière dont le | bij deurwaardersakte of bij verzoekschrift. |
jugement de première instance acquiert force de chose jugée. | B.8. Uit de motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt dat het |
geschil ten gronde betrekking heeft op een situatie waarin, | |
B.8. Il ressort des motifs de la décision de renvoi que le litige au | achtereenvolgens, de eisende partijen op verzet (die ook de |
fond porte sur une situation dans laquelle, successivement, les | geïntimeerde partijen zijn in de beroepsprocedure waartegen verzet is |
parties demanderesses sur opposition (qui sont également les parties | ingesteld) in het exploot van betekening van het vonnis van eerste |
intimées dans la procédure d'appel dont opposition) ont fait élection | aanleg woonplaats in België hebben gekozen, de verwerende partijen op |
de domicile en Belgique dans l'exploit de signification du jugement de | verzet (die ook de appellanten zijn in de beroepsprocedure waartegen |
première instance, les parties défenderesses sur opposition (qui sont | verzet is ingesteld) tegen dat vonnis hoger beroep hebben ingesteld |
également les parties appelantes dans la procédure d'appel dont | bij verzoekschrift, zonder daarin de akten van betekening van het |
opposition) ont formé appel contre ce jugement par voie de requête sans mentionner dans celle-ci ni les actes de signification du jugement dont appel, ni l'élection de domicile en Belgique effectuée par les parties demanderesses sur opposition, le greffe de la juridiction d'appel a notifié la requête d'appel au siège social des parties demanderesses sur opposition aux Pays-Bas en méconnaissance du domicile élu par celles-ci en Belgique, la juridiction d'appel a rendu un arrêt par défaut à l'égard des parties demanderesses sur opposition et enfin, celles-ci ont formé opposition en degré d'appel contre cet arrêt. B.9. Les parties à une procédure d'appel introduite par citation peuvent être comparées aux parties à une procédure d'appel introduite par voie de requête, en particulier en ce qui concerne l'existence ou non d'une sanction de l'acte d'appel communiqué de manière irrégulière à la partie intimée établie à l'étranger en méconnaissance du domicile élu par celle-ci en Belgique, alors que cette élection de domicile avait pourtant été portée à la connaissance de la partie appelante | vonnis waartegen hoger beroep wordt ingesteld, noch de door de eisende partijen op verzet gemaakte woonplaatskeuze in België te vermelden, de griffie van het gerecht in hoger beroep van het verzoekschrift tot hoger beroep kennis heeft gegeven aan de maatschappelijke zetel van de eisende partijen op verzet in Nederland met niet-inachtneming van de door hen gekozen woonplaats in België, het gerecht in hoger beroep ten aanzien van de eisende partijen op verzet een arrest bij verstek heeft gewezen en die eisende partijen ten slotte tegen dat arrest verzet hebben ingesteld in hoger beroep. B.9. De partijen bij een bij dagvaarding ingestelde beroepsprocedure kunnen worden vergeleken met de partijen bij een bij verzoekschrift ingestelde beroepsprocedure, in het bijzonder wat betreft het al dan niet bestaan van een sanctie voor de akte van hoger beroep die op onregelmatige wijze is medegedeeld aan de in het buitenland gevestigde geïntimeerde partij met niet-inachtneming van de door die partij gekozen woonplaats in België, terwijl die woonplaatskeuze bij de betekening van het vonnis waartegen hoger beroep is ingesteld nochtans |
lors de la signification du jugement dont appel. | ter kennis is gebracht van de appellante. |
B.10. La différence de traitement entre les deux catégories de | B.10. Het verschil in behandeling tussen de beide in de prejudiciële |
justiciables visées par la question préjudicielle repose sur un | vraag beoogde categorieën van rechtzoekenden berust op een objectief |
critère objectif : le mode d'introduction de l'appel, par citation ou | criterium : de wijze waarop het hoger beroep wordt ingesteld, bij |
par requête. | dagvaarding of bij verzoekschrift. |
B.11. La Cour doit encore examiner si la différence de traitement est | B.11. Het Hof moet nog onderzoeken of het verschil in behandeling |
raisonnablement justifiée au regard de l'objectif poursuivi par le | redelijk verantwoord is ten aanzien van de door de wetgever |
législateur. | nagestreefde doelstelling. |
B.12. Il ressort tant du texte que des travaux préparatoires des | B.12. Zowel uit de tekst als uit de parlementaire voorbereiding van de |
articles 860 et suivants du Code judiciaire que le législateur entend | artikelen 860 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek blijkt dat de |
réduire au minimum les cas de nullité des actes de procédure. | wetgever beoogt de gevallen van nietigverklaring van proceshandelingen |
tot een minimum te beperken. | |
B.13. Dans le projet de loi initial instituant le Code judiciaire, la | B.13. In het oorspronkelijke ontwerp van wet tot invoering van het |
sanction prévue à l'article 40, alinéa 4, de ce Code n'existait pas | Gerechtelijk Wetboek bestond de sanctie bepaald in artikel 40, vierde |
lid, van dat Wetboek niet (Parl. St., Senaat, 1963-1964, nr. 60, p. | |
(Doc. parl., Sénat, 1963-1964, n° 60, p. 456 (rapport Van | 456 (verslag Van Reepinghen)). Zij is tijdens het onderzoek van het |
Reepinghen)). Elle a été introduite lors de l'examen du projet de loi | wetsontwerp in de commissie ingevoerd op grond van de volgende |
en commission, sur la base de la justification suivante : | verantwoording : |
« Article 40 (significations aux personnes résidant à l'étranger) | « Artikel 40 (betekeningen aan personen die in het buitenland verblijven). |
Cet article est modifié par les Commissions quant à deux points : | Dit artikel is door de Commissie op twee gronden gewijzigd : |
1° en premier lieu, les Commissions ont exprimé le voeu que la | 1° de Commissies hebben vooreerst de wens uitgesproken, dat de |
signification, lorsqu'elle se fait par la poste aérienne, soit faite | betekening, wanneer zij per luchtpost geschiedt, bovendien ook met de |
en outre par voie ordinaire, sous pli recommandé. | gewone post zou geschieden, bij aangetekende brief. |
[...] | [...] |
2° d'autre part, les Commissions ont voulu éviter l'inconvénient | 2° de Commissies hebben ook het euvel willen vermijden dat door de |
résultant du fait que les plaideurs, sous prétexte d'ignorer le | pleiters misbruik gemaakt zou worden van de betekening aan de |
domicile de la partie adverse à l'étranger, abusent de la | procureur des Konings, door voorgewende onwetendheid van de woonplaats |
signification au procureur du Roi. A cette fin, une sanction | van de tegenpartij in het buitenland. Daarom wordt er in een |
éventuelle est prévue : la signification est nulle s'il est prouvé que | gebeurlijke sanctie voorzien; de betekening is nietig indien bewezen |
la partie demanderesse avait connaissance de ce domicile » (Doc. | wordt dat de verzoekende partij die woonplaats kende » (Parl. St., |
parl., Sénat, 1964-1965, n° 170, pp. 32-33). | Senaat, 1964-1965, nr. 170, pp. 32-33). |
B.14.1. La possibilité d'interjeter appel par voie de requête comme le | B.14.1. De mogelijkheid om hoger beroep in te dienen bij |
prévoit l'article 1056, 2°, du Code judiciaire a été insérée dans ce | verzoekschrift, zoals daarin is voorzien in artikel 1056, 2°, van het |
Gerechtelijk Wetboek, werd ingevoerd in het Gerechtelijk Wetboek in | |
Code en 1967 en vue de simplifier la procédure par rapport à celle de | 1967 en was bedoeld als een vereenvoudiging ten aanzien van het |
l'exploit d'huissier, qui était antérieurement obligatoire (Doc. | voorheen verplichte deurwaardersexploot (Parl. St., Kamer, 1965-1966, |
parl., Chambre, 1965-1966, n° 59/49, p. 157). | nr. 59/49, p. 157). |
En pratique, l'introduction de l'appel par voie de requête est | In de praktijk is het indienen van het hoger beroep bij verzoekschrift |
aujourd'hui généralisée. | thans veralgemeend. |
B.14.2. S'agissant des formes de l'appel, les travaux préparatoires du | B.14.2. Wat de vormregels bij hoger beroep betreft, vermeldt de |
Code judiciaire énoncent : | parlementaire voorbereiding van het Gerechtelijk Wetboek : |
« [...] l'appel constitue la poursuite d'un litige en cours, entre | « [...] dat het beroep de voortzetting uitmaakt van een hangend |
geding, tussen partijen die reeds in de zaak betrokken zijn, waarvan | |
parties déjà en cause, dont les rapports de fait et de droit ont déjà | de feitelijke en rechterlijke verhoudingen reeds bepaald zijn zowel |
été établis généralement tant par les conclusions qu'elles ont prises | door de besluiten die zij hebben genomen in eerste aanleg als door de |
en première instance que par la décision qui a été rendue. Il est donc | beslissing die werd geveld. Men mag dus eenvoudiger en soepeler vormen |
permis de prévoir des formes plus simples et plus souples pour | bepalen, zowel voor het aantekenen van beroep als voor de verschijning |
l'introduction de l'appel, pour la comparution des parties et même | van de partijen en zelfs voor de behandeling van de zaak. Verder laat |
pour l'instruction de l'affaire. De plus l'unité qui lie les deux | de eenheid die de twee aanleggen verbindt toe meer kracht bij te |
instances permet de donner plus de force à l'effet dévolutif de | zetten aan de werking van overdracht van het beroep en de macht om de |
l'appel et au pouvoir d'évocation qui en découle. | zaak aan zich te trekken die eruit voortvloeit. |
On peut espérer que grâce à cet assouplissement de la procédure | Men kan hopen dat, dank zij die versoepeling van de rechtspleging van |
d'appel, il sera possible de mieux réaliser les avantages que présente | beroep, de mogelijkheid zal bestaan de voordelen van de dubbele graad |
le double degré de juridiction, tout en limitant la perte de temps qui | van rechtsmacht beter te verwezenlijken, met beperking nochtans tot |
een minimum van het tijdverlies dat er onvermijdelijk uit voortvloeit | |
en résulte inévitablement et en écartant les appels dilatoires | en met uitschakeling van beroepen tot verlenging van de zaak, waarvan |
justement critiqués. | het misbruik terecht werd gekritiseerd. |
[...] | [...] |
L'article 1056 règle les formes de l'appel. Sous l'empire du Code de procédure civile, la formation de l'appel principal par acte d'huissier constitue la règle. Celle-ci est maintenue dans le projet. Elle ne doit être obligatoirement suivie que lorsqu'il s'agit d'un appel dirigé contre un jugement par défaut. Il faut, en ce cas, prendre des précautions pour que l'intimé soit dûment averti de l'appel. Ce cas excepté, l'appel peut aussi être formé par requête déposée au greffe de la juridiction d'appel, et notifiée à l'intimé par le greffier, au plus tard le premier jour ouvrable qui suit le dépôt. Cette procédure simplifiée se justifie en appel par | Artikel 1056 regelt de vormen van het beroep. Onder het Wetboek van burgerlijke rechtspleging, is de instelling van het beroep in hoofdorde bij deurwaardersakte de regel. Deze laatste wordt door het ontwerp in stand gehouden. Hij moet enkel verplicht worden gevolgd wanneer het gaat om een beroep tegen een vonnis bij verstek. In dit geval moet men de voorzorg nemen dat de geïntimeerde degelijk wordt verwittigd van het beroep. Buiten dit geval kan het beroep ook worden ingesteld bij verzoekschrift dat wordt neergelegd ter griffie van het beroepsgerecht en bekendgemaakt aan de geïntimeerde door de griffier, ten laatste op de eerste werkdag na de neerlegging. Die vereenvoudigde rechtspleging is in beroep |
cela que les parties sont déjà à la cause, que leur identité, leur | gerechtvaardigd doordat de partijen reeds in de zaak zijn, hun |
domicile et le plus généralement leurs avocats sont connus, en sorte | identiteit, hun woonplaats en over het algemeen hun advocaten gekend |
que les risques d'erreur, au moment de la notification par pli | zijn, zodat de gevaren voor vergissingen, op het ogenblik van de |
bekendmaking bij gerechtsbrief, zeer beperkt zijn. Is er reden om te | |
judiciaire, sont fort réduits. S'il y a lieu de craindre que l'intimé | vrezen dat de geïntimeerde niet is bereikt door de kennisgeving, dan |
n'ait pas été atteint par la notification, le juge d'appel peut, à | kan de rechter, trouwens op ieder ogenblik, gelasten dat het beroep |
tout moment d'ailleurs, ordonner que l'appel soit signifié par acte | betekend wordt bij deurwaardersakte » (Parl. St., Senaat, 1963-1964, |
d'huissier » (Doc. parl., Sénat, 1963-1964, n° 60, pp. 247, 249 et 250 | nr. 60, pp. 247, 249 en 250 (verslag Van Reepinghen)). |
(rapport Van Reepinghen)). | |
B.14.3. Jusqu'en 1999, l'introduction de l'appel par acte d'huissier | B.14.3. Tot in 1999 was de indiening van het hoger beroep bij een |
était toutefois obligatoire lorsque l'appel était dirigé contre un | deurwaardersakte echter verplicht wanneer het hoger beroep gericht was |
jugement par défaut, en vertu de l'article 1056, 1°, deuxième alinéa, | tegen een vonnis bij verstek, dit krachtens artikel 1056, 1°, tweede |
du Code judiciaire qui disposait : | lid, van het Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalde : |
« L'appel est formé : 1° par acte d'huissier signifié à partie. | « Het hoger beroep wordt ingesteld : 1° bij akte van een |
Cette forme est obligatoire lorsque la décision entreprise a été | gerechtsdeurwaarder die aan de tegenpartij wordt betekend. |
Deze vorm is verplicht wanneer de bestreden beslissing bij verstek is | |
rendue par défaut contre la partie intimée; ». | gewezen tegen de gedaagde in hoger beroep; ». |
La loi du 22 mars 1999 « abrogeant l'article 1056, 1°, deuxième | De wet van 22 maart 1999 « tot opheffing van artikel 1056, 1°, tweede |
alinéa, du Code judiciaire » a étendu la possibilité de former appel par requête aux appels formés contre des jugements rendus par défaut. Désormais, l'appel peut être formé indifféremment par requête ou par citation, en ce compris contre un jugement rendu par défaut. Selon les travaux préparatoires, cette mesure est justifiée comme suit : « La signification par exploit d'huissier de l'acte d'appel n'offre pas, en cas de décision rendue par défaut de la partie concernée, davantage de garanties que si cette démarche était accomplie par voie de requête, du fait que l'intimé est avisé par pli judiciaire de | lid, van het Gerechtelijk Wetboek » heeft de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen bij een verzoekschrift uitgebreid tot de beroepen ingesteld tegen bij verstek gewezen vonnissen. Voortaan kan het hoger beroep zonder onderscheid bij een verzoekschrift of bij een dagvaarding worden ingesteld, inclusief tegen een bij verstek gewezen vonnis. Bij de parlementaire voorbereiding is die maatregel verantwoord als volgt : « De betekening door exploot van gerechtsdeurwaarder van de akte van hoger beroep biedt in het geval van een uitspraak bij verstek van de betrokken partij in hoger beroep niet meer waarborgen dan wanneer deze akte met een verzoekschrift wordt verricht omdat de betrokken partij in hoger beroep kennis wordt gegeven van de beroepsakte met een gerechtsbrief. Bij niet-bestelling blijft deze op het postkantoor |
l'acte d'appel. En cas de non-distribution, ce pli reste en dépôt au | liggen en bij niet-afhaling wordt de gerechtsbrief als geldig betekend |
bureau de poste et, s'il n'est pas retiré, le pli judiciaire est | beschouwd wanneer hij juist geadresseerd is. Met betekening van het |
réputé avoir été signifié valablement si l'adresse était correcte. La | deurwaardersexploot gebeurt nagenoeg hetzelfde met dit verschil dat |
situation est pratiquement la même en cas de signification de | het exploot kan afgehaald worden op het kantoor van de |
l'exploit d'huissier, sauf que cet exploit peut être retiré en l'étude | gerechtsdeurwaarder. Bijgevolg is deze dure vorm van betekening |
de l'huissier. Par conséquent, cette forme coûteuse de signification | overbodig en vormt zij een drempel tot de toegang tot het gerecht die |
est superflue et constitue un obstacle, qui doit être éliminé, à | moet afgebouwd worden. De rechtsingang bij verzoekschrift van de akte |
l'accès à la justice. L'introduction de l'acte d'appel par requête | van hoger beroep kan perfect uitgebreid worden tot de zaken waarbij |
peut parfaitement être étendue aux affaires dans lesquelles une partie | één van de partijen verstek heeft laten gaan » (Parl. St., Senaat, |
a fait défaut » (Doc. parl., Sénat, 1997-1998, n° 1-1063/1, pp. 3-4). | 1997-1998, nr. 1-1063/1, pp. 3-4). |
B.15. Il découle de ce qui précède que la sanction de nullité | B.15. Uit hetgeen voorafgaat, vloeit voort dat de sanctie van |
spécifique prévue à l'article 40, alinéa 4, du Code judiciaire a été | specifieke nietigheid waarin is voorzien in artikel 40, vierde lid, |
van het Gerechtelijk Wetboek is verantwoord door de wil om een | |
justifiée par la volonté d'éviter un recours abusif aux significations | onrechtmatig beroep op betekeningen in het buitenland of aan de |
à l'étranger et au procureur du Roi (Cass., 10 décembre 1971, Pas., | procureur des Konings te vermijden (Cass., 10 december 1971, Arr. |
1972, I, p. 356). La possibilité d'interjeter appel par voie de requête a été justifiée par la volonté de prévoir un mode d'introduction de l'appel plus souple et moins coûteux que la citation, par la circonstance que la continuité entre les deux instances réduit les risques d'erreur au moment de la notification de la requête d'appel et par le fait que la signification par exploit d'huissier n'offre pas plus de garanties que la requête lors de l'introduction de l'appel, y compris en cas d'appel formé contre un jugement rendu par défaut. B.16. La limitation de la sanction de nullité spécifique prévue à l'article 40, alinéa 4, du Code judiciaire à l'acte d'appel qui est introduit par voie de citation est pertinente par rapport aux objectifs poursuivis par le législateur précités en B.15. B.17. Le droit d'accès au juge, qui constitue un aspect du droit à un procès équitable, peut être soumis à des conditions de recevabilité, notamment en ce qui concerne l'introduction d'une voie de recours. Ces conditions ne peuvent cependant aboutir à restreindre le droit de manière telle que celui-ci s'en trouve atteint dans sa substance même. Tel serait le cas si les restrictions imposées ne tendaient pas vers un but légitime et s'il n'existait pas un rapport raisonnable de proportionnalité entre les moyens employés et le but visé (CEDH, 24 | Cass., 1972, p. 361). De mogelijkheid om hoger beroep in te stellen bij verzoekschrift is verantwoord door de wil om te voorzien in een wijze van indiening van het hoger beroep die soepeler en minder duur is dan de dagvaarding, door de omstandigheid dat de continuïteit tussen de beide aanleggen de risico's op vergissing op het ogenblik van de kennisgeving van het verzoekschrift tot hoger beroep vermindert en door het feit dat de betekening bij deurwaardersexploot bij de indiening van het hoger beroep, inclusief in geval van hoger beroep ingesteld tegen een bij verstek gewezen vonnis, niet meer waarborgen biedt dan het verzoekschrift. B.16. De beperking van de sanctie van specifieke nietigheid waarin is voorzien in artikel 40, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek tot de akte van hoger beroep die bij dagvaarding wordt ingesteld, is relevant ten opzichte van de door de wetgever nagestreefde doelstellingen die in B.15 zijn vermeld. B.17. Het recht op toegang tot de rechter, dat een onderdeel is van het recht op een eerlijk proces, kan worden onderworpen aan ontvankelijkheidsvoorwaarden, met name wat betreft het instellen van een rechtsmiddel. Die voorwaarden mogen echter niet ertoe leiden dat het recht op zodanige wijze wordt beperkt dat de kern ervan wordt aangetast. Dit zou het geval zijn wanneer de beperkingen geen wettig doel nastreven of indien er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het nagestreefde doel (EHRM, |
février 2009, L'Erablière ASBL c. Belgique, § 35; 29 mars 2011, RTBF | 24 februari 2009, L'Erablière asbl t. België, § 35; 29 maart 2011, |
c. Belgique, § 69; 18 octobre 2016, Miessen c. Belgique, § 63). Plus particulièrement, les règles relatives aux formalités et délais fixés pour former un recours visent à assurer une bonne administration de la justice et à écarter les risques d'insécurité juridique. Toutefois, ces règles ne peuvent empêcher les justiciables de se prévaloir des voies de recours disponibles. B.18.1. La partie intimée à laquelle la requête d'appel a été notifiée à son domicile réel à l'étranger ou, comme dans le litige soumis au juge a quo, à son siège social à l'étranger, a en principe pu prendre connaissance de la requête d'appel, de manière telle que le but poursuivi par le législateur a été atteint. B.18.2. En outre, sauf lorsque l'appel est dirigé contre un jugement par défaut, les parties à l'instance d'appel sont en principe déjà à la cause, leur identité, leur domicile et leurs avocats sont le plus | RTBF t. België, § 69; 18 oktober 2016, Miessen t. België, § 63). Meer in het bijzonder zijn de regels betreffende de vormvoorschriften en termijnen om beroep in te stellen gericht op een goede rechtsbedeling en het weren van de risico's van rechtsonzekerheid. Die regels mogen de rechtzoekenden echter niet verhinderen de beschikbare rechtsmiddelen te doen gelden. B.18.1. De geïntimeerde partij aan wie het verzoekschrift tot hoger beroep ter kennis is gebracht op haar werkelijke woonplaats in het buitenland of, zoals in het aan de verwijzende rechter voorgelegde geschil, op haar maatschappelijke zetel in het buitenland, heeft in beginsel kennis kunnen nemen van het verzoekschrift tot hoger beroep, zodat het door de wetgever nagestreefde doel is bereikt. B.18.2. Daarenboven zijn, behalve wanneer het hoger beroep gericht is tegen een vonnis bij verstek, de partijen bij het hoger beroep in beginsel reeds in de zaak betrokken, zijn hun identiteit, hun |
souvent connus, en sorte que les risques d'erreur, au moment de la | woonplaats en hun advocaten meestal gekend, zodat de gevaren voor |
notification par pli judiciaire, sont fort réduits (Doc. parl., Sénat, | vergissingen, op het ogenblik van de bekendmaking bij gerechtsbrief, |
1963-1964, n° 60, pp. 247 et 250 (rapport Van Reepinghen)). | zeer beperkt zijn (Parl. St., Senaat, 1963-1964, nr. 60, pp. 247 en |
En cas de doute, le juge peut surseoir à statuer et ordonner la | 250 (verslag Van Reepinghen)). |
signification par huissier de l'acte d'appel initialement formé par | In geval van twijfel kan de rechter de uitspraak aanhouden en, met |
requête, en application de l'article 1058 du Code judiciaire. Cet acte | toepassing van artikel 1058 van het Gerechtelijk Wetboek, bevelen dat |
het oorspronkelijk bij verzoekschrift ingestelde hoger beroep bij | |
de régularisation assure le respect des droits de la défense de la | deurwaardersakte wordt betekend. Die regulariserende akte verzekert de |
partie intimée en permettant que l'acte d'appel lui soit adressé une | eerbiediging van de rechten van verdediging van de geïntimeerde partij |
seconde fois par voie de citation. | door het mogelijk te maken dat de akte van hoger beroep een tweede |
maal bij dagvaarding aan haar wordt gericht. | |
B.18.3. Ten slotte is, in geval van hoger beroep ingesteld bij | |
B.18.3. Enfin, en cas d'appel formé par citation, la sanction de | dagvaarding, de sanctie van specifieke nietigheid waarin is voorzien |
nullité spécifique prévue à l'article 40, alinéa 4, du Code judiciaire | in artikel 40, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoeld om |
est vouée à s'appliquer uniquement dans des cas exceptionnels compte | alleen van toepassing te zijn in uitzonderlijke gevallen, rekening |
tenu des articles 860 et suivants du Code judiciaire et de la volonté | houdend met de artikelen 860 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek |
du législateur de réduire au minimum les nullités pour violation de | en met de wil van de wetgever om de nietigheden wegens schending van |
formes. | vormvereisten tot een minimum te beperken. |
B.18.4. La mesure en cause n'entraîne pas de conséquences | B.18.4. De in het geding zijnde maatregel brengt voor de partijen bij |
disproportionnées pour les parties à l'instance d'appel. | het hoger beroep geen onevenredige gevolgen met zich mee. |
B.19. Il résulte de ce qui précède que la différence de traitement à | B.19. Uit hetgeen voorafgaat, volgt dat het verschil in behandeling |
propos de laquelle la Cour est interrogée est raisonnablement justifiée. | waarover aan het Hof een vraag wordt gesteld, redelijk verantwoord is. |
B.20. La question préjudicielle appelle une réponse négative. | B.20. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Par ces motifs, | Om die redenen, |
la Cour | het Hof |
dit pour droit : | zegt voor recht : |
Les articles 39, 40 et 1056 du Code judiciaire ne violent pas les | De artikelen 39, 40 en 1056 van het Gerechtelijk Wetboek schenden niet |
articles 10 et 11 de la Constitution, combinés ou non avec l'article | de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang |
14, paragraphe 1, du Pacte international relatif aux droits civils et | gelezen met artikel 14, lid 1, van het Internationaal Verdrag inzake |
politiques et avec l'article 6 de la Convention européenne des droits | burgerrechten en politieke rechten en met artikel 6 van het Europees |
de l'homme. | Verdrag voor de rechten van de mens. |
Ainsi rendu en langue néerlandaise et en langue française, | Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel |
conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
la Cour constitutionnelle, le 12 octobre 2017. | op 12 oktober 2017. |
Le greffier, | De griffier, |
Le président,F. Meersschaut | F. Meersschaut De voorzitter, |
E. De Groot | E. De Groot |