← Retour vers "Extrait de l'arrêt n° 87/2016 du 2 juin 2016 Numéro du rôle : 6202 En cause : la question
préjudicielle relative à l'article 318 du Code civil, posée par le Tribunal de première instance de Namur,
division Namur. La Cour constitutionnelle, composée des présidents J. Spreutels et
E. De Groot, et des juges L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snapp(...)"
Extrait de l'arrêt n° 87/2016 du 2 juin 2016 Numéro du rôle : 6202 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 318 du Code civil, posée par le Tribunal de première instance de Namur, division Namur. La Cour constitutionnelle, composée des présidents J. Spreutels et E. De Groot, et des juges L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snapp(...) | Uittreksel uit arrest nr. 87/2016 van 2 juni 2016 Rolnummer : 6202 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 318 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg Namen, afdeling Namen. Het Grondwettelijk Ho samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de rechters L. Lavrysen, A. Alen, J(...) |
---|---|
COUR CONSTITUTIONNELLE | GRONDWETTELIJK HOF |
Extrait de l'arrêt n° 87/2016 du 2 juin 2016 | Uittreksel uit arrest nr. 87/2016 van 2 juni 2016 |
Numéro du rôle : 6202 | Rolnummer : 6202 |
En cause : la question préjudicielle relative à l'article 318 du Code | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 318 van het |
civil, posée par le Tribunal de première instance de Namur, division | Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg Namen, |
Namur. | afdeling Namen. |
La Cour constitutionnelle, | Het Grondwettelijk Hof, |
composée des présidents J. Spreutels et E. De Groot, et des juges L. | samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de |
Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. | rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. |
Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet et R. Leysen, assistée | Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. |
du greffier F. Meersschaut, présidée par le président J. Spreutels, | Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, |
après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Objet de la question préjudicielle et procédure | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Par jugement du 6 mai 2015 en cause de K.F. contre P.P. et D.H., dont | Bij vonnis van 6 mei 2015 in zake K.F. tegen P.P. en D.H., waarvan de |
l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 18 mai 2015, le | expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 18 mei 2015, heeft |
Tribunal de première instance de Namur, division Namur, a posé la | de Rechtbank van eerste aanleg Namen, afdeling Namen, de volgende |
question préjudicielle suivante : | prejudiciële vraag gesteld : |
« L'article 318 du Code civil, en ce qu'il prescrit que l'action de | « Schendt artikel 318 van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het |
celui qui revendique la paternité de l'enfant doit être intentée dans | bepaalt dat de vordering van de man die het vaderschap van het kind |
l'année de la découverte qu'il est le père de l'enfant, ne viole-t-il | opeist, moet worden ingesteld binnen het jaar na de ontdekking van het |
pas les articles 10, 11 et 22bis de la Constitution, voire d'autres | feit dat hij de vader van het kind is, de artikelen 10, 11 en 22bis |
dispositions légales supranationales telles notamment la Convention | van de Grondwet, en zelfs andere supranationale wettelijke bepalingen |
européenne des droits de l'homme (en son article 8), en ce qu'il érige | zoals met name het Europees Verdrag voor de rechten van de mens |
en fin de non-recevoir absolue l'action en contestation de paternité non intentée dans le délai légal, sans possibilité pour le juge saisi de pareille demande d'apprécier si, compte tenu des intérêts en présence (et singulièrement l'intérêt supérieur et primordial de l'enfant) et du comportement des parties, la vérité biologique ne doit pas coïncider avec la réalité socio-affective vécue par l'enfant concerné, dans une espèce où il n'a jamais existé et n'existe actuellement aucun lien généralement quelconque entre l'enfant et son père légal (l'enfant est né et a été élevé au sein d'une cellule familiale composée notamment de sa mère et de son père biologique, avant qu'ils ne se séparent), ce qui mène à entériner en fait une filiation erronée et purement artificielle et à reconnaître des droits limités au père biologique, cantonné à pouvoir seulement revendiquer un droit aux relations personnelles, alors qu'en réalité, il exerce un hébergement de l'enfant qu'il convient de qualifier de matériel quasiment exclusif (la mère le rencontrant via un espace-rencontres) | (artikel 8 ervan), doordat het de niet binnen de wettelijke termijn ingestelde vordering tot betwisting van het vaderschap als absolute grond van niet-ontvankelijkheid instelt, zonder dat de rechter bij wie een dergelijke vordering aanhangig is gemaakt, de mogelijkheid heeft om te beoordelen of de biologische waarheid, rekening houdend met de aanwezige belangen (en in het bijzonder het hogere en primordiale belang van het kind) en met het gedrag van de partijen, niet moet samenvallen met de door het betrokken kind beleefde socioaffectieve werkelijkheid, in een casus waarin nooit enige band, welke dan ook, tussen het kind en zijn wettelijke vader heeft bestaan, noch thans bestaat (het kind is geboren en werd opgevoed binnen een gezinskern die meer bepaald uit zijn moeder en zijn biologische vader bestond voordat die uit elkaar gingen), waardoor in feite een verkeerde en volkomen onnatuurlijke afstamming wordt bekrachtigd en beperkte rechten worden toegekend aan de biologische vader, die alleen een recht op persoonlijk contact kan eisen terwijl hij in werkelijkheid vrijwel exclusief instaat voor de materiële huisvesting van het kind (de moeder ontmoet het kind via een ontmoetingscentrum) en een |
et ' une autorité parentale ' (dont il ne dispose pas aux termes de la | uitermate belangrijk ' ouderlijk gezag ' uitoefent (waarover hij niet |
loi) particulièrement importante, l'enfant étant [de] surcroît privé | beschikt volgens de wet), waarbij het kind bovendien zijn echte |
de son identité véritable, dès lors qu'il porte un nom qui n'est pas | identiteit wordt ontzegd aangezien het een naam draagt die niet die |
celui de son père et qui ne correspond à aucune réalité généralement | van zijn vader is en die met geen enkele werkelijkheid, welke dan ook, |
quelconque, ce qui est susceptible aussi de contrevenir à la | overeenstemt, wat mogelijk ook ingaat tegen het Europees Verdrag voor |
Convention européenne des droits de l'homme ? ». | de rechten van de mens ? ». |
(...) | (...) |
III. En droit | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. Bien qu'elle vise l'article 318 du Code civil dans son | B.1.1. Hoewel zij artikel 318 van het Burgerlijk Wetboek in zijn |
intégralité, la question préjudicielle porte sur le paragraphe 2 de | geheel beoogt, heeft de prejudiciële vraag betrekking op paragraaf 2 |
cet article. L'article 318, § § 1er et 2, dispose : | van dat artikel. Artikel 318, § § 1 en 2, bepaalt: |
« § 1er. A moins que l'enfant ait la possession d'état à l'égard du | « § 1. Tenzij het kind bezit van staat heeft ten aanzien van de |
mari, la présomption de paternité peut être contestée devant le | echtgenoot, kan het vermoeden van vaderschap worden betwist voor de |
tribunal de la famille par la mère, l'enfant, l'homme à l'égard duquel | familierechtbank door de moeder, het kind, de man ten aanzien van wie |
la filiation est établie, l'homme qui revendique la paternité de | de afstamming vaststaat, de man die het vaderschap van het kind opeist |
l'enfant et la femme qui revendique la comaternité de l'enfant. | en de vrouw die het meemoederschap van het kind opeist. |
§ 2. L'action de la mère doit être intentée dans l'année de la | § 2. De vordering van de moeder moet worden ingesteld binnen een jaar |
naissance. L'action du mari doit être intentée dans l'année de la | na de geboorte. De vordering van de echtgenoot moet worden ingesteld |
découverte du fait qu'il n'est pas le père de l'enfant, celle de celui | binnen een jaar na de ontdekking van het feit dat hij niet de vader |
qui revendique la paternité de l'enfant doit être intentée dans | van het kind is, die van de man die het vaderschap van het kind opeist |
l'année de la découverte qu'il est le père de l'enfant et celle de | moet worden ingesteld binnen het jaar na de ontdekking van het feit |
dat hij de vader van het kind is en die van het kind moet worden | |
l'enfant doit être intentée au plus tôt le jour où il a atteint l'âge | ingesteld op zijn vroegst op de dag waarop het de leeftijd van twaalf |
de douze ans et au plus tard le jour où il atteint l'âge de vingt-deux | jaar heeft bereikt en uiterlijk op de dag waarop het de leeftijd van |
ans ou dans l'année de la découverte du fait que le mari n'est pas son | tweeëntwintig jaar heeft bereikt of binnen een jaar na de ontdekking |
père. L'action de la femme qui revendique la comaternité doit être | van het feit dat de echtgenoot zijn vader niet is. De vordering van de |
vrouw die het meemoederschap van het kind opeist, moet worden | |
intentée dans l'année de la découverte du fait qu'elle a consenti à la | ingesteld binnen een jaar na de ontdekking van het feit dat zij |
conception, conformément à l'article 7 de la loi du 6 juillet 2007 | overeenkomstig artikel 7 van de wet van 6 juli 2007 betreffende de |
relative à la procréation médicalement assistée et à la destination | medisch begeleide voortplanting en de bestemming van de overtallige |
des embryons surnuméraires et des gamètes, et que la conception peut | embryo's en de gameten heeft toegestemd in de verwekking en de |
en être la conséquence. | verwekking hiervan het gevolg kan zijn. |
Indien de echtgenoot overleden is zonder in rechte te zijn opgetreden, | |
Si le mari est décédé sans avoir agi, mais étant encore dans le délai | terwijl de termijn om zulks te doen nog niet verstreken is, kan zijn |
utile pour le faire, sa paternité peut être contestée, dans l'année de | vaderschap binnen een jaar na zijn overlijden of na de geboorte, |
son décès ou de la naissance, par ses ascendants et par ses | worden betwist door zijn bloedverwanten in de opgaande en in de |
descendants. | neerdalende lijn. |
La paternité établie en vertu de l'article 317 peut en outre être | Het vaderschap dat vaststaat krachtens artikel 317 kan daarenboven |
contestée par le précédent mari ». | worden betwist door de vorige echtgenoot ». |
B.1.2. Het vermoeden van vaderschap vindt zijn grondslag in artikel | |
B.1.2. La présomption de paternité a pour fondement l'article 315 du | 315 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat het kind dat geboren |
Code civil, qui dispose que l'enfant né pendant le mariage ou dans les | |
300 jours qui suivent la dissolution ou l'annulation du mariage a pour | is tijdens het huwelijk of binnen 300 dagen na de ontbinding of de |
père le mari. | nietigverklaring van het huwelijk, de echtgenoot tot vader heeft. |
B.2.1. Dans la présente affaire, la Cour est interrogée sur la | B.2.1. In de voorliggende zaak wordt aan het Hof een vraag gesteld |
compatibilité de l'article 318, § 2, du Code civil avec les articles | over de bestaanbaarheid van artikel 318, § 2, van het Burgerlijk |
10, 11 et 22bis de la Constitution, combinés ou non avec l'article 8 | Wetboek met de artikelen 10, 11 en 22bis van de Grondwet, al dan niet |
de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce qu'« il érige | in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de |
en fin de non-recevoir absolue l'action en contestation de paternité | rechten van de mens, doordat « het de niet binnen de wettelijke |
non intentée dans le délai légal, sans possibilité pour le juge saisi | termijn ingestelde vordering tot betwisting van vaderschap als |
de pareille demande d'apprécier si, compte tenu des intérêts en | absolute grond van niet-ontvankelijkheid instelt, zonder dat de |
présence (et singulièrement l'intérêt supérieur et primordial de | rechter bij wie een dergelijke vordering aanhangig is gemaakt, de |
mogelijkheid heeft om te beoordelen of de biologische waarheid, | |
l'enfant) et du comportement des parties, la vérité biologique ne doit | rekening houdend met de aanwezige belangen (en in het bijzonder het |
pas coïncider avec la réalité socio-affective vécue par l'enfant | hogere en primordiale belang van het kind) en met het gedrag van de |
partijen, niet moet samenvallen met de door het betrokken kind | |
concerné ». | beleefde socioaffectieve werkelijkheid ». |
B.2.2. Il ressort du libellé de la question préjudicielle et de la | B.2.2. Uit de bewoordingen van de prejudiciële vraag en de motivering |
motivation de la décision de renvoi que le litige soumis au juge a quo | van de verwijzingsbeslissing blijkt dat het aan de verwijzende rechter |
porte sur une action en contestation de la présomption de paternité | voorgelegde geschil betrekking heeft op een vordering tot betwisting |
intentée par un homme qui revendique la paternité de l'enfant, que cet | van het vermoeden van vaderschap, ingesteld door een man die het |
homme est le père biologique de l'enfant, que l'enfant n'a pas atteint | vaderschap van het kind opeist, dat die man de biologische vader van |
l'âge de douze ans, qu'il n'a jamais eu de lien avec son père légal, qu'il est né et a été élevé au sein d'une cellule familiale composée de sa mère et de son père biologique et qu'il est actuellement hébergé de manière quasi exclusive par cet homme qui exerce sur lui « une autorité parentale » particulièrement importante. La Cour limite son examen à cette hypothèse. La détermination du moment où une personne découvre qu'elle est le père de l'enfant relève de la compétence du juge du fond, qui a, à cet égard, un pouvoir d'appréciation étendu. | het kind is, dat het kind de leeftijd van twaalf jaar niet heeft bereikt, dat het nooit een band heeft gehad met zijn wettige vader, dat het is geboren en werd opgevoed binnen een gezinskern die uit zijn moeder en zijn biologische vader bestond en dat het thans vrijwel exclusief wordt gehuisvest door die man, die over het kind een uitermate belangrijk « ouderlijk gezag » uitoefent. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot die hypothese. Het bepalen van het ogenblik waarop een persoon ontdekt dat hij de vader van het kind is, valt onder de bevoegdheid van de feitenrechter, die in dat opzicht over een uitgebreide beoordelingsbevoegdheid beschikt. |
B.3. La loi du 31 mars 1987 a, comme son intitulé l'indique, modifié | B.3. De wet van 31 maart 1987 heeft, zoals het opschrift ervan |
diverses dispositions légales relatives à la filiation. | aangeeft, verscheidene wetsbepalingen betreffende de afstamming gewijzigd. |
Selon l'exposé des motifs, un des objectifs de cette loi était de « | Volgens de memorie van toelichting bestond de bedoeling van die wet |
cerner le plus près possible la vérité », c'est-à-dire la filiation | onder meer erin « de waarheid zoveel mogelijk te benaderen », dat wil |
zeggen de biologische afstamming (Parl. St., Senaat, 1977-1978, nr. | |
biologique (Doc. parl., Sénat, 1977-1978, n° 305/1, p. 3). S'agissant | 305/1, p. 3). In verband met de vaststelling van de afstamming van |
de l'établissement de la filiation paternelle, il a été indiqué que « | vaderszijde is erop gewezen dat « de wil om de regeling van de |
la volonté de régler l'établissement de la filiation en cernant le | vaststelling van de afstamming zo dicht mogelijk de waarheid te doen |
plus possible la vérité [devait] avoir pour conséquence d'ouvrir | benaderen [...] het openstellen van de mogelijkheden tot betwisting |
largement les possibilités de contestation » (ibid., p. 12). | tot gevolg [behoorde] te hebben » (ibid., p. 12). Uit dezelfde |
Toutefois, il ressort des mêmes travaux préparatoires que le | parlementaire voorbereiding blijkt echter dat de wetgever tevens de « |
législateur a également entendu prendre en considération et protéger « | rust der families » in overweging heeft willen nemen en heeft willen |
la paix des familles », en tempérant si nécessaire à cette fin la | beschermen door, indien hiertoe nodig, het zoeken naar de biologische |
recherche de la vérité biologique (ibid., p. 15). Il a choisi de ne | waarheid te temperen (ibid., p. 15). Hij heeft ervoor geopteerd niet |
pas s'écarter de l'adage « pater is est quem nuptiae demonstrant » | af te stappen van het adagium « pater is est quem nuptiae demonstrant |
(ibid., p. 11). | » (ibid., p. 11). |
Cependant, la présomption de paternité ne pouvait être contestée à | Evenwel kon het vermoeden van vaderschap toen enkel worden betwist |
l'époque que par le mari, par la mère et par l'enfant, conformément à | door de echtgenoot, door de moeder en door het kind, overeenkomstig |
l'ancien article 332 du Code civil. | het toenmalige artikel 332 van het Burgerlijk Wetboek. |
B.4.1. Le droit de la filiation a ensuite fait l'objet d'une profonde | B.4.1. Het afstammingsrecht is vervolgens diepgaand hervormd door de |
réforme par l'adoption de la loi du 1er juillet 2006 modifiant des | aanneming van de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen |
dispositions du Code civil relatives à l'établissement de la filiation | van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de |
et aux effets de celle-ci. | afstamming en de gevolgen ervan. |
Il ressort des travaux préparatoires de cette loi que le législateur a | Uit de parlementaire voorbereiding van die wet blijkt dat de wetgever |
entendu procéder à une réforme des textes qui ont été censurés par la | de teksten die ter zake door het Hof werden afgekeurd, heeft willen |
Cour en la matière et tenir compte de l'évolution sociologique en | hervormen en rekening heeft willen houden met de sociologische |
rapprochant la filiation dans le mariage et la filiation hors mariage | evolutie door de afstammingen binnen en buiten het huwelijk dichter |
: | bij elkaar te brengen : |
« La loi de 1987 a pratiquement gommé toutes les différences pour ce | « De wet van 1987 heeft nagenoeg alle verschillen uitgevlakt wat de |
qui concerne les effets mais elle a conservé un mécanisme de | uitwerking betreft, maar ze heeft een mechanisme van vermoeden van |
présomption de paternité du mari qui aboutit à des conséquences | vaderschap in stand gehouden dat stuitende gevolgen heeft voor de |
choquantes pour ce qui concerne l'établissement de la filiation. [...] | vaststelling van de afstamming. [...] |
La présente proposition a donc également pour objet tout en conservant | Dit wetsvoorstel beoogt dus tevens het vermoeden van vaderschap te |
la présomption de paternité du mari de donner à celle-ci des effets à | behouden en er gevolgen aan te geven die nagenoeg dezelfde zijn als |
peu près équivalents à ceux d'une reconnaissance » (Doc. parl., | die van een erkenning » (Parl. St., Kamer, 2003-2004, DOC 51-0597/001, |
Chambre, 2003-2004, DOC 51-0597/001, p. 6). | p. 6). |
« Enfin, l'action doit être introduite dans un délai d'un an (à dater | « Tot slot moet een rechtszaak worden ingeleid binnen een termijn van |
de la découverte de la naissance ou de l'année de la découverte du | een jaar (vanaf het ontdekken van de geboorte of vanaf het jaar waarin |
fait par le mari ou l'auteur de la reconnaissance qu'il n'est pas le | dat feit ontdekt wordt door de echtgenoot of door degene die het kind |
père de l'enfant) » (Doc. parl., Chambre, 2005-2006, DOC 51-0597/037, | erkent indien [lees : dat] hij niet de vader van het kind is) » (Parl. |
p. 5). | St., Kamer, 2005-2006, DOC 51-0597/037, p. 5). |
B.4.2. A la suite de cette modification de la loi, la présomption de | B.4.2. Ingevolge die wetswijziging kan het vermoeden van vaderschap |
paternité peut actuellement être contestée par la mère, l'enfant, | thans worden betwist door de moeder, het kind, de man ten aanzien van |
l'homme à l'égard duquel la filiation est établie et la personne qui revendique la paternité de l'enfant. La situation du père biologique d'un enfant né d'une femme mariée, qui n'avait pas le droit de contester la paternité établie à l'égard du mari de cette femme, était au coeur des préoccupations du législateur. Le père biologique était ainsi totalement dépendant de l'attitude adoptée par la mère. Les travaux préparatoires indiquent sur ce point : « Il s'agit de remédier à une situation considérée comme choquante par | wie de afstamming vaststaat en de persoon die het vaderschap van het kind opeist. De achterliggende idee van de wetgever was de bekommernis om de toestand van de biologische vader van het kind van een gehuwde vrouw, die geen enkel recht had het vaderschap dat ten aanzien van de echtgenoot van die vrouw vaststond, te betwisten. Daardoor was de biologische vader volledig afhankelijk van de houding die de moeder aannam. De parlementaire voorbereiding geeft dienaangaande aan : « Het is de bedoeling komaf te maken met een toestand die door de indieners van het wetsvoorstel als schokkend wordt ervaren, te weten |
les auteurs de la proposition, qui empêche le père biologique d'un | het feit dat de biologische vader van het kind van een gehuwde vrouw |
enfant né d'une femme mariée de contester la paternité du mari. Dans | het vaderschap van de echtgenoot niet mag betwisten. Krachtens de |
l'état actuel des textes, le père biologique est dépourvu de tout | vigerende teksten beschikt de biologische vader over geen enkele |
recours et tributaire de l'attitude de la mère » (Doc. parl., Chambre, | mogelijkheid tot verzet en is hij aangewezen op wat de moeder terzake |
2004-2005, DOC 51-0597/024, p. 59). | doet » (Parl. St., Kamer, 2004-2005, DOC 51-0597/024, p. 59). |
B.4.3.1. Une première proposition de loi prévoyait que la paternité | B.4.3.1. Een eerste wetsvoorstel stelde voor het vaderschap, dat |
établie sur la base de la présomption de paternité puisse être | vaststaat op basis van de vaderschapsregel, te laten betwisten « door |
contestée « par tout intéressé », à l'instar de la contestation de la | iedere belanghebbende », naar het voorbeeld van de betwisting van de |
reconnaissance de paternité (Doc. parl., Chambre, 2003-2004, DOC | vaderlijke erkenning (Parl. St., Kamer, 2003-2004, DOC 51-0597/001, p. |
51-0597/001, p. 14, et Doc. parl., Chambre, 2004-2005, DOC | 14, en Parl. St., Kamer, 2004-2005, DOC 51-0597/024, p. 59). Daarmee |
51-0597/024, p. 59). Ces termes visaient en premier lieu le père | werd in de eerste plaats de biologische vader van het uit een gehuwde |
biologique de l'enfant né d'une femme mariée (Doc. parl., Chambre, | vrouw geboren kind beoogd (Parl. St., Kamer, 2003-2004, DOC |
2003-2004, DOC 51-0597/001, p. 10). | 51-0597/001, p. 10). |
Cette proposition d'offrir à « tout intéressé » la possibilité de | Dat voorstel om aan « iedere belanghebbende » de mogelijkheid te |
contester une paternité basée sur le mariage fut toutefois considérée | bieden om een op een huwelijk gebaseerd vaderschap te betwisten, werd |
comme déraisonnable : il était à craindre qu'elle perturbe par trop la | evenwel onredelijk bevonden, omdat er werd gevreesd de rust van het |
paix familiale au sein du couple marié (Doc. parl., Chambre, | huwelijkse gezin te zeer te verstoren (Parl. St., Kamer, 2004-2005, |
2004-2005, DOC 51-0597/024, p. 61). | DOC 51-0597/024, p. 61). |
B.4.3.2. Il fut décidé en fin de compte d'étendre le droit de | B.4.3.2. Uiteindelijk werd besloten het betwistingsrecht uit te |
contestation à « la personne qui revendique la paternité de l'enfant | breiden tot « de persoon die het vaderschap van het kind opeist », |
», tout en instaurant la possession d'état comme cause | terwijl het bezit van staat als grond van onontvankelijkheid van die |
d'irrecevabilité de telles actions (Doc. parl., Chambre, 2004-2005, | vorderingen werd ingevoerd (Parl. St., Kamer, 2004-2005, DOC |
DOC 51-0597/026, amendement n° 112, et Doc. parl., Chambre, 2004-2005, | 51-0597/026, amendement nr. 112, en Parl. St., Kamer, 2004-2005, DOC |
DOC 51-0597/029, sous-amendement n° 134). | 51-0597/029, subamendement nr. 134). |
Le compromis obtenu visait, d'une part, à limiter le droit d'action | Het bereikte compromis beoogde, enerzijds, het vorderingsrecht te |
aux personnes effectivement concernées, à savoir le mari, la mère, | beperken tot de daadwerkelijke belanghebbenden, te weten de |
l'enfant et l'homme qui revendique la paternité, et, d'autre part, à | echtgenoot, de moeder, het kind en de man die het vaderschap opeist, |
protéger autant que possible la cellule familiale au sein de laquelle | en, anderzijds, de gezinscel waarin het kind opgroeit zoveel mogelijk |
l'enfant grandit en disposant que la possession d'état de l'enfant | te beschermen door het bezit van staat van het kind als belemmering |
fait obstacle à ce droit d'action et en prévoyant des délais stricts | voor dat vorderingsrecht voorop te stellen en door in strikte |
pour l'exercice de ce droit (Doc. parl., Chambre, 2004-2005, DOC | termijnen voor het vorderingsrecht te voorzien (Parl. St., Kamer, |
51-0597/026, p. 6; Doc. parl., Chambre, 2004-2005, DOC 51-0597/032, p. | 2004-2005, DOC 51-0597/026, p. 6; Parl. St., Kamer, 2004-2005, DOC |
31). | 51-0597/032, p. 31). |
B.4.4.1. En ce qui concerne le délai prévu pour l'homme qui revendique | B.4.4.1. Wat de termijnregeling voor de man die het vaderschap van het |
la paternité de l'enfant, il fut proposé que le droit d'action | kind opeist betreft, werd voorgesteld het nieuw ingevoerde |
nouvellement instauré soit exercé « dans l'année de la découverte de | vorderingsrecht te laten uitoefenen « binnen een jaar na de ontdekking |
la naissance » (Doc. parl., Chambre, 2004-2005, DOC 51-0597/026; Doc. | van de geboorte » (Parl. St., Kamer, 2004-2005, DOC 51-0597/026; Parl. |
parl., Chambre, 2004-2005, DOC 51-0597/02; Doc. parl., Chambre, | St., Kamer, 2004-2005, DOC 51-0597/029; Parl. St., Kamer, 2004-2005, |
2004-2005, DOC 51-0597/033, p. 8). | DOC 51-0597/033, p. 8). |
La proposition de loi précitée fut critiquée parce qu'elle était | Voormeld wetsvoorstel werd bekritiseerd omdat daardoor in alle |
susceptible de prolonger inutilement l'insécurité juridique et le | gevallen van vaderlijke afstamming binnen het huwelijk de |
trouble au sein de la famille, dans tous les cas de filiation | rechtsonzekerheid en de onrust in het gezin door de dreiging van een |
paternelle dans le mariage, par la menace d'une contestation de la | vaderschapsbetwisting nodeloos zouden kunnen worden verlengd. |
paternité. B.4.4.2. Il fut finalement décidé que l'action de celui qui revendique | B.4.4.2. Uiteindelijk werd beslist de termijn vast te stellen op één |
la paternité de l'enfant devait être intentée « dans l'année de la | jaar « na de ontdekking van het feit dat [de man die het vaderschap |
découverte qu'il est le père de l'enfant » (article 318, § 2, du Code | van het kind opeist] de vader van het kind is » (artikel 318, § 2, van |
civil). | het Burgerlijk Wetboek). |
B.5. Par son arrêt n° 145/2014 du 9 octobre 2014, la Cour a contrôlé | B.5. Bij zijn arrest nr. 145/2014 van 9 oktober 2014 heeft het Hof |
l'article 318, § 2, alinéa 1er, deuxième membre de la deuxième phrase, | artikel 318, § 2, eerste lid, tweede zinsnede van de tweede zin, van |
du Code civil au regard de l'article 22 de la Constitution, combiné | het Burgerlijk Wetboek getoetst aan artikel 22 van de Grondwet, in |
avec l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme. | samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. |
Elle a jugé : | Het oordeelde als volgt : |
« B.6. Le droit au respect de la vie privée et familiale, tel qu'il | « B.6. Het recht op de eerbiediging van het privéleven en het |
est garanti par les dispositions précitées, a pour but essentiel de | gezinsleven, zoals het door de voormelde bepalingen wordt gewaarborgd, |
protéger les personnes contre les ingérences dans leur vie privée et | beoogt in wezen de personen te beschermen tegen inmengingen in hun |
leur vie familiale. | privéleven en hun gezinsleven. |
L'article 22, alinéa 1er, de la Constitution et l'article 8 de la | Artikel 22, eerste lid, van de Grondwet en artikel 8 van het Europees |
Convention européenne des droits de l'homme n'excluent pas une | Verdrag voor de rechten van de mens sluiten een overheidsinmenging in |
ingérence d'une autorité publique dans le droit au respect de la vie | het recht op eerbiediging van het privéleven niet uit, maar vereisen |
privée mais ils exigent que cette ingérence soit prévue par une | dat in die inmenging wordt voorzien door een voldoende precieze |
disposition législative suffisamment précise, qu'elle corresponde à un | wettelijke bepaling, dat zij beantwoordt aan een dwingende |
besoin social impérieux et qu'elle soit proportionnée à l'objectif | maatschappelijke behoefte en dat zij evenredig is met de daarmee |
légitime qu'elle poursuit. Ces dispositions engendrent de surcroît | nagestreefde wettige doelstelling. Die bepalingen houden voor de |
l'obligation positive pour l'autorité publique de prendre des mesures | overheid bovendien de positieve verplichting in om maatregelen te |
nemen die een daadwerkelijke eerbiediging van het privéleven en het | |
qui assurent le respect effectif de la vie privée et familiale, même | gezinsleven verzekeren, zelfs in de sfeer van de onderlinge |
dans la sphère des relations entre les individus (CEDH, 27 octobre | verhoudingen tussen individuen (EHRM, 27 oktober 1994, Kroon e.a. t. |
1994, Kroon et autres c. Pays-Bas, § 31; CEDH, grande chambre, 12 | Nederland, § 31; EHRM, grote kamer, 12 oktober 2013, Söderman t. |
octobre 2013, Söderman c. Suède, § 78; 3 avril 2014, Konstantinidis c. | Zweden, § 78; 3 april 2014, Konstantinidis t. Griekenland, § 42). |
Grèce, § 42). B.7. Les procédures relatives à l'établissement ou à la contestation | B.7. De procedures met betrekking tot het vaststellen of betwisten van |
de paternité concernent la vie privée du requérant, parce que la | de vaderlijke afstamming, raken het privéleven van de verzoeker, omdat |
matière de la filiation englobe d'importants aspects de l'identité | de materie van de afstamming belangrijke aspecten van iemands |
personnelle d'un individu (CEDH, 28 novembre 1984, Rasmussen c. | persoonlijke identiteit omvat (EHRM, 28 november 1984, Rasmussen t. |
Danemark, § 33; 24 novembre 2005, Shofman c. Russie, § 30; 12 janvier | Denemarken, § 33; 24 november 2005, Shofman t. Rusland, § 30; 12 |
2006, Mizzi c. Malte, § 102; 16 juin 2011, Pascaud c. France, § § | januari 2006, Mizzi t. Malta, § 102; 16 juni 2011, Pascaud t. |
48-49; 21 juin 2011, Kruskovic c. Croatie, § 20; 22 mars 2012, Ahrens | Frankrijk, § § 48-49; 21 juni 2011, Kruskovic t. Kroatië, § 20; 22 |
c. Allemagne, § 60; 12 février 2013, Krisztiàn Barnabàs Tóth c. | maart 2012, Ahrens t. Duitsland, § 60; 12 februari 2013, Krisztiàn |
Hongrie, § 28). | Barnabàs Tóth t. Hongarije, § 28). |
Le régime en cause de contestation de la présomption de paternité | De in het geding zijnde regeling voor de betwisting van het vermoeden |
relève donc de l'application de l'article 22 de la Constitution et de | van vaderschap valt derhalve onder de toepassing van artikel 22 van de |
l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme. | Grondwet en van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van |
B.8.1. Le législateur, lorsqu'il élabore un régime qui entraîne une | de mens. B.8.1. De wetgever beschikt bij de uitwerking van een regeling die een |
ingérence de l'autorité publique dans la vie privée, jouit d'une marge | overheidsinmenging in het privéleven inhoudt, over een |
d'appréciation pour tenir compte du juste équilibre à ménager entre | appreciatiemarge om rekening te houden met een billijk evenwicht |
les intérêts concurrents de l'individu et de la société dans son | tussen de tegenstrijdige belangen van het individu en de samenleving |
ensemble (CEDH, 26 mai 1994, Keegan c. Irlande, § 49; 27 octobre 1994, | in haar geheel (EHRM, 26 mei 1994, Keegan t. Ierland, § 49; 27 oktober |
Kroon et autres c. Pays-Bas, § 31; 2 juin 2005, Znamenskaya c. Russie, | 1994, Kroon e.a. t. Nederland, § 31; 2 juni 2005, Znamenskaya t. |
§ 28; 24 novembre 2005, Shofman c. Russie, § 34; 20 décembre 2007, | Rusland, § 28; 24 november 2005, Shofman t. Rusland, § 34; 20 december |
Phinikaridou c. Chypre, § § 51 à 53; 25 février 2014, Ostace c. | 2007, Phinikaridou t. Cyprus, § § 51 tot 53; 25 februari 2014, Ostace |
Roumanie, § 33). | t. Roemenië, § 33). |
Cette marge d'appréciation du législateur n'est toutefois pas | Die appreciatiemarge van de wetgever is evenwel niet onbegrensd : om |
illimitée : pour apprécier si une règle législative est compatible | te oordelen of een wettelijke regeling verenigbaar is met het recht op |
avec le droit au respect de la vie privée, il convient de vérifier si | de eerbiediging van het privéleven, moet worden nagegaan of de |
le législateur a trouvé un juste équilibre entre tous les droits et | wetgever een billijk evenwicht heeft gevonden tussen alle rechten en |
intérêts en cause. Pour cela, il ne suffit pas que le législateur | belangen die in het geding zijn. Zulks vereist dat de wetgever niet |
ménage un équilibre entre les intérêts concurrents de l'individu et de | alleen een afweging maakt tussen de belangen van het individu |
la société dans son ensemble mais il doit également ménager un | tegenover die van de samenleving in haar geheel, maar tevens tussen de |
équilibre entre les intérêts contradictoires des personnes concernées | tegenstrijdige belangen van de betrokken personen (EHRM, 6 juli 2010, |
(CEDH, 6 juillet 2010, Backlund c. Finlande, § 46; 15 janvier 2013, | Backlund t. Finland, § 46; 15 januari 2013, Laakso t. Finland, § 46; |
Laakso c. Finlande, § 46; 29 janvier 2013, Röman c. Finlande, § 51). | 29 januari 2013, Röman t. Finland, § 51). |
Lorsqu'il élabore un régime légal en matière de filiation, le | Bij het uitwerken van een wettelijke regeling inzake afstamming dient |
législateur doit en principe permettre aux autorités compétentes de | de wetgever de bevoegde overheden in beginsel de mogelijkheid te |
procéder in concreto à la mise en balance des intérêts des différentes | bieden om in concreto een afweging te maken tussen de belangen van de |
personnes concernées, sous peine de prendre une mesure qui ne serait | verschillende betrokken personen, op gevaar af anders een maatregel te |
pas proportionnée aux objectifs légitimes poursuivis. | nemen die niet evenredig zou zijn met de nagestreefde wettige |
doelstellingen. | |
Tant l'article 22bis, alinéa 4, de la Constitution que l'article 3, | Zowel artikel 22bis, vierde lid, van de Grondwet als artikel 3, lid 1, |
paragraphe 1, de la Convention relative aux droits de l'enfant | van het Verdrag inzake de rechten van het kind verplichten de |
imposent aux juridictions de prendre en compte, de manière | rechtscolleges om in de eerste plaats het belang van het kind in |
primordiale, l'intérêt de l'enfant dans les procédures le concernant. | aanmerking te nemen in de procedures die op het kind betrekking |
La Cour européenne des droits de l'homme a précisé que, dans la | hebben. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft |
balance des intérêts en jeu, il y a lieu de faire prévaloir les | verduidelijkt dat, bij het afwegen van de in het geding zijnde |
intérêts de l'enfant (CEDH, 5 novembre 2002, Yousef c. Pays-Bas, § 73; | belangen, de belangen van het kind dienen te primeren (EHRM, 5 |
26 juin 2003, Maire c. Portugal, § § 71 et 77; 8 juillet 2003, | november 2002, Yousef t. Nederland, § 73; 26 juni 2003, Maire t. |
Sommerfeld c. Allemagne, § § 64 et 66; 28 juin 2007, Wagner et | Portugal, § § 71 en 77; 8 juli 2003, Sommerfeld t. Duitsland, § § 64 |
J.M.W.L. c. Luxembourg, § 119; 6 juillet 2010, Neulinger et Shuruk c. | en 66; 28 juni 2007, Wagner en J.M.W.L. t. Luxemburg, § 119; 6 juli |
Suisse, § 135; 22 mars 2012, Ahrens c. Allemagne, § 63). Si l'intérêt de l'enfant doit être une considération primordiale, il n'a pas un caractère absolu. Dans la mise en balance des différents intérêts en jeu, l'intérêt de l'enfant occupe une place particulière du fait qu'il représente la partie faible dans la relation familiale. Il ne ressort pas de cette place particulière que les intérêts des autres parties en présence ne pourraient pas être pris en compte. B.8.2. En ce qui concerne en particulier les délais dans le droit de la filiation, la Cour européenne des droits de l'homme n'a pas estimé | 2010, Neulinger en Shuruk t. Zwitserland, § 135; 22 maart 2012, Ahrens t. Duitsland, § 63). Hoewel het belang van het kind de eerste overweging vormt, heeft het geen absoluut karakter. Bij de afweging van de verschillende op het spel staande belangen, neemt het belang van het kind een bijzondere plaats in door het feit dat het de zwakke partij is in de familiale relatie. Uit die bijzondere plaats volgt evenwel niet dat met de belangen van de andere in het geding zijnde partijen geen rekening zou kunnen worden gehouden. B.8.2. In het bijzonder voor wat de termijnen in het afstammingsrecht betreft, wordt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens het |
que l'instauration de délais était en soi contraire à l'article 8 de | invoeren van termijnen op zich niet strijdig geacht met artikel 8 van |
la Convention européenne des droits de l'homme; seule la nature d'un | het Europees Verdrag voor de rechten van de mens; enkel de aard van |
tel délai peut être considérée comme contraire au droit au respect de | een dergelijke termijn kan als strijdig worden beschouwd met het recht |
la vie privée (CEDH, 6 juillet 2010, Backlund c. Finlande, § 45; 15 | op eerbiediging van het privéleven (EHRM, 6 juli 2010, Backlund t. |
janvier 2013, Laakso c. Finlande, § 45; 29 janvier 2013, Röman c. | Finland, § 45; 15 januari 2013, Laakso t. Finland, § 45; 29 januari |
Finlande, § 50; 3 avril 2014, Konstantinidis c. Grèce, § 46). | 2013, Röman t. Finland, § 50; 3 april 2014, Konstantinidis t. |
Griekenland, § 46). | |
B.8.3. La Cour européenne des droits de l'homme admet en outre que la | B.8.3. Bovendien wordt door het Europees Hof voor de Rechten van de |
marge d'appréciation du législateur national est plus grande lorsqu'il | Mens aanvaard dat de appreciatiemarge van de nationale wetgever groter |
n'existe pas de consensus au sein des Etats membres du Conseil de | is wanneer er bij de lidstaten van de Raad van Europa geen consensus |
l'Europe concernant l'intérêt en cause ou la manière dont cet intérêt | bestaat omtrent het belang dat in het geding is, noch omtrent de |
doit être protégé (CEDH, 22 mars 2012, Ahrens c. Allemagne, § 68). De | manier waarop dat belang dient te worden beschermd (EHRM, 22 maart |
2012, Ahrens t. Duitsland, § 68). Daarnaast benadrukt het Europees Hof | |
plus, la Cour européenne souligne qu'il ne lui incombe pas de prendre | dat het niet zijn taak is om, in de plaats van de nationale overheden, |
des décisions à la place des autorités nationales (CEDH, 15 janvier | beslissingen te nemen (EHRM, 15 januari 2013, Laakso t. Finland, § |
2013, Laakso c. Finlande, § 41). | 41). |
B.9.1. La paix des familles et la sécurité juridique des liens | B.9.1. De rust der families en de rechtszekerheid van de familiale |
familiaux, d'une part, et l'intérêt de l'enfant, d'autre part, | banden, enerzijds, en het belang van het kind, anderzijds, zijn |
constituent des buts légitimes dont le législateur peut tenir compte | legitieme doelstellingen waarvan de wetgever kan uitgaan om een |
pour empêcher que la contestation de paternité puisse être exercée | onbeperkte mogelijkheid tot betwisting van het vaderschap te |
sans limitation, de sorte que le législateur a pu prévoir des délais | verhinderen, zodat de wetgever vervaltermijnen kon invoeren (zie EHRM, |
de déchéance (voir CEDH, 28 novembre 1984, Rasmussen c. Danemark, § | 28 november 1984, Rasmussen t. Denemarken, § 41; 12 januari 2006, |
41; 12 janvier 2006, Mizzi c. Malte, § 88; 6 juillet 2010, Backlund c. | Mizzi t. Malta, § 88; 6 juli 2010, Backlund t. Finland, § 45; 15 |
Finlande, § 45; 15 janvier 2013, Laakso c. Finlande, § 45; 29 janvier | januari 2013, Laakso t. Finland, § 45; 29 januari 2013, Röman t. |
2013, Röman c. Finlande, § 50). | Finland, § 50). |
B.9.2. Dans cette optique, il est pertinent de ne pas faire primer a | B.9.2. In dat opzicht is het pertinent om de biologische werkelijkheid |
priori la réalité biologique sur la réalité socio-affective de la | niet a priori te laten prevaleren op de socioaffectieve werkelijkheid |
paternité. | van het vaderschap. |
B.10. Il est dès lors raisonnablement justifié que l'homme qui | B.10. Het is derhalve redelijk verantwoord dat de man die het |
revendique la paternité de l'enfant ne dispose que d'un bref délai | vaderschap van het kind opeist, slechts over een korte termijn |
pour contester la présomption de paternité du mari de la mère ». | beschikt om het vermoeden van vaderschap van de echtgenoot van de |
moeder te betwisten ». | |
La Cour a dès lors dit pour droit dans cet arrêt que l'article 318, § | Het Hof heeft in dat arrest bijgevolg voor recht gezegd dat artikel |
2, alinéa 1er, du Code civil ne viole pas les articles 10, 11 et 22 de | 318, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 10, 11 |
la Constitution, combinés ou non avec l'article 8 de la Convention | en 22 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 8 |
européenne des droits de l'homme, en ce que l'homme qui revendique la | van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet schendt in |
paternité de l'enfant doit intenter l'action en contestation de | zoverre de man die het vaderschap van het kind opeist de vordering tot |
paternité dans l'année de la découverte du fait qu'il est le père de | betwisting van vaderschap moet instellen binnen een jaar na de |
l'enfant. | ontdekking van het feit dat hij de vader is van het kind. |
B.6. Pour les motifs indiqués dans l'arrêt n° 145/2014 et rappelés en | B.6. Om de redenen die zijn aangegeven in het arrest nr. 145/2014 en |
B.5, la question préjudicielle appelle une réponse négative en ce | die in B.5 in herinnering zijn gebracht, dient de prejudiciële vraag |
ontkennend te worden beantwoord in zoverre zij betrekking heeft op de | |
qu'elle porte sur la compatibilité de l'article 318, § 2, alinéa 1er, | bestaanbaarheid van artikel 318, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk |
du Code civil avec les articles 10, 11 et 22 de la Constitution | Wetboek met de artikelen 10, 11 en 22 van de Grondwet, al dan niet in |
combinés ou non avec l'article 8 de la Convention européenne des | samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de |
droits de l'homme. | rechten van de mens. |
B.7. La Cour doit encore examiner la compatibilité de l'article 318, § | B.7. Het Hof moet nog onderzoeken of artikel 318, § 2, eerste lid, van |
2, alinéa 1er, du Code civil avec l'article 22bis de la Constitution, | het Burgerlijk Wetboek bestaanbaar is met artikel 22bis van de |
dans l'hypothèse où l'action en contestation de la présomption de | Grondwet, in het geval waarin de vordering tot betwisting van het |
paternité concerne un enfant qui n'a pas atteint l'âge de douze ans. B.8. L'article 22bis de la Constitution dispose : « Chaque enfant a droit au respect de son intégrité morale, physique, psychique et sexuelle. Chaque enfant a le droit de s'exprimer sur toute question qui le concerne; son opinion est prise en considération, eu égard à son âge et à son discernement. Chaque enfant a le droit de bénéficier des mesures et services qui concourent à son développement. Dans toute décision qui le concerne, l'intérêt de l'enfant est pris en considération de manière primordiale. | vermoeden van vaderschap betrekking heeft op een kind dat de leeftijd van twaalf jaar niet heeft bereikt. B.8. Artikel 22bis van de Grondwet bepaalt : « Elk kind heeft recht op eerbiediging van zijn morele, lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit. Elk kind heeft het recht zijn mening te uiten in alle aangelegenheden die het aangaan; met die mening wordt rekening gehouden in overeenstemming met zijn leeftijd en zijn onderscheidingsvermogen. Elk kind heeft recht op maatregelen en diensten die zijn ontwikkeling bevorderen. Het belang van het kind is de eerste overweging bij elke beslissing die het kind aangaat. |
La loi, le décret ou la règle visée à l'article 134 garantissent ces | De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen |
droits de l'enfant ». | deze rechten van het kind ». |
B.9. L'article 318, § 2, alinéa 1er, du Code civil permet à l'enfant | B.9. Artikel 318, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek biedt |
d'introduire l'action en contestation de paternité au plus tôt le jour | het kind de mogelijkheid om een vordering tot betwisting van |
où il a atteint l'âge de douze ans. Par cette disposition, le | vaderschap in te stellen op zijn vroegst op de dag waarop het de |
leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt. Met die bepaling waarborgt de | |
législateur garantit le droit à l'identité qui, selon la Cour | wetgever het recht op identiteit dat, volgens het Europees Hof voor de |
européenne des droits de l'homme, doit faire l'objet d'un examen | Rechten van de Mens, het voorwerp moet uitmaken van een grondig |
approfondi lorsque l'on compare les intérêts en présence (CEDH, 3 | onderzoek wanneer de aanwezige belangen worden vergeleken (EHRM, 3 |
avril 2014, Konstantinidis c. Grèce, § 47). Un enfant qui n'a pas | april 2014, Konstantinidis t. Griekenland, § 47). Een kind dat de |
atteint l'âge de douze ans ne peut en revanche pas introduire une | leeftijd van twaalf jaar niet heeft bereikt, kan daarentegen geen |
action en contestation de paternité. | vordering tot betwisting van vaderschap instellen. |
B.10. Il ressort des travaux préparatoires de la loi du 1er juillet | B.10. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 1 juli 2006 |
2006 que le législateur n'a pas voulu que le père ou la mère d'un | blijkt dat de wetgever niet heeft gewild dat de vader of de moeder van |
enfant puisse « contourner la forclusion qui frappe sa propre action, | een kind « het verval dat hij/zij heeft opgelopen met betrekking tot |
en intentant cette action au nom de l'enfant » (Doc. parl., Sénat, | zijn eigen rechtsvordering, gewoon [zou kunnen] omzeilen door de |
rechtsvordering in te leiden namens het kind » (Parl. St., Senaat, | |
2005-2006, n° 3-1402/4, p. 9). Le législateur a dès lors prévu | 2005-2006, nr. 3-1402/4, p. 9). De wetgever heeft dan ook |
expressément que l'action de l'enfant ne peut pas être intentée avant | uitdrukkelijk bepaald dat de vordering van het kind niet kan worden |
l'âge de douze ans. Cet âge a été retenu « comme étant celui du | ingesteld vóór de leeftijd van twaalf jaar. Die leeftijd wordt immers |
in aanmerking genomen als die waarop het kind een | |
discernement » (ibid., n° 3-1402/7, p. 52). L'auteur principal précise | onderscheidingsvermogen heeft (ibid., nr. 3-1402/7, p. 52). De |
« qu'il ne s'agit pas pour l'enfant d'intenter une action lui-même, | hoofdindiener verduidelijkt « dat niet het kind zelf een vordering |
moet instellen maar dat dit moet geschieden door toedoen van een voogd | |
mais bien par l'intermédiaire d'un tuteur ad hoc, qui pourra apprécier | ad hoc die kan oordelen over de wenselijkheid van de vordering van het |
l'opportunité de la demande de l'enfant » (ibid.). | kind » (ibid.). |
En prenant en compte la capacité de discernement de l'enfant pour ne | In zoverre zij het onderscheidingsvermogen van het kind in aanmerking |
neemt om het niet toe te staan een vordering tot betwisting van | |
pas l'autoriser à introduire une action en contestation de paternité | vaderschap in te stellen vóór de leeftijd van twaalf jaar, is de in |
avant l'âge de douze ans, la disposition en cause est compatible avec | het geding zijnde bepaling bestaanbaar met artikel 22bis van de |
l'article 22bis de la Constitution qui précise expressément que | Grondwet, dat uitdrukkelijk preciseert dat met de mening van het kind |
l'opinion de l'enfant est prise en considération, « eu égard à son âge | rekening wordt gehouden « in overeenstemming met zijn leeftijd en zijn |
et à son discernement ». Le législateur a tenu compte de la gravité de | onderscheidingsvermogen ». De wetgever heeft rekening gehouden met de |
l'acte d'introduire une action en justice à l'encontre d'un de ses | ernst van de handeling die erin bestaat een rechtsvordering in te |
stellen tegen een van zijn ouders, en met het feit dat het kind kan | |
zijn beïnvloed door een van zijn ouders of verwanten. De wetgever | |
parents et du fait que l'enfant peut être influencé par l'un de ses | wilde overigens niet dat de vordering van het kind zou worden |
parents ou de ses proches. Le législateur n'a, par ailleurs, pas voulu | ingesteld door een andere houder van de vordering tot betwisting - de |
que l'action de l'enfant soit introduite par un autre titulaire de | wettige vader, de moeder of de man die het vaderschap opeist -, die |
l'action en contestation, le père légal, la mère ou l'homme qui | niet in rechte is getreden binnen de termijn die hem bij de in het |
revendique la paternité, qui n'a pas agi dans le délai qui lui est | geding zijnde bepaling is opgelegd, wegens het mogelijke |
imparti par la disposition en cause, en raison de l'opposition | belangenconflict tussen het kind en die houder. |
d'intérêts qui peut exister entre l'enfant et ce titulaire. | Het is juist dat in het in B.2.2 beoogde geval de in het geding zijnde |
Il est vrai que dans l'hypothèse visée en B.2.2, la disposition en | bepaling tot gevolg heeft dat aan het kind zijn recht op identiteit en |
cause a pour effet de priver temporairement l'enfant de son droit à | de mogelijkheid om zijn belang in aanmerking te laten nemen bij de |
l'identité et de la possibilité de voir son intérêt pris en compte dans la mise en balance par le juge des différents intérêts en présence. Or, l'intérêt de l'enfant doit être une considération primordiale, même s'il n'a pas un caractère absolu, parce que l'enfant représente la partie faible dans la relation familiale. Cette privation n'est cependant que temporaire puisque l'enfant pourra introduire l'action en contestation de paternité, en étant représenté par un tuteur ad hoc, conformément à l'article 331sexies du Code civil. B.11. La question préjudicielle appelle une réponse négative. Par ces motifs, la Cour | afweging, door de rechter, van de verschillende aanwezige belangen, tijdelijk worden ontzegd. Het belang van het kind moet evenwel de eerste overweging zijn, ook al heeft het geen absoluut karakter, omdat het kind de zwakke partij is in de familiale relatie. Die ontzegging is echter slechts tijdelijk omdat het kind een vordering tot betwisting van vaderschap zal kunnen instellen, waarbij het zal worden vertegenwoordigd door een voogd ad hoc, overeenkomstig artikel 331sexies van het Burgerlijk Wetboek. B.11. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. Om die redenen, het Hof |
dit pour droit : | zegt voor recht : |
L'article 318, § 2, alinéa 1er, du Code civil ne viole pas les | Artikel 318, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek schendt niet |
articles 10, 11, 22 et 22bis de la Constitution, combinés ou non avec | de artikelen 10, 11, 22 en 22bis van de Grondwet, al dan niet in |
l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme, en ce | samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de |
que l'homme qui revendique la paternité de l'enfant doit intenter | rechten van de mens, in zoverre de man die het vaderschap van het kind |
l'action en contestation de paternité dans l'année de la découverte du | opeist de vordering tot betwisting van vaderschap moet instellen |
fait qu'il est le père de l'enfant. | binnen het jaar na de ontdekking van het feit dat hij de vader is van |
Ainsi rendu en langue française et en langue néerlandaise, | het kind. Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel |
conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
la Cour constitutionnelle, le 2 juin 2016. | op 2 juni 2016. |
Le greffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
Le président, | De voorzitter, |
J. Spreutels | J. Spreutels |