← Retour vers "Extrait de l'arrêt n° 113/2016 du 22 septembre 2016 Numéros du rôle : 6153 et 6294 En
cause : les questions préjudicielles relatives à l'article 162bis du Code d'instruction criminelle, posées
par le Tribunal de première instance de Liège, di La Cour constitutionnelle, composée
des présidents J. Spreutels et E. De Groot, et des juges L. (...)"
Extrait de l'arrêt n° 113/2016 du 22 septembre 2016 Numéros du rôle : 6153 et 6294 En cause : les questions préjudicielles relatives à l'article 162bis du Code d'instruction criminelle, posées par le Tribunal de première instance de Liège, di La Cour constitutionnelle, composée des présidents J. Spreutels et E. De Groot, et des juges L. (...) | Uittreksel uit arrest nr. 113/2016 van 22 september 2016 Rolnummers : 6153 en 6294 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg Luik, afdeling Luik Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de recht(...) |
---|---|
COUR CONSTITUTIONNELLE | GRONDWETTELIJK HOF |
Extrait de l'arrêt n° 113/2016 du 22 septembre 2016 | Uittreksel uit arrest nr. 113/2016 van 22 september 2016 |
Numéros du rôle : 6153 et 6294 | Rolnummers : 6153 en 6294 |
En cause : les questions préjudicielles relatives à l'article 162bis | In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 162bis van het |
du Code d'instruction criminelle, posées par le Tribunal de première | Wetboek van strafvordering, gesteld door de Rechtbank van eerste |
instance de Liège, division Liège. | aanleg Luik, afdeling Luik. |
La Cour constitutionnelle, | Het Grondwettelijk Hof, |
composée des présidents J. Spreutels et E. De Groot, et des juges L. | samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de |
Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, | rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. |
P. Nihoul, F. Daoût et R. Leysen, assistée du greffier F. Meersschaut, | Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût en R. Leysen, bijgestaan door de |
présidée par le président J. Spreutels, | griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, |
après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Objet des questions préjudicielles et procédure | I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging |
a. Par jugement du 13 janvier 2015 en cause de M.G. (partie civile), | a. Bij vonnis van 13 januari 2015 in zake M.G. (burgerlijke partij), |
J.B. (prévenu) et le Fonds commun de garantie belge (partie | J.B. (beklaagde) en het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds |
intervenante volontaire), dont l'expédition est parvenue au greffe de | (vrijwillig tussenkomende partij), waarvan de expeditie ter griffie |
la Cour le 11 février 2015, le Tribunal de première instance de Liège, | van het Hof is ingekomen op 11 februari 2015, heeft de Rechtbank van |
division Liège, a posé la question préjudicielle suivante : | eerste aanleg Luik, afdeling Luik, de volgende prejudiciële vraag |
« L'article 162bis du Code d'instruction criminelle viole-t-il les | gesteld : « Schendt artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering de |
articles 10 et 11 de la Constitution en tant qu'il prévoit que le | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat de |
prévenu acquitté a droit à une indemnité de procédure à charge de la | vrijgesproken beklaagde recht heeft op een rechtsplegingsvergoeding |
partie civile qui a introduit à son encontre une citation directe mais | ten laste van de burgerlijke partij die hem rechtstreeks heeft |
qu'il exclut que le prévenu acquitté en instance ait droit à une | gedagvaard, maar uitsluit dat de in het geding vrijgesproken beklaagde |
indemnité de procédure d'appel à charge de la partie civile qui bien | recht heeft op een rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep ten laste |
que n'ayant pas introduit de citation directe à son encontre, a | van de burgerlijke partij die, hoewel zij hem niet rechtstreeks heeft |
néanmoins interjeté appel en l'absence de tout recours du ministère | gedagvaard, niettemin hoger beroep heeft ingesteld bij ontstentenis |
public ? ». | van enig beroep van het openbaar ministerie ? ». |
b. Par jugement du 6 octobre 2015 en cause de la SA « Kuehne + Nagel » | b. Bij vonnis van 6 oktober 2015 in zake de nv « Kuehne + Nagel » en |
anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op | |
et autres, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 12 | 12 november 2015, heeft de Rechtbank van eerste aanleg Luik, afdeling |
novembre 2015, le Tribunal de première instance de Liège, division | Luik, de volgende prejudiciële vraag gesteld: |
Liège, a posé la question préjudicielle suivante : | |
« L'article 162bis du Code d'instruction criminelle viole-t-il les | « Schendt artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering de |
articles 10 et 11 de la Constitution en tant qu'il prévoit que le | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat de |
prévenu acquitté et son civilement responsable ont droit à une | vrijgesproken beklaagde en de persoon die burgerrechtelijk |
aansprakelijk is voor hem, recht hebben op een | |
indemnité de procédure à charge de la partie civile qui a introduit à | rechtsplegingsvergoeding ten laste van de burgerlijke partij die hen |
leur encontre une citation directe alors qu'il exclut que le prévenu | rechtstreeks heeft gedagvaard, maar uitsluit dat de in het geding |
acquitté en instance et son civilement responsable aient droit à une | vrijgesproken beklaagde en de persoon die burgerrechtelijk |
aansprakelijk is voor hem, recht hebben op een | |
indemnité de procédure d'appel à charge de la partie civile qui, bien | rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep ten laste van de burgerlijke |
que n'ayant pas introduit de citation directe à leur encontre, a | partij die, hoewel zij hen niet rechtstreeks heeft gedagvaard, |
néanmoins interjeté appel en l'absence de tout recours du ministère | niettemin hoger beroep heeft ingesteld bij ontstentenis van enig |
public ? ». | beroep van het openbaar ministerie ? ». |
Ces affaires, inscrites sous les numéros 6153 et 6294 du rôle de la | Die zaken, ingeschreven onder de nummers 6153 en 6294 van de rol van |
Cour, ont été jointes. | het Hof, werden samengevoegd. |
(...) | (...) |
III. En droit | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. L'article 162bis du Code d'instruction criminelle, inséré par | B.1.1. Artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd |
l'article 9 de la loi du 21 avril 2007 « relative à la répétibilité | bij artikel 9 van de wet van 21 april 2007 « betreffende de |
verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand | |
des honoraires et des frais d'avocat », et modifié par l'article 3 de | van een advocaat », en gewijzigd bij artikel 3 van de wet van 21 |
la loi du 21 février 2010 « modifiant les articles 1022 du Code | februari 2010 « tot wijziging van de artikelen 1022 van het |
judiciaire et 162bis du Code d'instruction criminelle », dispose : | Gerechtelijk Wetboek en 162bis van het Wetboek van strafvordering », |
« Tout jugement de condamnation rendu contre le prévenu et les | bepaalt : « Ieder veroordelend vonnis, uitgesproken tegen de beklaagde en tegen |
personnes civilement responsables de l'infraction les condamnera | de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, |
envers la partie civile à l'indemnité de procédure visée à l'article | veroordeelt hen tot het betalen aan de burgerlijke partij van de |
1022 du Code judiciaire. | rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek. |
La partie civile qui aura lancé une citation directe et qui succombera | De burgerlijke partij die rechtstreeks heeft gedagvaard en die in het |
sera condamnée envers le prévenu ainsi qu'envers le civilement | ongelijk wordt gesteld, zal veroordeeld worden tot het aan de |
beklaagde en aan de burgerrechtelijk aansprakelijke persoon betalen | |
responsable à l'indemnité visée à l'article 1022 du Code judiciaire. | van de vergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk |
L'indemnité sera liquidée par le jugement ». | Wetboek. De vergoeding wordt bepaald door het vonnis ». |
B.1.2. L'article 3, précité, de la loi du 21 février 2010, insérant | B.1.2. Het voormelde artikel 3 van de wet van 21 februari 2010, |
les mots « ainsi qu'envers le civilement responsable » dans l'article | waarbij de woorden « en aan de burgerrechtelijk aansprakelijke persoon |
162bis, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, n'est pas encore | » in het tweede lid van artikel 162bis van het Wetboek van |
entré en vigueur. | strafvordering werden ingevoegd, is nog niet in werking getreden. |
Ces mots ont été insérés à la suite de l'arrêt n° 74/2009, par lequel | Die woorden werden ingevoegd ingevolge het arrest nr. 74/2009, waarbij |
la Cour a constaté que l'article 162bis du Code d'instruction | het Hof heeft vastgesteld dat artikel 162bis van het Wetboek van |
criminelle est incompatible avec les articles 10 et 11 de la | strafvordering onbestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de |
Constitution, en ce qu'il ne permet pas au juge répressif d'accorder à | Grondwet, in zoverre het de strafrechter niet toestaat aan de |
la partie civilement responsable une indemnité de procédure à charge | burgerrechtelijk aansprakelijke partij een rechtsplegingsvergoeding |
de la partie civile succombante ayant lancé une citation directe. Dès | toe te kennen ten laste van de in het ongelijk gestelde rechtstreeks |
lors que le constat de la lacune qui a été fait dans cet arrêt est | dagende burgerlijke partij. Vermits de in dat arrest gedane |
exprimé en des termes suffisamment précis et complets qui permettent | vaststelling van de lacune is uitgedrukt in voldoende nauwkeurige en |
l'application, conforme à la Constitution, de l'article 162bis, alinéa | volledige bewoordingen die toelaten artikel 162bis, tweede lid, van |
het Wetboek van strafvordering op een grondwettige wijze toe te | |
2, du Code d'instruction criminelle, tout juge peut - en attendant | passen, kan elke rechter - in afwachting van de inwerkingtreding van |
l'entrée en vigueur de l'article 3 de la loi du 21 février 2010 - | artikel 3 van de wet van 21 februari 2010 - een einde maken aan de in |
mettre fin à l'inconstitutionnalité constatée par la Cour dans cet | dat arrest door het Hof vastgestelde ongrondwettigheid door een |
arrêt, en octroyant une indemnité de procédure à la partie civilement | rechtsplegingsvergoeding toe te kennen aan de burgerrechtelijk |
responsable, à charge de la partie civile succombante ayant lancé une | aansprakelijke partij ten laste van de in het ongelijk gestelde |
citation directe. | rechtstreeks dagende burgerlijke partij. |
B.2. Les questions préjudicielles interrogent la Cour sur la | B.2. In de prejudiciële vragen wordt aan het Hof gevraagd of artikel |
162bis, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering bestaanbaar is | |
compatibilité avec les articles 10 et 11 de la Constitution de | met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre die bepaling een |
l'article 162bis, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle en ce que | rechtsplegingsvergoeding toekent aan de vrijgesproken beklaagde en aan |
cette disposition accorde une indemnité de procédure au prévenu | de burgerrechtelijk aansprakelijke persoon, ten laste van de |
acquitté et au civilement responsable, à charge de la partie civile | burgerlijke partij die rechtstreeks heeft gedagvaard en die in het |
qui a lancé une citation directe et qui a succombé, mais n'accorde pas | ongelijk is gesteld, maar geen rechtsplegingsvergoeding toekent aan de |
une indemnité de procédure au prévenu acquitté en première instance et | in eerste aanleg vrijgesproken beklaagde noch aan de burgerrechtelijk |
au civilement responsable, à charge de la partie civile qui n'a pas | aansprakelijke persoon, ten laste van de burgerlijke partij die niet |
lancé une citation directe, mais a interjeté appel en l'absence de | rechtstreeks heeft gedagvaard maar hoger beroep heeft ingesteld bij |
tout recours du ministère public. | ontstentenis van enig beroep van het openbaar ministerie. |
B.3.1. L'indemnité de procédure est « une intervention forfaitaire | B.3.1. De rechtsplegingsvergoeding is « een forfaitaire tegemoetkoming |
dans les frais et honoraires d'avocat de la partie ayant obtenu gain | in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde |
de cause » (article 1022, alinéa 1er, du Code judiciaire, inséré par | partij » (artikel 1022, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, |
l'article 7 de la loi du 21 avril 2007). | ingevoegd bij artikel 7 van de wet van 21 april 2007). |
B.3.2. L'indemnité de procédure dont il est question dans la | B.3.2. De rechtsplegingsvergoeding waarvan sprake is in de in het |
disposition en cause ne concerne que l'action civile, soit l'action | geding zijnde bepaling, heeft alleen betrekking op de burgerlijke |
pour la réparation du dommage causé par une infraction. | vordering, namelijk de vordering voor het herstel van de schade |
veroorzaakt door een misdrijf. | |
La disposition en cause vise donc à mettre à charge de la partie | De in het geding zijnde bepaling strekt dus ertoe ten laste van de |
civile qui a introduit une telle action par une citation directe | burgerlijke partij die een dergelijke vordering door een rechtstreekse |
devant la juridiction de jugement tout ou partie des frais et | dagvaarding voor het vonnisgerecht heeft ingesteld, alle of een deel |
honoraires d'avocat exposés par une personne qui a été, en définitive, | van de kosten en erelonen van de advocaat te leggen die een persoon |
acquittée ou par le civilement responsable, dans le cadre de l'action | die uiteindelijk is vrijgesproken dan wel de burgerrechtelijk |
publique mise en mouvement par cette constitution de partie civile. En revanche, la partie civile qui n'a pas lancé de citation directe mais a greffé son action sur l'action publique introduite par le ministère public ne peut être condamnée à payer l'indemnité de procédure au prévenu acquitté et au civilement responsable. La situation du prévenu acquitté et du civilement responsable varie donc, en matière de répétibilité, selon que les poursuites sont exercées à l'initiative de la partie civile ou du ministère public : dans le premier cas, ils peuvent bénéficier de la répétibilité, dans le second cas, non. B.4. La disposition en cause fait partie d'un ensemble de mesures qui | aansprakelijke moet betalen in het kader van de strafvordering die door die burgerlijkepartijstelling op gang is gebracht. De burgerlijke partij die niet rechtstreeks heeft gedagvaard maar die haar vordering heeft doen aansluiten bij de door het openbaar ministerie ingestelde strafvordering, kan daarentegen niet worden veroordeeld tot betaling van de rechtsplegingsvergoeding aan de vrijgesproken beklaagde en aan de burgerrechtelijk aansprakelijke. De situatie van de vrijgesproken beklaagde en van de burgerrechtelijk aansprakelijke varieert dus op het vlak van de verhaalbaarheid naargelang zij worden vervolgd op initiatief van de burgerlijke partij dan wel van het openbaar ministerie : in het eerste geval kunnen zij de verhaalbaarheid genieten en in het tweede geval niet. B.4. De in het geding zijnde bepaling maakt deel uit van een geheel |
répondent au souci « de traiter de manière identique les justiciables | van maatregelen die beantwoorden aan de zorg « dat men de |
qui sollicitent la réparation d'un dommage devant une juridiction | rechtsonderhorigen die het herstel vragen van een schade voor een |
civile ou une juridiction répressive » (Doc. parl., Sénat, 2006-2007, | burgerlijke of een strafrechtelijke jurisdictie op gelijke voet zou |
n° 3-1686/4, pp. 6 et 8; ibid., n° 3-1686/5, p. 32; Doc. parl., | behandelen » (Parl. St., Senaat, 2006-2007, nr. 3-1686/4, pp. 6 en 8; |
Chambre, 2006-2007, DOC 51-2891/002, p. 5). La condamnation prescrite | ibid., nr. 3-1686/5, p. 32; Parl. St., Kamer, 2006-2007, DOC |
51-2891/002, p. 5). De bij de in het geding zijnde bepaling | |
par la disposition en cause est justifiée par la circonstance que | voorgeschreven veroordeling is verantwoord door het gegeven dat het de |
c'est la partie civile, et non le ministère public, qui a « mis | burgerlijke partij, en niet het openbaar ministerie, is die « de |
l'action publique en mouvement », si bien qu'elle doit être considérée | strafvordering [...] op gang heeft gebracht », zodat zij voor die |
comme « responsable » de cette action « à l'égard du prévenu » (Doc. | vordering « aansprakelijk » moet worden geacht « ten aanzien van de |
parl., Sénat, 2006-2007, n° 3-1686/4, p. 8; Doc. parl., Chambre, | beklaagde » (Parl. St., Senaat, 2006-2007, nr. 3-1686/4, p. 8; Parl. |
2006-2007, DOC 51-2891/002, p. 6). En ce qui concerne la situation du prévenu acquitté ou de l'inculpé bénéficiant d'un non-lieu, il est encore précisé dans les travaux préparatoires de la disposition en cause : « La répétibilité ne jouera par ailleurs pas dans les relations entre le prévenu et l'Etat, représenté par le ministère public, et ce toujours conformément à l'avis des ordres d'avocats et du Conseil supérieur de la Justice. Il faut ici relever que le ministère public, en exerçant les poursuites, représente l'intérêt général et ne peut dès lors être mis sur le même pied qu'une partie civile qui mettrait | St., Kamer, 2006-2007, DOC 51-2891/002, p. 6). Ten aanzien van de situatie van de vrijgesproken beklaagde of van de inverdenkinggestelde die een buitenvervolgingstelling geniet, wordt in de parlementaire voorbereiding van de in het geding zijnde bepaling voorts gepreciseerd : « Overeenstemmend met het advies van de ordes van advocaten en van de Hoge Raad voor de Justitie, zal de verhaalbaarheid trouwens ook niet aan bod komen in de betrekkingen tussen de beklaagde en de Staat, die wordt vertegenwoordigd door het openbaar ministerie. Er moet op gewezen worden dat het openbaar ministerie, door vervolging in te stellen, het algemeen belang vertegenwoordigt en derhalve niet op één lijn kan worden gesteld met een burgerlijke partij die de |
seule en mouvement l'action publique pour la défense d'un intérêt | strafvordering alleen in gang zou zetten om een privébelang te |
particulier » (Doc. parl., Chambre, 2006-2007, DOC 51-2891/002, pp. 6-7). B.5.1. Le législateur a pu raisonnablement considérer qu'il ne convenait pas, en raison de la mission qui lui est dévolue, d'étendre au ministère public un système selon lequel une indemnité de procédure serait automatiquement due chaque fois que son action reste sans effet. B.5.2. Eu égard à ce qui précède, il est également justifié que la partie civile succombante ne soit pas condamnée à payer une indemnité de procédure au prévenu acquitté et au civilement responsable quand elle s'est limitée à greffer son action sur une action publique intentée par le ministère public. En effet, le législateur a pu raisonnablement estimer que, dans ces hypothèses, même si la partie civile succombait dans ses prétentions, elle ne devait pas être considérée comme responsable des poursuites à l'encontre du prévenu (Doc. parl., Sénat, 2006-2007, n° 3-1686/5, p. 33). Ces cas de figure sont différents de celui d'une procédure intentée devant le juge civil, laquelle, quelle que soit la manière dont elle est introduite, n'est jamais une action greffée sur une action publique qui a été mise en mouvement par le ministère public. Il est donc justifié que la partie civile ne soit condamnée à payer l'indemnité de procédure au prévenu acquitté et au civilement responsable que quand c'est elle qui a mis l'action publique en mouvement. B.6. Pour répondre aux questions préjudicielles, la Cour doit encore examiner si la disposition en cause est compatible avec les articles | verdedigen » (Parl. St., Kamer, 2006-2007, DOC 51-2891/002, pp. 6-7). B.5.1. Wegens de opdracht die aan het openbaar ministerie is toegewezen, vermocht de wetgever redelijkerwijs ervan uit te gaan dat een regeling volgens welke een rechtsplegingsvergoeding automatisch verschuldigd zou zijn telkens als zijn vordering zonder gevolg blijft, niet tot het openbaar ministerie diende te worden uitgebreid. B.5.2. Gelet op hetgeen voorafgaat, is het eveneens verantwoord dat de in het ongelijk gestelde burgerlijke partij niet wordt veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan de vrijgesproken beklaagde en aan de burgerrechtelijk aansprakelijke wanneer zij zich ertoe heeft beperkt haar vordering te doen aansluiten bij een door het openbaar ministerie ingestelde strafvordering. Immers, de wetgever vermocht redelijkerwijs ervan uit te gaan dat, in die hypothesen, zelfs wanneer de burgerlijke partij in haar aanspraken in het ongelijk wordt gesteld, zij niet verantwoordelijk moest worden geacht voor de vervolgingen tegen de beklaagde (Parl. St., Senaat, 2006-2007, nr. 3-1686/5, p. 33). Die gevallen verschillen van die van een voor de burgerlijke rechter ingestelde procedure, die, ongeacht de wijze waarop zij is ingesteld, nooit een vordering is die aansluit bij een strafvordering die door het openbaar ministerie op gang is gebracht. Het is dus verantwoord dat de burgerlijke partij slechts tot de betaling van de rechtsplegingsvergoeding aan de vrijgesproken beklaagde en aan de burgerrechtelijk aansprakelijke wordt veroordeeld wanneer zij zelf de strafvordering op gang heeft gebracht. B.6. Om de prejudiciële vragen te beantwoorden dient het Hof nog na te gaan of de in het geding zijnde bepaling bestaanbaar is met de |
10 et 11 de la Constitution en ce qu'elle n'accorde pas une indemnité de procédure d'appel au prévenu acquitté en première instance et au civilement responsable, à charge de la partie civile qui, bien qu'elle n'ait pas mis elle-même l'action publique en mouvement, a interjeté appel en l'absence de tout recours du ministère public. B.7. La partie civile qui, seule, interjette appel d'un jugement d'acquittement lorsque l'action publique a été intentée par le ministère public prend l'initiative d'une nouvelle instance, même si elle n'est pas à l'origine de l'action introduite en première instance et qu'elle a greffé son action initiale sur l'action publique. Elle exerce ainsi un droit qui lui est propre, le droit de faire réexaminer sa cause par une juridiction supérieure. Dès lors que le ministère public n'a pas interjeté appel, l'action de la partie civile en degré d'appel ne se greffe plus sur une action mue par l'intérêt général mais tend exclusivement à la défense d'un intérêt privé. Elle est donc à l'origine des frais et honoraires d'avocat exposés pour la procédure d'appel. La disposition en cause qui met à charge de la partie civile qui introduit une action par citation directe une indemnité de procédure au bénéfice du prévenu acquitté et du civilement responsable, sans la mettre à charge de la partie civile qui, sans être précédée ou suivie à cet égard par le ministère public, interjette appel d'un jugement rendu sur une action publique introduite par le ministère public au bénéfice du prévenu acquitté et du civilement responsable, n'est pas | artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre zij geen rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep toekent aan de in eerste aanleg vrijgesproken beklaagde en aan de burgerrechtelijk aansprakelijke, ten laste van de burgerlijke partij die, hoewel zij niet zelf de strafvordering op gang heeft gebracht, hoger beroep heeft ingesteld bij ontstentenis van enig beroep van het openbaar ministerie. B.7. De burgerlijke partij die als enige hoger beroep instelt tegen een vrijsprekend vonnis wanneer de strafvordering werd ingesteld door het openbaar ministerie, neemt het initiatief tot een nieuwe aanleg, ook al heeft zij niet het initiatief genomen tot de in eerste aanleg ingestelde vordering en heeft zij haar initiële vordering bij de strafvordering doen aansluiten. Zij oefent op die manier een recht uit dat haar eigen is, namelijk het recht om haar zaak opnieuw te laten beoordelen door een hoger rechtscollege. Aangezien het openbaar ministerie geen hoger beroep heeft ingesteld, sluit de vordering van de burgerlijke partij in hoger beroep niet meer aan bij een vordering die op gang is gebracht wegens het algemeen belang, maar strekt zij uitsluitend tot de verdediging van een privébelang. Zij ligt dus aan de oorsprong van de kosten en erelonen van een advocaat die zijn gemaakt voor de procedure in hoger beroep. De in het geding zijnde bepaling, die ten gunste van de vrijgesproken beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke een rechtsplegingsvergoeding ten laste legt van de burgerlijke partij die een vordering instelt door middel van een rechtstreekse dagvaarding, zonder ze ten laste te leggen van de burgerlijke partij die, zonder daarin te worden voorafgegaan of gevolgd door het openbaar ministerie, hoger beroep instelt tegen een vonnis dat is gewezen op een strafvordering ingesteld door het openbaar ministerie ten gunste van de vrijgesproken beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke, is |
raisonnablement justifiée. | niet redelijk verantwoord. |
B.8. Dès lors que le constat de la lacune qui a été fait en B.7 est | B.8. Aangezien de in B.7 gedane vaststelling van de lacune is |
exprimé en des termes suffisamment précis et complets qui permettent | uitgedrukt in voldoende nauwkeurige en volledige bewoordingen die |
l'application de la disposition en cause dans le respect des normes de | toelaten de in het geding zijnde bepaling toe te passen met |
référence sur la base desquelles la Cour exerce son contrôle, il | inachtneming van de referentienormen op grond waarvan het Hof zijn |
appartient au juge a quo de mettre fin à la violation de ces normes. | toetsingsbevoegdheid uitoefent, staat het aan de verwijzende rechter |
een einde te maken aan de schending van die normen. | |
B.9. La question préjudicielle appelle une réponse affirmative. | B.9. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. |
Par ces motifs, | Om die redenen, |
la Cour | het Hof |
dit pour droit : | zegt voor recht : |
En ce qu'il ne permet pas au juge répressif d'accorder au prévenu | In zoverre het de strafrechter niet toestaat aan de vrijgesproken |
acquitté et au civilement responsable une indemnité de procédure | beklaagde en aan de burgerrechtelijk aansprakelijke een |
rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep toe te kennen ten laste van | |
d'appel à charge de la partie civile succombante qui, en l'absence de | de in het ongelijk gestelde burgerlijke partij die, bij ontstentenis |
tout recours du ministère public, a interjeté appel d'un jugement | van enig beroep van het openbaar ministerie, hoger beroep heeft |
d'acquittement statuant sur une action intentée par le ministère | ingesteld tegen een vrijsprekend vonnis dat is gewezen op een door het |
public, l'article 162bis, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle | openbaar ministerie ingestelde vordering, schendt artikel 162bis, |
viole les articles 10 et 11 de la Constitution. | tweede lid, van het Wetboek van strafvordering de artikelen 10 en 11 |
van de Grondwet. | |
Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise, | Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel |
conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
la Cour constitutionnelle, le 22 septembre 2016. | op 22 september 2016. |
Le greffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
Le président, | De voorzitter, |
J. Spreutels | J. Spreutels |