← Retour vers "Extrait de l'arrêt n° 11/2010 du 18 février 2010 Numéro du rôle : 4654 En cause
: les questions préjudicielles concernant l'article 128 du Code d'instruction criminelle, tel qu'il a
été complété par l'article 8 de la loi du 21 avril 2007 re La
Cour constitutionnelle, composée des présidents P. Martens et M. Bossuyt, et des juges M. Mel(...)"
Extrait de l'arrêt n° 11/2010 du 18 février 2010 Numéro du rôle : 4654 En cause : les questions préjudicielles concernant l'article 128 du Code d'instruction criminelle, tel qu'il a été complété par l'article 8 de la loi du 21 avril 2007 re La Cour constitutionnelle, composée des présidents P. Martens et M. Bossuyt, et des juges M. Mel(...) | Uittreksel uit arrest nr. 11/2010 van 18 februari 2010 Rolnummer 4654 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 128 van het Wetboek van strafvordering, zoals aangevuld bij artikel 8 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaa Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Martens en M. Bossuyt, en de rechters(...) |
---|---|
COUR CONSTITUTIONNELLE | GRONDWETTELIJK HOF |
Extrait de l'arrêt n° 11/2010 du 18 février 2010 | Uittreksel uit arrest nr. 11/2010 van 18 februari 2010 |
Numéro du rôle : 4654 | Rolnummer 4654 |
En cause : les questions préjudicielles concernant l'article 128 du | In zake : de prejudiciële vragen over artikel 128 van het Wetboek van |
Code d'instruction criminelle, tel qu'il a été complété par l'article | strafvordering, zoals aangevuld bij artikel 8 van de wet van 21 april |
8 de la loi du 21 avril 2007 relative à la répétibilité des honoraires | 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten |
et des frais d'avocat, posées par la chambre du conseil du Tribunal de | verbonden aan de bijstand van een advocaat, gesteld door de raadkamer |
première instance de Mons. | van de Rechtbank van eerste aanleg te Bergen. |
La Cour constitutionnelle, | Het Grondwettelijk Hof, |
composée des présidents P. Martens et M. Bossuyt, et des juges M. | samengesteld uit de voorzitters P. Martens en M. Bossuyt, en de |
Melchior, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. | rechters M. Melchior, R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, |
Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels et T. Merckx-Van Goey, | J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van |
assistée du greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président P. | Goey, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder |
Martens, | voorzitterschap van voorzitter P. Martens, |
après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Objet des questions préjudicielles et procédure | I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging |
Par ordonnance du 16 février 2009 en cause du ministère public et | Bij beschikking van 16 februari 2009 in zake het openbaar ministerie |
autres contre D.D. et autres, dont l'expédition est parvenue au greffe | en anderen tegen D.D. en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van |
de la Cour le 9 mars 2009, la chambre du conseil du Tribunal de | het Hof is ingekomen op 9 maart 2009, heeft de raadkamer van de |
première instance de Mons a posé les questions préjudicielles | Rechtbank van eerste aanleg te Bergen de volgende prejudiciële vragen |
suivantes : | gesteld : |
« L'article 128 du Code d'instruction criminelle, tel que modifié par | « Schendt artikel 128 van het Wetboek van Strafvordering, zoals |
la loi du 21 avril 2007 relative à la répétibilité des frais et | gewijzigd bij de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid |
van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een | |
honoraires d'avocat, ne viole-t-il pas les règles constitutionnelles | advocaat, niet de grondwettelijke regels van gelijkheid en |
d'égalité et de non-discrimination définies par les articles 10 et 11 | niet-discriminatie bepaald in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, |
de la Constitution, combinés ou non avec l'article 6 de la Convention | al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees |
européenne des droits de l'homme et avec l'article 14.1 du Pacte | Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 14.1 van het |
international du 19 décembre 1966 relatif aux droits civils et | Internationaal Verdrag van 19 december 1966 inzake burgerrechten en |
politiques, en ce qu'il impose la condamnation de la partie civile à | politieke rechten, in zoverre het ertoe verplicht de burgerlijke |
partij te veroordelen tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding | |
payer une indemnité de procédure à tous les inculpés assistés d'un | aan alle inverdenkingestelden die worden bijgestaan door een raadsman |
conseil et bénéficiant d'un non-lieu, sans distinguer entre les cas | en een buitenvervolgingstelling genieten, zonder een onderscheid te |
fondamentalement différents où : | maken tussen de fundamenteel verschillende gevallen waarbij : |
- la chambre du conseil prononce un non-lieu pour absence ou | - de raadkamer een buitenvervolgingstelling uitspreekt omdat tegen de |
insuffisance de charges à l'égard de l'inculpé personnellement mis en | inverdenkinggestelde die persoonlijk door de burgerlijke partij in het |
cause par la partie civile | geding is gesteld, geen of onvoldoende bezwaren bestaan; |
- la chambre du conseil prononce un non-lieu pour absence ou | - de raadkamer een buitenvervolgingstelling uitspreekt omdat tegen een |
insuffisance de charges à l'égard d'un inculpé que seul le ministère | inverdenkinggestelde die alleen door het openbaar ministerie, ten |
public a choisi, à tort, de mettre en cause, alors que la partie civile se serait abstenue de le faire mais ne peut s'y opposer - la chambre du conseil prononce un non-lieu parce qu'elle constate la prescription de l'action publique, alors qu'elle ne peut pas vérifier s'il existe néanmoins des charges suffisantes sur base desquelles l'action aurait pu être déclarée fondée si elle n'avait pas été prescrite, ce qui conduit à condamner automatiquement la partie civile ayant initié à bon droit une action que seule l'inaction du ministère public mène à la prescription, sans que cette partie civile soit entendue sur le fondement éventuel de son action - la chambre du conseil prononce un non-lieu à l'égard d'un inculpé que seul le ministère public a cité par erreur, ce qui conduit à condamner automatiquement la partie civile pour une erreur qu'elle n'a | onrechte, in het geding is gesteld, terwijl de burgerlijke partij daarvan zou hebben afgezien maar zich daartegen niet kan verzetten, geen of onvoldoende bezwaren bestaan; - de raadkamer een buitenvervolgingstelling uitspreekt omdat zij vaststelt dat de strafvordering is verjaard, terwijl zij niet kan nagaan of er toch voldoende bezwaren bestaan op basis waarvan de vordering gegrond had kunnen worden verklaard indien die niet was verjaard, hetgeen ertoe leidt de burgerlijke partij automatisch te veroordelen die op rechtsgeldige wijze een vordering heeft ingesteld die alleen door het niet optreden van het openbaar ministerie tot verjaring wordt gebracht, zonder dat die burgerlijke partij wordt gehoord over de eventuele gegrondheid van haar vordering; - de raadkamer een buitenvervolgingstelling uitspreekt ten aanzien van een inverdenkinggestelde die alleen het openbaar ministerie per vergissing heeft gedagvaard, waardoor de burgerlijke partij automatisch wordt veroordeeld voor een vergissing die zij niet heeft |
pas commise ? | begaan ? |
N'y a-t-il pas une inégalité de traitement injustifiable et | Is er geen niet te verantwoorden en discriminerende ongelijkheid van |
discriminatoire entre : | behandeling tussen : |
- d'une part, la partie civile qui connaît l'identité de l'auteur ou | - enerzijds, de burgerlijke partij die de identiteit kent van de |
des auteurs présumé(s) de l'infraction contre le(s)quel(s) elle se | vermoedelijke dader(s) van het misdrijf tegen wie zij een strafzaak op |
constitue au pénal, et qui assume les conséquences de sa propre | gang brengt, en die instaat voor de gevolgen van haar eigen beslissing |
décision dans le cadre de la procédure qu'elle choisit d'initier | in het kader van de procedure die zij kiest om tegen die vermoedelijke |
contre cet (ces) auteur(s) présumé(s), et | dader(s) in te stellen, en |
- d'autre part, la partie civile qui ne connaît pas l'identité du ou | - anderzijds, de burgerlijke partij die de identiteit niet kent van de |
des auteurs présumé(s) de cette infraction, et qui, n'ayant pas | vermoedelijke dader(s) van dat misdrijf en die, aangezien zij niet |
d'autre choix que de se constituer au pénal contre X, doit assumer les | anders kan dan een strafzaak op gang te brengen tegen X, moet instaan |
conséquences de décisions - ou d'absence de décisions et/ou d'erreurs | voor de gevolgen van beslissingen - of de ontstentenis van |
- qui lui sont étrangères, dans le cadre d'une procédure qu'elle ne | beslissingen en/of vergissingen - buiten haar om, in het kader van een |
maîtrise pas, l'action publique étant exercée, de manière | procedure waarop zij geen vat heeft, aangezien de strafvordering op |
indépendante, par le seul ministère public ? ». | onafhankelijke wijze alleen door het openbaar ministerie wordt uitgeoefend ? ». |
(...) | (...) |
III. En droit | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. L'article 128 du Code d'instruction criminelle, remplacé par | B.1. Artikel 128 van het Wetboek van strafvordering, vervangen bij |
l'article 24 de la loi du 12 mars 1998 relative à l'amélioration de la procédure pénale au stade de l'information et de l'instruction, et complété par l'article 8 de la loi du 21 avril 2007 relative à la répétibilité des honoraires et des frais d'avocat, dispose : « Si la chambre du conseil est d'avis que le fait ne présente ni crime, ni délit, ni contravention, ou qu'il n'existe aucune charge contre l'inculpé, elle déclare qu'il n'y a pas lieu à poursuivre. Dans ce cas, si l'instruction a été ouverte par constitution de partie | artikel 24 van de wet van 12 maart 1998 tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek, en aangevuld bij artikel 8 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat, bepaalt : « Indien de raadkamer van oordeel is dat het feit noch een misdaad, noch een wanbedrijf, noch een overtreding oplevert, of dat tegen de inverdenkinggestelde generlei bezwaar bestaat, verklaart zij dat er geen reden is tot vervolging. In dat geval en indien het onderzoek werd ingeleid door de burgerlijke partijstelling in handen van de onderzoeksrechter, wordt de |
civile entre les mains du juge d'instruction, la partie civile est | burgerlijke partij veroordeeld tot het aan de inverdenkinggestelde |
condamnée envers l'inculpé à l'indemnité visée à l'article 1022 du | betalen van de vergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk |
Code judiciaire ». | Wetboek ». |
Cette indemnité est « une intervention forfaitaire dans les frais et | Die vergoeding is « een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en |
honoraires d'avocat de la partie ayant obtenu gain de cause » (article | erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij » |
1022, alinéa 1er, du Code judiciaire, inséré par l'article 7 de la loi | (artikel 1022, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij |
du 21 avril 2007). | artikel 7 van de wet van 21 april 2007). |
B.2. Il ressort de la motivation de la décision de renvoi et du | B.2. Uit de motivering van de verwijzingsbeslissing en de bewoordingen |
libellé des questions préjudicielles que la Cour est invitée à statuer | van de prejudiciële vragen blijkt dat het Hof wordt verzocht zich uit |
sur la compatibilité de l'article 128, alinéa 2, du Code d'instruction | te spreken over de bestaanbaarheid van artikel 128, tweede lid, van |
criminelle - inséré par l'article 8 de la loi du 21 avril 2007 - avec | het Wetboek van strafvordering - ingevoegd bij artikel 8 van de wet |
les articles 10 et 11 de la Constitution, lus isolément ou en | van 21 april 2007 - met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan |
combinaison avec l'article 6.1 de la Convention européenne des droits | niet in samenhang gelezen met artikel 6.1 van het Europees Verdrag |
de l'homme et avec l'article 14.1 du Pacte international relatif aux droits civils et politiques, en ce que la disposition en cause traiterait de la même manière plusieurs catégories de parties civiles qui ont, par une plainte avec constitution de partie civile, mis en mouvement une action publique. La première identité de traitement visée concerne, d'une part, la partie civile qui désigne, dans sa plainte, l'auteur de l'infraction, et, d'autre part, celle qui ignore l'identité de cet auteur. La deuxième identité de traitement dénoncée concerne, d'une part, la partie civile qui avait, dans sa plainte, désigné comme auteur de l'infraction dénoncée l'inculpé bénéficiant d'un non-lieu en raison de l'absence ou de l'insuffisance de charges retenues contre lui et, | voor de rechten van de mens en met artikel 14.1 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, in zoverre de in het geding zijnde bepaling meerdere categorieën van burgerlijke partijen die door een klacht met burgerlijkepartijstelling een strafvordering op gang hebben gebracht, op dezelfde manier zou behandelen. De eerste beoogde identieke behandeling betreft, enerzijds, de burgerlijke partij die in haar klacht de dader van het misdrijf aanwijst en, anderzijds, de burgerlijke partij die de identiteit van die dader niet kent. De tweede aangeklaagde identieke behandeling betreft, enerzijds, de burgerlijke partij die in haar klacht als dader van het aangeklaagde misdrijf de inverdenkinggestelde had aangewezen die een buitenvervolgingstelling geniet omdat tegen hem geen of onvoldoende bezwaren bestaan en, anderzijds, de burgerlijke partij die in haar |
d'autre part, la partie civile qui n'avait pas, dans sa plainte, | klacht niet de inverdenkinggestelde had aangewezen die een |
désigné l'inculpé bénéficiant d'un non-lieu en raison de la | buitenvervolgingstelling geniet wegens de verjaring van de |
prescription de l'action publique imputable à la seule inaction du | strafvordering die uitsluitend toe te schrijven is aan het niet |
procureur du Roi. La troisième identité de traitement soumise à la Cour concerne, d'une part, la partie civile qui avait, dans sa plainte, désigné comme auteur de l'infraction dénoncée l'inculpé bénéficiant d'un non-lieu en raison de l'absence ou de l'insuffisance de charges retenues contre lui et, d'autre part, la partie civile qui n'avait pas, dans sa plainte, désigné l'inculpé bénéficiant d'un non-lieu en raison du fait que sa mise en prévention par les réquisitions prises par le procureur du Roi résulte d'une erreur sur la personne commise par ce dernier. Ces catégories de parties civiles sont, en application de la | optreden van de procureur des Konings. De derde aan het Hof voorgelegde identieke behandeling betreft, enerzijds, de burgerlijke partij die in haar klacht als dader van het aangeklaagde misdrijf de inverdenkinggestelde had aangewezen die een buitenvervolgingstelling geniet omdat tegen hem geen of onvoldoende bezwaren bestaan en, anderzijds, de burgerlijke partij die in haar klacht niet de inverdenkinggestelde had aangewezen die een buitenvervolgingstelling geniet omdat zijn inverdenkingstelling door de vorderingen van de procureur des Konings voortvloeit uit een vergissing die hij met betrekking tot de inverdenkinggestelde heeft begaan. |
disposition en cause, redevables de l'indemnité de procédure instaurée | Die categorieën van burgerlijke partijen zijn, met toepassing van de |
par l'article 1022 du Code judiciaire. | in het geding zijnde bepaling, de bij artikel 1022 van het |
Gerechtelijk Wetboek ingevoerde rechtsplegingsvergoeding verschuldigd. | |
B.3. L'indemnité de procédure dont il est question dans la disposition | B.3. De rechtsplegingsvergoeding waarvan sprake is in de in het geding |
en cause ne concerne que l'action civile, soit l'action pour la | zijnde bepaling, heeft alleen betrekking op de burgerlijke vordering, |
réparation du dommage causé par une infraction (Doc. parl., Sénat, | namelijk de vordering voor het herstel van de schade veroorzaakt door |
2006-2007, n° 1684/4, pp. 5 et 8; ibid., n° 1686/5, p. 32; Doc. parl., | een misdrijf (Parl. St., Senaat, 2006-2007, nr. 1684/4, pp. 5 en 8; |
ibid., nr. 1686/5, p. 32; Parl. St., Kamer, 2006-2007, DOC | |
Chambre, 2006-2007, DOC 51-2891/002, pp. 5-6). Cette indemnité est, | 51-2891/002, pp. 5-6). Die vergoeding is, zoals in B.1 is vermeld, |
comme il est dit en B.1, due à la partie qui obtient gain de cause. | verschuldigd aan de partij die in het gelijk wordt gesteld. |
La mesure inscrite dans la disposition en cause vise donc à mettre à | De maatregel opgenomen in de in het geding zijnde bepaling strekt dus |
ertoe ten laste van diegene die een dergelijke vordering heeft | |
charge de celui qui a introduit une telle action - par une | ingesteld - door een burgerlijkepartijstelling bij een |
constitution de partie civile devant un juge d'instruction - tout ou | onderzoeksrechter - alle of een deel van de kosten en erelonen van de |
partie des frais et honoraires d'avocat exposés par une personne qui a | advocaat te leggen die een persoon moet betalen die in verdenking is |
été inculpée dans le cadre de l'action publique - mise en mouvement | gesteld in het kader van de strafvordering - op gang gebracht door die |
par cette constitution de partie civile - et que la chambre du conseil | burgerlijkepartijstelling - en die de raadkamer, bij de regeling van |
n'estime pas, lors du règlement de la procédure, devoir renvoyer | de rechtspleging, meent niet te moeten verwijzen naar een rechtbank |
devant un tribunal en raison de l'infraction qui constitue la cause | voor het misdrijf dat de grond van zowel de burgerlijke vordering als |
tant de l'action civile que de l'action publique. | de strafvordering vormt. |
B.4. Les trois traitements identiques décrits en B.2 sont examinés | B.4. De drie in B.2 beschreven identieke behandelingen worden samen |
simultanément. | onderzocht. |
B.5. Toute personne à l'égard de laquelle l'action publique est | B.5. Iedere persoon ten aanzien van wie de strafvordering is |
ingesteld, geniet in het kader van het gerechtelijk onderzoek dezelfde | |
engagée bénéficie, dans le cadre de l'instruction, des mêmes droits | rechten als de inverdenkinggestelde (artikel 61bis, tweede lid, van |
que l'inculpé (article 61bis, alinéa 2, du Code d'instruction | het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij artikel 12 van de wet |
criminelle, inséré par l'article 12 de la loi du 12 mars 1998). | van 12 maart 1998). |
Une personne, qui, comme celles qui relèvent de la seconde catégorie | Een persoon die, zoals diegenen die behoren tot de tweede categorie |
de la troisième identité de traitement décrite en B.2, n'a pas été | van de derde in B.2 beschreven identieke behandeling, niet in |
inculpée par le juge d'instruction mais mise en prévention par les | verdenking is gesteld door de onderzoeksrechter, maar het voorwerp |
réquisitions du procureur du Roi en vue du règlement de procédure, bénéficie, dès lors, du droit reconnu à l'inculpé par la disposition en cause. B.6.1. A l'instar de l'inculpé désigné par une plainte avec constitution de partie civile qui met en mouvement l'action publique, tant l'inculpé que la personne à l'égard de laquelle l'action publique est engagée dans le cadre de l'instruction qui ne sont pas désignés par une telle plainte sont parties défenderesses à l'action civile introduite par cette plainte. | uitmaakt van een tenlastelegging door de vorderingen van de procureur des Konings met het oog op de regeling van de rechtspleging, geniet bijgevolg het recht dat de in het geding zijnde bepaling aan de inverdenkinggestelde toekent. B.6.1. Naar het voorbeeld van de inverdenkinggestelde die wordt aangewezen door een klacht met burgerlijkepartijstelling die de strafvordering op gang brengt, zijn zowel de inverdenkinggestelde als de persoon ten aanzien van wie de strafvordering is ingesteld in het kader van het gerechtelijk onderzoek, die niet door een dergelijke klacht worden aangewezen, de verwerende partijen in de burgerlijke vordering die door die klacht wordt ingesteld. |
B.6.2. Les catégories décrites en B.2 ont en commun de concerner une | B.6.2. De in B.2 beschreven categorieën hebben gemeen dat zij |
mise en mouvement de l'action publique par la voie d'une constitution | betrekking hebben op het op gang brengen van de strafvordering door |
de partie civile. | een burgerlijkepartijstelling. |
B.7. La disposition en cause fait partie d'un ensemble de mesures qui | B.7. De in het geding zijnde bepaling maakt deel uit van een geheel |
répondent au souci « de traiter de manière identique les justiciables | van maatregelen die beantwoorden aan de zorg « dat men de |
qui sollicitent la réparation d'un dommage devant une juridiction | rechtsonderhorigen die het herstel vragen van schade voor een |
civile ou une juridiction répressive » (Doc. parl., Sénat, 2006-2007, | burgerlijke dan wel een strafrechtelijke rechtbank, gelijk zou |
n° 1684/4, pp. 5 et 8; ibid., n° 1686/5, p. 32; Doc. parl., Chambre, | behandelen » (Parl. St., Senaat, 2006-2007, nr. 1684/4, pp. 5 en 8; |
ibid., nr. 1686/5, p. 32; Parl. St., Kamer, 2006-2007, DOC | |
2006-2007, DOC 51-2891/002, p. 5). La condamnation prescrite par la | 51-2891/002, p. 5). De veroordeling voorgeschreven bij de in het |
disposition en cause est justifiée par la circonstance que c'est la | geding zijnde bepaling is verantwoord door het gegeven dat de |
partie civile qui a « mis l'action publique en mouvement, mais sans | burgerlijke partij « de strafvordering zelf - maar zonder succes - op |
succès » (Doc. parl., Sénat, 2006-2007, n° 1684/4, pp. 5 et 9; ibid., | gang heeft gebracht » (Parl. St., Senaat, 2006-2007, nr. 1684/4, pp. 5 |
n° 1686/5, p. 33; Doc. parl., Chambre, 2006-2007, DOC 51-2891/002, p. | en 9; ibid., nr. 1686/5, p. 33; Parl. St., Kamer, 2006-2007, DOC |
6). | 51-2891/002, p. 6). |
B.8. En ce qu'elle a mis l'action publique en mouvement, la partie civile a contraint ou peut avoir contraint l'inculpé à organiser sa défense tout au long d'une procédure entamée non pas, comme c'est le cas lorsque l'action publique est mise en mouvement par le ministère public, pour défendre l'intérêt de la société, mais pour défendre un intérêt personnel. Dans ces conditions, la volonté de réserver à la personne qui se constitue partie civile devant un juge d'instruction le même traitement que la personne qui porte son action civile devant une juridiction civile, et la circonstance que la première personne met aussi en mouvement l'action publique suffisent à justifier raisonnablement que cette partie civile soit condamnée à supporter tout ou partie des frais d'avocat exposés par le défendeur sur l'action civile portée devant une juridiction pénale, lorsque celui-ci bénéficie d'un non-lieu en raison de la prescription de l'action publique imputable à l'inaction du procureur du Roi, ou lorsque la mise en prévention de ce défendeur sur l'action civile ne résulte que | B.8. Doordat de burgerlijke partij de strafvordering op gang heeft gebracht, heeft zij de inverdenkinggestelde ertoe gedwongen of kan hem ertoe hebben gedwongen zijn verweer te organiseren gedurende een hele procedure die niet, zoals dat het geval is wanneer de strafvordering op gang is gebracht door het openbaar ministerie, is aangevat om het belang van de maatschappij te verdedigen, maar om een persoonlijk belang te verdedigen. In die omstandigheden volstaan de wil om de persoon die zich bij de onderzoeksrechter burgerlijke partij stelt, op dezelfde wijze te behandelen als de persoon die zijn burgerlijke vordering voor een burgerlijk rechtscollege brengt, en de omstandigheid dat de eerstgenoemde persoon ook de strafvordering op gang brengt, om redelijk te verantwoorden dat die burgerlijke partij ertoe wordt veroordeeld alle of een deel van de advocatenkosten te dragen die de verweerder in de burgerlijke vordering voor een strafrechtelijk rechtscollege moet betalen wanneer die een buitenvervolgingstelling geniet wegens de verjaring van de strafvordering die toe te schrijven is aan het niet optreden van de procureur des Konings, of wanneer de tenlastelegging ten aanzien van die verweerder in de burgerlijke vordering slechts voortvloeit uit een vergissing begaan door de |
d'une erreur commise par le procureur du Roi. | procureur des Konings. |
B.9. Une telle mesure ne porte pas une atteinte disproportionnée aux | B.9. Een dergelijke maatregel doet niet op onevenredige wijze afbreuk |
droits des intéressés dès lors que le juge dispose, en la matière, | aan de rechten van de betrokkenen, aangezien de rechter ter zake |
beschikt over een bevoegdheid die hem in staat stelt het bedrag van de | |
d'un pouvoir qui lui permet de réduire au minimum prévu le montant de | vergoeding te verminderen tot het voorgeschreven minimum door met name |
l'indemnité, notamment en tenant compte « du caractère manifestement | rekening te houden met « het kennelijk onredelijk karakter van de |
déraisonnable de la situation » (article 1022, alinéa 3, du Code judiciaire). | situatie » (artikel 1022, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek). |
B.10. La disposition en cause n'est pas incompatible avec les articles | B.10. De in het geding zijnde bepaling is niet onbestaanbaar met de |
10 et 11 de la Constitution. | artikelen 10 en 11 van de Grondwet. |
B.11. Le contrôle au regard de ces dispositions constitutionnelles | B.11. De toetsing aan die grondwetsbepalingen, in samenhang gelezen |
lues en combinaison avec les dispositions conventionnelles mentionnées | met de in B.2 vermelde verdragsbepalingen, zou niet tot een andere |
en B.2 ne pourrait conduire à une autre conclusion. | conclusie kunnen leiden. |
B.12. Les questions préjudicielles appellent une réponse négative. | B.12. De prejudiciële vragen dienen ontkennend te worden beantwoord. |
Par ces motifs, | Om die redenen, |
la Cour | het Hof |
dit pour droit : | zegt voor recht : |
L'article 128, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle ne viole pas | Artikel 128, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering schendt |
les articles 10 et 11 de la Constitution, lus isolément ou en | niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang |
combinaison avec l'article 6.1 de la Convention européenne des droits | gelezen met artikel 6.1 van het Europees Verdrag voor de rechten van |
de l'homme et avec l'article 14.1 du Pacte international relatif aux | de mens en met artikel 14.1 van het Internationaal Verdrag inzake |
droits civils et politiques. | burgerrechten en politieke rechten. |
Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise, | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989, à | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989, op de openbare |
l'audience publique du 18 février 2010. | terechtzitting van 18 februari 2010. |
Le greffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
Le président, | De voorzitter, |
P. Martens. | P. Martens. |