← Retour vers "Extrait de l'arrêt n° 105/2013 du 9 juillet 2013 Numéro du rôle : 5608 En cause :
la question préjudicielle relative à l'article 318, § 1 er , du Code civil, posée
par la Cour d'appel de Bruxelles. La Cour constitutionnelle,"
Extrait de l'arrêt n° 105/2013 du 9 juillet 2013 Numéro du rôle : 5608 En cause : la question préjudicielle relative à l'article 318, § 1 er , du Code civil, posée par la Cour d'appel de Bruxelles. La Cour constitutionnelle, | Uittreksel uit arrest nr. 105/2013 van 9 juli 2013 Rolnummer : 5608 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 318, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grondwettelijk Hof, samen wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
---|---|
COUR CONSTITUTIONNELLE | GRONDWETTELIJK HOF |
Extrait de l'arrêt n° 105/2013 du 9 juillet 2013 | Uittreksel uit arrest nr. 105/2013 van 9 juli 2013 |
Numéro du rôle : 5608 | Rolnummer : 5608 |
En cause : la question préjudicielle relative à l'article 318, § 1er, | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 318, § 1, van het |
du Code civil, posée par la Cour d'appel de Bruxelles. | Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. |
La Cour constitutionnelle, | Het Grondwettelijk Hof, |
composée du président M. Bossuyt et, conformément à l'article 60bis de | samengesteld uit voorzitter M. Bossuyt en, overeenkomstig artikel |
la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle, du | 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk |
président émérite R. Henneuse, et des juges E. De Groot, L. Lavrysen, | Hof, emeritus voorzitter R. Henneuse, en de rechters E. De Groot, L. |
J.-P. Moerman, E. Derycke et P. Nihoul, assistée du greffier P.-Y. | Lavrysen, J.-P. Moerman, E. Derycke en P. Nihoul, bijgestaan door de |
Dutilleux, présidée par le président M. Bossuyt, | griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter M. |
après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : | Bossuyt, wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Objet de la question préjudicielle et procédure | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Par arrêt du 26 février 2013 en cause de B.G. contre L.P., et | Bij arrest van 26 februari 2013 in zake B.G. tegen L.P., en mede in |
également en cause de E.C. et Me Johan Billiet, en sa qualité de | zake E.C. en Mr. Johan Billiet, advocaat, in zijn hoedanigheid van |
tuteur ad hoc de E.G., dont l'expédition est parvenue au greffe de la | voogd ad hoc over E.G., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof |
Cour le 7 mars 2013, la Cour d'appel de Bruxelles a posé la question | is ingekomen op 7 maart 2013, heeft het Hof van Beroep te Brussel de |
préjudicielle suivante : | volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« L'article 318, § 1er, du Code civil viole-t-il l'article 22 de la | « Schendt artikel 318, § 1 van het Burgerlijk Wetboek artikel 22 van |
Constitution, combiné avec l'article 8 de la Convention européenne des | de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het E.V.R.M., in |
droits de l'homme, en ce que l'action en contestation de paternité est | zoverre de vordering tot betwisting van vaderschap niet ontvankelijk |
irrecevable si l'enfant a la possession d'état à l'égard du mari de sa | is indien het kind bezit van staat heeft ten aanzien van de echtgenoot |
mère, même si cette action est intentée par ' la personne qui | van zijn moeder, ook indien deze vordering ingesteld wordt door 'de |
revendique la paternité de l'enfant ', en d'autres termes par le père | persoon die het vaderschap van het kind opeist', met andere woorden |
génétique de l'enfant ? ». | door de genetische vader van het kind ? ». |
Le 27 mars 2013, en application de l'article 72, alinéa 1er, de la loi | Op 27 maart 2013 hebben de rechters-verslaggevers E. De Groot en P. |
Nihoul, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere | |
spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle, les | wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof ervan in |
juges-rapporteurs E. De Groot et P. Nihoul ont informé la Cour qu'ils | kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te |
pourraient être amenés à proposer de rendre un arrêt de réponse immédiate. | stellen een arrest van onmiddellijk antwoord te wijzen. |
(...) | (...) |
III. En droit | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. La question préjudicielle porte sur l'article 318, § 1er, du Code | B.1. De prejudiciële vraag betreft artikel 318, § 1, van het |
civil, qui dispose : | Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt : |
« A moins que l'enfant ait la possession d'état à l'égard du mari, la | « Tenzij het kind bezit van staat heeft ten aanzien van de echtgenoot, |
présomption de paternité peut être contestée par la mère, l'enfant, | kan het vermoeden van vaderschap worden betwist door de moeder, het |
l'homme à l'égard duquel la filiation est établie et par la personne | kind, de man ten aanzien van wie de afstamming vaststaat en de persoon |
qui revendique la paternité de l'enfant ». | die het vaderschap van het kind opeist ». |
Concernant la possession d'état, l'article 331nonies du Code civil | Met betrekking tot het bezit van staat bepaalt artikel 331nonies van |
dispose : | het Burgerlijk Wetboek : |
« La possession d'état doit être continue. | « Het bezit van staat moet voortdurend zijn. |
Elle s'établit par des faits qui, ensemble ou séparément, indiquent le | Het wordt bewezen door feiten die te samen of afzonderlijk de |
rapport de filiation. | betrekking van afstamming aantonen. |
Ces faits sont entre autres : | Die feiten zijn onder meer : |
- que l'enfant a toujours porté le nom de celui dont on le dit issu; | - dat het kind altijd de naam heeft gedragen van degene van wie wordt |
gezegd dat het afstamt; | |
- que celui-ci l'a traité comme son enfant; | - dat laatstgenoemde het als zijn kind heeft behandeld; |
- qu'il a, en qualité de père ou de mère, pourvu à son entretien et à | - dat die persoon als vader of moeder in zijn onderhoud en opvoeding |
son éducation; | heeft voorzien; |
- que l'enfant l'a traité comme son père ou sa mère; | - dat het kind die persoon heeft behandeld als zijn vader of moeder; |
- qu'il est reconnu comme son enfant par la famille et dans la | - dat het als zijn kind wordt erkend door de familie en in de |
société; | maatschappij; |
- que l'autorité publique le considère comme tel ». | - dat de openbare overheid het als zodanig beschouwt ». |
B.2. La juridiction a quo demande si l'article 318, § 1er, du Code | B.2. Het verwijzende rechtscollege vraagt of artikel 318, § 1, van het |
civil est compatible avec l'article 22 de la Constitution, combiné | Burgerlijk Wetboek bestaanbaar is met artikel 22 van de Grondwet, in |
avec l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme, en | samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de |
rechten van de mens, doordat de vordering tot betwisting van | |
ce que l'action en contestation de paternité, intentée par la personne | vaderschap, ingesteld door de persoon die het vaderschap opeist, niet |
qui revendique la paternité, est irrecevable si l'enfant a la | ontvankelijk is als het kind bezit van staat heeft ten aanzien van de |
possession d'état à l'égard du mari de la mère. | echtgenoot van de moeder. |
B.3.1. L'article 318 du Code civil règle la possibilité de contester | B.3.1. Artikel 318 van het Burgerlijk Wetboek regelt de mogelijkheid |
la présomption de paternité du mari de la mère de l'enfant. La | tot betwisting van het vermoeden van het vaderschap van de echtgenoot |
van de moeder van het kind. Het vermoeden van vaderschap is ingesteld | |
présomption de paternité a été instituée par l'article 315 du Code | in artikel 315 van het Burgerlijk Wetboek. Binnen de in paragraaf 2 |
civil. Dans les délais fixés au paragraphe 2 de l'article 318 - qui | van artikel 318 bepaalde termijnen - die verschillen naar gelang van |
diffèrent selon les titulaires de l'action -, l'action est ouverte | de vorderingsgerechtigden - staat de vordering enkel open voor de |
seulement à la mère, à l'enfant, à l'homme à l'égard duquel la | moeder, het kind, de man ten aanzien van wie de afstamming vaststaat |
filiation est établie et à la personne qui revendique la paternité de | en de persoon die het vaderschap van het kind opeist. |
l'enfant. La possibilité de contester la présomption de paternité est toutefois | De mogelijkheid tot betwisting van het vermoeden van vaderschap is |
soumise à une limitation : la demande en contestation est irrecevable | evenwel onderworpen aan een beperking : de vordering is - voor alle |
- quel que soit le titulaire de l'action - lorsque l'enfant a la | vorderingsgerechtigden - onontvankelijk wanneer het kind bezit van |
possession d'état à l'égard du mari. | staat heeft ten aanzien van de echtgenoot. |
B.3.2. Il ressort des travaux préparatoires de l'article 318 du Code | B.3.2. Uit de parlementaire voorbereiding van artikel 318 van het |
civil qu'il n'existait pas, initialement, d'unanimité quant à la | Burgerlijk Wetboek blijkt dat aanvankelijk geen eensgezindheid leek te |
question de savoir si la possession d'état devait empêcher toute | bestaan over de vraag of het bezit van staat elke betwisting van de |
contestation de la filiation, entre autres parce que cette notion ne | afstamming onmogelijk diende te maken, onder meer omdat dit begrip |
coïncide pas nécessairement avec celle de l'« intérêt de l'enfant » et | niet noodzakelijk samenvalt met het begrip « belang van het kind », en |
parce que la conception de la paix des familles qu'elle entend | omdat de opvattingen over de familievrede, die het wil beschermen, |
protéger évolue rapidement (Doc. parl., Chambre, 2004-2005, DOC | snel evolueren (Parl. St., Kamer, 2004-2005, DOC 51-0597/024, pp. |
51-0597/024, pp. 60-62). Après un débat approfondi au sein de la | 60-62). Na uitvoerig overleg binnen de subcommissie Familierecht van |
sous-commission « Droit de la famille » de la commission de la Justice | de Commissie voor de Justitie van de Kamer van volksvertegenwoordigers |
de la Chambre des représentants, le législateur a estimé devoir ériger | heeft de wetgever gemeend het « bezit van staat » als grond van |
la « possession d'état » en fin de non-recevoir de la demande en | niet-ontvankelijkheid van de vordering tot betwisting van het |
contestation de la présomption de paternité. L'amendement qui avait | vermoeden van vaderschap te moeten invoeren. Het daartoe strekkende |
cet objet et qui est à la base de la disposition en cause a été | amendement, dat aan de basis ligt van de in het geding zijnde |
justifié comme suit : | bepaling, werd als volgt verantwoord : |
« Tout d'abord, l'amendement proposé entend limiter les titulaires | « Ten eerste beoogt het voorgestelde amendement degenen die een |
d'action aux personnes véritablement intéressées à savoir le mari, la | vordering mogen instellen te beperken tot de personen die |
mère, l'enfant et la personne qui revendique la paternité ou la | daadwerkelijk belanghebbenden zijn, namelijk de echtgenoot, de moeder, |
maternité de l'enfant. | het kind en de persoon die het vaderschap of het moederschap van het |
Ensuite, il nous paraît nécessaire de protéger autant que possible la | kind opeist. Vervolgens lijkt het ons nodig de gezinscel van het kind zoveel |
cellule familiale de l'enfant en maintenant, d'une part, la possession | mogelijk te beschermen door eensdeels het bezit van staat te behouden |
d'état qui correspond à la situation d'un enfant considéré par tous | die overeenstemt met de situatie van een kind dat door iedereen |
comme étant véritablement l'enfant de ses parents même si cela ne | werkelijk als het kind van zijn ouders wordt beschouwd, ook al strookt |
correspond pas à la filiation biologique, et d'autre part, en fixant | dat niet met de biologische afstamming, en anderdeels door termijnen |
des délais d'action » (Doc. parl., Chambre, 2004-2005, DOC | te bepalen voor het instellen van de vordering » (Parl. St., Kamer, |
51-0597/026, p. 6, et DOC 51-0597/032, p. 31). | 2004-2005, DOC 51-0597/026, p. 6, en DOC 51-0597/032, p. 31). |
Le législateur a donc eu l'intention expresse de mieux protéger le | Het was derhalve de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om de |
lien de filiation, d'une part, en maintenant la possession d'état et, | afstammingsband beter te beschermen, enerzijds, door het bezit van |
d'autre part, en empêchant d'autres tiers, tels que les | staat te behouden en anderzijds, andere derden, zoals grootouders, te |
grands-parents, d'agir (Doc. parl., Sénat, 2005-2006, n° 3-1402/7, p. | beletten om op te treden (Parl. St., Senaat, 2005-2006, nr. 3-1402/7, |
4). Après que la commission de la Justice du Sénat eut émis des doutes | p. 4). Nadat binnen de Senaatscommissie voor de Justitie bij die |
au sujet de ces principes, notamment en ce qui concerne les problèmes | uitgangspunten vraagtekens werden geplaatst, onder meer met betrekking |
d'interprétation auxquels la notion de « possession d'état » pouvait | tot de interpretatieproblemen waartoe het begrip « bezit van staat » |
donner lieu, le ministre de la Justice a confirmé qu'il n'avait pas | aanleiding kon geven, bevestigde de minister van Justitie dat de Kamer |
été envisagé par la Chambre de modifier les règles relatives à la | niet heeft overwogen de regels inzake het « bezit van staat » te |
possession d'état : | wijzigen : |
« Le projet modifie déjà un nombre important de règles et même si | « Het ontwerp wijzigt reeds een groot aantal regels, en ook al rijzen |
l'application de la notion de possession d'état présente parfois | er bij de toepassing van het begrip soms problemen, toch hoeft dit |
certaines difficultés en jurisprudence, il n'est pas nécessaire de | |
modifier cette institution séculaire. Le législateur de 1987 avait | niet te worden aangepast. De wetgever heeft er in 1987 voor gekozen |
choisi de la maintenir afin que la vérité biologique ne l'emporte pas | het begrip te behouden om ervoor te zorgen dat de biologische waarheid |
toujours sur la vérité socio-affective. Ce choix doit être préservé et | het niet altijd wint van de sociaal-affectieve realiteit. Deze keuze |
la nécessité de modifier le concept de possession d'état ne s'impose | moet behouden blijven en het bezit van staat hoeft dus niet te worden |
pas » (Doc. parl., Sénat, 2005-2006, n° 3-1402/7, p. 9). | aangepast » (Parl. St., Senaat, 2005-2006, nr. 3-1402/7, p. 9). |
B.4. La Cour doit contrôler l'article 318, § 1er, du Code civil au | B.4. Het Hof dient artikel 318, § 1, van het Burgerlijk Wetboek te |
regard de l'article 22 de la Constitution, combiné avec l'article 8 de | toetsen aan artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met |
la Convention européenne des droits de l'homme. | artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. |
L'article 22 de la Constitution dispose : | Artikel 22 van de Grondwet bepaalt : |
« Chacun a droit au respect de sa vie privée et familiale, sauf dans | « Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn |
les cas et conditions fixés par la loi. | gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald. |
La loi, le décret ou la règle visée à l'article 134 garantissent la | De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de |
protection de ce droit ». | bescherming van dat recht ». |
L'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme dispose | Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens bepaalt |
: | : |
« 1. Toute personne a droit au respect de sa vie privée et familiale, | « 1. Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven, zijn |
de son domicile et de sa correspondance. | gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling. |
2. Il ne peut y avoir ingérence d'une autorité publique dans | 2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met betrekking |
l'exercice de ce droit que pour autant que cette ingérence est prévue | tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is voorzien |
par la loi et qu'elle constitue une mesure qui, dans une société | en in een democratische samenleving nodig is in het belang van 's |
démocratique, est nécessaire à la sécurité nationale, à la sûreté | lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch welzijn |
publique, au bien-être économique du pays, à la défense de l'ordre et | van het land, de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van |
à la prévention des infractions pénales, à la protection de la santé | strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, |
ou de la morale, ou à la protection des droits et libertés d'autrui ». | of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen ». |
Il ressort des travaux préparatoires de l'article 22 de la | Uit de parlementaire voorbereiding van artikel 22 van de Grondwet |
Constitution que le Constituant a entendu rechercher la plus grande « | blijkt dat de Grondwetgever « een zo groot mogelijke concordantie |
concordance [possible] avec l'article 8 de la Convention européenne de | [heeft willen nastreven] met artikel 8 van het Europees Verdrag tot |
sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales (CEDH), | Bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden |
afin d'éviter toute contestation sur le contenu respectif de l'article | (EVRM), teneinde betwistingen over de inhoud van dit Grondwetsartikel |
de la Constitution et de l'article 8 de la CEDH » (Doc. parl., | respectievelijk art. 8 van het EVRM te vermijden » (Parl. St., Kamer, |
Chambre, 1992-1993, n° 997/5, p. 2). | 1992-1993, nr. 997/5, p. 2). |
B.5. Le régime de contestation de la présomption de paternité en cause | B.5. De in het geding zijnde regeling van betwisting van het vermoeden |
relève donc de l'application de l'article 22 de la Constitution et de | van vaderschap valt onder de toepassing van artikel 22 van de Grondwet |
l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme. | en van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. |
B.6. Le droit au respect de la vie privée et familiale, tel qu'il est | B.6. Het recht op de eerbiediging van het privéleven en het |
garanti par les dispositions précitées, a pour but essentiel de | gezinsleven, zoals het door de voormelde bepalingen wordt gewaarborgd, |
protéger les personnes contre les ingérences dans leur vie privée et | heeft als essentieel doel de personen te beschermen tegen inmengingen |
leur vie familiale. | in hun privéleven en hun gezinsleven. |
L'article 22, alinéa 1er, de la Constitution, pas plus que l'article 8 | Artikel 22, eerste lid, van de Grondwet sluit, evenmin als artikel 8 |
de la Convention européenne des droits de l'homme, n'exclut une | van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, een |
ingérence de l'autorité publique dans le droit au respect de la vie | overheidsinmenging in het recht op eerbiediging van het privéleven |
privée, mais il exige que cette ingérence soit prévue dans une | niet uit, maar vereist dat erin is voorzien in een voldoende precieze |
disposition législative suffisamment précise, qu'elle réponde à un | wettelijke bepaling, dat zij beantwoordt aan een dwingende |
besoin social impérieux et qu'elle soit proportionnée à l'objectif | maatschappelijke behoefte en dat zij evenredig is met de daarmee |
légitime poursuivi. Ces dispositions engendrent en outre l'obligation | nagestreefde wettige doelstelling. Die bepalingen houden bovendien de |
positive pour l'autorité publique de prendre des mesures visant à | positieve verplichting in voor de overheid om maatregelen te nemen die |
een daadwerkelijke eerbiediging van het privéleven en het gezinsleven | |
garantir un respect effectif de la vie familiale, même dans le cadre | verzekeren, zelfs in de sfeer van de onderlinge verhoudingen van |
des relations entre individus (CEDH, 27 octobre 1994, Kroon et autres | individuen (EHRM, 27 oktober 1994, Kroon e.a. t. Nederland, § 31). |
c. Pays-Bas, § 31). | |
B.7. Le législateur, lorsqu'il élabore un régime légal qui entraîne | B.7. De wetgever beschikt over een appreciatiemarge om bij de |
une ingérence de l'autorité publique dans la vie privée, jouit d'une | uitwerking van een wettelijke regeling die een overheidsinmenging in |
marge d'appréciation pour tenir compte du juste équilibre à ménager | het privéleven inhoudt, rekening te houden met een billijk evenwicht |
entre les intérêts concurrents de l'individu et de la société dans son | tussen de tegenstrijdige belangen van het individu en de samenleving |
ensemble (CEDH, 26 mai 1994, Keegan c. Irlande, § 49; 27 octobre 1994, | in haar geheel (EHRM, 26 mei 1994, Keegan t. Ierland, § 49; 27 oktober |
Kroon et autres c. Pays-Bas, § 31; 2 juin 2005, Znamenskaya c. Russie, | 1994, Kroon e.a. t. Nederland, § 31; 2 juni 2005, Znamenskaya t. |
§ 28; 24 novembre 2005, Shofman c. Russie, § 34). | Rusland, § 28; 24 november 2005, Shofman t. Rusland, § 34). |
Cette marge d'appréciation du législateur n'est toutefois pas | |
illimitée : pour apprécier si une règle légale est compatible avec le | Die appreciatiemarge van de wetgever is evenwel niet onbegrensd : |
droit au respect de la vie privée, il convient de vérifier si le | opdat een wettelijke regeling verenigbaar is met het recht op |
législateur a trouvé un juste équilibre entre tous les droits et | eerbiediging van het privéleven, moet worden nagegaan of de wetgever |
intérêts en cause. Pour cela, il ne suffit pas que le législateur | een billijk evenwicht heeft gevonden tussen alle rechten en belangen |
ménage un équilibre entre les intérêts concurrents de l'individu et de | die in het geding zijn. Zulks vereist dat de wetgever niet alleen een |
la société dans son ensemble, mais il doit également ménager un | afweging maakt tussen de belangen van het individu tegenover de |
équilibre entre les intérêts contradictoires des personnes concernées | samenleving in haar geheel, maar tevens tussen de tegenstrijdige |
(CEDH, 6 juillet 2010, Backlund c. Finlande, § 46), sous peine de | belangen van de betrokken personen (EHRM, 6 juli 2010, Backlund t. |
prendre une mesure qui ne serait pas proportionnée aux objectifs | Finland, § 46), op gevaar af anders een maatregel te nemen die niet |
légitimes poursuivis. | evenredig is met de nagestreefde wettige doelstellingen. |
B.8. La paix des familles et la sécurité juridique des liens | B.8. De rust der families en de rechtszekerheid van de familiale |
familiaux, d'une part, et l'intérêt de l'enfant, d'autre part, | banden, enerzijds, en het belang van het kind, anderzijds, zijn |
constituent des buts légitimes dont le législateur peut tenir compte | legitieme doelstellingen waarvan de wetgever kan uitgaan om een |
pour empêcher que la contestation de la présomption de paternité | onbeperkte mogelijkheid tot betwisting van het vermoeden van |
puisse être exercée sans limitation. A cet égard, il est pertinent de | vaderschap te verhinderen. In dat opzicht is het pertinent om de |
ne pas laisser prévaloir a priori la réalité biologique sur la réalité | biologische werkelijkheid niet a priori te laten prevaleren op de |
socio-affective de la paternité. | socio-affectieve werkelijkheid van het vaderschap. |
B.9. En érigeant la « possession d'état » en fin de non-recevoir | B.9. Door het « bezit van staat » als absolute grond van |
niet-ontvankelijkheid van de vordering tot betwisting van het | |
absolue de l'action en contestation de la présomption de paternité, le | vermoeden van vaderschap in te stellen, heeft de wetgever de |
législateur a cependant fait prévaloir dans tous les cas la réalité | socio-affectieve werkelijkheid van het vaderschap evenwel steeds laten |
socio-affective de la paternité sur la réalité biologique. Du fait de | prevaleren op de biologische werkelijkheid. Door die absolute grond |
cette fin de non-recevoir absolue, l'homme qui revendique la paternité | van niet-ontvankelijkheid wordt de man die het vaderschap opeist op |
est totalement privé de la possibilité de contester la présomption de | absolute wijze uitgesloten van de mogelijkheid om het vermoeden van |
paternité d'un autre homme, à l'égard duquel l'enfant a la possession d'état. Il n'existe dès lors, pour le juge, aucune possibilité de tenir compte des intérêts de toutes les parties concernées. Une telle mesure n'est pas proportionnée aux buts légitimes poursuivis par le législateur et n'est dès lors pas compatible avec l'article 22 de la Constitution, combiné avec l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme. B.10. Le fait que la Cour européenne des droits de l'homme ait jugé | vaderschap van een andere man, ten aanzien van wie het kind bezit van staat heeft, te betwisten. Aldus bestaat voor de rechter geen enkele mogelijkheid om rekening te houden met de belangen van alle betrokken partijen. Een dergelijke maatregel is onevenredig met de door de wetgever nagestreefde, legitieme doelstellingen, en derhalve niet bestaanbaar met artikel 22 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. B.10. Aan het voorgaande wordt geen afbreuk gedaan door het gegeven dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat een rechterlijke beslissing waarbij een regeling werd toegepast die |
qu'une décision de justice appliquant un régime comparable à la mesure | vergelijkbaar is met de in het geding zijnde maatregel, geen schending |
en cause ne violait pas l'article 8 de la Convention européenne des | van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens |
droits de l'homme (CEDH, 22 mars 2012, Ahrens c. Allemagne; 22 mars | inhield (EHRM, 22 maart 2012, Ahrens t. Duitsland; 22 maart 2012, |
2012, Kautzor c. Allemagne) ne change rien à ce qui précède. La Cour | Kautzor t. Duitsland). Het Europees Hof wees erop dat binnen de |
européenne a souligné que la matière en cause ne fait pas l'unanimité | lidstaten van de Raad van Europa geen eensgezindheid over de in het |
au sein des Etats membres du Conseil de l'Europe, de sorte que ces | geding zijnde aangelegenheid bestaat, zodat de lidstaten over een |
derniers jouissent d'une grande marge d'appréciation en ce qui | ruime appreciatiebevoegdheid beschikken wat de regelgeving inzake het |
concerne la réglementation visant à fixer le statut juridique de | vaststellen van het juridisch statuut van het kind betreft (Ahrens, |
l'enfant (Ahrens, précité, §§ 69-70 et 89; Kautzor, précité, §§ 70-71 | voormeld, §§ 69-70 en 89; Kautzor, voormeld, §§ 70-71 en 91). |
et 91). Par ailleurs, la Cour européenne a également examiné si | Overigens onderzocht het Europees Hof eveneens of de concrete |
l'application concrète de la réglementation en question, compte tenu | toepassing van de desbetreffende regeling, rekening houdend met alle |
de tous les éléments concrets de la cause, satisfaisait aux exigences | concrete omstandigheden van de zaak, voldeed aan de vereisten van |
de l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme | artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens |
(Ahrens, précité, §§ 75-77; Kautzor, précité, §§ 62, 78 et 80). | (Ahrens, voormeld, §§ 75-77; Kautzor, voormeld, §§ 62, 78 en 80). |
B.11. La question préjudicielle appelle une réponse affirmative. | B.11. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. |
Par ces motifs, | Om die redenen, |
la Cour | het Hof |
dit pour droit : | zegt voor recht : |
L'article 318, § 1er, du Code civil viole l'article 22 de la | Artikel 318, § 1, van het Burgerlijk Wetboek schendt artikel 22 van de |
Constitution, combiné avec l'article 8 de la Convention européenne des | Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag |
droits de l'homme, en ce que l'action en contestation de paternité | voor de rechten van de mens, in zoverre de vordering tot betwisting |
intentée par l'homme qui revendique la paternité de l'enfant n'est pas | van het vaderschap door de man die het vaderschap van het kind opeist, |
recevable si l'enfant a la possession d'état à l'égard du mari de sa mère. | niet ontvankelijk is indien het kind bezit van staat heeft ten aanzien van de echtgenoot van zijn moeder. |
Ainsi prononcé en langue néerlandaise et en langue française, | Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig |
conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
la Cour constitutionnelle, à l'audience publique du 9 juillet 2013. | Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 9 juli 2013. |
Le greffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
Le président, | De voorzitter, |
M. Bossuyt | M. Bossuyt |