← Retour vers "Arrêt n° 90/98 du 15 juillet 1998 Numéro du rôle : 1343 En cause : la demande de
suspension des articles 3 et 4, b), de la loi du 9 juillet 1997 modifiant les articles 259bis du Code
judiciaire et 21 de la loi du 18 juillet 1991 modifiant les La Cour d'arbitrage, composée
des présidents M. Melchior et L. De Grève, et des juges L. Françoi(...)"
Arrêt n° 90/98 du 15 juillet 1998 Numéro du rôle : 1343 En cause : la demande de suspension des articles 3 et 4, b), de la loi du 9 juillet 1997 modifiant les articles 259bis du Code judiciaire et 21 de la loi du 18 juillet 1991 modifiant les La Cour d'arbitrage, composée des présidents M. Melchior et L. De Grève, et des juges L. Françoi(...) | Arrest nr. 90/98 van 15 juli 1998 Rolnummer : 1343 In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 3 en 4, b), van de wet van 9 juli 1997 tot wijziging van de artikelen 259bis van het Gerechtelijk Wetboek en 21 van de wet van 18 juli 19 Het Arbitragehof, samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de rechters L. (...) |
---|---|
COUR D'ARBITRAGE | ARBITRAGEHOF |
Arrêt n° 90/98 du 15 juillet 1998 | Arrest nr. 90/98 van 15 juli 1998 |
Numéro du rôle : 1343 | Rolnummer : 1343 |
En cause : la demande de suspension des articles 3 et 4, b), de la loi | In zake : de vordering tot schorsing van de artikelen 3 en 4, b), van |
du 9 juillet 1997 modifiant les articles 259bis du Code judiciaire et | de wet van 9 juli 1997 tot wijziging van de artikelen 259bis van het |
21 de la loi du 18 juillet 1991 modifiant les règles du Code | Gerechtelijk Wetboek en 21 van de wet van 18 juli 1991 tot wijziging |
van de voorschriften van het Gerechtelijk Wetboek die betrekking | |
judiciaire relatives à la formation et au recrutement des magistrats, | hebben op de opleiding en de werving van magistraten, ingesteld door |
introduite par L. Désir et autres. | L. Désir en anderen. |
La Cour d'arbitrage, | Het Arbitragehof, |
composée des présidents M. Melchior et L. De Grève, et des juges L. | samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en L. De Grève, en de |
François, P. Martens, J. Delruelle, H. Coremans et M. Bossuyt, | rechters L. François, P. Martens, J. Delruelle, H. Coremans en M. |
assistée du greffier L. Potoms, présidée par le président M. Melchior, | Bossuyt, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior, |
après en avoir délibéré, rend l'arrêt suivant : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Objet de la demande | I. Onderwerp van de vordering |
Par requêtes adressées à la Cour par lettres recommandées à la poste | Bij verzoekschriften die aan het Hof zijn toegezonden bij op 29 mei |
les 29 mai 1998 et 12 juin 1998 et parvenues au greffe les 2 et 15 | 1998 en 12 juni 1998 ter post aangetekende brieven en ter griffie zijn |
ingekomen op 2 en 15 juni 1998, is een vordering tot schorsing | |
juin 1998, une demande de suspension des articles 3 et 4, b), de la | ingesteld van de artikelen 3 en 4, b), van de wet van 9 juli 1997 tot |
loi du 9 juillet 1997 modifiant les articles 259bis du Code judiciaire | wijziging van de artikelen 259bis van het Gerechtelijk Wetboek en 21 |
et 21 de la loi du 18 juillet 1991 modifiant les règles du Code | van de wet van 18 juli 1991 tot wijziging van de voorschriften van het |
judiciaire relatives à la formation et au recrutement des magistrats | Gerechtelijk Wetboek die betrekking hebben op de opleiding en de |
(publiée au Moniteur belge du 1er janvier 1998) a été introduite par | werving van magistraten (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van |
L. Désir, demeurant à 4300 Waremme, avenue Joachim 15, B. Servais, | 1 januari 1998), door L. Désir, wonende te 4300 Borgworm, avenue |
demeurant à 5070 Fosses-la-Ville, avenue Albert Ier 35, C. Van Damme, | Joachim 15, B. Servais, wonende te 5070 Fosses-la-Ville, avenue Albert |
demeurant à 1970 Wezembeek-Oppem, avenue du Martin-Pêcheur 1, et J. | Ier 35, C. Van Damme, wonende te 1970 Wezembeek-Oppem, IJsvogellaan 1, |
Vandenheuvel, demeurant à 1210 Bruxelles, rue de Rotterdam 44. | en J. Vandenheuvel, wonende te 1210 Brussel, Rotterdamstraat 44. |
Les parties requérantes demandent également l'annulation des mêmes | De verzoekende partijen vorderen eveneens de vernietiging van dezelfde |
dispositions légales. | wettelijke bepalingen. |
II. La procédure | II. De rechtspleging |
Par ordonnance du 2 juin 1998, le président en exercice a désigné les | Bij beschikking van 2 juni 1998 heeft de voorzitter in functie de |
juges du siège conformément aux articles 58 et 59 de la loi spéciale | rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 |
du 6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage. | van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof. |
Les juges-rapporteurs ont estimé n'y avoir lieu de faire application | De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was |
des articles 71 ou 72 de la loi organique. | om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen. |
Par ordonnance du 17 juin 1998, la Cour a fixé l'audience au 24 juin | Bij beschikking van 17 juni 1998 heeft het Hof de dag van de |
1998. Cette ordonnance a été notifiée aux autorités mentionnées à l'article | terechtzitting bepaald op 24 juni 1998. |
76 de la loi organique ainsi qu'aux requérants et à leurs avocats, par | Van die beschikking is kennisgegeven aan de in artikel 76 van de |
organieke wet vermelde autoriteiten evenals aan verzoekers en hun | |
lettres recommandées à la poste le 18 juin 1998. | advocaten bij op 18 juni 1998 ter post aangetekende brieven. |
A l'audience publique du 24 juin 1998 : | Op de openbare terechtzitting van 24 juni 1998 : |
- ont comparu : | - zijn verschenen : |
. Me F. Tulkens, avocat au barreau de Bruxelles, pour les parties | . Mr. F. Tulkens, advocaat bij de balie te Brussel, voor de |
requérantes; | verzoekende partijen; |
. Me R. Ergec loco Me P. Peeters, avocats au barreau de Bruxelles, | . Mr. R. Ergec loco Mr. P. Peeters, advocaten bij de balie te Brussel, |
pour le Conseil des ministres; | voor de Ministerraad; |
- les juges-rapporteurs L. François et H. Coremans ont fait rapport; | - hebben de rechters-verslaggevers L. François en H. Coremans verslag uitgebracht; |
- les avocats précités ont été entendus; | - zijn de voornoemde advocaten gehoord; |
- l'affaire a été mise en délibéré. | - is de zaak in beraad genomen. |
La procédure s'est déroulée conformément aux articles 62 et suivants | De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende |
de la loi organique, relatifs à l'emploi des langues devant la Cour. | van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de talen voor het Hof. |
III. Objet des dispositions attaquées | III. Onderwerp van de aangevochten bepalingen |
Les articles 3 et 4, b), de la loi du 9 juillet 1997 modifiant les | De artikelen 3 en 4, b), van de wet van 9 juli 1997 tot wijziging van |
de artikelen 259bis van het Gerechtelijk Wetboek en 21 van de wet van | |
articles 259bis du Code judiciaire et 21 de la loi du 18 juillet 1991 | 18 juli 1991 tot wijziging van de voorschriften van het Gerechtelijk |
modifiant les règles du Code judiciaire relatives à la formation et au | Wetboek die betrekking hebben op de opleiding en de werving van |
recrutement des magistrats disposent : | magistraten bepalen : |
« Art. 3.L'article 21, § 1er, alinéa 2, de la loi du 18 juillet 1991 |
« Art. 3.Artikel 21, § 1, tweede lid, van de wet van 18 juli 1991 |
est complété comme suit : | wordt aangevuld als volgt : |
« Lors de la présentation pour la nomination aux fonctions visées par | « Bij de voordracht tot de benoeming in de ambten bedoeld in de |
les articles 187, 188, 190 à 194, 207, § 2, 208 et 209 du Code | artikelen 187, 188, 190 tot 194, 207, § 2, 208 en 209 van het |
judiciaire, le ministre de la Justice tiendra uniquement compte, en ce | Gerechtelijk Wetboek houdt de minister van Justitie, wat betreft de |
voornoemde plaatsvervangende rechters, enkel rekening met degenen over | |
qui concerne les juges suppléants précités, de ceux qui ont obtenu un | wie het adviescomité een unaniem gunstig advies heeft verleend. |
avis favorable et unanime de la part du comité d'avis. | Indien er voor een benoeming, benevens een van de voornoemde |
Si, outre un des juges suppléants précités, un lauréat de l'examen | plaatsvervangende rechters, ook een geslaagde voor het examen inzake |
d'aptitude professionnelle, une personne qui a terminé le stage | beroepsbekwaamheid, een persoon die de vereiste gerechtelijke stage |
judiciaire requis, ou un magistrat, font acte de candidature pour une | beëindigd heeft of een magistraat zich kandidaat stellen, mag de |
nomination, le ministre ne pourra pas tenir compte de la candidature | minister geen rekening houden met de kandidatuur van de |
du juge suppléant si un avis favorable et unanime a été émis à l'égard | plaatsvervangend rechter indien voor minstens één van de andere |
d'au moins un des autres candidats. » | kandidaten een unaniem gunstig advies is verleend. » |
Art. 4.« Mesures transitoires ». |
Art. 4.« Overgangsmaatregelen » |
Le délai visé à l'article 259bis, § 6, du Code judiciaire prend cours | De termijn bedoeld in artikel 259bis, § 6, van het Gerechtelijk |
à la date d'entrée en vigueur de la présente loi : | Wetboek begint te lopen op de datum van inwerkingtreding van deze wet |
b) pour les personnes visées à l'article 21, § 1er, alinéas 2 et 3, de | : b) voor de personen bedoeld in artikel 21, § 1, tweede en derde lid, |
la loi du 18 juillet 1991, qui sont, à cette date, réputées avoir | van de wet van 18 juli 1991, die op dat ogenblik geacht worden |
réussi l'examen d'aptitude professionnelle visé à l'article 259bis, § | geslaagd te zijn voor het examen inzake beroepsbekwaamheid bedoeld in |
4, du même Code. » | artikel 259bis, § 4, van hetzelfde Wetboek. » |
IV. En droit | IV. In rechte |
- A - | - A - |
Requête. | Verzoekschrift |
A.1.1. Dans son arrêt n° 53/94, la Cour a considéré qu'il était | A.1.1. In zijn arrest nr. 53/94 heeft het Hof geoordeeld dat het |
justifié de dispenser de l'examen d'aptitude professionnelle visé à | verantwoord was de plaatsvervangende rechters die in dienst waren vóór |
l'article 259bis du Code judiciaire les juges suppléants qui étaient | 1 oktober 1993 vrij te stellen van het in artikel 259bis van het |
en fonction avant le 1er octobre 1993, les juges suppléants étant | Gerechtelijk Wetboek bedoelde examen inzake beroepsbekwaamheid, |
assimilables aux juges effectifs, également réputés avoir réussi cet | aangezien de plaatsvervangende rechters konden worden gelijkgesteld |
met de werkende rechters, die ook geacht werden voor dat examen te | |
examen. | zijn geslaagd. |
A.1.2. La loi du 9 juillet 1997 contient trois mesures qui font grief | A.1.2. De wet van 9 juli 1997 bevat drie maatregelen waartegen de |
aux juges suppléants nommés avant le 1er octobre 1993 : ils voient la présomption irréfragable de réussite de l'examen être ramenée à une présomption temporaire; en outre, durant la période de validité de cette présomption, ils ne peuvent être nommés juge effectif que moyennant un avis favorable et unanime (exigence d'un avis qualifié) et pour autant qu'il n'y ait pas de candidat lauréat, stagiaire ou magistrat effectif bénéficiant d'un avis favorable émis à l'unanimité (règle de préséance de certains concurrents). Trois moyens sont avancés à l'appui de la demande de suspension, le second et le troisième l'étant à titre subsidiaire. Premier moyen A.2.1. En limitant à sept ans la présomption de réussite de l'examen d'aptitude professionnelle, dont bénéficient les suppléants, l'article | plaatsvervangende rechters die vóór 1 oktober 1993 zijn benoemd, bezwaar hebben : zij zien het onweerlegbare vermoeden geslaagd te zijn voor het examen teruggebracht tot een tijdelijk vermoeden; tijdens de periode gedurende welke dat vermoeden geldt, kunnen zij bovendien slechts tot werkend rechter worden benoemd als zij een unaniem gunstig advies hebben gekregen (vereiste van een gekwalificeerd advies) en voor zover geen geslaagde voor het examen, stagiair of werkend magistraat die een unaniem gunstig advies heeft gekregen, kandidaat is (regel van voorrang van sommige concurrenten). Drie middelen worden aangevoerd tot staving van de vordering tot schorsing, waarbij het tweede en het derde middel subsidiair zijn. Eerste middel A.2.1. Door de veronderstelling geslaagd te zijn voor het examen inzake beroepsbekwaamheid, die voor de plaatsvervangende rechters geldt, te beperken tot zeven jaar, schaft artikel 4, b), van de wet |
4, b), de la loi du 9 juillet 1997 supprime sans justification | van 9 juli 1997 zonder pertinente verantwoording de gelijkheid af |
pertinente l'égalité (instaurée par la loi du 6 août 1993 et admise | (ingesteld bij de wet van 6 augustus 1993 en toegestaan bij het arrest |
par l'arrêt n° 53/94) entre les juges suppléants nommés avant le 1er | nr. 53/94) tussen de plaatsvervangende rechters die vóór 1 oktober |
octobre 1993 et les magistrats effectifs également nommés avant cette | 1993 zijn benoemd en de werkende magistraten die ook vóór die datum |
date, le bénéfice de la présomption de réussite étant désormais limité | zijn benoemd, zodat het voordeel van de veronderstelling geslaagd te |
pour les premiers alors qu'il ne l'est pas pour les seconds. | zijn voortaan beperkt is voor de eerstgenoemden terwijl dat niet het |
geval is voor de in tweede instantie genoemden. | |
A.2.2. En ce qu'elle est motivée par le souci d'aligner le régime des | A.2.2. Doordat de maatregel is ingegeven door de zorg om de regeling |
juges suppléants nommés avant le 1er octobre 1993 sur celui des | die geldt voor de plaatsvervangende rechters die vóór 1 oktober 1993 |
lauréats actuels de l'examen dont le bénéfice de la réussite est | zijn benoemd, gelijk te stellen met de regeling die geldt voor de |
huidige geslaagden voor het examen voor wie het voordeel geslaagd te | |
désormais limité à sept ans - les juges suppléants nommés après le 1er | zijn voortaan beperkt is tot zeven jaar - de plaatsvervangende |
octobre 1993 devant également réussir un examen d'aptitude | rechters die na 1 oktober 1993 zijn benoemd dienen ook te slagen voor |
professionnelle pour pouvoir être nommés juge effectif -, la mesure | een examen inzake beroepsbekwaamheid om tot werkend rechter te kunnen |
constitue un pas en arrière qui est en soi inconstitutionnel, les | worden benoemd - betekent hij een stap achteruit die op zich |
motifs qui avaient justifié l'assimilation consacrée par la Cour dans | ongrondwettig is, aangezien de motieven die de gelijkschakeling, die |
son arrêt n° 53/94 du 29 juin 1994 n'ayant pas disparu. Les juges | door het Hof in zijn arrest nr. 53/94 van 29 juni 1994 werd |
vastgelegd, hadden verantwoord, niet verdwenen zijn. De | |
suppléants nommés avant le 1er octobre 1993 devaient satisfaire aux | plaatsvervangende rechters benoemd vóór 1 oktober 1993 dienden aan |
mêmes conditions que les juges effectifs pour pouvoir être nommés, en | dezelfde voorwaarden als de werkende rechters te voldoen om te kunnen |
sorte que la présomption de réussite de l'examen consacrée en 1993 ne | worden benoemd, zodat de in 1993 vastgelegde veronderstelling geslaagd |
peut plus être remise en cause, notamment par une limitation ratione | te zijn voor het examen niet meer in het geding kan worden gebracht, |
temporis. | met name door een beperking ratione temporis. |
Par analogie, on peut également se référer à l'arrêt n° 25/98 par | Bij analogie kan men ook verwijzen naar het arrest nr. 25/98, waarbij |
lequel fut annulé l'article 21, § 2, du décret de la Communauté | de vernietiging werd uitgesproken van artikel 21, § 2, van het decreet |
flamande du 8 juillet 1996 relatif à l'enseignement VII en ce qu'il | van de Vlaamse Gemeenschap van 8 juli 1996 betreffende het onderwijs |
n'accorde pas aux membres du personnel ayant réussi, avant son entrée | VII in zoverre aan de voor de bij de artikelen 22 en 27 bedoelde |
en vigueur, les épreuves visées aux articles 22 et 27, les mêmes | proeven, vóór de inwerkingtreding ervan, geslaagde personeelsleden |
droits que ceux dont bénéficient les membres du personnel ayant la | niet dezelfde rechten worden verleend als die waarover de sedert die |
qualité de lauréat depuis cette entrée en vigueur. | inwerkingtreding geslaagde personeelsleden beschikken. |
Deuxième moyen | Tweede middel |
A.3.1. Dans une première branche, l'article 21, § 1er, alinéa 2, | A.3.1. In een eerste onderdeel wordt kritiek geleverd op artikel 21, § |
seconde phrase (ajoutée par l'article 3 de la loi attaquée), de la loi | 1, tweede lid, tweede zin (toegevoegd bij artikel 3 van de |
du 18 juillet 1991 est critiqué en ce qu'il instaure une | aangevochten wet), van de wet van 18 juli 1991 doordat het een |
discrimination entre les juges suppléants nommés avant le 1er octobre | discriminatie instelt tussen de plaatsvervangende rechters die vóór 1 |
1993 et les autres candidats aux fonctions judiciaires en cause, la nomination des seuls premiers étant désormais soumise à un avis favorable et unanime du comité d'avis. Certes, la nécessité d'un avis favorable peut, sous réserve du premier moyen, se justifier par la grande hétérogénéité des juges suppléants nommés avant le 1er octobre 1993. Dans la mesure où l'ensemble de ces juges suppléants peut se trouver en concurrence avec la candidature de quelqu'un qui a réussi l'examen ou terminé le stage, il peut sembler raisonnable, pour assurer la qualité des candidatures de juges suppléants, que toute candidature de l'un d'entre eux recueille un avis favorable du comité d'avis. En revanche, l'exigence de l'unanimité du comité d'avis, par laquelle on assurerait la même objectivation pour les juges suppléants réputés avoir réussi l'examen d'aptitude, est excessive en ce qu'elle confère un véritable « droit de veto » à chaque membre du comité d'avis appelé à se prononcer sur la candidature du juge suppléant concerné. Il suffirait d'un seul vote négatif, éventuellement suite à un scrutin secret, pour que la candidature d'un juge suppléant ne soit plus retenue, alors que les motifs de ce vote négatif peuvent être totalement étrangers aux qualités professionnelles du candidat concerné. On n'aperçoit pas de motifs objectifs et raisonnables justifiant de ne pas mettre sur un même pied d'égalité les candidatures de juge suppléant et toute autre candidature. A.3.2. Dans une seconde branche, la même disposition est critiquée à titre subsidiaire car si même l'on admet que l'exigence d'unanimité assure l'égalité entre les juges suppléants et les lauréats de l'examen ou les stagiaires ayant achevé leur stage (quod non), cette exigence crée une discrimination entre juges suppléants et magistrats effectifs, alors que, avant le 1er octobre 1993, les conditions de nomination étaient identiques. Il convient à cet égard de faire une sous-distinction entre la candidature du magistrat effectif nommé après réussite du concours ou de l'examen, et celle du magistrat effectif nommé sans concours ni examen, c'est-à-dire sur les mêmes bases que celles en vertu desquelles ont été nommés les juges suppléants avant le 1er octobre 1993. Si, s'agissant d'un juge suppléant, l'avis favorable peut être justifié par rapport à la première catégorie de magistrats effectifs, on n'aperçoit en revanche pas de raison de maintenir l'exigence d'unanimité par rapport à la prise en compte de la candidature d'un magistrat effectif, lui aussi nommé sans examen ni concours : s'il existe, à tort ou à raison, un soupçon de politisation, ce soupçon existe pour l'un et pour l'autre. Troisième moyen | oktober 1993 zijn benoemd en de andere kandidaten voor de betrokken gerechtelijke ambten, vermits de benoeming van alleen de eerstgenoemden voortaan onderworpen is aan een unaniem gunstig advies van het adviescomité. Onder voorbehoud van het eerste middel, kan de noodzaak van een gunstig advies weliswaar worden verantwoord door de grote verscheidenheid onder de plaatsvervangende rechters die vóór 1 oktober 1993 zijn benoemd. In zoverre het geheel van die plaatsvervangende rechters in concurrentie kan zijn met de kandidatuur van iemand die voor het examen geslaagd is of de stage beëindigd heeft, kan het, om de kwaliteit van de kandidaturen voor plaatsvervangend rechter te verzekeren, redelijk lijken dat voor elke kandidatuur van een van hen een gunstig advies moet worden verleend door het adviescomité. De vereiste van unanimiteit in het adviescomité, waarmee men dezelfde objectivering zou verzekeren voor de plaatsvervangende rechters die worden geacht voor het examen inzake beroepsbekwaamheid te zijn geslaagd, is daarentegen overdreven in zoverre een echt « vetorecht » wordt toegekend aan elk lid van het adviescomité dat zich over de kandidatuur van de betrokken plaatsvervangend rechter dient uit te spreken. Een enkele negatieve stem, eventueel als gevolg van een geheime stemming, zou voldoende zijn opdat de kandidatuur van een plaatsvervangend rechter niet meer in aanmerking wordt genomen, terwijl de motieven van die negatieve stem misschien hoegenaamd niets te maken hebben met de beroepsbekwaamheid van de betrokken kandidaat. Men ziet geen objectieve en redelijke motieven die zouden verantwoorden dat de kandidaturen van een plaatsvervangend rechter en van elke andere kandidaat niet op een voet van gelijkheid zouden worden gesteld. A.3.2. In een tweede onderdeel wordt op dezelfde bepaling subsidiair kritiek geleverd want, zelfs als men ervan uitgaat dat de vereiste van unanimiteit de gelijkheid verzekert tussen de plaatsvervangende rechters en de geslaagden voor het examen of de stagiairs die hun stage hebben beëindigd (quod non), dan nog brengt die vereiste een discriminatie teweeg tussen plaatsvervangende rechters en werkende magistraten, terwijl de benoemingsvoorwaarden vóór 1 oktober 1993 identiek waren. In dat opzicht moet een sub-onderscheid worden gemaakt tussen de kandidatuur van de werkende magistraat die is benoemd na te zijn geslaagd voor het vergelijkend examen of het examen en die van de werkende magistraat die is benoemd zonder vergelijkend examen of examen, dat wil zeggen op dezelfde gronden als die krachtens welke de plaatsvervangende rechters vóór 1 oktober 1993 zijn benoemd. Kan het gunstig advies voor een plaatsvervangend rechter weliswaar worden verantwoord ten opzichte van de eerste categorie van werkende magistraten, dan ziet men daarentegen geen reden om de vereiste van unanimiteit te handhaven ten opzichte van het in aanmerking nemen van de kandidatuur van een werkend magistraat die ook zonder examen of vergelijkend examen is benoemd : als er, terecht of ten onrechte, een verdenking van politisering bestaat, dan bestaat die in beide gevallen. Derde middel |
A.4.1. Selon une première branche, l'article 21, § 1er, alinéa 3, de | A.4.1. Volgens een eerste onderdeel schendt artikel 21, § 1, derde |
la loi du 18 juillet 1991, ajouté par l'article 3 de la loi attaquée, | lid, van de wet van 18 juli 1991, toegevoegd bij artikel 3 van de |
méconnaît l'égalité de présomption de réussite de l'examen d'aptitude | aangevochten wet, de gelijkheid inzake verondersteld te worden te zijn |
geslaagd voor het bekwaamheidsexamen, veronderstelling die geldt voor | |
dont bénéficient les juges suppléants nommés avant le 1er octobre 1993 | de plaatsvervangende rechters die vóór 1 oktober 1993 zijn benoemd (en |
(et ce en vertu de l'article 3 de la loi du 6 août 1993, qui a | zulks krachtens artikel 3 van de wet van 6 augustus 1993, dat artikel |
complété l'article 21, § 1er, de la loi du 18 juillet 1991), par | 21, § 1, van de wet van 18 juli 1991 heeft aangevuld), ten opzichte |
rapport à tous les autres candidats concurrents, qu'ils aient réussi | van alle andere concurrerende kandidaten, ongeacht of zij voor het |
l'examen ou le concours ou qu'ils soient présumés l'avoir réussi, tels | examen of voor het vergelijkend examen zijn geslaagd of geacht worden |
les magistrats effectifs au 1er octobre 1993 : la disposition | te zijn geslaagd, zoals de werkende magistraten op 1 oktober 1993 : de |
critiquée confère en effet à ces candidats une préséance vis-à-vis des | betwiste bepaling verleent immers aan die kandidaten een voorrang ten |
juges suppléants nommés avant le 1er octobre 1993, même lorsqu'ils | opzichte van de plaatsvervangende rechters die vóór 1 oktober 1993 |
disposent d'un avis favorable et unanime du comité d'avis. | zijn benoemd, zelfs wanneer zij vanwege het adviescomité een unaniem |
gunstig advies hebben gekregen. | |
A.4.2. La mesure est disproportionnée en ce qu'elle altère la | A.4.2. De maatregel is onevenredig in zoverre hij een wijziging |
présomption de réussite de l'examen dont bénéficient les juges | inhoudt van de veronderstelling geslaagd te zijn voor het examen, die |
suppléants nommés avant le 1er octobre 1993. Dès lors que le | geldt voor de plaatsvervangende rechters die vóór 1 oktober 1993 zijn |
législateur assimile les juges suppléants à des lauréats de l'examen ou à des stagiaires ayant réussi leur concours, par la voie d'une présomption, à l'instar des magistrats effectifs nommés avant le 1er octobre 1993, il ne peut créer à l'égard des premiers une cause de défaveur qui a pour effet d'empêcher leur nomination comme juge effectif lorsqu'ils sont en compétition avec les seconds. A.4.3. Dans une seconde branche, la même discrimination est critiquée en ce qu'elle est particulièrement accentuée à l'égard de la candidature d'un magistrat effectif. S'il n'a réussi ni le concours, ni l'examen, parce que ceux-ci n'étaient pas encore requis, celui-ci ne justifie d'aucune qualité supplémentaire par rapport au juge suppléant, si ce n'est d'être un magistrat qui siège de manière plus permanente. Cette seule circonstance de fait ne garantit ni la qualité du travail fourni, ni la « dépolitisation » du candidat. On n'aperçoit pas de motif d'accorder une préséance au magistrat effectif par rapport au juge suppléant nommé avant le 1er octobre 1993 : alors que tous deux sont réputés avoir réussi l'examen d'aptitude, cette préséance empêche de tenir compte de la candidature du juge suppléant qui aurait pourtant recueilli un avis unanime et favorable. Cette règle de préséance se cumule avec l'obligation faite uniquement au juge suppléant de bénéficier d'un avis unanime et favorable du comité d'avis, comme l'a critiqué le moyen précédent. Préjudice grave difficilement réparable A.5.1. Les quatre requérants, juges suppléants, ont chacun postulé à une place vacante de juge ou de juge de complément dans un tribunal de première instance. Le comité d'avis a émis, à l'unanimité, un avis très favorable sur la candidature de trois d'entre eux et favorable sur celle du quatrième. Malgré ces avis, les candidatures des requérants - qui, sans la règle inscrite à l'article 21, alinéa 3, de la loi du 18 juillet 1991 ajouté par l'article 3 de la loi attaquée, auraient été prises en compte sans autre exigence - pourraient ne plus être prises en compte s'il devait apparaître qu'un lauréat d'examen, un stagiaire ayant terminé son stage ou un magistrat effectif postule aux mêmes places, en bénéficiant aussi d'un avis favorable et unanime émis par le comité d'avis. Les requérants ignorent si des candidatures concurrentes ont recueilli un tel avis, en sorte qu'elles auraient une préséance par rapport à la leur; l'Etat belge pourrait à cet égard fournir à la Cour tous les éléments de fait qui lui apparaîtraient nécessaires. En toute hypothèse, le risque de préjudice grave et irréparable suffit et est établi (les candidatures des requérants pouvant être écartées au profit de candidatures concurrentes), spécialement pour les requérants disposant d'un avis très favorable et unanime puisqu'ils pourraient être, en vertu de la loi attaquée, « barrés » par un lauréat, un stagiaire ou un magistrat effectif n'ayant recueilli qu'un avis favorable unanime. | benoemd. Nu de wetgever de plaatsvervangende rechters gelijkstelt met geslaagden voor het examen of stagiairs die voor hun vergelijkend examen geslaagd zijn, bij wege van een veronderstelling, naar het voorbeeld van de werkende magistraten die vóór 1 oktober 1993 zijn benoemd, mag hij ten aanzien van de eerstgenoemden geen ongunstige voorwaarden in het leven roepen die tot gevolg hebben dat hun benoeming tot werkend rechter wordt belet wanneer zij in concurrentie zijn met de in tweede instantie genoemden. A.4.3. In een tweede onderdeel wordt dezelfde discriminatie aangeklaagd in zoverre zij bijzonder uitgesproken is ten aanzien van de kandidatuur van een werkend magistraat. Indien hij noch voor het vergelijkend examen, noch voor het examen is geslaagd, omdat die nog niet vereist waren, beschikt hij niet over enige bijkomende kwalificatie ten opzichte van de plaatsvervangende rechter, tenzij een magistraat te zijn die meer permanent zitting heeft. Die enkele feitelijke omstandigheid waarborgt noch de kwaliteit van het geleverde werk, noch de « depolitisering » van de kandidaat. Men ziet geen reden om een voorrang te verlenen aan de werkende magistraat ten opzichte van de plaatsvervangende rechter die vóór 1 oktober 1993 is benoemd : terwijl beiden worden geacht voor het bekwaamheidsexamen te zijn geslaagd, belet die voorrang rekening te houden met de kandidatuur van de plaatsvervangende rechter die nochtans een unaniem gunstig advies zou hebben gekregen. Die voorrangsregel komt bovenop de verplichting, enkel ten aanzien van de plaatsvervangende rechter, om een unaniem gunstig advies vanwege het adviescomité te krijgen, zoals in het vorige middel is aangeklaagd. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel A.5.1. De vier verzoekers, die plaatsvervangende rechters zijn, hebben ieder gesolliciteerd naar een vacante betrekking van rechter of toegevoegd rechter in een rechtbank van eerste aanleg. Het adviescomité heeft unaniem een zeer gunstig advies over de kandidatuur van drie van hen en een gunstig advies over de kandidatuur van de vierde gegeven. Niettegenstaande die adviezen zou het kunnen dat de kandidaturen van de verzoekers - die, zonder de regel die is ingeschreven in artikel 21, derde lid, van de wet van 18 juli 1991, toegevoegd bij artikel 3 van de aangevochten wet, zonder andere vereiste in aanmerking zouden zijn genomen - niet meer in aanmerking worden genomen mocht blijken dat een geslaagde voor het examen, een stagiair die zijn stage heeft beëindigd of een werkend magistraat solliciteert naar dezelfde betrekkingen, ook met een unaniem gunstig advies vanwege het adviescomité. De verzoekers weten niet of voor concurrerende kandidaturen een dergelijk advies is verleend waardoor die voorrang zouden hebben op hun kandidatuur; de Belgische Staat zou in dat opzicht aan het Hof alle feitelijke elementen kunnen bezorgen die voor het Hof noodzakelijk zouden blijken. Hoe dan ook, het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is voldoende en is aangetoond (de kandidaturen van de verzoekers kunnen worden geweerd ten voordele van concurrerende kandidaturen), inzonderheid voor de verzoekers die een unaniem zeer gunstig advies hebben gekregen, vermits zij krachtens de bestreden wet zouden kunnen worden « gepasseerd » door een geslaagde voor het examen, een stagiair of een werkend magistraat die slechts een unaniem gunstig advies heeft gekregen. |
A.5.2. Le préjudice est grave, car la manière dont les candidatures | A.5.2. Het nadeel is ernstig, want de wijze waarop de kandidaturen van |
des requérants pourraient être écartées peut s'interpréter comme une | de verzoekers zouden kunnen worden geweerd, kan worden beschouwd als |
prétendue incompétence pour cause de nomination antérieure non « | een vermeende onbekwaamheid wegens een vroegere, niet « objectieve » |
objective ». Cette présomption leur cause un préjudice moral grave | benoeming. Die veronderstelling berokkent hun een ernstig moreel |
(voy., par analogie, C.A., arrêt n° 44/96, 12 juillet 1996, B.4.4), préjudice qui contraste avec les opinions (très) flatteuses émises à leur égard par le comité d'avis. Le préjudice est grave en ce que la loi permet d'écarter des candidatures de personnes ayant accumulé sur le terrain une expérience véritable et plus prolongée que celle des stagiaires et ayant recueilli des avis meilleurs que ceux relatifs aux candidats qui seraient en définitive nommés. Enfin, le préjudice est également grave car la loi attaquée sanctionne les juges suppléants des tribunaux de première instance ou de justice de paix, nommés avant le 1er octobre 1993, au motif que ceux-ci n'ont pas passé l'examen d'aptitude alors que par une loi contenant des | nadeel (zie, bij analogie, Arbitragehof, arrest nr. 44/96, 12 juli 1996, B.4.4), dat in contrast staat met de (zeer) flatterende meningen die door het adviescomité te hunnen aanzien zijn geuit. Het nadeel is ernstig doordat de wet het mogelijk maakt kandidaturen te weren van personen die op het terrein een echte en langere ervaring hebben opgedaan dan de stagiairs en die een gunstiger advies hebben gekregen dan de kandidaten die uiteindelijk zouden worden benoemd. Tot slot is het nadeel ook ernstig omdat de aangevochten wet de plaatsvervangende rechters van de rechtbanken van eerste aanleg of de vredegerechten, die vóór 1 oktober 1993 zijn benoemd, bestraft om reden dat zij het examen inzake beroepsbekwaamheid niet hebben |
mesures en vue de résorber l'arriéré judiciaire dans les cours | afgelegd terwijl, met een wet houdende maatregelen teneinde de |
gerechtelijke achterstand bij de hoven van beroep weg te werken, | |
d'appel, également promulguée le 9 juillet 1997, on a créé la fonction | eveneens afgekondigd op 9 juli 1997, de functie van plaatsvervangende |
des conseillers suppléants, lesquels sont chargés de connaître, en | raadsheren is gecreëerd, die ermee worden belast in hoger beroep |
degré d'appel, des décisions prononcées en première instance par des | kennis te nemen van de beslissingen uitgesproken in eerste aanleg door |
juges effectifs ou suppléants, sans cependant avoir dû présenter | werkende of plaatsvervangende rechters, zonder evenwel enige vorm van |
aucune forme d'examen d'aptitude. L'entrave ainsi créée aux | bekwaamheidsexamen te hebben moeten afleggen. De aldus veroorzaakte |
possibilités de carrière des requérants constitue un préjudice moral | belemmering van de loopbaanmogelijkheden van de verzoekers vormt een |
grave. | ernstig moreel nadeel. |
A.5.3. Le préjudice est irréparable car les places de juge effectif | A.5.3. Het nadeel is onherstelbaar want de betrekkingen van werkend |
auxquelles deux des requérants sont candidats ne sont pas fréquemment | rechter, waarvoor twee van de verzoekers kandidaat zijn, worden niet |
déclarées vacantes et les nouvelles places de juge de complément (loi | vaak vacant verklaard en de nieuwe betrekkingen van toegevoegd rechter |
du 10 février 1998) sont elles aussi soumises aux dispositions | (wet van 10 februari 1998) zijn ook aan de aangevochten bepalingen |
attaquées. Le préjudice est aggravé par cela que les deux autres | onderworpen. Het nadeel wordt verergerd door het feit dat de twee |
requérants, candidats à des fonctions de juge de complément, ont été | andere verzoekers, die kandidaat zijn voor ambten van toegevoegd |
rechter, als gedelegeerd rechter zijn aangewezen (artikelen 87, tweede | |
désignés comme juges délégués (articles 87, alinéa 2, 378, 1°, et 379 | lid, 378, 1°, en 379 van het Gerechtelijk Wetboek) en dus zeer |
du Code judiciaire) et ont donc assumé, très régulièrement, la tâche | regelmatig de taak van werkend rechter op zich hebben genomen wegens |
de juges effectifs en nombre insuffisant. | onvoldoende bezetting. |
Faute de suspension, lors des prochaines vacances, les requérants | In geval van niet-schorsing zouden de verzoekers, bij de komende |
devraient faire face à la concurrence d'un plus grand nombre de | vacantverklaringen, het hoofd moeten bieden aan de concurrentie van |
stagiaires ou de lauréats de l'examen d'aptitude, ce qui cause | een groter aantal stagiairs of geslaagden voor het bekwaamheidsexamen, |
également un préjudice difficilement réparable (voy., a contrario, | wat ook een moeilijk te herstellen nadeel veroorzaakt (zie, a |
C.A., arrêt n° 21/94, 3 mars 1994, qui rejette la demande de | contrario, Arbitragehof, arrest nr. 21/94, 3 maart 1994, waarin de |
suspension car les requérants, soit ne postulaient qu'à une place de | vordering tot schorsing werd verworpen omdat de verzoekers ofwel |
juge suppléant et non à une place de juge effectif, soit n'avaient pas | slechts solliciteerden naar een betrekking van plaatsvervangend |
présenté l'examen d'aptitude, soit l'avaient présenté mais ne | rechter en niet naar een betrekking van werkend rechter, ofwel het |
bekwaamheidsexamen niet hadden afgelegd, ofwel het examen hadden | |
postulaient pas à une place vacante. Il n'y avait donc pas, | afgelegd maar niet solliciteerden naar een vacante betrekking. In |
contrairement aux cas d'espèce, de risque de préjudice grave | tegenstelling met onderhavige gevallen was er dus geen risico van |
difficilement réparable). | moeilijk te herstellen ernstig nadeel). |
- B - | - B - |
Quant aux dispositions attaquées | Ten aanzien van de aangevochten bepalingen |
B.1.1. La loi du 18 juillet 1991 modifiant les règles du Code | B.1.1. De wet van 18 juli 1991 tot wijziging van de voorschriften van |
judiciaire relatives à la formation et au recrutement des magistrats a | het Gerechtelijk Wetboek die betrekking hebben op de opleiding en de |
subordonné, à compter du 1er octobre 1993, la nomination des | werving van magistraten heeft, vanaf 1 oktober 1993, de benoeming van |
magistrats à un stage judiciaire précédé d'un concours ou à la | de magistraten afhankelijk gesteld van een gerechtelijke stage, |
voorafgegaan door een vergelijkend examen, of van het slagen voor een | |
réussite d'un examen d'aptitude professionnelle, dont, en vertu de | examen inzake beroepsbekwaamheid, waarvan de geldigheid, krachtens |
l'article 2 de la loi du 9 juillet 1997 modifiant les articles 259bis | artikel 2 van de wet van 9 juli 1997 tot wijziging van de artikelen |
du Code judiciaire et 21 de la loi du 18 juillet 1991 modifiant les | 259bis van het Gerechtelijk Wetboek en 21 van de wet van 18 juli 1991 |
règles du Code judiciaire relatives à la formation et au recrutement | tot wijziging van de voorschriften van het Gerechtelijk Wetboek die |
des magistrats, la validité est désormais limitée à sept ans à compter | betrekking hebben op de opleiding en de werving van magistraten, |
de la date du procès-verbal de l'examen. | voortaan beperkt is tot zeven jaar te rekenen vanaf de datum van het |
proces-verbaal van het examen. | |
B.1.2. L'article 21, § 1er, de la loi du 18 juillet 1991 précitée, | B.1.2. Artikel 21, § 1, van de voormelde wet van 18 juli 1991, in de |
dans la rédaction qui lui a été donnée par la loi du 1er décembre 1994 | redactie die eraan is gegeven bij de wet van 1 december 1994 |
relative à la formation et au recrutement des magistrats, dispose : | betreffende de opleiding en werving van magistraten, bepaalt : |
« Les magistrats en fonction au jour de l'entrée en vigueur des | « De magistraten in dienst op de dag van de inwerkingtreding van de |
dispositions de la présente loi, et les magistrats nommés avant | bepalingen van deze wet en de magistraten benoemd vóór de |
l'entrée en vigueur de la présente loi, mais auxquels démission | inwerkingtreding van deze wet maar aan wie wegens onverenigbaarheid |
honorable a été accordée pour cause d'incompatibilité, sont réputés | ontslag om eervolle redenen is verleend, worden geacht de |
avoir accompli le stage judiciaire défini à l'article 259quater du | gerechtelijke stage bepaald in artikel 259quater van het Gerechtelijk |
Code judiciaire, inséré par l'article 20 de la présente loi et sont | Wetboek, ingevoegd bij artikel 20 van deze wet, te hebben vervuld en |
réputés avoir réussi l'examen d'aptitude professionnelle, prévu par | worden geacht geslaagd te zijn voor het examen inzake |
l'article 259bis du même Code. | beroepsbekwaamheid, bedoeld in artikel 259bis van hetzelfde Wetboek. |
Les juges suppléants nommés avant l'entrée en vigueur de la présente | De plaatsvervangende rechters benoemd vóór de inwerkingtreding van |
loi et les juges suppléants nommés avant l'entrée en vigueur de la | deze wet en de plaatsvervangende rechters benoemd vóór de |
présente loi, mais auxquels démission honorable a été accordée pour | inwerkingtreding van deze wet maar aan wie wegens onverenigbaarheid |
ontslag om eervolle redenen is verleend, worden geacht geslaagd te | |
cause d'incompatibilité, sont réputés avoir réussi l'examen d'aptitude | zijn voor het examen inzake beroepsbekwaamheid, bedoeld in artikel |
professionnelle prévu par l'article 259bis du même Code. » | 259bis van hetzelfde Wetboek. » |
B.1.3. L'alinéa 2, dans la version que lui avait donnée la loi du 6 | B.1.3. Het tweede lid, in de versie die eraan werd gegeven bij de wet |
août 1993 « modifiant les articles 259bis et 259quater du Code | van 6 augustus 1993 « tot wijziging van de artikelen 259bis en |
259quater van het Gerechtelijk Wetboek en tot aanvulling van artikel | |
judiciaire et complétant l'article 21, § 1er, de la loi du 18 juillet | 21, § 1, van de wet van 18 juli 1991 tot wijziging van de |
1991 modifiant les règles du Code judiciaire relatives à la formation | voorschriften die betrekking hebben op de opleiding en de werving van |
et au recrutement des magistrats » et selon laquelle « les juges | magistraten » en volgens welke « de plaatsvervangende rechters en de |
suppléants et les juges suppléants auxquels démission honorable a été | plaatsvervangende rechters die vóór de inwerkingtreding van deze wet |
accordée avant l'entrée en vigueur de la présente loi, sont réputés | om eervolle redenen ontslag hebben gekregen, worden geacht geslaagd te |
avoir réussi l'examen d'aptitude professionnelle prévu par l'article | zijn voor het examen inzake beroepsbekwaamheid bedoeld in artikel |
259bis du Code judiciaire », fut annulé par l'arrêt n° 53/94 du 29 | 259bis van het Gerechtelijk Wetboek », werd vernietigd bij het arrest |
juin 1994 en tant qu'il s'appliquait aux juges suppléants nommés après | nr. 53/94 van 29 juni 1994 in zoverre het van toepassing was op de |
l'entrée en vigueur de la loi du 18 juillet 1991, à savoir le 1er | plaatsvervangende rechters benoemd na de inwerkingtreding van de wet |
octobre 1993. | van 18 juli 1991, namelijk op 1 oktober 1993. |
B.1.4. L'article 3, attaqué, de la loi du 9 juillet 1997 complète | B.1.4. Het aangevochten artikel 3 van de wet van 9 juli 1997 vult het |
l'alinéa 2 précité et y ajoute un troisième alinéa, afin de | voormelde tweede lid aan en voegt er een derde lid aan toe, om het in |
subordonner à deux conditions la prise en considération, pour une | aanmerking nemen van de kandidatuur van de plaatsvervangende rechters |
nomination à certaines fonctions judiciaires, de la candidature des | voor een benoeming in bepaalde rechterlijke ambten aan twee |
juges suppléants. Les nouvelles dispositions énoncent : | voorwaarden te onderwerpen. De nieuwe bepalingen luiden : |
« Lors de la présentation pour la nomination aux fonctions visées par | « Bij de voordracht tot de benoeming in de ambten bedoeld in de |
les articles 187, 188, 190 à 194, 207, § 2, 208 et 209 du Code | artikelen 187, 188, 190 tot 194, 207, § 2, 208 en 209 van het |
judiciaire, le ministre de la Justice tiendra uniquement compte, en ce | Gerechtelijk Wetboek houdt de minister van Justitie, wat betreft de |
voornoemde plaatsvervangende rechters, enkel rekening met degenen over | |
qui concerne les juges suppléants précités, de ceux qui ont obtenu un | wie het adviescomité een unaniem gunstig advies heeft verleend. |
avis favorable et unanime de la part du comité d'avis. | Indien er voor een benoeming, benevens een van de voornoemde |
Si, outre un des juges suppléants précités, un lauréat de l'examen | plaatsvervangende rechters, ook een geslaagde voor het examen inzake |
d'aptitude professionnelle, une personne qui a terminé le stage | beroepsbekwaamheid, een persoon die de vereiste gerechtelijke stage |
judiciaire requis, ou un magistrat, font acte de candidature pour une | beëindigd heeft of een magistraat zich kandidaat stellen, mag de |
nomination, le ministre ne pourra pas tenir compte de la candidature | minister geen rekening houden met de kandidatuur van de |
du juge suppléant si un avis favorable et unanime a été émis à l'égard | plaatsvervangend rechter indien voor minstens één van de andere |
d'au moins un des autres candidats. » | kandidaten een unaniem gunstig advies is verleend. » |
B.1.5. Par analogie avec la disposition limitant à sept ans le | B.1.5. Naar analogie met de bepaling die de gelding van het geslaagd |
bénéfice de la réussite de l'examen d'aptitude professionnelle | zijn voor het examen inzake beroepsbekwaamheid beperkt tot zeven jaar |
(B.1.1), l'article 4, b), attaqué, de la loi du 9 juillet 1997 limite | (B.1.1), beperkt het aangevochten artikel 4, b), van de wet van 9 juli |
à sept ans, à compter du 11 janvier 1998, la durée pendant laquelle | 1997 de duur tijdens welke de plaatsvervangende rechters die vóór 1 |
les juges suppléants nommés avant le 1er octobre 1993 sont réputés | oktober 1993 zijn benoemd, worden geacht voor dat examen te zijn |
avoir réussi cet examen. | geslaagd, tot zeven jaar, te rekenen vanaf 11 januari 1998. |
B.2. Aux termes de l'article 20, 1°, de la loi spéciale du 6 janvier | B.2. Naar luid van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari |
1989 sur la Cour d'arbitrage, deux conditions de fond doivent être | 1989 op het Arbitragehof dient aan twee grondvoorwaarden te zijn |
remplies pour que la suspension puisse être décidée : | voldaan opdat tot schorsing kan worden besloten : |
- des moyens sérieux doivent être invoqués; | - de middelen die worden aangevoerd moeten ernstig zijn; |
- l'exécution immédiate de la règle attaquée doit risquer de causer un | - de onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel moet een |
préjudice grave difficilement réparable. | moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen. |
Les deux conditions étant cumulatives, la constatation que l'une de | Daar de twee voorwaarden cumulatief zijn, leidt de vaststelling dat |
ces deux conditions n'est pas remplie entraîne le rejet de la demande | één van die voorwaarden niet is vervuld tot verwerping van de |
de suspension. | vordering tot schorsing. |
Quant à l'article 4, b), de la loi du 9 juillet 1997 (premier moyen) | Ten aanzien van artikel 4, b), van de wet van 9 juli 1997 (eerste middel) |
B.3.1. Les requérants font grief à la disposition attaquée d'établir | B.3.1. De verzoekers klagen aan dat de aangevochten bepaling zonder |
sans justification une différence de traitement entre les magistrats | verantwoording een verschil in behandeling teweegbrengt tussen de |
nommés avant le 1er octobre 1993 selon qu'ils sont juges effectifs ou | magistraten die vóór 1 oktober 1993 zijn benoemd naargelang zij |
werkend rechter of plaatsvervangend rechter zijn, door de duur tijdens | |
welke de plaatsvervangende rechters worden geacht te zijn geslaagd | |
voor het examen inzake beroepsbekwaamheid te beperken tot zeven jaar, | |
juges suppléants, en limitant à sept ans, à compter du 11 janvier | te rekenen vanaf 11 januari 1998, terwijl voor de werkende rechters |
1998, la durée pendant laquelle les seconds sont réputés avoir réussi | |
l'examen d'aptitude professionnelle alors qu'aucun délai n'est fixé | |
pour les premiers et que la loi du 6 août 1993 a, entre les uns et les | geen enkele termijn is vastgesteld en de wet van 6 augustus 1993 in |
autres, établi à cet égard une assimilation que la Cour, en son arrêt | dat verband tussen de enen en de anderen een gelijkschakeling heeft |
n° 53/94, n'a pas jugée inconstitutionnelle. | ingesteld die het Hof bij zijn arrest nr. 53/94 niet ongrondwettig |
B.3.2. La limitation critiquée ne doit frapper les intéressés qu'à | heeft bevonden. B.3.2. De betwiste beperking raakt de betrokkenen pas na het |
l'expiration d'un délai de sept ans à compter de l'entrée en vigueur | verstrijken van een termijn van zeven jaar te rekenen vanaf de |
de la disposition attaquée. Il n'existe donc pas de risque que | inwerkingtreding van de aangevochten bepaling. Er bestaat dus geen |
l'exécution immédiate de celle-ci cause un préjudice grave et | risico dat de onmiddellijke uitvoering ervan een moeilijk te |
difficilement réparable. | herstellen ernstig nadeel veroorzaakt. |
Au regard de l'article 4, b), attaqué, la demande de suspension ne | In het licht van het aangevochten artikel 4, b), bevat de vordering |
contient pas d'élément établissant le risque d'un tel préjudice. | tot schorsing geen element dat het risico van een dergelijk nadeel |
Quant à l'article 21, § 1er, alinéa 2, de la loi du 18 juillet 1991, | aantoont. Ten aanzien van artikel 21, § 1, tweede lid, van de wet van 18 juli |
complété par l'article 3, attaqué, de la loi du 9 juillet 1997 | 1991, aangevuld door het aangevochten artikel 3 van de wet van 9 juli |
(deuxième moyen) | 1997 (tweede middel) |
B.4.1. Les requérants font grief à la disposition attaquée d'établir | B.4.1. De verzoekers klagen aan dat de aangevochten bepaling zonder |
sans justification une différence de traitement entre, d'une part, les | verantwoording een verschil in behandeling instelt tussen, enerzijds, |
juges suppléants nommés avant le 1er octobre 1993, dont la candidature | de plaatsvervangende rechters die vóór 1 oktober 1993 zijn benoemd en |
à une nomination de magistrat effectif ne peut être prise en | van wie de kandidatuur voor een benoeming tot werkend magistraat door |
considération par le ministre de la Justice que si cette candidature a | de Minister van Justitie slechts in aanmerking kan worden genomen |
fait l'objet d'un avis favorable et unanime du comité d'avis institué | indien voor die kandidatuur een unaniem gunstig advies is verleend |
en vertu de l'article 259ter du Code judiciaire et, d'autre part, les | door het adviescomité dat krachtens artikel 259ter van het |
autres candidats, pour lesquels un tel avis n'est pas requis; la | Gerechtelijk Wetboek is opgericht en, anderzijds, de andere |
différence de traitement leur paraît d'autant plus critiquable que | kandidaten, voor wie een dergelijk advies niet is vereist; het |
parmi ces candidats figurent des magistrats effectifs dont la | verschil in behandeling lijkt hun des te meer voor kritiek vatbaar |
daar onder die kandidaten zich werkende magistraten bevinden van wie | |
nomination, avant l'entrée en vigueur de la loi du 6 août 1993 | de benoeming, vóór de inwerkingtreding van de voormelde wet van 6 |
précitée (1er octobre 1993), se faisait aux mêmes conditions que celle | augustus 1993 (1 oktober 1993), onder dezelfde voorwaarden gebeurde |
des juges suppléants et n'était pas subordonnée à la réussite d'un | als die van de plaatsvervangende rechters en niet afhankelijk was van |
concours ou d'un examen. B.4.2. Le développement du moyen fait apparaître qu'est seule critiquée l'exigence de l'unanimité du comité d'avis. B.4.3. Dans leur demande de suspension, les requérants, juges suppléants, exposent qu'ils ont, chacun, introduit leur candidature à une fonction de juge (effectif ou de complément) au tribunal de première instance et que cette candidature a recueilli un avis, favorable ou très favorable selon le cas, du comité d'avis compétent, lequel s'est prononcé à l'unanimité. Les requérants indiquant eux-mêmes qu'ils ont obtenu l'avis unanime et favorable requis par la disposition en cause, l'exécution immédiate de celle-ci ne peut, en l'espèce, leur causer un préjudice grave difficilement réparable; ils ne soutiennent pas avoir introduit leur candidature à d'autres postes de magistrat effectif ou de complément et n'apportent pas d'élément susceptible de faire apparaître, avec un degré raisonnable de probabilité, qu'ils introduiront leur candidature à de tels postes qui seront déclarés vacants avant que la Cour ait statué sur le recours en annulation; au regard de la disposition attaquée, leur demande ne contient pas d'élément concret établissant le risque d'un préjudice grave difficilement réparable. | het slagen voor een vergelijkend examen of een examen. B.4.2. Uit de uiteenzetting van het middel blijkt dat enkel de vereiste van unanimiteit van het adviescomité wordt aangeklaagd. B.4.3. In hun vordering tot schorsing voeren de verzoekers, plaatsvervangende rechters, aan dat zij ieder hun kandidatuur hebben gesteld voor een ambt van rechter (werkend rechter of toegevoegd rechter) in de rechtbank van eerste aanleg en dat die kandidatuur een - naar gelang van het geval - gunstig of zeer gunstig advies heeft gekregen vanwege het bevoegde adviescomité, dat zich met unanimiteit heeft uitgesproken. Aangezien de verzoekers zelf vermelden dat zij het bij de in het geding zijnde bepaling vereiste unaniem gunstig advies hebben gekregen, kan de onmiddellijke uitvoering ervan hun te dezen geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkenen; zij voeren niet aan dat zij zich kandidaat hebben gesteld voor andere betrekkingen van werkend of toegevoegd magistraat, noch brengen zij elementen aan waaruit met een redelijke graad van waarschijnlijkheid blijkt dat zij hun kandidatuur zullen indienen voor dergelijke ambten die vacant zullen worden verklaard vooraleer het Hof over het beroep tot vernietiging uitspraak zal hebben gedaan; in het licht van de aangevochten bepaling bevat hun vordering geen concreet element waaruit het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel blijkt. |
Quant à l'article 21, § 1er, alinéa 3, de la loi du 18 juillet 1991, | Ten aanzien van artikel 21, § 1, derde lid, van de wet van 18 juli |
ajouté par l'article 3, attaqué, de la loi du 9 juillet 1997 | 1991, toegevoegd bij het aangevochten artikel 3 van de wet van 9 juli |
(troisième moyen) | 1997 (derde middel) |
B.5.1. Les requérants font grief à la disposition en cause d'établir | B.5.1. De verzoekers klagen aan dat de in het geding zijnde bepaling |
sans justification une différence de traitement entre, d'une part, les | zonder verantwoording een verschil in behandeling instelt tussen, |
juges suppléants nommés avant le 1er octobre 1993 et, d'autre part, | enerzijds, de plaatsvervangende rechters die vóór 1 oktober 1993 zijn |
les lauréats de l'examen d'aptitude professionnelle, les candidats qui | benoemd en, anderzijds, de geslaagden voor het examen inzake |
ont terminé le stage judiciaire et les magistrats effectifs, en ce | beroepsbekwaamheid, de kandidaten die de gerechtelijke stage hebben |
que, quand la candidature de ces personnes à une fonction de magistrat | beëindigd en de werkende magistraten, doordat, wanneer de kandidatuur |
effectif a fait l'objet d'un avis favorable et unanime du comité | van die personen voor een ambt van werkend magistraat een unaniem |
gunstig advies heeft gekregen vanwege het adviescomité, die | |
d'avis, cette candidature empêche le ministre de la Justice de prendre | kandidatuur de Minister van Justitie belet de kandidatuur van die |
en considération la candidature desdits juges suppléants à cette même | plaatsvervangende rechters voor diezelfde functie in aanmerking te |
fonction, alors que ceux-ci bénéficient d'une présomption de réussite | nemen, terwijl zij worden geacht voor het examen te zijn geslaagd en, |
de l'examen et qu'avant l'entrée en vigueur de la disposition | vóór de inwerkingtreding van de aangevochten bepaling, de voorwaarden |
attaquée, les conditions de nomination à une fonction de magistrat | voor de benoeming in een ambt van werkend magistraat identiek waren |
effectif étaient identiques pour les magistrats effectifs et pour les | voor de werkende magistraten en de plaatsvervangende rechters die, |
juges suppléants nommés sans concours ni examen avant l'entrée en | zonder vergelijkend examen of examen, vóór de inwerkingtreding van de |
vigueur de la loi du 6 août 1993 précitée (1er octobre 1993). | voormelde wet van 6 augustus 1993 (1 oktober 1993), werden benoemd. |
De wetgever heeft de overgangsregeling dus in een restrictieve zin | |
Le législateur a donc revu le régime transitoire dans un sens | herzien. Het vermoeden geslaagd te zijn voor het examen, dat geldt |
restrictif. La présomption de réussite de l'examen accordée aux juges | voor de plaatsvervangende rechters die vóór een bepaalde datum zijn |
suppléants nommés avant une certaine date ne leur permet plus d'être | benoemd, stelt hen niet meer in staat te worden benoemd wanneer zij |
nommés en cas de concours avec d'autres catégories de candidats, sauf | kandideren samen met andere categorieën van kandidaten, behoudens in |
dans le cas où ces juges suppléants sont les seuls candidats sur | het geval waarin die plaatsvervangende rechters de enige kandidaten |
lesquels un avis favorable unanime a été émis. | zijn voor wie een unaniem gunstig advies is verleend. |
B.5.2. En adoptant la loi du 18 juillet 1991, le législateur entendait | B.5.2. Door de wet van 18 juli 1991 aan te nemen, wilde de wetgever |
organiser un recrutement des magistrats sur des bases objectives et | een aanwerving van magistraten organiseren op grond van objectieve |
mettre fin à la « grave suspicion » pesant sur une procédure de | benoemingscriteria en een einde maken aan « het diepe wantrouwen » dat |
nomination qui « repose prioritairement sur des considérations | weegt op een benoemingsprocedure waarbij « in de eerste plaats |
politieke overwegingen gelden » (Gedr. St., Senaat, 1989-1990, nr. | |
politiques » (Doc. parl., Sénat, 1989-1990, n° 974-1, pp. 2 et 3). La | 974-1, pp. 2 en 3). De wet stelt de toegang tot de magistratuur |
loi subordonne l'accès à la magistrature soit à la réussite d'un | afhankelijk ofwel van het slagen voor een vergelijkend examen gevolgd |
concours suivi d'un stage, soit à la réussite d'un examen et à la | door een stage, ofwel van het slagen voor een examen en de verificatie |
vérification d'une expérience professionnelle. | van beroepservaring. |
B.5.3. Le nouveau régime transitoire que les requérants critiquent | B.5.3. De nieuwe overgangsregeling die door de verzoekers wordt |
procède de l'idée que, depuis l'adoption de la loi du 18 juillet 1991, | betwist, gaat uit van de idee dat sedert de aanneming van de wet van |
les mentalités ont évolué, et de la constatation que de nombreux | 18 juli 1991 de mentaliteit veranderd is, en van de vaststelling dat |
candidats ont entre-temps réussi l'examen d'aptitude professionnelle, | tal van kandidaten inmiddels zijn geslaagd voor het examen inzake |
auquel les juges suppléants peuvent aussi se présenter (Doc. parl., | beroepsbekwaamheid, waaraan ook plaatsvervangende rechters kunnen |
Chambre, 1996-1997, n° 730/6, p. 28). L'amendement qui a abouti à | deelnemen (Gedr. St., Kamer, 1996-1997, nr. 730/6, p. 28). Het |
l'article 21, § 1er, alinéa 3, fut justifié en ces termes : | amendement dat geleid heeft tot artikel 21, § 1, derde lid, werd als |
volgt verantwoord : | |
« - la nomination de juges suppléants constitue en principe une | « - het benoemen van plaatsvervangers is principieel onrechtvaardig |
injustice à l'égard de ceux qui se sont soumis à un examen et ont | ten aanzien van diegenen die zich onderworpen hebben aan een examen en |
ainsi fait preuve de leur aptitude; | zo hun bekwaamheid hebben bewezen; |
- la nomination de suppléants va à l'encontre de la logique du système | - het benoemen van plaatsvervangers druist in tegen de logica van het |
pour les premières nominations de magistrats, système qui repose sur | systeem voor eerste benoemingen van magistraten dat op twee pijlers |
deux piliers : d'une part, une certaine expérience professionnelle, | berust : enerzijds een zekere beroepservaring, hetzij als advocaat of |
soit comme avocat, soit comme titulaire d'une autre fonction | in een andere juridische functie, hetzij als gerechtelijk stagiair, en |
juridique, soit comme stagiaire judiciaire, et, d'autre part, une | anderzijds een bewezen bekwaamheid door een examen voor het |
aptitude prouvée par un examen devant le collège de recrutement. En | Wervingscollege. Bij de benoeming van een plaatsvervangend rechter |
cas de nomination d'un juge suppléant, un de ces piliers disparaît et | valt één van deze pijlers weg, waardoor het systeem uiteraard niet |
le système perd dès lors sa cohérence; | meer consistent is. |
- l'examen ne devrait poser aucun problème aux juges suppléants | - Voor bekwame plaatsvervangende rechters kan het examen geen enkel |
compétents; au contraire, ils sont favorisés par rapport aux autres | probleem vormen; ze zijn integendeel bevoordeligd ten aanzien van de |
candidats, étant donné qu'ils ont une expérience en matière de | andere kandidaten, gezien hun ervaring met het opstellen van |
rédaction de jugements. | vonnissen. |
Le seul argument rationnel permettant encore de justifier la | Het enige rationele argument dat nog een verantwoording kan zijn om |
nomination de juges suppléants pendant une période transitoire limitée | tijdens een beperkte overgangsperiode nog plaatsvervangende rechters |
est de nature pratique, à savoir la crainte - pratiquement sans | te kunnen benoemen, is van praktische aard, namelijk de - bijna zeker |
fondement - que, pendant les premières années, aucun lauréat de | ongegronde - vrees dat er in de eerste jaren eventueel voor bepaalde |
l'examen ou aucun stagiaire judiciaire ne postule certaines fonctions | vacatures geen geslaagden van het examen of gerechtelijke stagiairs |
vacantes » (Doc. parl., Chambre, 1996-1997, n° 730/5, p. 2). | zouden postuleren » (Gedr. St., Kamer, 1996-1997, nr. 730/5, p. 2). |
Par ailleurs, il a été soutenu que le nouveau système « a été mis au | Overigens is beweerd dat het nieuwe systeem « werd uitgebouwd omdat de |
point parce que la réserve des juges suppléants nommés avant le 1er | reserve van plaatsvervangende rechters, benoemd vóór 1 oktober 1993, |
octobre 1993 est toujours considérée comme une échappatoire pour des | steeds als een achterpoort voor politieke benoemingen wordt beschouwd. |
nominations politiques. Cet article apporte la certitude que l'on n'en | Dit artikel geeft de zekerheid dat hiervan geen misbruik gemaakt zal |
abusera pas pendant la période transitoire de 7 ans où la réserve | worden gedurende de overgangstermijn van 7 jaar, tijdens welke de |
subsistera. » (Doc. parl., Sénat, 1996-1997, n° 1-544/3, p. 12) B.5.4. Il y a lieu d'observer au préalable qu'en ce qu'il compare les juges suppléants avec les magistrats effectifs, le grief ne tient pas compte de ce que, pour les premiers, ce qui est en jeu est une première nomination au titre de magistrat effectif et, pour les seconds, une nouvelle nomination dans cette même qualité. Sans aller jusqu'à subordonner, dès à présent, la nomination de tout juge suppléant à une fonction de magistrat effectif à la réussite de l'examen d'aptitude professionnelle, le législateur a pris une mesure qui, au stade actuel de l'examen du moyen, ne paraît pas dépourvue de justification au regard de l'objectif qu'il poursuit en conférant une priorité, soit à ceux qui ont réussi cet examen, soit à ceux, | reserve nog zal bestaan » (Gedr. St., Senaat, 1996-1997, nr. 1-544/3, p. 12). B.5.4. Vooraf dient te worden opgemerkt dat de grief, in zoverre zij de plaatsvervangende rechters vergelijkt met de werkende magistraten, eraan voorbijgaat dat voor de eerstgenoemden het gaat om een eerste benoeming tot werkend magistraat, voor de laatstgenoemden om een nieuwe benoeming in diezelfde hoedanigheid. Zonder zo ver te gaan reeds nu de benoeming van elke plaatsvervangende rechter in een ambt van werkend magistraat afhankelijk te stellen van het slagen voor het examen inzake beroepsbekwaamheid, heeft de wetgever een maatregel genomen die, in het huidige stadium van het onderzoek van het middel, niet zonder verantwoording lijkt te zijn ten aanzien van de doelstelling die hij nastreeft door voorrang te verlenen, hetzij aan degenen die voor dat examen zijn geslaagd, hetzij aan degenen, werkende magistraten - ook al waren zij benoemd vóór 1 |
magistrats effectifs - fussent-ils nommés avant le 1er octobre 1993 - | oktober 1993 - en gerechtelijke stagiairs, die in de regel moeten |
et stagiaires judiciaires, dont l'expérience professionnelle est | worden geacht meer beroepservaring te hebben dan magistraten die |
normalement à considérer comme plus grande que celle de magistrats qui | |
n'exercent qu'à titre supplétif et, en règle générale, | slechts als plaatsvervanger en doorgaans occasioneel de |
occasionnellement l'activité professionnelle qui en est la source. Le | beroepsactiviteit uitoefenen die de bron ervan is. De wetgever heeft |
législateur a pu avoir égard aussi à la différence des perspectives de | tevens oog kunnen hebben voor het verschil in de loopbaanperspectieven |
carrière dans lesquelles avait été acquise la qualité de magistrat | ten tijde van de benoeming tot werkend magistraat dan wel tot |
effectif ou de juge suppléant. | plaatsvervangend rechter. |
B.5.5. Certes, le régime transitoire attaqué est critiqué moins en | B.5.5. Weliswaar wordt de aangevochten overgangsregeling bekritiseerd, |
lui-même qu'en ce qu'il restreint les possibilités de nomination | minder op zich dan in zoverre zij de benoemingsmogelijkheden beperkt |
offertes aux juges suppléants, sans exiger d'examen d'aptitude, par le | die, zonder dat een bekwaamheidsexamen was vereist, door de vroegere |
régime transitoire antérieur. Cependant, les dispositions | overgangsregeling aan de plaatsvervangende rechters werden geboden. |
constitutionnelles invoquées ne s'opposent pas à ce qu'un législateur | Maar de aangevoerde grondwetsbepalingen verzetten zich niet ertegen |
renonce à une option initiale pour en prendre une autre. Les principes | dat de wetgever terugkomt van een oorspronkelijke optie en een andere |
constitutionnels de l'égalité et de la non-discrimination ne sont pas | neemt. De grondwettelijke beginselen van de gelijkheid en de |
violés pour la seule raison qu'une nouvelle disposition déjouerait les | niet-discriminatie zijn niet geschonden om de enkele reden dat een |
projets de ceux qui avaient pu compter sur le maintien d'une | nieuwe maatregel de voornemens doorkruist van degenen die op het |
réglementation antérieure. | voortbestaan van de vroegere regeling hadden kunnen rekenen. |
B.6. Il ressort de ce qui précède que le moyen n'est pas sérieux, du | B.6. Uit wat voorafgaat blijkt dat het middel niet ernstig is, althans |
moins au sens de l'article 20, 1°, de la loi spéciale du 6 janvier | niet in de zin van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari |
1989 sur la Cour d'arbitrage. | 1989 op het Arbitragehof. |
Par ces motifs, | Om die redenen, |
la Cour | het Hof |
rejette la demande de suspension. | verwerpt de vordering tot schorsing. |
Ainsi prononcé en langue française et en langue néerlandaise, | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
conformément à l'article 65 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
la Cour d'arbitrage, à l'audience publique du 15 juillet 1998, par le | Arbitragehof, op de openbare terechtzitting van 15 juli 1998, door de |
siège précité, dans lequel le juge M. Bossuyt est remplacé, pour le | voormelde zetel, waarin rechter M. Bossuyt voor de uitspraak is |
prononcé, par le juge G. De Baets, conformément à l'article 110 de la | vervangen door rechter G. De Baets, overeenkomstig artikel 110 van de |
même loi. | voormelde wet. |
Le greffier, | De griffier, |
L. Potoms. | L. Potoms. |
Le président, | De voorzitter, |
M. Melchior. | M. Melchior. |