← Retour vers "Extrait de l'arrêt n° 175/2006 du 22 novembre 2006 Numéro du rôle : 3858 En cause
: la question préjudicielle concernant l'article 1675/13, § 3, du Code judiciaire, posée par
la Cour d'appel de Gand. La Cour d'arbitrage, composée après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : I. Objet de la
question préjudicielle et procédu(...)"
Extrait de l'arrêt n° 175/2006 du 22 novembre 2006 Numéro du rôle : 3858 En cause : la question préjudicielle concernant l'article 1675/13, § 3, du Code judiciaire, posée par la Cour d'appel de Gand. La Cour d'arbitrage, composée après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : I. Objet de la question préjudicielle et procédu(...) | Uittreksel uit arrest nr. 175/2006 van 22 november 2006 Rolnummer 3858 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1675/13, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. Het Arbitragehof, sa wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
---|---|
COUR D'ARBITRAGE | ARBITRAGEHOF |
Extrait de l'arrêt n° 175/2006 du 22 novembre 2006 | Uittreksel uit arrest nr. 175/2006 van 22 november 2006 |
Numéro du rôle : 3858 | Rolnummer 3858 |
En cause : la question préjudicielle concernant l'article 1675/13, § | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1675/13, § 3, van |
3, du Code judiciaire, posée par la Cour d'appel de Gand. | het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. |
La Cour d'arbitrage, | Het Arbitragehof, |
composée des présidents A. Arts et M. Melchior, et des juges P. | samengesteld uit de voorzitters A. Arts en M. Melchior, en de rechters |
Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, | P. Martens, R. Henneuse, M. Bossuyt, E. De Groot, L. Lavrysen, A. |
J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke et J. Spreutels, assistée du | Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en J. Spreutels, |
greffier P.-Y. Dutilleux, présidée par le président A. Arts, | bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Arts, |
après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Objet de la question préjudicielle et procédure | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Par arrêt du 12 janvier 2006 en cause de F. Callens et autres contre | Bij arrest van 12 januari 2006 in zake F. Callens en anderen tegen A. |
A. Madou et autres, dont l'expédition est parvenue au greffe de la | Madou en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het |
Cour d'arbitrage le 24 janvier 2006, la Cour d'appel de Gand a posé la | Arbitragehof is ingekomen op 24 januari 2006, heeft het Hof van Beroep |
question préjudicielle suivante : | te Gent de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« L'article 1675/13, § 3, du Code judiciaire, interprété en ce sens qu'il ne peut être accordé de remise pour des dettes constituées d'indemnités accordées pour la réparation d'un préjudice corporel causé par une infraction pour laquelle le débiteur a été condamné au pénal, viole-t-il les articles 10 et 11 de la Constitution, en ce que le débiteur qui a causé un préjudice corporel par suite d'une infraction pour laquelle il n'a pas été pénalement condamné obtient | « Schendt artikel 1675/13, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek al dan niet de artikelen 10 en 11 Grondwet, in die zin geïnterpreteerd dat geen kwijtschelding kan verleend worden voor schulden die een schadevergoeding inhouden, toegestaan voor het herstel van een lichamelijk letstel veroorzaakt door een misdrijf waarvoor de schuldenaar strafrechtelijk werd veroordeeld, doordat de schuldenaar die lichamelijk letsel heeft veroorzaakt door een misdrijf waarvoor hij niet strafrechtelijk werd veroordeeld wel kwijtschelding bekomt en |
une remise et que le débiteur condamné au pénal ne l'obtient pas ? ». | de strafrechtelijk veroordeelde schuldenaar niet ? ». |
(...) | (...) |
III. En droit | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. La Cour est interrogée sur le point de savoir si l'article | B.1. Aan het Hof wordt gevraagd of artikel 1675/13, § 3, van het |
1675/13, § 3, du Code judiciaire viole les articles 10 et 11 de la | Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, |
Constitution, lorsqu'il est interprété en ce sens qu'il ne peut être | wanneer het zo wordt geïnterpreteerd dat geen kwijtschelding kan |
octroyé de remise pour des dettes constituées d'indemnités accordées | worden verleend voor schulden die een schadevergoeding inhouden, |
pour la réparation d'un préjudice corporel causé par une infraction | toegestaan voor het herstel van een lichamelijk letsel veroorzaakt |
pour laquelle le débiteur a été condamné au pénal, alors que le | door een misdrijf waarvoor de schuldenaar strafrechtelijk werd |
débiteur qui a causé un préjudice corporel par suite d'une infraction | veroordeeld, terwijl de schuldenaar die een lichamelijk letsel heeft |
pour laquelle il n'a pas été pénalement condamné peut obtenir une | veroorzaakt door een misdrijf waarvoor hij niet strafrechtelijk werd |
remise de dettes. | veroordeeld wel een kwijtschelding van schulden kan krijgen. |
B.2.1. L'article 1675/13, § 3, du Code judiciaire énonce : | B.2.1. Artikel 1675/13, § 3, bepaalt : |
« Le juge ne peut accorder de remise pour les dettes suivantes : | « De rechter kan geen kwijtschelding verlenen voor volgende schulden : |
- [...]; | - [...] |
- les dettes constituées d'indemnités accordées pour la réparation | - De schulden die een schadevergoeding inhouden, toegestaan voor het |
d'un préjudice corporel, causé par une infraction; | herstel van een lichamelijke schade veroorzaakt door een misdrijf; |
- [...] ». | - [...] ». |
B.2.2. Il ressort des travaux préparatoires de l'article 1675/13 que | B.2.2. Uit de parlementaire voorbereiding van artikel 1675/13 blijkt |
le législateur a posé des conditions sévères à la remise de dettes en | dat de wetgever strenge voorwaarden heeft gesteld aan de |
principal : | kwijtschelding van de schulden in hoofdsom : |
« Le principe est le règlement judiciaire sans remise de dettes au | « In principe gebeurt de gerechtelijke aanzuiveringsregeling zonder |
principal. | kwijtschelding van schulden in hoofdsom. |
En outre, à la demande du débiteur, le juge peut décider des remises | Bovendien kan de rechter, op verzoek van de schuldenaar, een grotere |
de dettes plus étendues que celles visées à l'article précédent en | kwijtschelding van schulden beslissen dan deze bedoeld bij het vorig |
particulier sur le principal, mais moyennant le respect de conditions | artikel, inzonderheid op de hoofdsom, maar mits naleving van heel |
et modalités fort sévères, en particulier la réalisation de tous les | strenge voorwaarden en modaliteiten, inzonderheid de tegeldemaking van |
biens saisissables, conformément aux règles relatives aux exécutions forcées. | alle goederen waarop beslag kan worden gelegd, conform de regels |
Il va de soi que cette mesure ne sera décidée que si le juge l'estime | betreffende de gedwongen tenuitvoerlegging. |
Het spreekt voor zich dat deze maatregel slechts zal worden beslist | |
indispensable, face à des situations de surendettement | indien de rechter deze onontbeerlijk acht in bijzonder ernstige |
particulièrement délabrées, où le débiteur ne dispose pas de moyens | toestanden van overmatige schuldenlast, waarin de schuldenaar niet |
suffisants pour rembourser ses créanciers » (Doc. parl., Chambre, | over voldoende middelen beschikt om zijn schuldeisers terug te betalen |
1996-1997, nos 1073/1-1074/1, p. 44). | » (Parl. St., Kamer, 1996-1997, nrs. 1073/1-1074/1, p. 44). |
B.3. Lorsque le législateur entend protéger une catégorie de personnes | B.3. Wanneer de wetgever een categorie van personen wil beschermen om |
afin de les « réintégrer dans le système économique et social en leur | hen « opnieuw in het economisch en sociaal stelsel [...] [op te nemen] |
permettant de prendre un nouveau départ » (Doc. parl., Chambre, | door hen de mogelijkheid te geven een nieuwe start te nemen » (Parl. |
1996-1997, nos 1073/1-1074/1, p. 45) et qu'il permet à cette fin qu'un plan de règlement judiciaire comporte une remise de dettes, il relève de son pouvoir d'appréciation de désigner les catégories de créanciers auxquels cette remise de dettes ne pourra être imposée. Ce faisant, il ne peut toutefois créer des différences de traitement injustifiées. B.4. L'exposé des motifs du projet de loi, qui explique pour quelles raisons le débiteur qui a « manifestement organisé son insolvabilité » ne peut introduire une requête visant à obtenir un règlement collectif | St., Kamer, 1996-1997, nrs. 1073/1-1074/1, p. 45) en hij daartoe toestaat dat een gerechtelijke aanzuiveringsregeling een kwijtschelding van schulden bevat, behoort het tot zijn beoordelingsbevoegdheid de categorieën van schuldeisers aan te wijzen aan wie die kwijtschelding van schulden niet kan worden opgelegd. Hij mag daardoor evenwel geen onverantwoorde verschillen in behandeling teweegbrengen. B.4. In de memorie van toelichting bij het wetsontwerp waarin wordt uitgelegd om welke redenen de schuldenaar die « kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkt » geen verzoekschrift kan indienen om een collectieve aanzuiveringsregeling te verkrijgen, wordt ook het |
de dettes, précise également : | volgende gepreciseerd : |
« Le surendettement peut aussi être la conséquence de dettes résultant | « De overmatige schuldenlast kan ook het gevolg zijn van schulden, |
d'une responsabilité délictuelle, quasi-délictuelle ou contractuelle. | ontstaan ten gevolge van delictuele, quasi-delictuele of contractuele |
aansprakelijkheid. Vooraleer toegang te verlenen tot de procedure van | |
Avant de donner accès à la procédure de règlement collectif de dettes, | collectieve aanzuiveringsregeling van de schulden, zal de rechter |
le juge vérifiera si la faute n'est pas volontaire ou à ce point | nagaan of de fout al dan niet opzettelijk is of zo zwaar dat zij |
lourde qu'elle serait inadmissible et si le dommage qui résulte de la | ontoelaatbaar zou zijn, of de schade die het gevolg is van de fout een |
faute présente une certaine vraisemblance. On le voit, la notion de | bepaalde waarschijnlijkheid vertoont. Zoals men ziet, is het begrip |
bonne foi n'est pas particulièrement appropriée à ces questions » | van goede trouw niet bijzonder geschikt voor deze kwesties » (Parl. |
(Doc. parl., Chambre, 1996-1997, nos 1073/1-1074/1, pp. 17 et 18). | St., Kamer, 1996-1997, nrs. 1073/1-1074/1, pp. 17 en 18). |
B.5. Toutefois, cette dernière préoccupation n'a pas été exprimée de | B.5. Die bezorgdheid is evenwel niet op bijzondere wijze tot uiting |
manière particulière dans les dispositions relatives à l'admissibilité | gebracht in de bepalingen betreffende de toelaatbaarheid van het |
de la requête en règlement collectif de dettes. | verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling. |
La personne qui demande à obtenir un règlement collectif de dettes ne | De persoon die een collectieve schuldenregeling aanvraagt, kan zulks, |
peut en bénéficier, aux termes de l'article 1675/2 du Code judiciaire, | naar luid van artikel 1675/2 van het Gerechtelijk Wetboek, slechts |
que « dans la mesure où elle n'a pas manifestement organisé son | verkrijgen « voor zover hij niet kennelijk zijn onvermogen heeft |
insolvabilité ». Le législateur n'a pas subordonné l'admissibilité de | bewerkstelligd ». De wetgever heeft de toelaatbaarheid van het |
la requête à la condition que les dettes n'aient pas pour origine une | verzoekschrift niet uitdrukkelijk afhankelijk gemaakt van de |
faute volontaire ou une faute lourde. | voorwaarde dat de schulden niet te wijten zijn aan een opzettelijke of |
B.6. Cette préoccupation se retrouve par contre à l'article 1675/13, § | een zware fout. B.6. Die bezorgdheid is terug te vinden in artikel 1675/13, § 3, |
3, deuxième tiret, qui exclut du règlement collectif de dettes celles | tweede streepje, dat de schulden die een schadevergoeding inhouden, |
qui sont constituées d'indemnités accordées pour la réparation d'un | toegestaan voor het herstel van een lichamelijke schade veroorzaakt |
préjudice corporel causé par une infraction, cette exclusion étant | door een misdrijf, uitsluit van de collectieve schuldenregeling, |
justifiée par la considération que la remise de ces dettes serait | uitsluiting die wordt verantwoord door de overweging dat de |
particulièrement inéquitable (Doc. parl., Sénat, 1997-1998, n° | kwijtschelding van die schulden bijzonder onbillijk zou zijn (Parl. |
1-929/5, p. 46). | St., Senaat, 1997-1998, nr. 1-929/5, p. 46). |
B.7. Le texte initial du projet qui allait devenir la loi du 5 juillet | B.7. De oorspronkelijke tekst van het ontwerp dat de wet van 5 juli |
1998, insérant l'article 1675/13 dans le Code judiciaire, disposait | 1998 zou worden, waarbij artikel 1675/13 in het Gerechtelijk Wetboek |
werd ingevoerd, bepaalde dat de rechter geen kwijtschelding van schuld | |
que le juge ne peut accorder de remise de dettes « pour des dettes | kan toekennen voor « schulden die een schadevergoeding inhouden, |
constituées d'indemnités accordées pour la réparation d'un préjudice | toegestaan voor het herstel van een lichamelijke schade veroorzaakt |
corporel, causé par un acte illicite ». | door een onrechtmatige daad ». |
Les mots « acte illicite » ont été remplacés par le terme « infraction | De woorden « onrechtmatige daad » zijn vervangen door « misdrijf » als |
» à la suite d'un amendement motivé par le souci d'apporter « une | gevolg van een amendement dat werd gemotiveerd met de bekommernis om « |
correction légistique au § 3 », parce que le terme « infraction » est | een legistieke correctie in § 3 » aan te brengen, omdat de term « |
une notion pénale bien précise. En outre, « en ce qui concerne le | misdrijf » een ondubbelzinnig strafrechtelijk begrip is. Bovendien, « |
fond, la notion civile d'' acte illicite ' est beaucoup plus large que | ten gronde is het burgerrechtelijk begrip ' onrechtmatige daad ' veel |
la notion pénale d'' infraction ' qui est proposée » (Doc. parl., | ruimer dan het voorgestelde penale begrip ' misdrijf ' » (Parl. St., |
Chambre, 1996-1997, n° 1073/11, pp. 83-84). | Kamer, 1996-1997, nr. 1073/11, pp. 83-84). |
B.8. C'est au juge a quo, et non à la Cour, qu'il appartient | B.8. Het staat aan de verwijzende rechter de term « misdrijf », |
d'interpréter le terme « infraction » utilisé à l'article 1675/13, § | gebruikt in artikel 1675/13, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek, te |
3, du Code judiciaire, et d'apprécier si le législateur a entendu | interpreteren en na te gaan of de wetgever de bedoeling had de rechter |
interdire au juge de remettre les dettes constituées d'indemnités | te verbieden de schulden die een schadevergoeding inhouden, toegestaan |
accordées pour la réparation d'un préjudice corporel causé par une | voor het herstel van een lichamelijke schade veroorzaakt door een |
onrechtmatige daad, enkel kwijt te schelden in het geval waarin degene | |
infraction dans la seule hypothèse où l'auteur de celle-ci a fait | die die daad heeft gesteld, strafrechtelijk is veroordeeld. Het Hof |
l'objet d'une condamnation pénale. Il revient à la Cour d'apprécier si | dient na te gaan of die interpretatie bestaanbaar is met de artikelen |
cette interprétation est compatible avec les articles 10 et 11 de la | 10 en 11 van de Grondwet. |
Constitution. | |
B.9. Il ressort des travaux préparatoires précités que le législateur | B.9. Uit de voormelde parlementaire voorbereiding blijkt dat de |
a préféré le terme « infraction » à ceux d'« acte illicite » pour limiter l'exclusion prévue par la disposition en cause aux seules dettes nées d'une infraction pénale. En raison de cet objectif, et en tenant compte de ce que le juge qui connaît du règlement collectif de dettes n'est pas compétent pour statuer en matière pénale, il n'est pas incompatible avec le principe d'égalité d'interpréter la disposition en cause comme ne s'appliquant que lorsque l'indemnisation d'un préjudice corporel est due à la suite d'une condamnation pénale. B.10. Il est vrai, comme le soutient la partie appelante devant le juge a quo, que l'infraction de coups et blessures involontaires, | wetgever de term « misdrijf » heeft verkozen boven de woorden « onrechtmatige daad » om de bij de in het geding zijnde bepaling voorgeschreven uitsluiting te beperken tot de schulden die ontstaan zijn uit een strafrechtelijk misdrijf. Vanwege die doelstelling, en rekening houdend met het feit dat de rechter die kennisneemt van de collectieve schuldenregeling niet bevoegd is om in strafzaken uitspraak te doen, is het niet onbestaanbaar met het gelijkheidsbeginsel de in het geding zijnde bepaling in die zin te interpreteren dat zij enkel van toepassing is wanneer de vergoeding van een lichamelijke schade verschuldigd is als gevolg van een strafrechtelijke veroordeling. B.10. Zoals de eisende partij voor de verwijzende rechter voorhoudt, is het juist dat het misdrijf van onopzettelijke slagen en |
réprimée par les articles 418 et suivants du Code pénal, se confond | verwondingen, strafbaar gesteld bij de artikelen 418 en volgende van |
het Strafwetboek, samenvalt met de nalatigheid of onvoorzichtigheid | |
avec la négligence ou l'imprudence visées aux articles 1382 et 1383 du | bedoeld in de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek (Cass. |
Code civil (Cass. 26.10.1990, Pas. I, p. 216). | 26 oktober 1990, Pas. 1991, I, p. 216). |
Si la disposition en cause permettait qu'une dette née d'une telle | Indien de in het geding zijnde bepaling zou toestaan dat een schuld |
die is ontstaan uit een dergelijk misdrijf, dat het voorwerp was van | |
infraction qui a fait l'objet d'un jugement civil puisse toujours | een burgerlijk vonnis, steeds zou kunnen worden kwijtgescholden, |
faire l'objet d'une remise de dette, alors que la dette née de la même | terwijl de schuld die ontstaan is uit hetzelfde misdrijf dat door een |
infraction constatée par un juge pénal ne peut jamais être remise, | strafrechter werd vastgesteld, nooit kan worden kwijtgescholden, zou |
elle aurait des effets disproportionnés. | die bepaling onevenredige gevolgen hebben. |
B.11. Toutefois, aux termes de l'article 1675/13, alinéa 1er, du Code | B.11. Naar luid van artikel 1675/13, eerste lid, van het Gerechtelijk |
judiciaire, c'est au juge des saisies qu'il appartient de « décider » | Wetboek staat het evenwel aan de beslagrechter te « beslissen » of de |
s'il y a lieu de remettre la dette. Si l'article 1675/13, § 3, lui interdit d'accorder la remise d'une dette née d'une infraction constatée par le juge pénal, il ne l'oblige pas à l'accorder lorsque l'infraction a fait l'objet d'une condamnation civile puisqu'il dispose, dans ce cas, d'un pouvoir de décision. En raison de ce pouvoir confié au juge, la différence de traitement selon que l'infraction a été constatée par un juge civil ou par un juge pénal, qui est pertinente pour les motifs exprimés en B.9, n'a pas des effets disproportionnés. B.12. La question préjudicielle appelle une réponse négative. Par ces motifs, la Cour | schuld moet worden kwijtgescholden. Hoewel artikel 1675/13, § 3, hem verbiedt kwijtschelding toe te kennen voor een schuld die is ontstaan uit een misdrijf dat door een strafrechter werd vastgesteld, verplicht het hem niet kwijtschelding toe te kennen wanneer het misdrijf tot een burgerlijke veroordeling heeft geleid, vermits hij in dat geval over een beslissingsmacht beschikt. Vanwege die aan de rechter toegekende bevoegdheid heeft het verschil in behandeling naargelang het misdrijf door een burgerlijke rechter of een strafrechter is vastgesteld, dat pertinent is om de in B.9 vermelde motieven, geen onevenredige gevolgen. B.12. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. Om die redenen, het Hof |
dit pour droit : | zegt voor recht : |
L'article 1675/13, § 3, deuxième tiret, du Code judiciaire ne viole | Artikel 1675/13, § 3, tweede streepje, van het Gerechtelijk Wetboek |
pas les articles 10 et 11 de la Constitution. | schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. |
Ainsi prononcé en langue néerlandaise et en langue française, | Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig |
conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur | artikel 65 van de van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 22 novembre 2006. | Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 22 november 2006. |
Le greffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux. | P.-Y. Dutilleux. |
Le président, | De voorzitter, |
A. Arts. | A. Arts. |