← Retour vers "Extrait de l'arrêt n° 174/2013 du 19 décembre 2013 Numéro du rôle : 5571 En cause
: la question préjudicielle concernant l'article 162bis, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle,
tel qu'il a été inséré par l'article 9 de la loi du 21 avri La Cour constitutionnelle, composée
des présidents J. Spreutels et M. Bossuyt, et des juges E. D(...)"
Extrait de l'arrêt n° 174/2013 du 19 décembre 2013 Numéro du rôle : 5571 En cause : la question préjudicielle concernant l'article 162bis, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, tel qu'il a été inséré par l'article 9 de la loi du 21 avri La Cour constitutionnelle, composée des présidents J. Spreutels et M. Bossuyt, et des juges E. D(...) | Uittreksel uit arrest nr. 174/2013 van 19 december 2013 Rolnummer : 5571 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 162bis, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 21 april 2007 betreffen Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en M. Bossuyt, en de rechte(...) |
---|---|
COUR CONSTITUTIONNELLE | GRONDWETTELIJK HOF |
Extrait de l'arrêt n° 174/2013 du 19 décembre 2013 | Uittreksel uit arrest nr. 174/2013 van 19 december 2013 |
Numéro du rôle : 5571 | Rolnummer : 5571 |
En cause : la question préjudicielle concernant l'article 162bis, | In zake : de prejudiciële vraag over artikel 162bis, tweede lid, van |
alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, tel qu'il a été inséré par | het Wetboek van strafvordering, zoals ingevoegd bij artikel 9 van de |
l'article 9 de la loi du 21 avril 2007 relative à la répétibilité des | wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen |
honoraires et des frais d'avocat, posée par le Tribunal correctionnel | en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat, gesteld door |
de Charleroi. | de Correctionele Rechtbank te Charleroi. |
La Cour constitutionnelle, | Het Grondwettelijk Hof, |
composée des présidents J. Spreutels et M. Bossuyt, et des juges E. De | samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en M. Bossuyt, en de |
Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, | rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. |
T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût et T. Giet, assistée du | Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût en T. |
greffier F. Meersschaut, présidée par le président J. Spreutels, | Giet, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, |
après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Objet de la question préjudicielle et procédure | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Par jugement du 18 octobre 2011 en cause de Nathalie Brulant et | Bij vonnis van 18 oktober 2011 in zake Nathalie Brulant en anderen, in |
autres, en présence du procureur du Roi, dont l'expédition est | aanwezigheid van de procureur des Konings, waarvan de expeditie ter |
parvenue au greffe de la Cour le 13 février 2013, le Tribunal | griffie van het Hof is ingekomen op 13 februari 2013, heeft de |
correctionnel de Charleroi a posé la question préjudicielle suivante : | Correctionele Rechtbank te Charleroi de volgende prejudiciële vraag |
« Les dispositions de l'article 162bis, al. 2, du Code d'instruction | gesteld : « Schenden de bepalingen van artikel 162bis, tweede lid, van het |
criminelle (inséré par la loi du 21 avril 2007, entrée en vigueur le 1er | Wetboek van strafvordering (ingevoegd bij de wet van 21 april 2007, in |
janvier 2008) violent-elles le principe d'égalité, tel qu'il est | werking getreden op 1 januari 2008) het gelijkheidsbeginsel zoals het |
inscrit aux articles 10 et 11 de la Constitution, en ce qu'il est | in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet is vervat, in zoverre wordt |
stipulé que la partie civile qui aura lancé une citation directe et | bepaald dat de burgerlijke partij die rechtstreeks heeft gedagvaard en |
qui succombera sera condamnée envers le prévenu à l'indemnité visée à | die in het ongelijk wordt gesteld, zal worden veroordeeld tot het |
l'article 1022 du Code judiciaire, tandis que les parties civiles qui n'auront pas lancé de citation directe, mais qui profiteront d'une jonction des causes mues par le Ministère Public et les requérants sur citation directe pour étendre leur constitution de partie civile au cité directement et au civilement responsable ne seront pas condamnées à payer au cité directement acquitté et au civilement responsable une indemnité de procédure, ce qui ne serait pas le cas si ces parties civiles avaient lancé citation directe ? ». | betalen van de in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vergoeding aan de beklaagde, terwijl de burgerlijke partijen die niet rechtstreeks hebben gedagvaard maar die een samenvoeging genieten van de zaken die aanhangig zijn gemaakt door het openbaar ministerie en door de verzoekende partijen middels een rechtstreekse dagvaarding om hun burgerlijkepartijstelling tot de rechtstreeks gedagvaarde en tot de burgerrechtelijk aansprakelijke uit te breiden, niet zullen worden veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan de vrijgesproken rechtstreeks gedagvaarde en aan de burgerrechtelijk aansprakelijke, hetgeen niet het geval zou zijn indien die burgerlijke partijen rechtstreeks hadden gedagvaard ? ». |
(...) | (...) |
III. En droit | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. L'article 162bis du Code d'instruction criminelle, inséré par | B.1.1. Artikel 162bis van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd |
l'article 9 de la loi du 21 avril 2007 « relative à la répétibilité | bij artikel 9 van de wet van 21 april 2007 « betreffende de |
verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand | |
des honoraires et des frais d'avocat », dispose : | van een advocaat », bepaalt : |
« Tout jugement de condamnation rendu contre le prévenu et les | « Ieder veroordelend vonnis, uitgesproken tegen de beklaagde en tegen |
personnes civilement responsables de l'infraction les condamnera | de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, |
envers la partie civile à l'indemnité de procédure visée à l'article | veroordeelt hen tot het betalen aan de burgerlijke partij van de |
1022 du Code judiciaire. | rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek. |
La partie civile qui aura lancé une citation directe et qui succombera | De burgerlijke partij die rechtstreeks heeft gedagvaard en die in het |
ongelijk wordt gesteld, zal veroordeeld worden tot het aan de | |
sera condamnée envers le prévenu à l'indemnité visée à l'article 1022 | beklaagde betalen van de vergoeding bedoeld in artikel 1022 van het |
du Code judiciaire. L'indemnité sera liquidée par le jugement ». | Gerechtelijk Wetboek. De vergoeding wordt bepaald door het vonnis ». |
Cette indemnité est « une intervention forfaitaire dans les frais et | Die vergoeding is « een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en |
honoraires d'avocat de la partie ayant obtenu gain de cause » (article | erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij » |
1022, alinéa 1er, du Code judiciaire, inséré par l'article 7 de la loi | (artikel 1022, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij artikel 7 van de wet van 21 april 2007). |
du 21 avril 2007). | B.1.2. Aangezien de relevante artikelen van de wet van 21 februari |
B.1.2. Les articles pertinents de la loi du 21 février 2010 « | 2010 « tot wijziging van de artikelen 1022 van het Gerechtelijk |
modifiant les articles 1022 du Code judiciaire et 162bis du Code | Wetboek en 162bis van het Wetboek van strafvordering en tot opheffing |
d'instruction criminelle et abrogeant l'article 6 de la loi du 2 août | van artikel 6 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de |
2002 concernant la lutte contre le retard de paiement dans les | bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties » nog |
transactions commerciales » n'étant pas encore entrés en vigueur, il | niet in werking zijn getreden, dient daarmee geen rekening te worden |
n'y a pas lieu d'en tenir compte dans le cadre de la présente | gehouden in het kader van de onderhavige procedure. |
procédure. B.2. Il ressort de la motivation de la décision de renvoi et du | B.2. Uit de motivering van de verwijzingsbeslissing en de bewoordingen |
libellé de la question préjudicielle que la Cour est invitée à se | van de prejudiciële vraag blijkt dat het Hof wordt verzocht zich uit |
prononcer sur la compatibilité de l'article 162bis, alinéa 2, du Code | te spreken over de bestaanbaarheid van artikel 162bis, tweede lid, van |
d'instruction criminelle avec les articles 10 et 11 de la Constitution en ce que la disposition en cause traite différemment les personnes préjudiciées selon qu'elles ont lancé une citation directe devant la juridiction de jugement ou se sont limitées à se constituer parties civiles, par voie d'intervention, en greffant leur propre action sur la citation directe lancée par une autre partie civile. Dans l'interprétation du juge a quo, seules les parties civiles de la première catégorie devraient être condamnées à l'indemnité de procédure si elles venaient à succomber. | het Wetboek van strafvordering met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre de in het geding zijnde bepaling de benadeelde personen verschillend zou behandelen naargelang zij rechtstreeks hebben gedagvaard voor het vonnisgerecht dan wel zich ertoe hebben beperkt zich burgerlijke partij te stellen, door middel van een tussenkomst, door hun eigen vordering te doen aansluiten bij de rechtstreekse dagvaarding door een andere burgerlijke partij. In de interpretatie van de verwijzende rechter zouden alleen de burgerlijke partijen van de eerste categorie moeten worden veroordeeld tot de betaling van de rechtsplegingsvergoeding wanneer zij in het ongelijk worden gesteld. |
B.3. Il ressort aussi de la décision de renvoi que, bien qu'elles | B.3. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt ook dat, hoewel zij voor de |
aient été jointes devant le tribunal de police, la citation directe | politierechtbank zijn samengevoegd, de rechtstreekse dagvaarding door |
introduite par le ministère public, d'une part, et la citation directe | het openbaar ministerie, enerzijds, en de rechtstreekse dagvaarding |
lancée par certaines parties civiles, d'autre part, ne concernaient pas les mêmes prévenus. Alors que le prévenu poursuivi par le ministère public fut acquitté en première instance et en degré d'appel, le prévenu cité directement par certaines parties civiles ne fut acquitté qu'en degré d'appel. En outre, la question préjudicielle ne concerne que l'éventuelle indemnité de procédure qui serait due à ce dernier par celles des parties civiles qui se sont contentées de se joindre, par voie d'intervention, à la citation directe introduite contre lui par d'autres parties civiles. B.4. L'indemnité de procédure dont il est question dans la disposition en cause ne concerne que l'action civile, soit l'action pour la réparation du dommage causé par une infraction. Cette indemnité est, comme il est dit en B.1.1, due à la partie qui obtient gain de cause. La disposition en cause vise donc à mettre à charge de la partie civile qui a introduit une telle action par une citation directe devant la juridiction de jugement tout ou partie des frais et honoraires d'avocat exposés par une personne qui a été, en définitive, acquittée dans le cadre de l'action publique mise en mouvement par cette constitution de partie civile. B.5. La disposition en cause fait partie d'un ensemble de mesures qui | door sommige burgerlijke partijen, anderzijds, geen betrekking hadden op dezelfde beklaagden. Terwijl de door het openbaar ministerie vervolgde beklaagde in eerste aanleg en in hoger beroep is vrijgesproken, is de door sommige burgerlijke partijen rechtstreeks gedagvaarde beklaagde alleen in hoger beroep vrijgesproken. Bovendien heeft de prejudiciële vraag alleen betrekking op de eventuele rechtsplegingsvergoeding die aan de laatstgenoemde verschuldigd zou zijn door die van de burgerlijke partijen die zich ertoe hebben beperkt zich, bij wege van tussenkomst, te voegen bij de rechtstreekse dagvaarding die andere burgerlijke partijen tegen hem hebben betekend. B.4. De rechtsplegingsvergoeding waarvan sprake is in de in het geding zijnde bepaling, heeft alleen betrekking op de burgerlijke vordering, namelijk de vordering voor het herstel van de schade veroorzaakt door een misdrijf. Die vergoeding is, zoals in B.1.1 is vermeld, verschuldigd aan de partij die in het gelijk wordt gesteld. De in het geding zijnde bepaling strekt dus ertoe ten laste van de burgerlijke partij die een dergelijke vordering door een rechtstreekse dagvaarding voor het vonnisgerecht heeft ingesteld, alle of een deel van de kosten en erelonen van de advocaat te leggen die een persoon moet betalen die uiteindelijk is vrijgesproken in het kader van de strafvordering die door die burgerlijkepartijstelling op gang is gebracht. B.5. De in het geding zijnde bepaling maakt deel uit van een geheel |
répondent au souci « de traiter de manière identique les justiciables | van maatregelen die beantwoorden aan de zorg « dat men de |
qui sollicitent la réparation d'un dommage devant une juridiction | rechtsonderhorigen die het herstel vragen van een schade voor een |
civile ou une juridiction répressive » (Doc. parl., Sénat, 2006-2007, | burgerlijke of een strafrechtelijke jurisdictie op gelijke voet zou |
n° 3-1686/4, pp. 6 et 8; ibid., n° 3-1686/5, p. 32; Doc. parl., | behandelen » (Parl. St., Senaat, 2006-2007, nr. 3-1686/4, pp. 6 en 8; |
Chambre, 2006-2007, DOC 51-2891/002, p. 5). La condamnation prescrite | ibid., nr. 3-1686/5, p. 32; Parl. St., Kamer, 2006-2007, DOC |
51-2891/002, p. 5). De bij de in het geding zijnde bepaling | |
par la disposition en cause est justifiée par la circonstance que | voorgeschreven veroordeling is verantwoord door het gegeven dat het de |
c'est la partie civile, et non le ministère public, qui a « mis | burgerlijke partij, en niet het openbaar ministerie, is die « de |
l'action publique en mouvement », si bien qu'elle doit être considérée | strafvordering [...] op gang heeft gebracht », zodat zij voor die |
comme « responsable » de cette action « à l'égard du prévenu » (Doc. | vordering « aansprakelijk » moet worden geacht « ten aanzien van de |
parl., Sénat, 2006-2007, n° 3-1686/4, p. 8; Doc. parl., Chambre, | beklaagde » (Parl. St., Senaat,, 2006-2007, nr. 3-1686/4, p. 8; Parl. |
2006-2007, DOC 51-2891/002, p. 6). En ce qui concerne la situation du prévenu acquitté ou de l'inculpé bénéficiant d'un non-lieu, il est encore précisé dans les travaux préparatoires de la disposition en cause : « La répétibilité ne jouera par ailleurs pas dans les relations entre le prévenu et l'Etat, représenté par le ministère public, et ce toujours conformément à l'avis des ordres d'avocats et du Conseil supérieur de la Justice. Il faut ici relever que le ministère public, en exerçant les poursuites, représente l'intérêt général et ne peut dès lors être mis sur le même pied qu'une partie civile qui mettrait | St., Kamer, 2006-2007, DOC 51-2891/002, p. 6). Ten aanzien van de situatie van de vrijgesproken beklaagde of van de inverdenkinggestelde die een buitenvervolgingstelling geniet, wordt in de parlementaire voorbereiding van de in het geding zijnde bepaling voorts gepreciseerd : « Overeenstemmend met het advies van de ordes van advocaten en van de Hoge Raad voor de Justitie, zal de verhaalbaarheid trouwens ook niet aan bod komen in de betrekkingen tussen de beklaagde en de Staat, die wordt vertegenwoordigd door het openbaar ministerie. Er moet op gewezen worden dat het openbaar ministerie, door vervolging in te stellen, het algemeen belang vertegenwoordigt en derhalve niet op één lijn kan worden gesteld met een burgerlijke partij die de |
seule en mouvement l'action publique pour la défense d'un intérêt | strafvordering alleen in gang zou zetten om een privébelang te |
particulier » (Doc. parl., Chambre, 2006-2007, DOC 51-2891/002, pp. 6-7). B.6.1. Le législateur a pu raisonnablement considérer qu'il ne convenait pas, en raison de la mission qui lui est dévolue, d'étendre au ministère public un système selon lequel une indemnité de procédure serait automatiquement due chaque fois que son action reste sans effet. B.6.2. Eu égard à ce qui précède, il est également justifié que la partie civile succombante ne soit condamnée à aucune indemnité de procédure quand elle s'est contentée de greffer son action sur une action publique intentée par le ministère public ou quand une juridiction d'instruction a ordonné le renvoi devant une juridiction de jugement. En effet, le législateur a pu raisonnablement estimer que, dans ces hypothèses, même si la partie civile succombait dans ses prétentions, elle ne devait pas être considérée comme responsable des poursuites à l'encontre du prévenu (Doc. parl., Sénat, 2006-2007, n° 3-1686/5, p. 33). Ces cas de figure sont différents de celui d'une procédure intentée devant le juge civil, laquelle, quelle que soit la manière dont elle est introduite, n'est jamais une action greffée sur une action publique qui a été mise en mouvement soit par le ministère public, soit par une ordonnance de renvoi. B.7. En revanche, il n'est pas raisonnablement justifié que la partie civile qui a greffé une action distincte sur une citation directe lancée par une autre partie civile soit dispensée de s'acquitter d'une indemnité de procédure si elle succombe alors même qu'elle aurait été condamnée au paiement d'une telle indemnité si elle était intervenue | verdedigen » (Parl. St., Kamer, 2006-2007, DOC 51-2891/002, pp. 6-7). B.6.1. Wegens de opdracht die aan het openbaar ministerie is toegewezen, vermocht de wetgever redelijkerwijs ervan uit te gaan dat een regeling volgens welke een rechtsplegingsvergoeding automatisch verschuldigd zou zijn telkens als zijn vordering zonder gevolg blijft, niet tot het openbaar ministerie diende te worden uitgebreid. B.6.2. Gelet op hetgeen voorafgaat, is het eveneens verantwoord dat de in het ongelijk gestelde burgerlijke partij tot geen enkele rechtsplegingsvergoeding wordt veroordeeld wanneer zij zich ertoe heeft beperkt haar vordering te doen aansluiten bij een door een openbaar ministerie ingestelde strafvordering of wanneer een onderzoeksgerecht de verwijzing voor een vonnisgerecht heeft bevolen. Immers, de wetgever vermocht redelijkerwijs ervan uit te gaan dat, in die hypothesen, zelfs wanneer de burgerlijke partij in haar aanspraken in het ongelijk wordt gesteld, zij niet verantwoordelijk moest worden geacht voor de vervolgingen tegen de beklaagde (Parl. St., Senaat, 2006-2007, nr. 3-1686/5, p. 33). Die gevallen verschillen van die van een voor de burgerlijke rechter ingestelde procedure, die, ongeacht de wijze waarop zij is ingesteld, nooit een vordering is die aansluit bij een strafvordering die ofwel door het openbaar ministerie, ofwel bij een verwijzingsbeschikking op gang is gebracht. B.7. Het is daarentegen niet redelijk verantwoord dat de burgerlijke partij die zich, door middel van een afzonderlijke vordering, heeft aangesloten bij een rechtstreekse dagvaarding door een andere burgerlijke partij, ervan wordt vrijgesteld een rechtsplegingsvergoeding te betalen wanneer zij in het ongelijk wordt gesteld, terwijl zij zou zijn veroordeeld tot de betaling van een dergelijke vergoeding indien zij tussengekomen was in een geschil dat |
dans un litige porté devant un juge civil (Cass., 20 juin 2011, | voor een burgerlijke rechter hangende was (Cass., 20 juni 2011, |
C.10.0134.N). | C.10.0134.N). |
Compte tenu de la volonté du législateur de réserver le même | Gelet op de wil van de wetgever om de persoon die een vordering tot |
traitement à la personne qui agit en réparation de son dommage devant le juge pénal qu'à celle qui porte son action civile devant une juridiction civile, d'une part, et de la circonstance que l'action publique n'a été ni entamée par le ministère public, ni confortée par une décision d'une juridiction d'instruction, d'autre part, le principe d'égalité et de non-discrimination exige que la partie civile qui est intervenue, par une action distincte, dans le procès pénal entamé par une autre partie civile à l'encontre du prévenu acquitté, soit tenue à une indemnité de procédure au profit de ce dernier. B.8. La disposition en cause est incompatible avec les articles 10 et 11 de la Constitution en ce qu'elle ne permet pas au juge répressif de condamner à une indemnité de procédure la partie civile succombante qui a greffé une action distincte sur la citation directe lancée par une autre partie civile. | schadevergoeding voor de strafrechter instelt en de persoon die zijn burgerlijke vordering voor een burgerlijk rechtscollege instelt, gelijk te behandelen, enerzijds, en op het gegeven dat de strafvordering niet is aangevat door het openbaar ministerie, noch is bevestigd door een beslissing van een onderzoeksgerecht, anderzijds, vereist het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie dat de burgerlijke partij die door een afzonderlijke vordering is tussengekomen in het strafgeding dat door een andere burgerlijke partij is aangevat tegen de vrijgesproken beklaagde, ertoe is gehouden een rechtsplegingsvergoeding ten behoeve van die laatstgenoemde te betalen. B.8. De in het geding zijnde bepaling is onbestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre zij de strafrechter niet toestaat de in het ongelijk gestelde burgerlijke partij die zich, door middel van een afzonderlijke vordering, heeft aangesloten bij de rechtstreekse dagvaarding door een andere burgerlijke partij, te veroordelen tot een rechtsplegingsvergoeding. |
B.9. Dès lors que le constat de la lacune qui a été fait en B.8 est | B.9. Aangezien de in B.8 gedane vaststelling van de lacune is |
exprimé en des termes suffisamment précis et complets pour permettre | uitgedrukt in voldoende nauwkeurige en volledige bewoordingen die |
l'application de la disposition en cause dans le respect des normes de | toelaten de in het geding zijnde bepaling toe te passen met |
référence sur la base desquelles la Cour exerce son contrôle, il | inachtneming van de referentienormen op grond waarvan het Hof zijn |
appartient au juge a quo de mettre fin à la violation de ces normes. | toetsingsbevoegdheid uitoefent, staat het aan de verwijzende rechter |
een einde te maken aan de schending van die normen. | |
B.10. La question préjudicielle appelle une réponse affirmative. | B.10. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. |
Par ces motifs, | Om die redenen, |
la Cour | het Hof |
dit pour droit : | zegt voor recht : |
L'article 162bis, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, inséré | Artikel 162bis, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering, |
par l'article 9 de la loi du 21 avril 2007 « relative à la | ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 21 april 2007 « betreffende de |
répétibilité des honoraires et des frais d'avocat », viole les | verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand |
articles 10 et 11 de la Constitution en ce qu'il ne permet pas au juge | van een advocaat », schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in |
répressif de condamner à une indemnité de procédure la partie civile | zoverre het de strafrechter niet toelaat de burgerlijke partij die in |
succombante qui a greffé une action distincte sur la citation directe | het ongelijk wordt gesteld en zich, door middel van een afzonderlijke |
vordering, heeft aangesloten bij de rechtstreekse dagvaarding door een | |
andere burgerlijke partij, te veroordelen tot een | |
lancée par une autre partie civile. | rechtsplegingsvergoeding. |
Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise, | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
la Cour constitutionnelle, à l'audience publique du 19 décembre 2013. | Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 19 december 2013. |
Le greffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
Le président, | De voorzitter, |
J. Spreutels | J. Spreutels |