← Retour vers "Extrait de l'arrêt n° 29/2001 du 1 er mars 2001 Numéro du rôle : 1875 En
cause : la question préjudicielle relative aux articles 2, § 1 er , alinéa 1 er ,
2° et 4°, et 7, § 1 er , de la loi du 7 La Cour d'arbitrage, composée
des présidents M. Melchior et G. De Baets, et des juges P. Martens(...)"
Extrait de l'arrêt n° 29/2001 du 1 er mars 2001 Numéro du rôle : 1875 En cause : la question préjudicielle relative aux articles 2, § 1 er , alinéa 1 er , 2° et 4°, et 7, § 1 er , de la loi du 7 La Cour d'arbitrage, composée des présidents M. Melchior et G. De Baets, et des juges P. Martens(...) | Uittreksel uit arrest nr. 29/2001 van 1 maart 2001 Rolnummer 1875 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 2, § 1, eerste lid, 2° en 4°, en 7, § 1, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een b Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en G. De Baets, en de rechters P. (...) |
---|---|
COUR D'ARBITRAGE | ARBITRAGEHOF |
Extrait de l'arrêt n° 29/2001 du 1er mars 2001 | Uittreksel uit arrest nr. 29/2001 van 1 maart 2001 |
Numéro du rôle : 1875 | Rolnummer 1875 |
En cause : la question préjudicielle relative aux articles 2, § 1er, | In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 2, § 1, |
alinéa 1er, 2° et 4°, et 7, § 1er, de la loi du 7 août 1974 instituant | eerste lid, 2° en 4°, en 7, § 1, van de wet van 7 augustus 1974 tot |
le droit à un minimum de moyens d'existence, posée par la Cour du | instelling van het recht op een bestaansminimum, gesteld door het |
travail de Liège. | Arbeidshof te Luik. |
La Cour d'arbitrage, | Het Arbitragehof, |
composée des présidents M. Melchior et G. De Baets, et des juges P. | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en G. De Baets, en de |
Martens, J. Delruelle, A. Arts, R. Henneuse et E. De Groot, assistée | rechters P. Martens, J. Delruelle, A. Arts, R. Henneuse en E. De |
du greffier L. Potoms, présidée par le président M. Melchior, | Groot, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, |
après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Objet de la question préjudicielle | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag |
Par arrêt du 20 décembre 1999 en cause du procureur général contre | Bij arrest van 20 december 1999 in zake de procureur- generaal tegen |
L.H. et le centre public d'aide sociale (C.P.A.S.) d'Andenne, dont | L.H. en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (O.C.M.W.) |
van Andenne, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is | |
l'expédition est parvenue au greffe de la Cour d'arbitrage le 28 | ingekomen op 28 januari 2000, heeft het Arbeidshof te Luik de volgende |
janvier 2000, la Cour du travail de Liège a posé la question | |
préjudicielle suivante : | prejudiciële vraag gesteld : |
« Les articles 2, § 1er, alinéa 1er, 2° et 4° et 7, § 1er, de la loi | « Stellen de artikelen 2, § 1, eerste lid, 2° en 4°, en 7, § 1, van de |
du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence, | wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een |
interprétés comme faisant obligation à un centre public d'aide sociale | bestaansminimum, in die zin geïnterpreteerd dat zij aan een openbaar |
de supprimer, même d'office, le droit au minimum de moyens d'existence | centrum voor maatschappelijk welzijn de verplichting opleggen om, |
zelfs ambtshalve, het recht op het bestaansminimum dat werd toegekend | |
accordé au taux isolé majoré (article 2, § 1er, alinéa 1er, 2°) à un | tegen een verhoogd percentage voor alleenstaande (artikel 2, § 1, |
parent vivant exclusivement avec un enfant majeur à charge pour ne | eerste lid, 2°) aan een ouder die uitsluitend samenleeft met een |
plus lui accorder que le minimum de moyens d'existence au taux | meerderjarig kind ten laste te schrappen en die ouder alleen nog het |
bestaansminimum toe te kennen tegen het percentage voor samenwonende | |
cohabitant (article 2, § 1er, alinéa 1er, 4°), instaurent-ils une | (artikel 2, § 1, eerste lid, 4°), een discriminatie in die strijdig is |
discrimination contraire aux articles 10 et 11 de la Constitution | met de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet, artikelen |
coordonnée, articles lus en combinaison avec l'article 8, §§ 1er et 2, | gelezen in samenhang met artikel 8, §§ 1 en 2, van het Verdrag tot |
de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés | bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, |
fondamentales, en ce que les articles 2 et 7 susvisés ont pour | doordat de bovenvermelde artikelen 2 en 7 tot gevolg hebben dat ze de |
conséquence de priver, d'office, le parent - exerçant seul l'autorité | ouder die alleen het ouderlijk gezag uitoefent en geen |
parentale et dépourvu de moyens d'existence - de l'usage effectif de | bestaansmiddelen heeft , ambtshalve, de daadwerkelijke gebruikmaking |
ses droits ou d'une partie de ses droits et notamment celui de gérer | van zijn rechten of van een deel van zijn rechten ontzeggen en met |
le budget du ménage au mieux des intérêts de chacun, alors que | name van het recht om het gezinsbudget zo goed mogelijk in het belang |
l'article 8 de la Convention susvisée assure le respect du droit à la | van elkeen te beheren, terwijl artikel 8 van het bovenvermeld Verdrag |
vie privée et familiale et ne tolère d'ingérence par une autorité | het recht op eerbiediging van het privé-leven en gezinsleven waarborgt |
publique que si elle est autorisée par la loi, comme le prévoit | en enkel inmenging van een openbaar gezag duldt voor zover die bij de |
l'article 7 de la loi susvisée, mais aussi si elle constitue une | wet is toegestaan, zoals daarin is voorzien bij artikel 7 van de |
mesure nécessaire à la sécurité nationale, à la sûreté publique, au | bovenvermelde wet, maar ook op voorwaarde dat zij een noodzakelijke |
bien-être économique du pays, à la défense de l'ordre et à la | maatregel vormt voor 's lands veiligheid, de openbare veiligheid, of |
prévention des infractions pénales, à la protection de la santé ou de | het economisch welzijn van het land, de bescherming van de openbare |
orde en het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de | |
la morale, ou à la protection des droits et libertés d'autrui ? » | gezondheid of de goede zeden, of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen ? » |
(...) | (...) |
IV. En droit | IV. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. L'article 2, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 7 août 1974 | B.1.1. Artikel 2, § 1, eerste lid, van de wet van 7 augustus 1974 tot |
instituant le droit à un minimum de moyens d'existence dispose : | instelling van het recht op een bestaansminimum bepaalt : |
« Le minimum de moyens d'existence annuel s'élève à : | « Het bestaansminimum bedraagt jaarlijks : |
1° 114.864 F pour les conjoints vivant sous le même toit; | 1° 114.864 F voor samenwonende echtgenoten; |
2° 114.864 F pour une personne qui cohabite uniquement soit avec un | 2° 114.864 F voor een persoon die enkel samenwoont met, hetzij een |
enfant mineur non marié qui est à sa charge, soit avec plusieurs | minderjarig ongehuwd kind te zijnen laste, hetzij meerdere kinderen, |
enfants, parmi lesquels au moins un enfant mineur non marié qui est à | onder wie minstens één ongehuwd minderjarig kind te zijnen laste; |
sa charge; 3° 86.148 F pour une personne isolée; | 3° 86.148 F voor een alleenstaand persoon; |
4° 57.432 F pour toute autre personne cohabitant avec une ou plusieurs | 4° 57.432 F voor elke andere persoon die met één of meerdere personen |
personnes, peu importe qu'il s'agisse ou non de parents ou d'alliés ». | samenwoont, onverschillig of zij al dan niet bloed- of aanverwant zijn. » |
B.1.2. L'article 7, § 1er, de la même loi dispose : | B.1.2. Artikel 7, § 1, van dezelfde wet bepaalt : |
« Le minimum de moyens d'existence est accordé, revu ou retiré, soit à | « Het bestaansminimum wordt, hetzij op aanvraag van de betrokkene, |
hetzij ambtshalve, toegekend, herzien of ingetrokken door het openbaar | |
la demande de l'intéressé, soit d'office, par le centre public d'aide | centrum voor maatschappelijk welzijn dat overeenkomstig de wetgeving |
sociale compétent en vertu de la législation sur l'assistance publique | op de openbare onderstand bevoegd is om aan die persoon hulp te |
pour accorder une aide à cette personne. » | verlenen. » |
B.2. La question préjudicielle interroge la Cour sur le point de | B.2. De prejudiciële vraag strekt ertoe van het Hof te vernemen of de |
savoir si les dispositions précitées violent les articles 10 et 11 de | voormelde bepalingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden, |
la Constitution, lus en combinaison avec l'article 8 de la Convention | gelezen in samenhang met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de |
européenne des droits de l'homme, en ce qu'elles imposent au centre | Rechten van de Mens, doordat zij het openbaar centrum voor |
public d'aide sociale de réduire, même d'office, le montant du minimum | maatschappelijk welzijn verplichten om, zelfs ambtshalve, het bedrag |
de moyens d'existence d'un ayant droit lorsque l'enfant non marié avec | van het bestaansminimum van een rechthebbende te verminderen wanneer |
lequel il cohabite et qui est à sa charge devient majeur. | het ongehuwde kind met wie hij samenwoont en dat te zijnen laste is, |
meerderjarig wordt. | |
B.3. La loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens | B.3. De wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een |
bestaansminimum strekt ertoe de begunstigden in staat te stellen een | |
d'existence vise à permettre aux bénéficiaires de mener une vie | bestaan te leiden dat strookt met de menselijke waardigheid (Parl. |
conforme à la dignité humaine (Doc. parl., Sénat, 1974, n° 247-1, p. 2). Le bénéficiaire du droit au minimum de moyens d'existence est tout Belge ayant atteint l'âge de la majorité civile qui a sa résidence effective en Belgique et ne dispose pas de ressources suffisantes et qui n'est pas en mesure de se les procurer soit par ses efforts personnels, soit par d'autres moyens (article 1er). En accordant un montant majoré aux bénéficiaires ayant un ou plusieurs enfants mineurs à leur charge, le législateur a entendu permettre également à ces personnes de mener une vie conforme à la dignité humaine. | St., Senaat, 1974, nr. 247-1, p. 2). Begunstigde van het recht op een bestaansminimum is iedere Belg die zijn burgerlijke meerderjarigheid heeft bereikt, die zijn werkelijke verblijfplaats in België heeft en die geen toereikende bestaansmiddelen heeft, noch in staat is deze hetzij door eigen inspanningen, hetzij op een andere manier te verwerven (artikel 1). Door aan begunstigden met een of meer minderjarige kinderen ten laste een verhoogd bedrag toe te kennen, heeft de wetgever beoogd ook dezen in staat te stellen een bestaan te leiden dat strookt met de menselijke waardigheid. |
B.4.1. Un enfant reste sous l'autorité de ses parents jusqu'à sa | B.4.1. Een kind blijft onder het gezag van zijn ouders tot aan zijn |
majorité ou son émancipation (article 372 du Code civil). La majorité | meerderjarigheid of zijn ontvoogding (artikel 372 van het Burgerlijk |
Wetboek). De meerderjarigheid is vastgesteld op de volle leeftijd van | |
est fixée à dix-huit ans accomplis; à cet âge, on est capable | achttien jaren; op die leeftijd is men bekwaam tot alle handelingen |
d'accomplir tous les actes de la vie civile (article 488 du Code civil). | van het burgerlijk leven (artikel 488 van het Burgerlijk Wetboek). |
Les parents sont tenus d'assumer, à proportion de leurs facultés, | De ouders dienen naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de |
l'hébergement, l'entretien, la surveillance, l'éducation et la | huisvesting, het levensonderhoud, het toezicht, de opvoeding en de |
formation de leurs enfants. Si la formation n'est pas achevée, | opleiding van hun kinderen. Indien de opleiding niet voltooid is, |
l'obligation se poursuit après la majorité de l'enfant (article 203, § | loopt de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind |
1er, du Code civil). | (artikel 203, § 1, van het Burgerlijk Wetboek). |
Par ailleurs, les parents doivent continuer d'assumer l'entretien de | De ouders blijven overigens levensonderhoud verschuldigd aan hun |
leurs enfants majeurs dans la proportion du besoin de celui qui | meerderjarige kinderen, naar verhouding van de behoeften van diegene |
réclame les aliments et de la fortune de celui qui les doit (articles | die het vordert en van het vermogen van diegene die het verschuldigd |
207 et 208 du Code civil). | is (artikelen 207 en 208 van het Burgerlijk Wetboek). |
Omgekeerd, zijn de kinderen levensonderhoud verschuldigd aan hun | |
Réciproquement, les enfants doivent des aliments à leurs père et mère | ouders en hun andere bloedverwanten in de opgaande lijn die behoeftig |
et autres ascendants qui sont dans le besoin (article 205 du Code | zijn (artikel 205 van het Burgerlijk Wetboek). |
civil). B.4.2. Dès lors qu'en principe, l'autorité parentale comme l'ensemble | B.4.2. Nu zowel het ouderlijk gezag als het geheel van de ouderlijke |
des obligations parentales liées à l'éducation de l'enfant prennent | verplichtingen die aan de opvoeding van het kind verbonden zijn, in |
fin à l'âge de la majorité, il est justifié et pertinent d'utiliser le | beginsel bij de meerderjarigheid een einde nemen, is het verantwoord |
critère objectif de l'âge de la majorité en ce qui concerne l'octroi | en pertinent het objectieve criterium van de leeftijd van de |
du droit au minimum de moyens d'existence. | meerderjarigheid te hanteren voor het toekennen van het recht op het |
bestaansminimum. | |
B.5.1. La Cour doit encore examiner si les dispositions en cause | B.5.1. Het Hof dient nog te onderzoeken of de in het geding zijnde |
résistent au contrôle de proportionnalité en tant que celles-ci | bepalingen de evenredigheidstoets kunnen doorstaan in zoverre zij, |
auraient, selon les termes de la question préjudicielle, « pour | volgens de bewoordingen van de prejudiciële vraag, « tot gevolg |
conséquence de priver, d'office, le parent - exerçant seul l'autorité | [zouden] hebben dat ze de ouder - die alleen het ouderlijk gezag |
parentale et dépourvu de moyens d'existence - de l'usage effectif de | uitoefent en geen bestaansmiddelen heeft -, ambtshalve, de |
daadwerkelijke gebruikmaking van zijn rechten of van een deel van zijn | |
ses droits ou d'une partie de ses droits et notamment celui de gérer | rechten ontzeggen en met name van het recht om het gezinsbudget zo |
le budget du ménage au mieux des intérêts de chacun ». | goed mogelijk in het belang van elkeen te beheren ». |
B.5.2. Le montant du minimum de moyens d'existence d'un parent isolé | B.5.2. Het bedrag van het bestaansminimum voor een alleenstaande ouder |
qui cohabite avec un enfant non marié qui est à sa charge est réduit | die samenwoont met een ongehuwd kind te zijnen laste, wordt gehalveerd |
de moitié lorsque l'enfant atteint la majorité. Si l'enfant majeur | wanneer het kind meerderjarig wordt. Indien het meerderjarige kind aan |
satisfait aux autres conditions légales (B.3), il devient lui-même un | de overige wettelijke voorwaarden voldoet (B.3), wordt het zelf |
bénéficiaire du minimum de moyens d'existence. Dans la mesure où le parent et l'enfant continuent de cohabiter, ils perçoivent dorénavant chacun un montant dont la somme est égale au montant que le parent isolé recevait tant que l'enfant était mineur. Le budget global du ménage reste par conséquent le même. B.5.3. Lorsqu'il est mis fin à l'autorité parentale, si la cohabitation perdure, elle implique que chacun des cohabitants participe aux frais du budget du ménage selon ses moyens. Le droit de l'enfant de participer à la gestion de ce budget ne saurait être considéré comme une conséquence disproportionnée des dispositions en cause. B.6. La vie familiale englobe certes un nombre de droits et d'obligations dans le chef des parents à l'égard des enfants mineurs | rechthebbende op een bestaansminimum. In zoverre ouder en kind blijven samenwonen, ontvangen zij voortaan elk een bedrag waarvan de som overeenstemt met het bedrag dat de alleenstaande ouder ontving zolang het kind minderjarig was. Het totale gezinsbudget blijft derhalve ongewijzigd. B.5.3. Wanneer aan het ouderlijk gezag een einde is gekomen en ouder en kind blijven samenwonen, impliceert dit dat elk van de samenwonenden, naar gelang van zijn middelen, bijdraagt in de kosten van het gezinsbudget. Het recht van het kind om aan het beheer van dat budget deel te nemen, kan niet als een onevenredig gevolg van de in het geding zijnde bepalingen worden beschouwd. B.6. Weliswaar houdt het gezinsleven een aantal rechten en verplichtingen in voor de ouders ten aanzien van de minderjarige kinderen en impliceert de eerbiediging van het gezinsleven het recht |
et le respect de la vie familiale implique celui, pour les parents, de | voor de ouders om zelf beslissingen te nemen met betrekking tot de |
prendre eux-mêmes des décisions concernant l'éducation de leurs | opvoeding van hun kinderen, doch het gezinsleven in de zin van artikel |
enfants, mais la vie familiale au sens de l'article 8 de la Convention | 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt in |
européenne des droits de l'homme n'est en principe pas affectée par | |
une disposition qui ferait obstacle à l'exercice de l'autorité | beginsel niet geraakt door een bepaling die de uitoefening van het |
parentale à l'égard d'enfants ayant atteint l'âge de la majorité. | ouderlijk gezag ten aanzien van meerderjarig geworden kinderen in de weg zou staan. |
B.7. La question préjudicielle appelle une réponse négative. | B.7. De prejudiciële vraag moet ontkennend worden beantwoord. |
Par ces motifs, | Om die redenen, |
la Cour | het Hof |
dit pour droit : | zegt voor recht : |
Les articles 2, § 1er, alinéa 1er, 2° et 4°, et 7, § 1er, de la loi du | De artikelen 2, § 1, eerste lid, 2° en 4°, en 7, § 1, van de wet van 7 |
7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence, | augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum, in |
interprétés comme faisant obligation à un centre public d'aide sociale | die zin geïnterpreteerd dat zij aan een openbaar centrum voor |
de supprimer, même d'office, le droit au minimum de moyens d'existence | maatschappelijk welzijn de verplichting opleggen om, zelfs ambtshalve, |
het recht op het bestaansminimum dat tegen het verhoogde tarief voor | |
accordé au taux isolé majoré (article 2, § 1er, alinéa 1er, 2°) à un | alleenstaanden (artikel 2, § 1, eerste lid, 2°) is toegekend aan een |
parent vivant exclusivement avec un enfant majeur pour ne plus lui | ouder die uitsluitend samenwoont met een meerderjarig kind te |
accorder que le minimum de moyens d'existence au taux cohabitant | schrappen en die ouder alleen nog het bestaansminimum tegen het tarief |
(article 2, § 1er, alinéa 1er, 4°), ne violent pas les articles 10 et | voor samenwonenden (artikel 2, § 1, eerste lid, 4°) toe te kennen, |
11 de la Constitution, lus en combinaison avec l'article 8, | schenden niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, gelezen in |
paragraphes 1 et 2, de la Convention européenne des droits de l'homme. | samenhang met artikel 8, leden 1 en 2, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. |
Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise, | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 1er mars 2001. | Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 1 maart 2001. |
Le greffier, | De griffier, |
L. Potoms | L. Potoms |
Le président, | De voorzitter, |
M. Melchior | M. Melchior |